Laparoscopische operatie

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Gynaecologie 

Deze folder dient als aanvulling op het gesprek dat uw behandelend arts met u voert. Mocht u naar aanleiding van deze informatie nog vragen hebben dan kunt u daarmee terecht bij uw behandelend arts of bij de verpleegkundige.

De laparoscopische operatie

Er bestaan verschillende redenen om een laparoscopische operatie te adviseren. De meest voorkomende bespreken wij in deze folder. Over een aantal afwijkingen bestaan aparte folders of brochures. U kunt uw gynaecoloog hierom vragen.

Bij de operatie zijn vaak de baarmoeder, de eileiders of de eierstokken betrokken. Daarom geven wij eerst algemene informatie over deze organen. Vervolgens wordt beschreven wat er tijdens de operatie gebeurt, welke risico's hieraan verbonden zijn, hoe u tot een beslissing komt, en waarmee u voor en na de operatie rekening moet houden.


De baarmoeder, eileiders en eierstokken

De normale baarmoeder (uterus) heeft de vorm en grootte van een omgekeerde peer. Aan de brede bovenkant monden twee eileiders (tubae) in de baarmoeder uit. Deze dunne, soepele buisjes, die zo'n 8-10 cm lang zijn, beginnen bij de baarmoeder en eindigen bij de eierstokken. Normale eierstokken (ovaria) zijn ongeveer 3 cm in doorsnede. Bij een laparoscopische operatie ziet de arts doorgaans de eileiders en eierstokken, evenals het bovenste deel van de baarmoeder (het baarmoederlichaam, corpus uteri). Het onderste deel van de baarmoeder dat in de vagina (schede) uitmondt, de baarmoedermond of baarmoederhals (cervix of portio) is niet zichtbaar tijdens de operatie.

Baarmoeder, eileiders en eierstokken liggen niet los in de buik, maar zitten met bindweefselbanden vast onder in het bekken.


Wat is een laparoscopische operatie en waarom adviseert de gynaecoloog zo’n operatie?

Laparoscopie betekent: in de buik (laparo) kijken (scopie). De operatie gebeurt onder algehele verdoving (narcose).
De gynaecoloog maakt (meestal) een sneetje van ongeveer 1 centimeter in de navel en brengt door dat sneetje een dunne holle naald in de buikholte.

Hierdoor wordt de buik gevuld met onschadelijk koolzuurgas. Zo ontstaat ruimte in de buik om de verschillende organen te zien. Daarna brengt de gynaecoloog via hetzelfde sneetje de kijkbuis (laparoscoop) in de buik en sluit deze aan op een videocamera. De baarmoeder, eileiders en eierstokken zijn zo zichtbaar op de monitor.

Bij het vermoeden op het bestaan van verklevingen onderin de buikholte of een sterk vergrote baarmoeder of eierstok kan de gynaecoloog besluiten de naald en de laparoscoop hoger in de buik in te brengen, bijvoorbeeld via een sneetje onder de ribbenboog. Afhankelijk van de aard van de operatie worden één of meerdere kleine sneetjes gemaakt om de hulpinstrumenten in de buikholte te kunnen brengen.

Via de vagina en de baarmoederhals brengt de gynaecoloog soms een instrument in de baarmoederholte om de baarmoeder tijdens te operatie te bewegen. Tot slot kan ook in de vagina, achter de baarmoedermond, een snee gemaakt worden. Hierdoor is het bijvoorbeeld mogelijk een vergrote eierstok of een vleesboom uit de buikholte te verwijderen.

Gynaecologen gebruiken de techniek van laparoscopie al vele jaren. Door verbeteringen van het instrumentarium is het mogelijk steeds uitgebreidere operaties te doen. Zo is het in toenemende mate mogelijk het openen van de buikholte met een grotere snede te voorkomen.

Bij een laparoscopische operatie blijft de buikholte afgesloten. In vergelijking met een ‘gewone’ operatie treedt minder prikkeling van het buikvlies op en werken de darmen na afloop sneller. De kleinere sneetjes veroorzaken minder wondpijn. Hierdoor is ook het verblijf in het ziekenhuis korter en gaat het herstel thuis doorgaans sneller. Wel duurt de operatie soms iets langer. De ervaring van uw gynaecoloog en het soort operatie spelen een rol bij de operatieduur.


Redenen voor een laparoscopische operatie

Uw gynaecoloog kan u een laparoscopische operatie adviseren voor verscheidene doelen. Hieronder komen een aantal redenen voor een laparoscopische operatie ter sprake.

