Betere behandeling van Tweeling Transfusie Syndroom

15 juni 2017• PERSBERICHT

Tweelingen die vóór de geboorte zijn behandeld voor het Tweeling Transfusie Syndroom (TTS) moeten op langere termijn gevolgd worden. Dat is essentieel voor het evalueren van de behandeling, stelt promovendus Joost Akkermans.

Akkermans zocht voor zijn promotie naar aanknopingspunten om de behandeling van TTS te verbeteren en risico’s te verkleinen. TTS komt in Nederland 60 à 70 keer per jaar voor bij eeneiige tweelingen die één placenta delen. De ene foetus krijgt dan te veel bloed, de andere te weinig. Te veel bloed vraagt veel van het hartje - dat moet te hard pompen - en ook van de nieren die al dat bloed moeten verwerken. De foetus gaat heel veel plassen waardoor zijn of haar vruchtzak flink uitdijt. In de andere vruchtzak gebeurt het tegenovergestelde: de foetus plast juist te weinig waardoor de vruchtzak steeds strakker om de foetus heen wordt getrokken. Zonder ingrijpen is het syndroom voor beide foetussen fataal.

Laserchirurgie

Ongeveer 25 jaar geleden zijn de eerste schreden gezet op het pad van de laserbehandeling van TTS. Met behulp van laserchirurgie worden de aderen die op de placenta liggen dichtgebrand, waardoor de uitwisseling van bloed tussen de beide foetussen wordt geblokkeerd. Zo krijgen ze elk hun eigen bloedcirculatie. Voor dit subspecialisme van de gynaecologie is het LUMC in Nederland landelijk expertisecentrum. Wereldwijd zijn er rond de 200 chirurgen die deze foetale behandeling uitvoeren.

Beter echo’s beoordelen

Aan de behandeling kleven flinke risico’s. Bij 90% van de ingrepen overleeft minstens één foetus, bij 60 tot 70% beide foetussen. Akkermans: “Een risico is dat je er te laat bij bent. Daar hebben we al veel aan gedaan. TTS is te zien op de echo maar daar is wel een geoefend oog voor nodig. Vandaar dat we heel veel energie gestoken hebben in de opleiding van gynaecologen die echo’s doen. Ook de protocollen voor echo’s zijn aangepast.”

Kort of lang laseren

Door de behandeling kan de placenta zelf schade oplopen. Akkermans onderzocht wat de optimale verhouding is tussen het wattage van het laseren en de tijd die de behandeling neemt. De conclusie: beter zo kort mogelijk laseren met een wat hoger wattage dan andersom.

Vroeggeboorte

Een groter risico is de vroeggeboorte, die door de behandeling zelf kan komen, net als bij de vlokkentest en de vruchtwaterpunctie. Akkermans: “Bij een vruchtwaterpunctie gaat er een naald van 1 mm door de vliezen. Dat geeft een risico van 1 op 200 dat de vrucht wordt afgestoten. Bij de behandeling van TTS is die naald 3-4 mm dik, dus het risico is hoger. Het gaatje groeit niet vanzelf dicht en tot nu toe is er nog geen goede oplossing gevonden om het dicht te maken.”

Levenskwaliteit op de lange termijn

Juist bij vroeggeboorten is de relatie met de levenskwaliteit sterk, aldus Akkermans. “Hoe vroeger een kind wordt geboren, hoe groter de kans op beperkingen in het latere leven, inclusief meervoudige handicaps. Nog niet zo lang geleden lag de grens bij 32 weken, nu is de grens al opschoven naar 24 weken. Hoe het die kinderen vergaat moet bij de keuze om te behandelen worden betrokken, vind ik. Overleving kan niet het enige criterium zijn, ook de levenskwaliteit op de langere termijn moet een rol spelen. Daarvoor heb ik me laten inspireren door mijn collega Jeanine van Klink, die kinderen geboren na behandeling voor TTS 2 tot 4 jaar heeft gevolgd.” 

Akkermans werkte twee jaar fulltime aan zijn onderzoek met een subsidie van het technologiefonds STW. Daarna deed hij zijn onderzoek naast zijn opleiding tot gynaecoloog.

Joost Akkermans promoveert op 22 juni bij prof. Dick Oepkes en prof. Enrico Lopriore op het proefschrift Technical Aspects of Laser Surgery for TTTS.

 

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.