“Met schoon haar voelen patiënten zich weer mens”
Carla Plu en kapster Elze Turk
Kappersfamilie
“Mijn man kwam uit een kappersfamilie. Ik leerde hem kennen in de kapsalon van zijn vader. We werden verliefd en op een dag zei hij: ‘We beginnen een eigen zaak.’ Ik zag een pand te huur staan op de Stationsweg en we waren meteen enthousiast. Vlak voor onze trouwdag op 29 juli 1974 zei hij: ‘Durf je het echt, een eigen zaak?’ Ik zei: ‘Anders trouwen we niet!’ Zo zijn we begonnen. Op 1 oktober gingen we open. In die salon op de Stationsweg kwamen al veel artsen, verpleegkundigen en studenten. Op vrijdagmiddag was het altijd een gezellige boel.”
Start in LUMC
“In de jaren ’80 werd het huidige LUMC gebouwd. Ondernemers konden zich inschrijven voor een plek in het pand. Via zijn contacten bij de Rotary Club – een club van mensen die zich vrijwillig inzetten voor de maatschappij – werd mijn man gevraagd of wij interesse hadden. Hij zei meteen: ‘Ik wil geen kleine kapsalon met twee stoelen, maar een echt bedrijf.’ We schreven ons in en werden gekozen. Zo openden we begin jaren ’90 onze tweede salon. We deden alles: knippen, föhnen, kleuren, permanenten. We specialiseerden ons in haarwerken en pruiken voor mensen die ziek zijn.”
Knipbeurt aan bed
“In het begin gingen we vaak naar patiënten toe om hun haar te knippen aan bed. Daar liet ik speciale grote kappersmantels voor maken. Patiënten konden hun handen in de mantel doen en de mantel bedekte het hele bed. Al het haar viel in de mantel, dus het bed bleef schoon. In de coronatijd veranderde dit en mochten we niet meer aan bed knippen. Maar daarvoor hebben we het wel jarenlang zo gedaan. Niet alleen patiënten waren er blij mee, maar ook de verpleegkundigen. Patiënten konden gewoon in hun eigen kamer blijven liggen.”
Mens voelen
“De laatste jaren kwamen patiënten vaak in een rolstoel en een badjas naar ons toe. Patiënten die lang in bed lagen, vonden het prettig om er even uit te gaan en hun haar te laten doen. Bijvoorbeeld vrouwen die na de bevalling in het ziekenhuis moesten blijven. Mensen vonden het alleen al fijn dat wij hun haar wasten. Op de afdeling gebeurt dat bijna niet meer. Ze krijgen daar een warm washandje, dat is alles. Goed gewassen haar is zó belangrijk. Als je lang ligt, wordt het haar vet en vies. Met schoon haar voelen patiënten zich weer mens.”
Klantengroep
“In de salon kwamen veel patiënten, personeel en bezoekers. Een partner die bijvoorbeeld tijdens een chemobehandeling moest wachten, ging ondertussen even naar de kapper. Artsen en verpleegkundigen belden soms tijdens hun werk om te vragen of er plek was. We hielpen ook veel patiënten die hun haar verloren door chemo. Zij wilden vaak niet naar hun eigen kapper. Wij waren het kaalscheren gewend en ondersteunden ze bij de eerste emoties. Ook als hun haar weer begon te groeien, kwamen ze meestal eerst bij ons, omdat dat vertrouwd voelde.”
Haarwerken en pruiken
“Bijna elke week kwam er een patiënt voor een haarwerk of pruik. Meestal mensen met kanker. Wij deden het aanmeten, bestelden het haarwerk en gaven uitleg over hoe je het goed opzet. Onze kapster Elze Turk deed dat meer dan 25 jaar. Soms kwamen mensen nog een keer terug om samen met Elze oefenen. Als ze de pruik voor het eerst droegen, knipten we die in model. Millimeter voor millimeter. Vroeger organiseerde ik samen met een schoonheidsspecialiste ook voorlichtingsmiddagen voor patiënten en verpleegkundigen. Zij gaf tips over make-up, omdat mensen soms hun wenkbrauwen en wimpers verliezen. Tijdens deze bijeenkomsten praatten we ook over hoe het voelt om je haar te verliezen.”
Donatie van haar
“Als we klanten met lang en gezond haar knipten, vroegen we altijd of ze hun haar wilden laten groeien en doneren. We stuurden dat naar Stichting Haarwensen, die gratis pruiken voor kinderen maakt. Bij het knippen maakten we vijf vlechten van 35 centimeter. We deden elastiekjes in het haar: één strak bij de hoofdhuid, een paar langs de lengte en één vlak boven de plek waar we knipten. Klanten vonden dat er vaak grappig uitzien. De meeste haarwerken zijn tegenwoordig synthetisch en zijn zo mooi dat je het verschil bijna niet ziet. Ze hebben minder onderhoud nodig en zitten meteen goed.”
Moeilijke situaties
“Patiënten vertelden vaak over hun ziekte terwijl ze in de stoel zaten. Ik merkte altijd snel of iemand wilde praten of juist wilde ontspannen. Dat leer je na een tijdje. Soms maakten we ook moeilijke situaties mee. Laatst hadden we nog iemand die heel ziek was en wist dat het de laatste keer was. Zij zei: ‘Ik ben blij dat ik nog ben geweest.’ Het meest aangrijpend vond ik het werken met ernstig zieke kinderen. Daar dacht ik ’s avonds thuis dan nog aan. We maakten ook mee dat familieleden van een overleden patiënt niet meer terugkwamen. Die zeiden dan: ‘Het lukt me niet meer. Als ik het ziekenhuis binnenloop, komt alles terug.’ Dat begrijp ik heel goed.”
Mijn man Arie
“Al die jaren stond ik altijd samen met mijn man Arie in de zaak. We waren elkaar nooit zat. Mensen zeiden wel eens: ‘Jullie zijn de hele dag samen en dan ook nog samen op vakantie.’ Maar wij begrepen elkaar met één blik. Mijn man was heel ondernemend en bedacht allerlei acties: Italiaanse maand, Franse maand, iedereen verkleed, eten erbij, muziek. Klanten vonden dat geweldig. De laatste jaren was mijn man vaak ziek en vorig jaar werd hij opgenomen in het LUMC. Na negen dagen is hij overleden. Hij was een geliefd man. Altijd vrolijk, en klaagde nooit. Bij zijn overlijden kreeg ik heel veel reacties.”
Vrolijkheid
“Het is jammer dat de kapsalon definitief sluit. Onze klanten moeten deze extra service in het ziekenhuis helaas missen. Ik heb geprobeerd de zaak over te dragen, maar kappers vinden het moeilijk om personeel te vinden. Gelukkig hebben Arie en ik de ruim 50 jaar dat we in het vak zaten altijd fijne medewerkers gehad. In juni wordt de salon leeggehaald: de stoelen, spiegels, pruiken, alles gaat weg. Mijn werk is mijn hobby, dus ik ben blij dat ik vriendinnen kan blijven knippen. Het sociale contact ga ik het meest missen. Ik had klanten die ik al veertig of vijftig jaar kende. De gesprekken waren soms zwaar, maar er was ook veel vrolijkheid. Ik heb het gevoel dat we in de salon vooral heel veel mensen blij hebben gemaakt.”
De kapsalon in het LUMC opende begin jaren ’90 onder de naam Euro Coiffeur. In 2008 verkochten Carla en Arie Plu deze vestiging. Een jaar later namen ze de kapsalon weer over en gaven die de nieuwe naam Kapsalon Centraal. Foto onder: Carla en Arie Plu in 2024.

