Ruim de helft van ouderen is na gebroken heup bang om weer te vallen

25 maart 2016• PERSBERICHT

Meer dan de helft van de ouderen die hun heup heeft gebroken, is doodsbang om nog een keer te vallen. Er moet meer aandacht komen voor deze valangst. Die conclusie trekt Jan Visschedijk (55), die op 31 maart promoveert aan het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC).

''Een kleine 20.000 Nederlanders breekt jaarlijks hun heup. Het gaat vooral om ouderen. Dan heb ik het over 65-plussers. Zo’n veertig procent van hen revalideert in een verpleeghuis’’, weet Visschedijk uit ervaring. Hij werkt als specialist ouderengeneeskunde in een verpleeghuis. ''Veel ouderen komen na een gebroken heup niet meer terug op hun oude niveau. Bij hen vermindert de kwaliteit van leven.’’

Valangst

‘Hoe komt dit?’, vroeg Visschedijk zich af. ''Ik heb ingezet op valangst’’, legt de onderzoeker uit. Hij dook de literatuur in om te concluderen dat weinig bekend is over de angst van ouderen om nogmaals te vallen. ''Er is wel wat onderzoek gedaan, maar weinig onder deze groep kwetsbare ouderen.’’

Dat is precies wat Visschedijk wel heeft gedaan. Hij onderzocht onder meer een groep van honderd ouderen uit tien verschillende verpleeghuizen. Al deze mensen hadden hun heup gebroken. ''We hebben deze groep ouderen ondervraagd. Dat gebeurde met uitgebreide vragenlijsten, waarbij onder meer werd ingegaan op valangst, depressie en angsten.’’ Ook is de groep ouderen fysiek onderzocht en moesten ze balans- en looptesten ondergaan. 

Consequenties

Wat blijkt? ''Valangst komt bij 63 procent van deze groep 65-plussers voor’’, aldus Visschedijk. Een slechte zaak, aldus de onderzoeker. ''Het heeft twee consequenties. Ten eerste verkrampen mensen, waardoor het risico om te vallen toeneemt. Ten tweede gaan ze minder actief oefenen bij de fysiotherapeut, waardoor het lichaam zwakker wordt.’’ Daardoor belandt deze groep in een neerwaartse spiraal, betoogt hij. ''Veel mensen durven na thuiskomst de straat niet zomaar op of zijn bang om te vallen tijdens het aankleden. Die angst leidt vaak tot nog meer angst.’’

Praten

De oplossing is om juist over deze angst te praten, aldus Visschedijk. ''Er moet extra aandacht komen voor dit psychologische aspect. En deze groep mensen moet meer bewegen, zodat het lichaam sterker wordt. Men krijgt dan meer zelfvertrouwen, waardoor de valangst afneemt. Zo worden er letterlijk en figuurlijk stappen gemaakt. Daarom zijn we een nieuw programma aan het ontwikkelen.’’ Deze methode wordt binnenkort getest in het LUMC, waar wetenschappelijk financier ZonMw het project FIT-HIP subsidieert. Daarvoor wordt in meerdere verpleeghuizen gekeken naar wat ouderen helpt om weer actiever te worden.  

Lees ook het blog van Wilco Achterberg, hoogleraar institutionele zorg en ouderengeneeskunde in het LUMC, getiteld 'Een mens lijdt het meest aan het lijden dat men vreest'. 

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.