Het verpleeghuis is het einde

12 oktober 2017• BLOG

Als we het nieuws van de afgelopen jaren bekijken, dan valt op dat het thema ouderenzorg een steeds belangrijker plaats in de samenleving inneemt. Drie jaar geleden ontstond er veel commotie toen de vader van staatssecretaris Martin van Rijn – verantwoordelijk voor ouderenzorg – zich publiekelijk beklaagde over de slechte zorg voor zijn zwaar demente vrouw in een Haags verpleeghuis. Het klagen lijkt wel te hebben geholpen: het volgende kabinet trekt ruim 2 miljard extra uit voor de verpleeghuiszorg.

Ophef

Deze maand was er opnieuw ophef over de ouderenzorg. Een onderzoek van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) toonde aan dat een kwart van de ouderen in zorginstellingen bijna of helemaal niet buitenkomt.  Een schande, toch? Of is het eigenlijk heel mooi dat drie kwart van de ouderen wel regelmatig buiten is te vinden?

Snel daarna kwam meer over het SCP-onderzoek naar buiten. De meeste mensen in verzorgings-en verpleeghuizen zijn eigenlijk best gelukkig; slechts 10% van hen gaf aan ongelukkig te zijn. Maar, zeiden criticasters, heel weinig mensen met dementie zijn in dit onderzoek bevraagd. Zou dat zorgen voor andere uitkomsten?

Positief nieuws

Overigens is er ook positief nieuws te vinden over ouderenzorg. In de Volkskrant van 30 september stond het artikel ‘Dolgelukkig in het verpleeghuis’, waarin bewoners en familieleden vertellen hoe het verpleeghuis voor hen een uitkomst is na het uitzichtloze verpieteren in eigen huis. Op 9 oktober komt het boek ‘Het verpleeghuis is het einde’ uit, waarin allerlei positieve verhalen staan van verpleeghuisbewoners.

Hoe zit het nou echt?

De meeste ouderen komen niet in het verpleeghuis. Een deel van hen krijgt wel complexe gezondheidsproblemen en wordt erg afhankelijk. Dat is moeilijk voor zowel de patiënt als naasten. Ongeacht waar de oudere woont. Thuis is veel mogelijk op gezondheidsgebied, maar iemand kan zich daar wel erg neerslachtig en eenzaam gaan voelen.

Het verpleeghuis is ingericht met het oog op patiënten met complexe gezondheidsproblemen. Juist die patiënten voelen zich daar over het algemeen beter thuis dan in hun oude huis. In het verpleeghuis werken mensen die soms uitstekende zorg leveren, meestal goede zorg geven en helaas soms ondermaatse zorg. De gemiddelde opnameduur in het verpleeghuis is tegenwoordig 8 maanden. Veel patiënten liggen dus letterlijk op hun sterfbed. Die willen vooral graag liefdevolle en deskundige palliatieve zorg, en lang niet altijd meer iedere dag naar buiten.

Zinnige zorg

Daarnaast biedt het verpleeghuis herstelzorg, de zogenoemde geriatrische revalidatie. Dat krijgen jaarlijks zo’n 45.000 patiënten na bijvoorbeeld een heupfractuur of beroerte. Het grootste deel van hen – zo’n 80% - gaat na deze zorg weer naar huis. Doordat ook de samenwerking tussen ziekenhuizen en verpleeghuizen sterk is verbeterd, zien we dat het verpleeghuis ook oplossingen biedt voor ouderen die op de eerste hulp terechtkomen. Soms hoeven deze ouderen namelijk niet te worden opgenomen, maar kunnen ze ook niet naar huis terug. In plaats van ze op een ziekenhuisbed te leggen, kunnen zij met behulp van fysiotherapie meteen aan de slag met hun herstel.

Dat gebeurt ook in het LUMC, waar sinds 2015 wordt samengewerkt met Topaz Revitel om deze groep ouderen sneller op de been te helpen. De eerste 15 patiënten uit dit project verbleven gemiddeld 30 dagen in revalidatiehotel Topaz Revitel, waar ze intensieve therapie kregen. Daarna mochten ze huiswaarts keren met adviezen, aanpassingen en hulpmiddelen om thuis goed te kunnen functioneren. Zinnige zorg kan dus zuinige zorg zijn, en zorg waar iedereen over tevreden is.

Wilco Achterberg is hoogleraar institutionele zorg en ouderengeneeskunde in het LUMC. 

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.