Informatie over erfelijke aanleg bij oogmelanoom

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Oogheelkunde

Deze folder informeert u over erfelijke aanleg bij een oogmelanoom. Neem bij vragen contact op met de afdeling Oogheelkunde van het LUMC. 

Erfelijk?

Bij verreweg de meeste patiënten met een oogmelanoom is er geen sprake van een erfelijke aandoening. Op dit moment is er één erfelijke afwijking bekend bij patiënten met een oogmelanoom. Deze heet het BAP1-tumorpredispositiesyndroom (BAP1-TPDS) en wordt veroorzaakt door afwijkingen (mutaties) in een specifiek gen: het BAP1-gen. Patiënten met een mutatie in het BAP1-gen hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van specifieke tumoren. Bij personen met zo’n afwijkend gen kunnen familieleden ook aangedaan zijn. Daarnaast is het mogelijk dat deze afwijking doorgeven wordt aan zijn/haar kinderen. Daarom kijken we bij onze patiënten met oogmelanoom of er aanwijzingen zijn voor een onderliggende erfelijke aandoening.

Gevolgen BAP1-TPDS

Bij dragers van een afwijkend BAP1-gen wordt er in alle cellen van het lichaam een afwijkend BAP1-gen gevonden. Er is een verband gevonden tussen het BAP1-TPDS en het voorkomen van bepaalde tumoren bij één persoon of in zijn/haar familie. Deze tumoren zijn: oogmelanomen, huidmelanomen, mesotheliomen (tumor van het long- of buikvlies, ook bekend als asbesttumor), niertumoren en in sommige gevallen het voorkomen van veel basaalcelcarcinomen van de huid. Mogelijk is er een samenhang met meningeomen (hersenvliestumor) en cholangiocarcinomen (galwegtumor). Daarnaast is er een verband gevonden tussen een afwijkend BAP1-gen en het voorkomen van een oogmelanoom op jonge leeftijd. 

Belangrijk: In het weefsel van een oogmelanoom wordt soms ook gekeken naar BAP1. Dit is NIET hetzelfde als een erfelijke BAP1-mutatie. Het BAP1-gen kan namelijk alleen in de tumor uitgeschakeld zijn. Bij een erfelijke BAP1-afwijking is dit aanwezig in alle cellen van een persoon.

Risicoschatting 

Er is dus maar bij een klein gedeelte van de patiënten met oogmelanoom sprake van een genetische afwijking in het BAP1-gen. Op basis van patiëntkenmerken en familieverhaal kan er een inschatting van het risico op het hebben van BAP1-TPDS gemaakt worden. Om deze informatie te verkrijgen wordt onder andere gebruik gemaakt van een vragenlijst. Deze wordt meegegeven bij uw bezoek aan de afdeling Oogheelkunde in het LUMC of kunt u zelf aanvragen via: vragenlijstoog@lumc.nl. Wij verzoeken u om de vragen zo volledig mogelijk te beantwoorden en naar ons terug te sturen. 

Wat gebeurt er met de ingevulde vragenlijst?

Wanneer wij de vragenlijst ontvangen, wordt deze gescand en in uw elektronisch dossier opgenomen. Hierna zal een medewerker van de afdeling Oogheelkunde de vragenlijst doornemen. Als er geen aanwijzingen zijn voor een erfelijke component, gebeurt er niets. Wanneer er wel aanwijzingen zijn voor een mogelijk erfelijke afwijking, zult u door een anoniem nummer gebeld worden vanuit het ziekenhuis. Ook bij onduidelijkheden zullen wij telefonisch contact met u opnemen.

Verhoogd risico

Als er aanwijzingen zijn voor een onderliggende genetische afwijking, krijgt u telefonisch de mogelijkheid om doorverwezen te worden naar de afdeling Klinische genetica. Als u hiermee akkoord gaat, zullen wij de verwijzing in gang zetten. U ontvangt dan via de post een uitnodiging van de klinisch geneticus. In het consult met de klinisch geneticus krijgt u meer uitleg over erfelijke aandoeningen, het doen van genetisch onderzoek en de consequenties hiervan. 

Licht verhoogd risico

Wanneer u een licht verhoogd risico heeft op het hebben van een onderliggende genetische afwijking, is het mogelijk om via de afdeling Oogheelkunde genetisch onderzoek te laten doen. Hierbij hoeft u niet verwezen te worden naar de klinisch geneticus. Mocht er een genetische afwijking gevonden worden, dan zult u alsnog verwezen worden. In het geval dat u zelf behoefte heeft aan een gesprek met de klinisch geneticus voor het verrichten van het onderzoek, is het uiteraard wel mogelijk om een verwijzing te ontvangen. 

Genetisch onderzoek

Als u besluit om genetisch onderzoek te laten doen, zullen er twee buisjes bloed worden afgenomen. Zo kan het BAP1-gen worden onderzocht op aanwezigheid van een afwijking.

Ik heb een BAP1-mutatie. Wat nu?

Wanneer er een mutatie in het BAP1-gen gevonden wordt, betekent dat dat er een verhoogd risico is op het ontwikkelen van een aantal tumoren. Wij bieden dan jaarlijkse controles aan voor de ogen, de huid, nieren, het buik- en longvlies, zodat tumoren in een vroeg stadium kunnen worden ontdekt en behandeld. 

