Die ene patiënt

“Ik herken die blik, tussen hoop en vrees”

4 juni 2026
leestijd
Medewerkers in het LUMC vertellen over die ene patiënt en hoe die hun kijk op het vak heeft veranderd. John van Mullem (65), medewerker telefooncentrale en informatiebalie, maakte mee dat de dochter van zijn vriend op de Intensive Care lag. “Ik begrijp nu pas echt hoe het is om de naaste van een patiënt te zijn.”

Wachtkamer bij Intensive Care

“In de ruim veertig jaar dat ik hier werk, heb ik veel verhalen van patiënten gehoord. Veel mensen kennen mij. Ze denken: ik loop even langs John, want hij weet altijd alles. Dan vertellen ze over hun behandeling of wat er die dag gaat gebeuren. Die verhalen raken mij. Dan denk ik: wat erg dat deze vrouw dit moet meemaken. Laatst zei iemand: ‘Mijn man ligt op sterven, hij wil je nog even zien.’ Maar dat doe ik niet. Ik ga nooit op bezoek bij een patiënt.

“Behalve zes jaar geleden, want toen maakte ik voor het eerst mee dat iemand die ik goed kende in het LUMC lag. Barbara, de dochter van mijn vriend. Ik werkte op de receptie in gebouw 2 toen mijn vriend mij een appje stuurde: Barbara was met hevige buikpijn opgenomen op de Intensive Care (IC). Ik belde meteen de IC-arts en rende naar de IC. Daar vertelde mijn collega dat ze een dissectie had, een scheur in de aorta. Dat is levensbedreigend.”

Meteen bij haar

“Doordat ik in het ziekenhuis werk, kon ik meteen bij haar zijn. Haar vader en de rest van de familie kwamen een uur later. Ik ken mijn vriend al sinds ik bij het LUMC werk en we hebben dertig jaar een relatie gehad. We vertellen elkaar nog steeds altijd alles en kennen elkaar door en door. Hij heeft twee dochters met zijn ex-vrouw, die als mijn eigen kinderen voelen. Dus toen Barbara ineens in het ziekenhuis lag, schrok ik enorm.

“Ze lag bijna een maand in het ziekenhuis. Eerst op de IC, daarna op de verpleegafdeling van Chirurgie. Door complicaties moest haar dunne darm worden verwijderd. Haar darm had te weinig zuurstof gekregen, wat eerst die hevige buikpijn veroorzaakte en later het afsterven van darmweefsel. De operatie was risicovol, maar ze was nog jong en de artsen wilden haar een kans geven. Na de operatie kreeg ze problemen met haar nieren en lever. Ze moest terug naar de IC, waar ze haar wekenlang in coma hielden.”

Verzamelpunt

“In die maand brak ook het coronavirus uit. Op de IC kwamen coronapatiënten te liggen, en Barbara verhuisde naar een andere afdeling. In het begin kon de familie nog in de wachtruimte vlakbij die afdeling zitten, maar later was dat vanwege corona niet meer toegestaan.

“Het was handig dat ik in het LUMC werkte. Bij mij op de telefooncentrale was een aparte ruimte, waar ik vanwege corona in mijn eentje zat. Daar kon de familie die op bezoek kwam, even rustig zitten. Terwijl ik de telefoon opnam, dronken zij een kop koffie. Het was ook fijn dat ik alles wist te vinden in het ziekenhuis. Voor de moeder van Barbara regelde ik een slaapplek, zodat ze vlakbij haar dochter kon zijn. Ik wist ook dat ze in het stiltecentrum een kaarsje kon opsteken voor haar dochter.

“Doordat het bezoek een paar keer per dag kwam, zat ik de hele dag in het familiekringetje. Het klinkt misschien gek, maar dat vond ik wel gezellig. We hadden ook best lang de hoop dat het allemaal goed zou komen.”

Slecht nieuws

“Maar op een gegeven moment kwam het slechtnieuwsgesprek. De artsen vertelden dat Barbara niet meer beter zou worden en  wilden een datum afspreken waarop ze de behandeling zouden stoppen. Dat was een heel zwaar moment. Ook omdat zij een zoon heeft. Hij wilde natuurlijk dat zijn moeder zo lang mogelijk zou blijven leven.

“Op de dag dat ze overleed, werkte ik niet. Het ging al erg slecht met haar. Af en toe mocht er één persoon bij haar zitten, totdat het echt voorbij zou zijn. Maar dat duurde best lang, omdat ze nog jong was en haar lichaam sterk was. Ik wist dat mijn vriend al lange tijd in de grote hal zat te wachten en heel moe was. Ik belde hem en zei: ‘Ik kom je ophalen, want dit kan nog uren duren.’ Ik reed naar het LUMC en zorgde ervoor dat hij zijn bed in ging. Uiteindelijk is ze die avond overleden, met haar moeder en zus naast haar.”

Nooit vergeten

“In de weken daarna dacht ik ook op mijn werk vaak aan haar. Bijvoorbeeld als haar IC-arts bij de balie kwam en vroeg hoe het met me ging. In het begin liep ik soms met patiënten mee naar de IC, omdat ik de plek waar alles was gebeurd nog eens wilde zien. Maar ik vond daar niets, omdat zij daar niet meer was.

“Op een gegeven moment kwam de klap. Ik zat achter de balie in de hal en dacht: waarom ben ik hier? Opeens kon ik niet meer verder werken. De bedrijfsarts adviseerde om een tijdje thuis te blijven. Het was fijn dat ik veel steun kreeg van mijn collega’s en goede begeleiding van de bedrijfsarts.

“Barbara is overleden toen zij 44 jaar was en dat is niet te bevatten. Tegelijkertijd hebben we er vrede mee. We hadden ook niet gewild dat ze als jonge vrouw verder had moeten leven zonder dunne darm. Haar ouders vinden het mooi dat ik in dit interview over haar vertel. Haar moeder zegt vaak: ‘Ik wil dat ze niet vergeten wordt.’ Maar vergeten doen we haar natuurlijk nooit.”

‘Ik weet hoe het is’

“Het was voor het eerst dat iemand uit mijn eigen kring in het LUMC lag. Ik hoor vaak verhalen van patiënten, maar Barbara is mijn eigen verhaal. Daardoor kwam het ineens heel dichtbij. Mijn vriend en ik waren opeens de naasten van een patiënt en later ook de nabestaanden. Wat patiënten in het LUMC meemaken, maakte ik nu zelf mee.

“Daardoor begrijp ik naasten van patiënten nu beter. Ik herken die blik, tussen hoop en vrees. Ik begrijp nu pas echt hoe het is om naar een dierbare op de IC te gaan. Om kaartspelletjes te doen in de wachtruimte. Om slecht nieuws te horen. En om een arts niet meer alleen als collega te zien, maar als de arts van iemand van wie je houdt. Ik heb het allemaal zelf meegemaakt. Ik ken het ziekenhuis goed, maar als naaste van een patiënt voelt alles ineens heel anders.”

Strategie-Banner-Samen in zorg, onderzoek en onderwijs.png