Een cyste van de eierstok of een vergrote eierstok

Een cyste is een met vocht gevulde holte in de eierstok. Niet alle cysten hoeven geopereerd te worden. Rond elke eisprong is er in de eierstok een kleine holte met vocht en daarin een eicel. Dit noemt men een follikel. Zo'n follikel groeit soms door. We spreken dan van een persisterende (=aanwezig blijvende) follikel. Deze verdwijnt meestal uit zichzelf in één of enkele maanden. Soms adviseert de gynaecoloog een hormoonbehandeling. Een andere naam voor zo een uit zichzelf verdwijnende cyste is een functionele cyste. Als een cyste niet verdwijnt, kan vanaf een bepaalde omvang een operatie worden geadviseerd.

Er kan sprake zijn van een cystadenoom: een goedaardige afwijking waarbij zich slijm of ander vocht in de eierstok ophoopt. Een eierstok kan ook in zijn geheel vergroot zijn. Vaak is er dan sprake van een dermoïd, ook wel een wondergezwel genoemd.

Allerlei soorten weefsel kunnen hierin aanwezig zijn, zoals haren, botten en talg. Soms wordt de cyste of vergrote eierstok ontdekt omdat u klachten hebt; in andere gevallen is het een toevalsbevinding. Om uw klachten te verhelpen of om toekomstige klachten te voorkomen, kan de gynaecoloog een operatie adviseren. Deze bespreekt, voor de ingreep, met u of de hele eierstok verwijderd moet worden óf alleen de cyste. In dit laatste geval blijft een deel van de eierstok behouden.

Soms is het pas tijdens de operatie mogelijk om te beoordelen of alleen de cyste verwijderd kan worden of dat het noodzakelijk is de hele eierstok weg te nemen. Met één eierstok is zwanger worden  ook mogelijk en komt u niet voortijdig in de overgang. Pas bij het verwijderen van beide eierstokken is een zwangerschap onmogelijk. Ook komt u dan, wanneer u dat niet was, in de overgang.


Steeldraai

Het kan voorkomen dat door vergroting van een eierstok, deze om zijn as draait met afknelling van de bloedvaten naar de eierstok tot gevolg. Dit gaat over het algemeen gepaard met  hevige pijn. Wanneer er bij echografisch en/of lichamelijk onderzoek een verdenking is op een steeldraai, kan door de arts worden voorgesteld een laparoscopie te verrichten.

Wanneer er inderdaad sprake is van een steeldraai zal deze worden teruggedraaid en in geval van een cyste kan worden besloten tot het verwijderen van de cyste (zodat de eierstok weer een normale afmeting krijgt en de kans op een nieuwe steeldraai vermindert).


Het verwijderen van normale eierstokken

Bij sommige vormen van borstkanker adviseert de arts om gezonde eierstokken te verwijderen, bijvoorbeeld als de kanker gevoelig is voor vrouwelijke hormonen die de eierstokken maken. Ook bij vrouwen met verscheidene nabije familieleden met eierstokkanker, bij wie een genetische mutatie (bijvoorbeeld BRCA) is vastgesteld, speelt soms de overweging gezonde eierstokken te verwijderen om kanker te voorkomen.

Endometriose

Bij endometriose bevindt het slijmvlies dat de binnenkant van de baarmoeder bekleedt, zich ook buiten de baarmoeder: in de buikholte of in de eierstokken. De menstruaties zijn vaak pijnlijk omdat ook deze gebieden bloeden. In de eierstok kan zich bloed ophopen. Dit bloed lijkt bij openen van de cyste op chocolade en men spreekt dan ook van ‘chocoladecysten’.

Endometriose kan ook verklevingen veroorzaken. Er bestaan verschillende behandelingsmogelijkheden voor endometriose, zoals hormonen of een operatie. Uw gynaecoloog bespreekt met u welke behandeling voor u het meest geschikt is. Ook kunt u vragen naar de folder Endometriose van de NVOG.

Bij een laparoscopische operatie kan een chocoladecyste verwijderd worden. Ook is het mogelijk kleine plekjes (‘haardjes’) van endometriose door middel van verhitting weg te branden. Bij ernstige verklevingen als gevolg van ‘diepe’ endometriose, waarbij bijvoorbeeld darmen en/of blaas betrokken zijn, kan een laparoscopische operatie complex en risicovol zijn.