Wij begrijpen dat het veel tijd kost om voor elk onderzoek apart langs te moeten komen, zeker als u ver van het LUMC woont. Dit is de reden dat wij een multidisciplinaire BAP1-poli hebben opgezet. Patiënten met een afwijking in het BAP1-gen krijgen op één dag afspraken met de oogarts en dermatoloog. Daarnaast maken we op dezelfde dag een afspraak voor het beeldvormend onderzoek. Op dit moment is het LUMC het enige centrum in Nederland dat veel ervaring heeft met de erfelijke aandoening en een BAP1-poli heeft opgezet.

In het geval dat er BAP1-TPDS bij u vastgesteld wordt, heeft dit ook consequenties voor uw familieleden. Uw familieleden komen dan in aanmerking voor DNA-onderzoek, omdat zij mogelijk ook het afwijkende BAP1-gen hebben. Als zij de BAP1-mutatie bezitten, bieden we ook aan hen de controle van de ogen, de huid, de nieren, de long- en buikvliezen aan.

Kosten verwijzing en genetische test

Omdat het consult bij de Klinische Genetica en het genetisch onderzoek onder reguliere medische zorg vallen, zullen de kosten door uw zorgverzekering worden vergoed. Let op dat deze kosten kunnen vallen onder uw eigen risico, als het eigen risico voor dit jaar nog niet verbruikt is.

Voor- en nadelen van de genetische test

Het is belangrijk om op de hoogte te zijn van de mogelijke gevolgen van het uitvoeren van het genetisch onderzoek. De klinisch geneticus zal dit uitgebreider met u bespreken in het eerste consult. Hieronder benoemen wij de belangrijkste punten.

Voordelen

Wanneer er geen mutatie gevonden wordt, kan dit een geruststellend gevoel geven. Als we bij u wél een mutatie vinden, dan kunt u gebruikmaken van de jaarlijkse controles van de huid, nieren, long- en buikvliezen. Zo hopen we tumoren in een vroeg stadium te kunnen ontdekken en behandelen. Daarnaast kunnen we familieleden die ook een BAP1-mutatie hebben op deze manier vinden en bovengenoemde screening aanbieden. 

Nadelen

Kennis van de aanwezigheid van de erfelijke aandoening kan een mentale belasting met zich meebrengen. U kunt zich zorgen gaan maken over de toekomst. Daarom zijn er patiënten die niet willen weten dat ze een mutatie hebben, ook al kan deze informatie mogelijk helpen bij vroege opsporing van een tumor. Als u een mutatie heeft, is het mogelijk dat uw familie en uw kinderen dezelfde afwijking hebben.

Het kan zijn dat een ongunstige uitslag van de test gevolgen heeft voor het in de toekomst afsluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering, levensverzekering of hypotheek. Dit is het geval als u een arbeidsongeschiktheids-verzekering of levensverzekering wilt afsluiten voor een bedrag dat hoger ligt dan de vragengrens. Dat is het te verzekeren bedrag waarboven wel en waaronder niet gevraagd mag worden naar erfelijke aandoeningen. Sinds 1 januari 2019 is dit bedrag voor levensverzekeringen € 278.004,-. Voor het eerste jaar van arbeidsongeschiktheid is dit bedrag € 40.309,- en de volgende jaren € 26.985,-. Als u een verzekering voor een bedrag hoger dan de vragengrens wilt afsluiten, kan de verzekeraar vragen naar uitslagen van genetische onderzoeken. Een dergelijke uitslag moet dan verplicht gemeld worden.

Let op: Een gesprek met een klinisch geneticus heeft nooit gevolgen voor uw verzekeringen of hypotheek.

Tenslotte is het belangrijk om te weten dat het mogelijk is dat uit het DNA-onderzoek een onduidelijke uitslag volgt. Meestal (>90% van de gevallen) is er sprake van een duidelijke uitslag. Er wordt dan wel of geen mutatie gevonden. Maar soms wordt er een verandering (variant) in het BAP1-gen gevonden waarvan niet zeker is of deze ook ziekte-veroorzakend is. We weten dan dus niet of deze mutatie een verhoogd risico op kanker geeft of niet. Dit wordt een Variant of Unknown Significance (VUS) genoemd. De klinisch geneticus zal in deze gevallen per situatie het beleid bepalen met de moleculair geneticus. 

Contact 

Bij verdere vragen of problemen kunt u contact opnemen met:
Drs. C. Chau, arts-onderzoeker
vragenlijstoog@lumc.nl of telefonisch via 071-526 80 30
Leids Universitair Medisch Centrum
Afdeling Oogheelkunde
Albinusdreef 2
2333 ZA Leiden

Behandelend artsen oogmelanoom:
Prof. dr. G.P.M. Luyten
Drs. M. Marinkovic 
Drs. J.C. Bleeker
Dr. T.H.K. Vu

In samenwerking met:
Prof. dr. M.J. Jager, oogarts
Dr. M. Nielsen, klinisch geneticus
Dr. R. van Doorn, dermatoloog
Prof. dr. P.E. Postmus, longarts 

December 2019