Patiëntenfolder

Ablatie van boezemfibrilleren met een navigatiesysteem

Bij u is de ritmestoornis 'boezemfibrilleren (atriumfibrilleren)' geconstateerd. U gaat een ingreep krijgen via de liesader, dit heet een katheterablatie. U heeft al eerder een ablatie gehad, heeft een bijzondere (atypische) flutter of u heeft afwijkingen aan de hartspier zoals een hartspierziekte. Deze ingreep wordt daarom gedaan met een 3D navigatiesysteem. Hierdoor kan de cardioloog de boezems ook onderzoeken op afwijkende gebieden en deze ook behandelen. Deze folder geeft informatie over deze ingreep en wat u kan verwachten tijdens de opname. Atrium is de medische naam voor boezem. 

Het Hart Long Centrum

Onze zorg

Wat is Ablatie van boezemfibrilleren met een navigatiesysteem?

Boezemfibrilleren


Bij boezemfibrilleren is er sprake van chaotische elektrische activiteit in de boezems van het hart. Deze chaotische elektrische activiteit komt bij de meeste mensen uit de longaders. De longaders zijn de aders waardoor het bloed vanuit de longen terugstroomt naar de linker boezem van het hart. Tijdens de ablatie zullen wij de longaders elektrisch isoleren, waardoor de ritmestoornis niet meer vanuit de longaders in het hart kan komen. Bij de meeste patiënten kan dit het boezemfibrilleren voorkomen. Indien nodig kunnen er ook extra lijnen of punten worden aangebracht, bijvoorbeeld als u een boezemflutter heeft of als het boezemfibrilleren niet (alleen) uit de longaders komt.

Voorbereiding

Wat gaat er vooraf aan het onderzoek of de behandeling?

De opname


Als u geen bloedverdunners gebruikt, moet u hier 3 weken voor de ingreep mee beginnen. Als u deze wel gebruikt moet u deze gewoon doorslikken tijdens de opname. Als u medicijnen gebruikt om ritmestoornissen te voorkomen of te onderdrukken moet u deze meestal drie dagen voor de ingreep stoppen. De instructies ontvangt u in een aparte brief. U wordt opgenomen in het ziekenhuis. Er wordt een elektrocardiogram (ECG) gemaakt, een infuus geplaatst en bloed afgenomen. Als de ablatie vroeg in de ochtend plaatsvindt, wordt u vaak de dag ervoor opgenomen. Als de ablatie later plaatsvindt, wordt u in de ochtend opgenomen.

Het onderzoek / de behandeling

Hoe gaat het onderzoek / de behandeling in zijn werk?

De ingreep

De ingreep wordt uitgevoerd door een cardioloog gespecialiseerd in de behandeling van hartritmestoornissen. Op de hartkatheterisatiekamer gaat u op de behandeltafel liggen. De ingreep vind plaats onder diepe sedatie, dit is een lichte vorm van narcose. Hierover ontvangt u een aparte folder. Terwijl u slaapt, worden de bloedvaten in de rechterlies en heel soms ook de linkerlies aangeprikt. Via de bloedvaten worden katheters (lange flexibele slangen) naar de rechter boezem van het hart gebracht.

Vanuit de rechter boezem gaan een katheter door de dunne wand tussen de boezems (het boezemtussenschot) naar de linker boezem. In de linker boezem wordt met de ablatiekatheter door middel van verhitting en/of elektropulsen (elektroporatie, ofwel ‘pulsed field ablation’) punt voor punt kleine littekens gemaakt in de vorm van een cirkel (afbeelding 2). Door de littekens rondom de longaders kunnen de prikkels niet meer vanuit de longaders naar de boezem komen. Alle vier de longaders worden behandeld. Afhankelijk van de eigenschappen van de linker- of rechter boezem kan het nodig zijn aanvullend ook littekens aan te brengen op andere plaatsen. Deze littekens zorgen ervoor dat de elektrische prikkels die de onregelmatige hartslag veroorzaken worden geblokkeerd.

Einde van de ingreep 

Bij elkaar duurt de ablatie ongeveer 2 tot 4 uur. Als de ablatie voltooid is, dan worden de katheters uit de lies/de liezen verwijderd. Er wordt een hechting geplaatst. U wordt weer wakker. U wordt weer in uw bed geholpen en terug gebracht naar uw kamer op de verpleegafdeling.

Waar moet u op letten direct na het onderzoek / de behandeling?

Na de ablatie


Op de verpleegafdeling mag u weer gewoon eten en drinken. Wel moet u plat op uw rug liggen en mag u het rechter been niet buigen. Na 4 uur wordt de lies/de liezen gecontroleerd en mag u weer overeind en uit bed. U mag normaal gesproken dezelfde dag naar huis. Zorg ervoor dat iemand u met de auto komt ophalen. Doe in de eerste week rustig aan en vermijd zwaar tillen, persen, autorijden, fietsen of sporten om een bloeduitstorting in de lies te voorkomen. Met deze voorzorgsmaatregelen kunt u uw normale dagelijkse activiteiten oppakken. Tijdens de opname krijgt u nog een aparte folder met leefregels na de ablatie.

Wat is de prognose?

Wat zijn mogelijke positieve effecten na ablatie?

  • Een normaal hartritme: ongeveer 70 tot 75 van de 100 patiënten hebben 1 jaar na de ingreep geen boezemritmestoornis meer gehad 
  • Vermindering van klachten of het wegblijven ervan
  • Minder medicijnen

Wat zijn de risico's, bijwerkingen of complicaties?

Wat zijn de risico’s?

Aan de meeste medische ingrepen zijn risico’s verbonden. Ook bij een ablatiebehandeling kunnen complicaties (ongewenste gebeurtenissen) optreden. Deze complicaties zijn: een liesbloeding of zwelling (ongeveer 3 op de 100 ingrepen), een bloeding rond het hart (ongeveer 1 op de 200 ingrepen) en het ontstaan van een TIA (tijdelijke beroerte) of herseninfarct (opgeteld ongeveer 1 op de 200 ingrepen). De kans op ernstiger complicaties is zeer klein. Er is zelden sprake van blijvende schade. De kans op complicaties is voor iedere patiënt weer anders en kan dus alleen bij benadering gegeven worden.

Nazorg

Contact bij problemen na uw onderzoek/behandeling

Vragen?

Wanneer u na het lezen van deze folder nog vragen hebt, kunt u terecht bij uw behandelend cardioloog en/of verpleegkundig specialist. Als u opgenomen bent kunt u ook terecht bij de verpleegkundige en de zaalarts op uw afdeling. De arts die het onderzoek en de behandeling uitvoert, vertelt u steeds wat er gaat gebeuren. Ook dan kunt u vragen stellen. 

Meer informatie