Bij vermoeden van diepe endometriose zal eerst uitgebreide beeldvorming (echografie en/of MRI) gemaakt worden en zo nodig overleg met andere specialisten, zoals chirurg of uroloog, plaatsvinden, zodat er in overleg met u een afgewogen besluit kan worden genomen.

Hydrosalpinx

Door een vroeger doorgemaakte ontsteking kan een eileider zijn afgesloten. Wanneer zich daarin vocht verzamelt, spreken we van een hydrosalpinx (hydro = vocht, salpinx = eileider). Meestal zijn er geen klachten, soms komen pijnklachten voor. Vaak is er sprake van verminderde vruchtbaarheid.

Afhankelijk van klachten en kinderwens bespreekt de gynaecoloog of een behandeling nodig is en zo ja welke. Bij het ontbreken van klachten en kinderwens, is behandeling zelden noodzakelijk. Bij kinderwens beoordeelt de gynaecoloog eerst hoe de andere eileider er uitziet en of het verstandig is de hydrosalpinx te verwijderen of te openen. Wanneer beide eileiders verstopt of verwijderd zijn, is IVF de enige mogelijkheid om zwanger proberen te worden.


Buitenbaarmoederlijke zwangerschap

Een buitenbaarmoederlijke zwangerschap noemt men ook wel een extra-uteriene graviditeit, vaak afgekort als EUG (extra = buiten, uterus = baarmoeder, graviditeit = zwangerschap). De zwangerschap bevindt zich buiten de baarmoeder, meestal in de eileider. Kleine buitenbaarmoederlijke zwangerschappen sterven soms uit zichzelf af. Het lichaam ruimt ze dan op. Soms is een medicijn (methotrexaat) nodig om dit proces te bespoedigen.

Bij grotere buitenbaarmoederlijke zwangerschappen of bij een bloeding door het barsten van de eileider kan een laparoscopie noodzakelijk zijn. Meestal is de beste behandeling de gehele eileider met de buitenbaarmoederlijke zwangerschap te verwijderen of, wanneer de andere eileider lijkt te zijn afgesloten, tot het ‘uitpellen’ van de zwangerschap uit de eileider. Pas tijdens de operatie wordt duidelijk wat de beste behandeling voor u is.


Myomen

Myomen (vleesbomen) zijn goedaardige verdikkingen in de spierwand van de baarmoeder. Meestal geven ze geen klachten, maar soms is er overmatig bloedverlies, buikpijn of verminderde vruchtbaarheid. Behandeling is alleen nodig in het geval van klachten. Hormonen kunnen de groei van myomen remmen, in andere gevallen adviseert de gynaecoloog een operatie. Het is afhankelijk van het aantal, de grootte en de plaats van de vleesbomen of een laparoscopische operatie mogelijk is. Uw gynaecoloog bespreekt dat met u. Ook kunt u vragen naar de brochure Myomen van de NVOG.

Verklevingen

Verklevingen (adhesies) kunnen ontstaan door ontstekingen, vroegere operaties of endometriose. Meestal geven ze geen klachten en is een operatie niet nodig. Pijnklachten worden maar zelden door verklevingen veroorzaakt. Soms spelen verklevingen een rol bij verminderde vruchtbaarheid. In zeer zeldzame gevallen kunnen verklevingen een darm gedeeltelijk of geheel afsluiten. Dan is een operatie wel noodzakelijk. Verklevingen kunnen een operatie wel lastiger uitvoerbaar maken.


Verwijdering van de baarmoeder

Wanneer er een advies is om de baarmoeder te verwijderen (uterusextirpatie) en het is niet mogelijk om dit via de schede te verrichten, is een laparoscopische baarmoederverwijdering de standaardbehandeling in Nederland. Voor uitgebreide informatie over het verwijderen van de baarmoeder (uterusextirpatie) verwijzen wij naar de brochure ‘Het verwijderen van de baarmoeder bij goedaardige aandoeningen’.

Essure verwijdering

De Essure sterilisatietechniek betreft hysteroscopisch (via de schede) geplaatste veertjes van metaal met siliconen in de eileiders, die door het laten dichtgroeien van de eileiders een zwangerschap moet voorkomen. Sinds 2015 is in het nieuws gekomen, dat een deel van de vrouwen met deze veertjes klachten heeft ontwikkeld, waarvoor een verwijdering van de Essures verzocht kan worden.

