Leren over de vakgrenzen heen: misvattingen rond anticonceptie ontkrachten
Er bestaan veel misvattingen over hormoongebruik en anticonceptie bij vrouwen. Huisarts Jacomine Hogewind vertelt: “Opvallend is dat deze ideeën vaak niet volledig onjuist zijn, maar meestal voortkomen uit misinterpretaties of uit de context gehaalde data. Wat de misvattingen gemeen hebben, is dat ze vaak angst of hoop oproepen. Ze bieden een duidelijke, simpele verklaring of oplossing. Dat terwijl de werkelijkheid juist veel complexer en genuanceerder is. En voor iedere patiënt anders.
In de spreekkamer heeft dit merkbare gevolgen. Patiënten komen met vragen die al gekleurd zijn door wat zij online hebben gezien of gelezen. Soms uit zich dat in zorgen of wantrouwen. Of in uitgesproken verwachtingen over wat hormonen wel of niet doen. Dit maakt dat gesprekken niet alleen gaan over medische feiten, maar ook over het toelichten en nuanceren van informatie. Als arts is het belangrijk om de angsten en zorgen te bespreken en ze in de juiste context te plaatsen. Samen met de patiënt kun je dan kijken hoe deze informatie van toepassing is op een specifieke situatie. Het gaat niet alleen om het corrigeren van misvattingen, maar vooral om het begeleiden van interpretatie. Zo kan er een weloverwogen en persoonlijke keuze gemaakt worden.”
Misvattingen rond de anticonceptiepil
Binnen het Honoursvak ‘Over Feiten en Fabels’ gingen studenten van verschillende studies aan de slag met misvattingen rond de anticonceptiepil. Astrid van Hylckama Vlieg, epidemioloog en coördinator van het vak: “Studenten hebben in tweetallen een mogelijke misvatting rond het gebruik van de anticonceptiepil bestudeerd. Daarbij leerden zij hoe je gezondheidscommunicatie onderzoekt. Onder andere door te analyseren waarom een misvatting wordt geloofd en welk wetenschappelijk bewijs ervoor of ertegen bestaat.”
Susana Valdez, onderzoeker en docent gezondheidszorgcommunicatie bij het Leiden University Center for Linguistics: “We hebben studenten geleerd misvattingen als onderzoeksobjecten te zien. Waar verschijnen ze? Wie spreekt erover? In welke context? Welke taal gebruiken ze? Deze vragen helpen verklaren waarom ze zo volhardend zijn. En daaruit ontstaat inzicht in hoe je effectief communiceert: niet door feiten harder te roepen, maar door werkelijk in te gaan op wat mensen denken en voelen.”
“Tijdens lezingen kregen de studenten handvatten over de werking van de anticonceptiepil, kloppende communicatie en het beoordelen van wetenschappelijk bewijs,” vertelt Van Hylckama Vlieg verder. Daarnaast ontwikkelden ze op onderzoek gebaseerde acties (product of prototype) om de doelgroep beter te informeren. Ook schreven ze een onderzoeksrapport en een zelfreflectie over hun leerproces.”
Enthousiasme
De studenten waren over het algemeen erg enthousiast over het vak. Van Hylckama Vlieg: “Vooral het vakoverstijgende karakter maakte het een mooi vak voor een brede groep aan studenten. Ook de docenten hadden verschillende achtergronden. De combinatie van een docent van linguistics (bestuderen van taal), klinische epidemiologie (bestuderen van de verspreiding, oorzaken en gevolgen van ziekten), een gynaecoloog en een huisarts was erg goed en we hebben met veel plezier samengewerkt.”
De docenten hopen dat ze met dit vak studenten aan het denken hebben gezet en vooral handvatten hebben gegeven voor effectieve communicatie. Van Hylckama Vlieg: “Daarnaast hopen we dat de studenten kritisch kijken naar informatie en zelf hun mening vormen op basis van betrouwbare wetenschappelijke informatie.”
Valdez: “Als ik één ding mag zeggen, is het dit: de realiteit is complex. Hormonen, anticonceptie, gezondheid, het is zelden simpel. Het is gemakkelijk om dat te vereenvoudigen, en daarom gebeurt het ook zo vaak in misinformatie. Studenten hebben geleerd dat goede communicatie niet betekent alles te versimpelen, maar juist: hoe vertel je nuance op een manier die mensen begrijpen en waarderen? Dat is de kunst.”
Samenwerken over vakgrenzen heen
In de nieuw ontwikkelde vakken die het LUMC binnen het Honours College van Universiteit Leiden aanbiedt, werken studenten met verschillende achtergronden samen. Marion Verduijn, Honourscoördinator in het LUMC vertelt: “Veel gezondheidsvraagstukken kunnen gewoonweg alleen vanuit een interprofessionele benadering goed worden opgelost. Dat willen we studenten die extra uitdaging zoeken binnen het Honoursonderwijs al vroeg laten zien en ervaren. Met een diverse studentengroep (met onder andere studenten Geneeskunde, Biofarmaceutische Wetenschappen, Psychologie, en Pedagogische Wetenschappen) op een thema dat velen van hen ook persoonlijk raakt, was de waaier van vragen die studenten stelden in de bijeenkomsten van dit Honoursvak breed en soms verrassend.”
“Het projectwerk in studentenduo’s daagde hen uit om de taken onderling te verdelen naar hun expertise en interesse, en dat samen te integreren in het eindproduct,” vertelt Verduijn verder. “Zo hebben studenten ervaren dat je niet zelf op alle relevante deelonderwerpen kennis hoeft te hebben, en dat verantwoordelijkheid nemen voor je inbreng én vertrouwen in de ander essentieel zijn. Als dat geen belangrijke lessen voor hun (professionele) toekomst zijn!”
Om de beste zorg te bieden, moet je over vakgrenzen heen kijken. Door gezamenlijk te leren, juist ook buiten de muren van het LUMC, worden onze studenten (zorg)professionals die zijn voorbereid op toekomstige gezondheidsvraagstukken. Daarmee leggen we de basis voor betere zorg en snellere, praktische oplossingen. Met interprofessioneel leren werken we samen aan het onderwijs van de toekomst.
