Mogelijke uitzaaiingen in lymfeklieren beter opsporen

17 november 2016• PERSBERICHT

Wanneer je behalve radioactiviteit ook fluorescentie gebruikt, lukt het beter om lymfeklieren in beeld te brengen die mogelijk uitzaaiingen van tumoren bevatten. Op 10 november promoveerde Nynke van den Berg van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) cum laude op haar onderzoek, dat ze uitvoerde bij het LUMC en het Nederlands Kanker Instituut – Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis.

Bij patiënten met kanker kunnen tumoren zich soms uitzaaien naar nabijgelegen lymfeklieren. Maar hoe zie je om welke klieren het gaat? Dat kan bijvoorbeeld met de zogenoemde ‘schildwachtklierprocedure’. De arts spuit een radioactieve of een blauwe vloeistof in het tumorgebied. De lymfevaten zullen het ingespoten vocht afvoeren. Door te kijken welke lymfeklieren blauw kleuren of radioactieve straling afgeven, kan de arts te weten komen in welke lymfeklieren mogelijk uitzaaiingen zitten. 

Meer opgespoorde lymfeklieren

Dr. Nynke van den Berg onderzocht bij dr. Fijs van Leeuwen van het Leidse Interventional Molecular Imaging Laboratory een nieuwe aanpak. Daarvoor gebruikte ze een stofje dat niet alleen radioactief is, maar ook fluoresceert. Dat wil zeggen dat het stofje zelf licht van een bepaalde kleur uitstraalt als je het met een andere kleur belicht – zoals een wit T-shirt blauw licht uitzendt onder blacklights in de discotheek. “Deze hybride stof is destijds door dr. Tessa Buckle van het LUMC in het laboratorium ontwikkeld en getest”, vertelt ze. “De radioactiviteit is geschikt om de lymfeklieren vóór de operatie in beeld te krijgen. Met het fluorescente licht kan de chirurg tijdens de operatie controleren of hij of zij de goede klieren te pakken heeft.” 

Opsporen met een vloeistof die alleen radioactief is, werkt voor veel soorten tumoren prima, merkt Van den Berg op. “Maar soms liggen de lymfeklieren zo dicht bij de tumor, die natuurlijk ook radioactiviteit bevat, dat ze niet goed te onderscheiden zijn. Dat geldt bijvoorbeeld bij prostaatkanker en hoofd-halstumoren. Fluorescentie heeft maar een heel korte reikwijdte, en daardoor kun je die afzonderlijke klieren er juist wél mee onderscheiden.” De onderzoeker vindt dat de richtlijnen voor het opsporen van lymfeklieren moeten worden aangepast. “Maar daarvoor zijn eerst grote, internationale onderzoeken nodig. Daar wordt nu aan gewerkt.”

Alles-in-één camera

Van den Berg deed ook onderzoek naar betere camera’s voor op de operatiekamer. “Daarmee maak je het voor de chirurg makkelijker”, verklaart ze. Deze nieuwe camera’s zijn niet alleen gevoeliger, maar ook in staat om tegelijkertijd fluorescentie én een gewoon beeld van de patiënt te laten zien. Dat maakt het eenvoudiger om de lymfeklieren te herkennen en te opereren. Van den Berg werkte daarnaast mee aan de verdere ontwikkeling en eerste evaluatie van een detector die naast radioactiviteit ook fluorescentie kan detecteren – alles-in-één dus. 

Het onderzoek in Leiden gaat gewoon door, maar Van den Berg vertrekt zelf naar het buitenland. Vanaf 2017 gaat ze als postdoc  aan de Amerikaanse universiteit Stanford aan de slag.

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.