Het LUMC biedt laparoscopische verwijdering van de veertjes aan, waarbij u in overleg met uw gynaecoloog besluit tot operatieve verwijdering van de eileiders met (soms) een deel van de baarmoederspier. In Nederland worden alle vrouwen die deze ingreep ondergaan gevraagd een vragenlijst in te vullen over hun klachten vooraf en na de verwijdering. De ingreep vindt, in de meeste gevallen, in dagbehandeling plaats.

Risico's en complicaties

Wij bespreken hier een aantal mogelijke gevolgen en complicaties van laparoscopische operaties. Bedenk bij het lezen dat het om mogelijke gevolgen gaat; de meeste laparoscopische operaties verlopen ongecompliceerd. De meeste hieronder genoemde risico’s en complicaties kunnen ook optreden bij een niet-laparoscopische operatie.

De meest voorkomende complicatie bij een (laparoscopische) operatie is het optreden van een infectie. Bij een uitgebreide laparoscopische operatie wordt daarom vlak voor het begin van de operatie eenmalig antibiotica via het infuus toegediend. Bij kleinere laparoscopische ingrepen is dit niet nodig.

Bij elke operatie bestaat door lang stilliggen tijdens ingreep en de eerste dag(en) hierna een licht verhoogd risico op het optreden van trombose (stolselvorming, bijvoorbeeld trombosebeen of longembolie). Daarom krijgt elke patiënte in het LUMC na de operatie een antistollingsmiddel (Fraxiparine) toegediend. Wanneer u dezelfde dag na de operatie weer uit bed kunt en/of uit het ziekenhuis wordt ontslagen, is dit eenmalig. Bij sommige patiënten kan uw arts adviseren de antistolling gedurende een langere periode te blijven gebruiken.

Heel zelden wordt er tijdens een laparoscopische operatie onverhoopt schade veroorzaakt aan organen die de baarmoeder, eileiders en eierstokken omringen. Dit kunnen zijn de blaas, urineleiders, bloedvaten en darmen. Dit risico is kleiner dan één procent. Soms kunnen pas klachten optreden wanneer u weer thuis bent. Daarom krijgt u de instructie bij onbegrepen buikpijn of koorts de afdeling Gynaecologie te bellen.

Een specifiek risico van een laparoscopische operatie is dat deze niet als laparoscopie voltooid kan worden. Er moet dan een buiksnede (conversie) gemaakt worden, bijvoorbeeld een bikinisnede. Dit besluit komt zelden voor en is niet per se een complicatie, maar wel een besluit wat voor uw veiligheid genomen kan en moet worden om de operatie te kunnen afronden. Uw behandelend gynaecoloog zal dit vooraf aan de ingreep met u bespreken. Een conversie is niet altijd goed vooraf in te schatten. Risicofactoren voor een conversie kunnen zijn het bestaan van ernstige verklevingen, een vergrote baarmoeder of fors overgewicht.

Wanneer een conversie is gemaakt, moet u rekening houden met een langer ziekenhuisverblijf en langduriger herstel thuis.  
Tijdens de laparoscopie wordt een blaaskatheter geplaatst. Er is hierdoor een (klein) risico op een blaasontsteking. Elke operatie kent risico’s. Wanneer u gezond bent, zijn deze risico’s klein.

De beslissing

Het is belangrijk dat u zelf achter de beslissing tot operatie staat. Bij laparoscopische operaties hebt u meestal ruim de tijd om na te denken. Het gaat immers meestal om goedaardige afwijkingen. De enige uitzondering is een buitenbaarmoederlijke zwangerschap of een steeldraai van de eierstok. Hierbij kan het van belang zijn om snel te handelen.

Voordat u de definitieve beslissing neemt tot een operatie, is het verstandig na te gaan of de volgende vragen beantwoord zijn:
  • Wat is de reden voor de operatie?
  • Als u geen klachten hebt: is behandeling echt noodzakelijk?
  • Als u wel klachten hebt: hoe groot is de kans dat deze zullen verminderen of verdwijnen na de operatie?
  • Zijn er andere behandelingsmogelijkheden, bijvoorbeeld met medicijnen? Welk resultaat is daarvan verwachten?
  • Wat wordt er verwijderd en wat zijn de gevolgen daarvan?
  • Waar komen de littekens op de buik en komt er een litteken in de vagina?
  • Bent u op de hoogte van mogelijke risico's en complicaties?
  • Hebt u voldoende informatie en tijd gehad om een weloverwogen beslissing te nemen?


