Blog Oncologie - Wat een mooi beroep

Een jonge patiënt wil graag naar huis, maar de tijd dringt. Een verpleegkundige bij het LUMC vertelt over de moeilijke afwegingen en het afscheid dat volgt. Verdriet en machteloosheid gaan die dag samen met intense liefde en verbondenheid. Dit persoonlijke verhaal laat zien wat het betekent om er voor een patiënt en de familie te zijn, juist wanneer beter worden niet meer mogelijk is.

Donderdagochtend 6 uur. 

Mijn wekker gaat en met tegenzin stap ik onder de douche. In de trein ben ik met mijn hoofd al aan het werk. Ik denk aan de laatste week waarin het druk was op de afdeling. 

Als ik op de afdeling aangekomen ben en de verpleegpost inloop gaan mijn ogen gelijk richting zijn kamer. Zijn naamsticker hangt er nog. Ik draai me om en zie dat ik ingedeeld sta bij deze zieke patiënt. Ik lees zijn dossier. Ik ken zijn verhaal.  Wie niet, na een lange periode bij ons op de afdeling. De laatste weken heb ik veel voor hem gezorgd. Twee dagen geleden was ik bij het gesprek waarin de grote zorgen over zijn snelle achteruitgang besproken werden. De beslissing om te stoppen met de behandeling werd de dag erna genomen. Er werd meteen een aanvraag opgestart om zijn laatste wens te kunnen vervullen: terug naar het huis van zijn ouders. 

Donderdagochtend 8 uur. 

Ik stap de kamer binnen, het is er nog donker. Ik maak een klein lichtje en zie hem liggen. Zijn gezicht bruin, groen. Wit, grijze haren, witte wimpers zonder pigment. Zijn buik alsof hij 6 maanden zwanger is. Aan het bed een urinezak met colakleurige urine. Zijn moeder is blijven slapen en vertelt dat de nacht goed is geweest. 

Om 9:30 uur komt het palliatieve advies team en het ontslagburo langs bij de patiënt om het ontslag verder te kunnen regelen. Ik geef aan dat ik me afvraag of hij nog naar huis kan, of de rit naar het huis van zijn ouders niet te belastend voor hem is. Ik ben blij als de transferverpleegkundige dit voor me vertaalt in de woorden: ”We zijn bang dat je doodgaat in de ambulance en niet levend aankomt in het huis van je ouders.

Na overleg met de arts besluit ik om zijn vader te bellen. Ik vraag hem naar het ziekenhuis te komen. Ik voel en zie aan alles dat het niet goed gaat. Dit gaat zo snel… Ik vraag aan de arts om af te zien van overplaatsing naar huis. Zij wil de situatie nog een uur aankijken. Ik weet dat de tijd ons gaat inhalen en voel me machteloos. Want wie ben ik om de laatste wens van deze jongen tegen te houden. Wel regelen we dat de buurman de hond komt brengen om afscheid te nemen. Inmiddels zie ik al dat mijn patiënt niet meer plast, hij reageert suf, kan bijna niet praten. Met zijn laatste krachten praat hij nog met zijn ouders en zusje die verslagen aan zijn bed zitten. Ik besluit om ze met rust te laten. Ze tijd te geven om afscheid te nemen. 

Donderdag middag 14:22 uur. 

De bel gaat. Ik loop de kamer in en zie moeder en zusje op de grond zitten, hard huilend. Moeder vertelt dat hij is gestopt met ademen. Ik vertel haar naast hem te gaan zitten en nog iets tegen hem te zeggen. Dit doet ze en na een laatste ademteug is het stil…

31 jaar…

Ik voel mezelf daar staan, als getuige van een heel bijzonder en intiem moment. Ik adem in en uit en ik kan alleen maar kijken naar dit tafereel. 

Als ik een kwartier na het schouwen de kamer inloop zie ik hem liggen, zo stil.  Het lijkt net of hij slaapt. Zijn moeder ligt dicht tegen hem aan. Het ontroert me… Ik besef en voel opnieuw wat een eer ik heb om getuige te mogen zijn van intens verdriet en intense liefde. 

16:45 uur. 

In de trein denk ik na over deze dag en voel ik dankbaarheid dat ik zo dicht bij mensen mag staan in de moeilijkste momenten van hun leven. Wat een mooi beroep heb ik toch!