Blog: ‘Zet kostbare capaciteit UMC-apothekers alleen in voor uitzonderingen’

23 november 2017• BLOG

Ik heb mijn beroep de afgelopen week nog nooit zo vaak in het nieuws gezien. De media stond er de laatste dagen vol mee: de Haage apotheker Paul Lebbink die zelf een goedkopere versie van een medicijn tegen taaislijmziekte gaat maken. Ook besteedde de Raad voor de Volksgezondheid en Samenleving, een belangrijk adviesorgaan van de regering, aandacht aan de rol van apothekers om de medicijnprijzen omlaag te krijgen.

Word ik daar blij van? Ja, want als ziekenhuisapotheker in het LUMC vind ik dat ik een mooi en interessant vak heb. Dan is het altijd goed als anderen dat ook vinden. Helemaal omdat het bereiden van geneesmiddelen de afgelopen jaren steeds meer een zeldzame hobby onder apothekers leek te worden. Maar ik word er ook een beetje verdrietig van, want is het nou wel een oplossing voor hoge medicijnprijzen?

Medicijnen maken

In het LUMC maken we al jaren medicijnen. Dat doen we bijvoorbeeld voor patiënten met de zeldzame neurologische aandoening LEMS door het middel diaminopyridine zelf te bereiden. In 2009 dreigden we hiermee te moeten stoppen, omdat de farmaceutische industrie het middel registreerde onder de naam Fidrapse®. Het geregistreerde alternatief had wel een belangrijk nadeel: het was tot wel 50x zo duur.

Gelukkig constateerde overheidsinstelling Zorginstituut Nederland dat onze versie van het medicijn genoeg verschilde van het geregistreerde middel. Hierdoor kunnen wij tot op heden patiënten in Nederland voor een acceptabele prijs helpen. De farmaceut heeft zelfs onze kennis over dit middel gebruikt om het patent aan te vragen. Dit is met een recent onderzoek aangetoond. Natuurlijk een kwalijke zaak. Het is logisch dat investeringen door de farmaceutische industrie terugverdiend moeten worden, maar dat is wat anders dan woekerwinsten maken zonder dat dit wordt gerechtvaardigd door eigen inspanningen.

Alternatief

Waarom dan mijn verdriet? In een UMC maken we medicijnen voor patiënten voor wie geen geregistreerd alternatief voorhanden is. Stel: we gaan onze kostbare en schaarse capaciteit inzetten om geneesmiddelen te maken die ook prima veilig en gestandaardiseerd in een fabriek geproduceerd kunnen worden. Ik vind dat geen goed idee. Ik pleit voor het maken van middelen in UMC’s die nog geen enkele fabrikant kan maken of voor die aanpassingen aan bestaande middelen waardoor die ene patiënt wél geholpen kan worden.

Dr. Kirsten Schimmel is het Hoofd Bereidingen van de Afdeling Klinische Farmacie & Toxicologie van het LUMC.

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.