Als u besloten hebt tot een operatie

De gynaecoloog bespreekt met u hoe lang de verwachte ziekenhuisopname is en wanneer u wordt opgenomen. Dit kan de dag van de operatie zijn of de dag ervoor. Meestal vindt er poliklinisch vooronderzoek plaats; eenalgemeen lichamelijk (gynaecologisch) onderzoek, een echografie en zo nodig bloedonderzoek. Daarnaast moet u gezien worden door de anesthesioloog (de arts die de narcose geeft tijdens de operatie).

Voordat u wordt opgenomen, is het aan te raden een en ander te regelen voor de periode na het ontslag uit het ziekenhuis. Ook al hebt u geen zichtbare grote buikwond, u kunt nog wel pijn hebben en zich slap voelen. Afhankelijk van de zwaarte van de operatie en de situatie thuis hebt u na thuiskomst soms enige hulp nodig. Bespreek dit van tevoren met uw gynaecoloog of huisarts.

Als u buitenshuis werkt moet u over het algemeen rekenen op enkele dagen tot enkele weken afwezigheid. De zwaarte van de operatie en de snelheid van uw herstel spelen hierbij een rol. De eerste dagen kunt u over het algemeen al wel voor u zelf zorgen, maar niet voor een gezin. Vaak bent u sneller moe en kunt u minder aan dan u dacht. In dat geval is het verstandig toe te geven aan de moeheid en extra te rusten. Te hard van stapel lopen heeft vaak een averechts effect. Uw lichaam geeft aan wat u wel en niet aankunt. Daarnaar luisteren is belangrijk.

Als u zich voelt opknappen kunt u geleidelijk uw activiteiten uitbreiden. Een vlotter herstel bij een laparoscopische operatie in vergelijking met een operatie via buiksnede is een van de voordelen van deze benadering. Echter, ‘van binnen’, kan er nog steeds sprake zijn van een uitgebreide operatie. Bij ontslag krijgt u een folder met verpleegkundige adviezen mee.


Bloedverlies

U kunt na de operatie bloedverlies hebben uit de schede. Dit kan variëren van een paar dagen tot twee weken.

Hechtingen

De inwendige hechtingen die eventueel gebruikt zijn, lossen van zelf op. De huidhechtingen kunnen ofwel zelfoplosbaar (in twee tot vier weken) zijn, of moeten door de huisarts (meestal een week na de ingreep) verwijderd worden. Het soort hechting en eventuele noodzaak tot verwijdering wordt met u besproken tijdens het ontslaggesprek.

Zolang er nog wondvocht uit de wondjes komt, is het verstandig een pleister of een gaasje aan te brengen. Als de wondjes droog zijn is dit niet meer nodig.

Douchen en baden

U mag gerust douchen. Zolang u bloedverlies uit de schede heeft, wordt baden, zwemmen, gemeenschap of tampongebruik ontraden. Maandverband is geen probleem.

Seksualiteit

Na sommige operaties is er een litteken in de schede. Uw gynaecoloog zal adviseren om tot de poliklinische nacontrole (ongeveer zes weken na de operatie) geen gemeenschap (samenleving) te hebben en geen tampons te gebruiken. Er is niets op tegen om al eerder seksueel opgewonden te raken of te masturberen. Als er geen litteken in de schede aanwezig is, mag u eerder gemeenschap hebben. De buik kan de eerste tijd nog gevoelig zijn. Advies is om alleen datgene te doen wat prettig is.


Nacontrole

Na iedere operatie krijgt u een afspraak voor nacontrole op de polikliniek. Indien er weefsel is verwijderd tijdens de operatie, krijgt u telefonisch de uitslag van het weefselonderzoek, tenzij anders met u besproken. De gynaecoloog bespreekt met u of verdere controle of behandeling nodig is. Ook krijgt u adviezen over werkhervatting en natuurlijk kunt u zelf ook vragen stellen.


Wanneer moet u contact opnemen met het ziekenhuis?

Als u na de operatie koorts krijgt, hevige buikpijn of hevig bloedverlies, ook al gebeurt dit een paar dagen na de operatie, moet u telefonisch contact opnemen met de afdeling Gynaecologie. Na overleg wordt u dan door de dienstdoende arts teruggebeld. Zie ook de verpleegkundige adviezen die u bij ontslag uit het ziekenhuis mee krijgt.


Juli 2017