Risico’s cytomegalovirus voor ongeboren baby groter dan gedacht

24 januari 2017• PERSBERICHT

Als een zwangere vrouw cytomegalovirus (CMV) oploopt, zijn de risico’s voor de ongeborene groter dan oorspronkelijk werd gedacht. Terwijl het niet altijd duidelijk is dat het om dit virus gaat, aldus Marjolein Korndewal. Zij promoveerde op dinsdag 24 januari aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).  

CMV is een veelvoorkomend virus. Meer dan de helft van de Nederlanders heeft een infectie met CMV gehad. Het virus komt onder meer voor in het speeksel en de urine van jonge kinderen. CMV geeft meestal geen klachten en wordt daarom bijna niet opgemerkt. Een aangeboren CMV-infectie kan ontstaan tijdens de zwangerschap, waarbij het virus wordt overgedragen van de moeder op het ongeboren kind. De zwangere merkt meestal niet dat ze dit virus heeft opgelopen. 

Hielprikkaarten

Korndewal heeft voor haar onderzoek – dat zij deed in samenwerking met het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) - gekeken naar de gevolgen van een aangeboren CMV-infectie bij kinderen tot 6 jaar oud. Zij bekeek bij ruim 30.000 hielprikkaarten of deze jonge kinderen inderdaad een aangeboren CMV-infectie hebben. 

Hieruit bleek dat 1 op de 200 Nederlandse kinderen een aangeboren CMV-infectie heeft. Dit komt neer op bijna 1000 kinderen per jaar. De gevolgen van een aangeboren CMV-infectie zijn uiteenlopend. Sommige kinderen worden geboren met een klein hoofd en hersenafwijkingen. Op lange termijn kunnen kinderen last krijgen van gehoorverlies en een ontwikkelingsachterstand op het gebied van leren, bewegen en spraak en taal. Bijna een kwart van alle kinderen met een dergelijke virusinfectie heeft deze problemen. 

Bewustwording

Korndewal pleit daarom om de hielprikkaart te onderzoeken bij kinderen die last hebben van gehoorverlies. Daardoor kan het virus eerder worden opgespoord. Volgens haar kan een aangeboren CMV-infectie in sommige gevallen worden voorkomen. Zij raadt zwangeren en vrouwen met een kinderwens aan om het delen van eten, spenen, bekers en bestek met kleine kinderen te mijden. Ook moeten de handen goed worden gewassen na het verschonen van een plasluier. Het virus kan namelijk in het speeksel of de urine van jonge kinderen zitten. Dezelfde boodschap wordt ook uitgedragen door het RIVM. Ook wil Korndewal meer bewustwording bij zwangeren en zorgverleners van deze aangeboren infectie en de gevolgen die dit virus kan hebben. Zij pleit ook voor verder onderzoek naar goedwerkende vaccins. 

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.