Subsidie voor slimmer gebruik van geneesmiddelen

2 augustus 2017• PERSBERICHT

Kan het op een ander tijdstip innemen van aspirine de terugkeer van hart- en vaatziekte voorkomen? En zet genetisch onderzoek ons op het spoor van patiënten die ernstige bijwerkingen krijgen van bepaalde medicijnen? Dankzij een subsidie uit het ZonMw-programma Goed Gebruik Geneesmiddelen kunnen onderzoekers van het Leids Universitair Medisch Centrum deze vragen gaan beantwoorden.

Mattijs Numans, hoogleraar Huisartsgeneeskunde, kreeg met huisarts-onderzoeker Tobias Bonten bijna vijf ton subsidie voor hun onderzoek naar hart- en vaatziekten. Als iemand eenmaal zo’n ziekte heeft gehad, is de kans verhoogd dat dit nogmaals gebeurt. Om dit te voorkomen, gebruiken miljoenen mensen wereldwijd dagelijks aspirine. Aspirine remt namelijk het samenklonteren van bloedplaatjes. “De meerderheid van de patiënten neemt dit medicijn in de ochtend, terwijl we uit eerder onderzoek weten dat het gunstiger is om de aspirine ’s avonds te nemen. Dan wordt de klonterneiging tijdens de ochtenduren namelijk beter geremd”, aldus Numans.

’s Ochtends of ’s avonds?

Het lijkt een simpele aanpassing, maar Numans en zijn collega’s gaan toch uitgebreid testen of het verplaatsen van het innametijdstip geen extra bijwerkingen veroorzaakt. Ze volgen hiervoor vier jaar lang vierduizend aspirinegebruikers, waarvan de helft ‘s avonds en de helft ’s ochtend de pil neemt. Naast de bijwerkingen kijken ze ook naar de terugkeer van hart- en vaatziekten, de klonterneiging van de bloedplaatjes, de kwaliteit van leven en de kosteneffectiviteit. Numans: “Hopelijk kunnen we zo bijdragen aan een beter onderbouwd advies over het innametijdstip van aspirine.”

Bijwerkingen door chemotherapie

Hoogleraar Klinische Farmacie Henk-Jan Guchelaar gebruikt zijn subsidie van ruim 60.000 euro voor een onderzoek naar fluoropyrimidines. Deze veelgebruikte vorm van chemotherapie geeft bij sommige patiënten ernstige bijwerkingen. Momenteel kan dit bij een deel van de patiënten worden voorkomen door de dosis aan te passen. Bij wie dit nodig is, bepalen artsen op basis van een genetische test. Momenteel kan met deze aanpak de bij helft van de patiënten bijwerkingen worden voorkomen.

In hun onderzoek gaan Guchelaar en zijn collega’s op zoek naar de genen die de andere helft van de bijwerkingen kunnen verklaren. “We hebben een wereldwijde unieke verzameling patiëntgegevens en DNA van 1250 patiënten. Hiermee willen we een zogenoemde genome-wide association study uitvoeren, waarbij we het hele DNA doorzoeken op varianten die samenhangen met het optreden van bijwerkingen.” Uiteindelijk hopen de onderzoekers ernstige bijwerkingen te voorkomen en daarmee de behandeling van kankerpatiënten met fluoropyrimidines veiliger te maken. 

Klachten in maagstreek

Guchelaar kreeg samen met onderzoekers van het Maastricht UMC+ tevens een subsidie van bijna vier ton om een medicijn tegen klachten in de maagstreek te testen. Patiënten met zogenoemde functionele dyspepsie kunnen gebaat zijn bij een lage dosis van een middel tegen depressie. Deze middelen kunnen echter ook veel bijwerkingen geven. In de gezamenlijke studie gaan de onderzoekers bepalen of de bijwerkingen minder worden als de dosering wordt bepaald aan de hand van de genetische achtergrond van de patiënt.

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.