Gezichtsveldonderzoek (GVO)

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Oogheelkunde

Het gezichtsveld 

Als we met één oog naar een punt kijken, zien we veel méér dan dat punt alleen. We zien een groot gebied, hoewel minder scherp dan het punt waarnaar we kijken. Dit gebied heet het gezichtsveld. 


Het gezichtsveld is het hele gebied dat we kunnen overzien, terwijl we rechtuit kijken. Het gezichtsveld is het omgevingszien (het gehele gebied dat een oog zonder te bewegen kan overzien), het perifere zien genoemd. Het gezichtsveld is van groot belang in het dagelijks leven, bijvoorbeeld om te voorkomen dat we ergens tegenaan lopen, over stoeprandjes struikelen of iets omgooien. In het verkeer is een goed gezichtsveld uiteraard van het grootste belang. Met name in het stadsverkeer kan door uitval van een deel van het gezichtsveld gemakkelijk een voetganger of een fietser ‘over het hoofd’ worden gezien. Een uitval (defect) in het gezichtsveld is te beschouwen als een ‘dooie hoek’. Iemand met een uitval in het gezichtsveld is zich daar meestal niet van bewust, omdat de aandacht is gericht op het centrale punt waarnaar we kijken (bijv. lezen, tv kijken). Het kan voorkomen dat iemand 100% ziet (de gezichtsscherpte), terwijl er grote delen van het gezichtsveld ontbreken. Een voorbeeld hiervan is kokerzien. Het gezichtsveld wordt getest met een gezichtsveldonderzoek. 

Ieder oog heeft zijn eigen gezichtsveld. Wanneer we met twee ogen tegelijk kijken, is ons totale gezichtsveld groter dan van ieder oog afzonderlijk (blikveld genoemd). De twee gezichtsvelden van beide ogen vallen voor een groot deel samen. Zo kunnen afwijkingen in het gezichtsveld van het ene oog opgevangen worden door het gezichtsveld van het andere oog. Hierdoor vallen beginnende gezichtsveldafwijkingen bij een beginnend glaucoom niet altijd op. Afwijkingen in het gezichtsveld worden gezichtsvelddefecten of scotomen genoemd. Bij glaucoom vindt er in eerste instantie uitval van het gezichtsveld (de omgeving) plaats. 

Dit is een voorbeeld van een patiënt met glaucoom die een bepaald deel van de omgeving niet goed ziet: 


Het gezichtsveldonderzoek 

Gezichtsveldonderzoek (GVO) is bedoeld om een eventuele uitval in het gezichtsveld op te sporen en vast te leggen. Gezichtsveldonderzoek is een intensief onderzoek. Het wordt voor het rechter- en het linkeroog afzonderlijk gedaan. Het vergt concentratie van degene die onderzocht wordt. 


De patiënt zit voor een halve bol, met één oog afgedekt. Hij moet recht uitkijken naar een vast punt. Op verschillende plaatsen in de bol worden achtereenvolgens lichtjes geprojecteerd. De sterkte van het licht kan gevarieerd worden. Een ingebouwde computer bepaalt de plaats en de volgorde van de lichtjes, alsmede de sterkte ervan. Zodra de patiënt het lichtje ziet, moet hij op een knop drukken. De computer registreert dan waar het lichtje is waargenomen en bij welke lichtsterkte. Gaandeweg wordt het gehele gezichtsveld onderzocht. 

De computer test ook of er tijdens het onderzoek goed rechtuit gekeken wordt naar het vaste punt. Daarnaast bepaalt de computer of de aandacht er nog wel bij blijft. Dit is immers van belang voor het beoordelen van de betrouwbaarheid van het gezichtsveldonderzoek. Bovendien houdt een onderzoeker in de gaten of het onderzoek correct wordt uitgevoerd. 

Het onderzoek duurt over het algemeen niet meer dan tien minuten per oog. De uitslag van het onderzoek wordt door de oogarts gegeven. 

Het gezichtsveldonderzoek wordt de HFA (Humphrey Field Analyzer) genoemd.

Contact 

Bij vragen of problemen kunt u contact opnemen met: 

LUMC, polikliniek Oogheelkunde
Routenummer 598, locatie J3
Tel. 071 – 526 8030 

Voor afspraken
Het medisch secretariaat tussen 9:00 en 12:00 uur, toets 1 

Voor medische vragen 
De verpleging tussen 08:30 en 17:00 uur, toets 2 

Voor overige vragen
Het medisch secretariaat tussen 9.00 – 16.00 uur, toets 4 

Buiten kantooruren
071 – 526 9111 (vragen naar dienstdoende arts-assistent afdeling Oogheelkunde) 


Oktober 2017