Oratie Martin Giera | "Als we deze netwerken goed genoeg begrijpen, kunnen we ze misschien doelgericht beïnvloeden."
Wat is de kernboodschap van je oratie?
“De belangrijkste boodschap is dat alles met elkaar verweven is. Dat geldt voor de biologie, waarin genen, eiwitten en kleine moleculen, metabolieten, elkaar voortdurend beïnvloeden, maar ook voor de wetenschap en de samenleving zelf. Mijn persoonlijke interesse ligt vooral bij het metabolisme: alle chemische processen die ervoor zorgen dat onze cellen en ons lichaam functioneren. Toen ik aan mijn wetenschappelijke carrière begon, zagen we veel metabolieten vooral als brandstof, bouwstenen of afvalstoffen. Inmiddels weten we dat veel van deze stoffen de biologie actief beïnvloeden.
Wat zijn enkele belangrijke onderzoekslijnen waar jij en je team je momenteel mee bezighouden?
“We onderzoeken het metabolisme en in het bijzonder lipiden, oftewel vetten en cholesterol. Een deel van ons werk is heel technisch: we ontwikkelen methoden om deze moleculen zo uitgebreid mogelijk te meten. Het andere deel is biologisch. We willen begrijpen wat deze moleculen precies doen en hoe het metabolisme verandert bij ziekte. We zijn vooral geïnteresseerd in neurodegeneratieve ziekten, zoals multiple sclerose (MS) en de ziekte van Alzheimer, en ontstekingsziekten, zoals MASH en sepsis. Een voorbeeld is ons onderzoek naar het cholesterolmetabolisme. Daarbij onderzoeken we of we cellen kunnen beschermen door het verloop van deze stofwisselingsroute te veranderen en of dit uiteindelijk kan leiden tot nieuwe behandelingen.”
Welke rol spelen onderwijs en patiëntenzorg in jouw visie op dit vakgebied?
“Voor mij horen deze zaken bij elkaar. We werken in een universitair medisch centrum, dus uiteindelijk moet ons onderzoek ten goede komen aan patiënten. Dat betekent niet dat ieder experiment direct een klinische toepassing moet hebben. Fundamenteel onderzoek waarbij we meer kennis opdoen, is essentieel.
“Onderwijs is net zo belangrijk. Ik ben opgeleid als apotheker, maar koos uiteindelijk voor de biochemie, omdat ik het simpelweg leuk vind om dingen uit te zoeken. Ik vind dat we studenten diezelfde vrijheid moeten geven: natuurlijk moeten we ze de basis leren, maar bovenal moeten we ze stimuleren om kritisch na te denken, vragen te stellen en hun eigen ideeën te ontwikkelen.”
Is er een bepaald moment uit de afgelopen jaren dat je echt is bijgebleven?
“Wat ik bijzonder vind, is dat ik nu opnieuw werk aan een enzym genaamd DHCR24, dat ik meer dan twintig jaar geleden voor het eerst tijdens mijn promotieonderzoek bestudeerde. Destijds probeerde ik vooral de biosynthese van cholesterol te begrijpen en remmers te ontwikkelen voor enzymen in deze stofwisselingsroute. Toen ik mijn proefschrift begon te schrijven, bleef er echter een gedachte in mijn achterhoofd zitten: al die biochemische tussenproducten zijn er niet voor niets; deze metabolieten moeten een diepere betekenis hebben. Met de hulp van geweldige samenwerkingspartners en vrienden ontwikkelde dit idee zich verder. Het werd een centraal onderdeel van mijn wetenschappelijke werk en leidde er uiteindelijk toe dat we dit enzym voorstelden als mogelijk aangrijpingspunt voor de behandeling van ontstekingsziekten. Wetenschap ontwikkelt zich zelden volgens plan.”
Wat merken patiënten of de samenleving van jouw werk?
“De meeste patiënten zullen het woord metabolomics waarschijnlijk nooit horen, en dat is prima. Het gaat erom wat we ermee kunnen doen. Ons metabolisme verandert wanneer we ziek worden en die veranderingen kunnen ons veel vertellen over wat er in het lichaam gebeurt. Als we die beter begrijpen, kunnen ze ons mogelijk helpen om ziekten op te sporen, te begrijpen waarom een ziekte zich bij de ene patiënt anders ontwikkelt dan bij de andere, of compleet nieuwe manieren te vinden om ziekten te behandelen. In ons eigen onderzoek proberen we bijvoorbeeld te begrijpen of het beïnvloeden van het cholesterolmetabolisme uiteindelijk een nieuwe manier kan worden om neurodegeneratieve ziekten te behandelen.”
Als je vooruitkijkt, waar hoop je dat het vakgebied over tien tot vijftien jaar staat?
“We zijn inmiddels behoorlijk goed in het meten van enorme aantallen moleculen. Over tien tot vijftien jaar hoop ik dat we veel beter begrijpen wat al die metingen daadwerkelijk betekenen. Hoe bepalen al deze moleculen samen wat er in de biologie gebeurt? Dat is het interessante deel waarmee we verder kunnen gaan dan het metabolisme alleen gebruiken om ziekten te beschrijven. Als we deze netwerken goed genoeg begrijpen, kunnen we ze misschien doelgericht beïnvloeden en de eigen regulerende mechanismen van het lichaam gebruiken om een ziek systeem weer in de richting van een gezondere toestand te sturen.”
De oratie van Martin Giera ‘Everything is intertwined: Metabolism, life, and the logic of interdependence’ vindt plaats op vrijdag 4 september 2026 van 16.15 tot 17.00 uur en is live te volgen via de livestream op de website van de Universiteit Leiden.
