Beperkte armfunctie door zenuwletsel bij geboorte beïnvloedt levenskeuzes

21 december 2017• PERSBERICHT

Kinderen die bij de geboorte zenuwschade oplopen en daardoor hun arm niet goed kunnen bewegen, kunnen hier hun hele leven consequenties van ondervinden. Het beïnvloedt bijvoorbeeld hun studiekeuze en werk, maar vermindert hun kwaliteit van leven over het algemeen niet. Dat concludeert kinderfysiotherapeut Menno van der Holst uit een studie onder ruim 500 patiënten, waarop hij 20 december promoveerde.

“In het LUMC behandelen we al heel lang kinderen en volwassenen met een verminderde armfunctie door zenuwschade die tijdens de geboorte ontstaat, maar we wisten niet precies wat de impact was van het letsel op het leven van de patiënt”, aldus Van der Holst. Dit plexus brachialis-geboorteletsel, ook Erbse parese genoemd, ontstaat door een beschadiging van het zenuwvlechtwerk dat de arm aanstuurt. Dit kan gebeuren doordat het kind tijdens de geboorte met de schouder blijft haken achter het schaambeen van de moeder. De zenuwschade kan leiden tot blijvend verminderde functie van de arm.

Rechtszijdig meer zorgen

Soms herstelt de armfunctie vanzelf, maar als dat niet gebeurt, heeft het gevolgen voor de patiënt en zijn omgeving, schrijft Van der Holst in zijn proefschrift. Net na de geboorte legt het letsel een last op de ouders. “Uit vragenlijsten blijkt dat ouders van kinderen met rechtszijdig letsel zich meer zorgen maken dan ouders van kinderen met letsel aan de linkerkant. Dat is logisch, omdat de maatschappij is ingericht op rechtshandigen.” Overigens zag de kinderfysiotherapeut dit verschil niet terug bij volwassen patiënten: daar had de zijde van het letsel geen invloed op de impact op het leven. “Dat komt waarschijnlijk doordat kinderen met letsel aan de rechterarm automatisch linkshandig worden als de rechterarm niet goed functioneert.”

Patiënten groeien erin

Wel zag de promovendus dat het letsel op latere leeftijd invloed heeft op belangrijke keuzes in het leven, zoals studiekeuze en werk. “Er zijn patiënten die niet de studie konden doen die zij wilden, of deze niet konden afmaken, omdat hun arm minder goed werkt. En binnen de groep patiënten die ooit een baan heeft gehad, gaf de helft aan beperkingen te ervaren in de uitvoering van zijn of haar werk. Dat is fors, maar we zien ook dat patiënten er als het ware ingroeien. Ze leren omgaan met het letsel, waardoor de kwaliteit van leven niet verminderd hoeft te zijn.”

Striktere follow-up

Ten slotte concludeerde de promovendus dat patiënten behoefte hebben aan meer informatie over bijvoorbeeld behandelmogelijkheden, hulpmiddelen en vergoedingen om de arm en hand zo functioneel mogelijk te kunnen gebruiken. “Soms lijkt er sprake van gunstig spontaan herstel, maar komen kinderen later toch bij een fysiotherapeut terecht vanwege klachten. Ik pleit daarom voor een strikter follow-up-programma waarbij we de patiënten terugzien op momenten dat ze belangrijke levenskeuzes moeten maken.”

De promotie van Menno van der Holst is mede mogelijk gemaakt door het Rijnlands Revalidatie Centrum, waar Van der Holst ook deels werkzaam is. 

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.