“We willen niet alleen ingrijpen, maar ook vertragen en zelfs voorkomen”
Wat is de kernboodschap van jouw oratie en waarom heb je hiervoor gekozen?
“We hebben enorme vooruitgang geboekt in de behandeling van hartklepziekten. Zo kunnen we tegenwoordig kleppen repareren of vervangen met steeds minder belastende ingrepen. Maar we begrijpen nog onvoldoende waarom deze ziekten ontstaan en waarom het verloop per patiënt zo verschillend kan zijn. Daarvoor is samenwerking nodig tussen cardiologen, genetici, biologen, ingenieurs en andere specialisten. Als we de mechanismen beter begrijpen, kunnen we ziekten eerder herkennen, beter bepalen wie baat heeft bij een ingreep, en hopelijk in de toekomst ook medicijnen ontwikkelen die de ziekte afremmen.”
Wat zijn enkele belangrijke onderzoekslijnen waar jij en je team je mee bezighouden?
“Mijn team en ik onderzoeken hartklepziekten vanuit verschillende invalshoeken. Met geavanceerde beeldvorming proberen we klepziekten eerder te herkennen, de ernst beter te bepalen en beter in te schatten welke patiënt welke behandeling nodig heeft. We willen niet alleen ingrijpen wanneer de ziekte ernstig is, maar ook beter begrijpen hoe we achteruitgang kunnen vertragen of misschien zelfs voorkomen.”
“Daarnaast onderzoeken we waarom klepziekten ontstaan, bijvoorbeeld door genetische aanleg, ontsteking, verkalking of veranderingen in de hartspier. Ook bestuderen we patiënten bij wie het ziekteverloop anders is dan verwacht. Juist die uitzonderingen kunnen ons veel leren. Ons doel is om de risico’s van de individuele patiënt beter te voorspellen en behandelingen persoonlijker te maken.”
Welke rol spelen onderwijs en zorg in jouw visie op dit vakgebied?
“Zorg, onderwijs en onderzoek horen voor mij bij elkaar. In de zorg zie je welke vragen voor patiënten echt belangrijk zijn. In onderzoek probeer je daar antwoorden op te vinden. En via onderwijs geef je die kennis weer door aan de volgende generatie artsen en onderzoekers. Klepziekten vragen om samenwerking tussen verschillende specialisten. Daarom vind ik het belangrijk om jonge collega’s niet alleen kennis en technische vaardigheden te leren, maar ook hoe je goede beslissingen neemt, hoe je patiënten zorgvuldig begeleidt en hoe je samen tot het beste behandelplan komt.”
Wat is iets in de afgelopen jaren dat je écht is bijgebleven?
“Wat mij sterk is bijgebleven, is hoe snel het vakgebied is veranderd. Toen ik begon, waren veel patiënten met ernstige klepziekten te kwetsbaar voor een operatie. Nu kunnen we bij veel van hen een hartklep vervangen of repareren via een katheter, vaak via een klein gaatje in de lies. Dat is indrukwekkend. Daarbij speelt de beeldvormende cardioloog een steeds belangrijkere rol: bij de diagnose én bij de planning en begeleiding van de behandeling. Tegelijkertijd heb ik me gerealiseerd dat technische vooruitgang niet genoeg is en hoe belangrijk het is om de ziektemechanismen zelf beter te begrijpen.”
Als we mogen dromen, waar hoop je dat het vakgebied over 10 à 15 jaar staat?
“Ik hoop dat we dan klepziekten niet alleen kunnen repareren, maar ook beter kunnen voorkomen of afremmen. Daarnaast hoop ik dat we per patiënt beter begrijpen waarom de ziekte ontstaat en hoe snel die zal verlopen. Mijn droom is dat we hiermee van algemene behandelingen naar écht persoonlijke zorg gaan.”
“Daarnaast hoop ik dat we met alle betrokken specialisten blijven samenwerken om het vakgebied van hartklepziekten verder te brengen. En dat we deze cultuur van samenwerking, nieuwsgierigheid en zorgvuldige besluitvorming doorgeven aan de nieuwe generatie.”
De oratie van Nina Ajmone Marsan ‘Klepziekten van het hart: heden, vooruitgang en toekomst’ vindt plaats op 3 juli van 14.00 tot 15.00 uur. Volg deze live via de livestream van de Universiteit Leiden.