Die ene patiënt | Beveiliger Niels de Nobel

“Stel dat hij echt van het dak was gesprongen?”

19 maart 2024
leestijd
Medewerkers in het LUMC vertellen over die ene patiënt en hoe die hun kijk op het vak ingrijpend heeft veranderd. Beveiliger Niels de Nobel (30) stond opeens in de kamer van een kind dat op sterven lag. “Ik was heftige situaties gewend, maar het verdriet van de ouders raakte mij diep.”

“Zo’n vijf jaar geleden kreeg ik tijdens de ochtenddienst een melding: ‘Er is een man onderweg van de Intensive Care Kinderen naar het helikopterdek. Hij wil van het dak springen.’ Het helikopterdek was op de dertiende verdieping. Ik rende met mijn collega supersnel naar de liftschacht van toren J. Via de portofoon hoorde ik dat hij inmiddels op de zevende verdieping was. Toen we daar aankwamen, zagen we twee verpleegkundigen in de deuropening van een lift staan.

“In de lift zat een grote, gespierde man op de grond. Die beer van een vent zouden we zelfs met twee man niet aankunnen. Ik pakte mijn portofoon en riep bij mijn collega’s versterking op.

“Ondertussen hoorde ik de verpleegkundigen tegen de man praten. ‘Ga mee terug naar de Intensive Care,’ zeiden ze een paar keer tegen hem. ‘Je kind en je vrouw hebben je nu nodig.’ Op dat moment wist ik nog niet dat zijn kind op sterven lag. De man wilde van het dak springen om zijn kind op te kunnen vangen in het hiernamaals.

Tranen in hun ogen

“In de lift bleven de verpleegkundigen rustig op de man inpraten. Ik stond op scherp, er gingen allerlei scenario’s door mijn hoofd. Je weet nooit wat er in zo’n situatie gaat gebeuren. Uiteindelijk lukte het de verpleegkundigen om hem mee te krijgen en liepen ze via het trappenhuis terug naar de Intensive Care. Wij liepen er met vier beveiligers achteraan.

“Op de Intensive Care gingen ze een kamer binnen. Wij bleven voor de deur staan, nog stijf van de adrenaline en super alert. Ik had geen idee wat er precies aan de hand was. Opeens hoorden we geschreeuw. In de kamer zag ik de man met zijn hoofd op de grond bonken en een oudere man die hem probeerde tegen te houden. We hebben hem toen alsnog vastgepakt, om hem tegen zichzelf te beschermen.

“En toen stond ik daar dus opeens, in de kamer van het kind. Links in de hoek stonden drie artsen met tranen in hun ogen. Rechts zat de moeder op een stoel, met haar stervende kind in de armen.

Vaker heftige situaties

“Ik wist toen nog niet dat het kind een ongeneeslijke ziekte had. Haar ouders waren met crowdfunding gestart voor een experimentele behandeling in het buitenland. Maar die behandeling kwam te laat. De vader van het kind wist zich geen raad met het enorme verdriet.

“Als beveiliger was ik best wat gewend. Elke dag kom ik mensen tegen die psychisch in de war zijn, stijf staan van de drugs of zich agressief gedragen. ’s Nachts nemen wij het werk over van de collega’s van Logistiek. Dan brengen we buisjes bloed naar het lab, maar rijden ook overleden patiënten naar het mortuarium. Ik maakte vaker heftige dingen mee en daar kon ik altijd wel mee omgaan.

“Maar ik wist nu: een klein kind dat op sterven ligt, dat moet ik niet elke dag meemaken. Het kind had al een leven opgebouwd. Het zat op school, had vriendjes en vriendinnetjes. Ik had toen zelf nog geen kinderen, maar het verdriet van de ouders raakte mij diep. 

‘Thuis had ik zitten malen’

“Die middag en ook later kon ik er goed met mijn collega’s over praten. Met de jongens van Beveiliging die erbij waren en de verpleegkundigen van de Intensive Care. Dat is een voordeel: je gaat nooit in je eentje op een incident af. Daardoor zijn er altijd mensen die hetzelfde hebben meegemaakt. Ik ben blij dat ik ook toen mijn ei kwijt kon bij collega’s. Anders had ik thuis gaan zitten malen. Door erover te praten, kon ik daarna weer gewoon aan het werk. 

“Twee jaar geleden kreeg ik een soortgelijke melding via de portofoon: ‘Er staat een patiënt op het dak van de parkeergarage. Hij wil springen…’. Dit keer stond er ook echt iemand op het dak. Toen hij over de reling klom, konden we hem nog net vastpakken. Ook op die dag dacht ik terug aan het stervende kind en haar vader. Stel dat de vader vijf jaar geleden echt van het dak was gesprongen? Gelukkig konden de verpleegkundigen hem tegenhouden in de lift.

“Ik krijg nog steeds kippenvel als ik erover praat. Het verdriet van de vader om zijn kind is het moeilijkste dat ik ooit heb meegemaakt. Als ik naar huis ga en naar buiten loop, kijk ik vaak even met een schuin oog naar het dak.”

Denk je aan zelfdoding? Neem dan 24/7 gratis en anoniem contact op met 0800-0113 of chat op 113.nl.