Blog: Vooruitgang

10 maart 2016• BLOG

De geneeskunde heeft de laatste halve eeuw heel wat bijgedragen aan ons welzijn. En dat geldt ook voor de psychiatrie, meent Irene van Vliet. Al blijft er altijd wel iets te wensen.

Soms komt op een verjaardagsfeestje de vraag langs wat de geneeskunde in de laatste decennia heeft bijgedragen aan het welzijn van de mensen. Niet zo moeilijk te beantwoorden, vind ik. 

Antibiotica en transplantaties

Een kleine greep: zonder antibiotica zouden heel veel wereldburgers niet meer rondlopen. Dankzij de goede moeder-baby-zorg overlijden steeds minder vrouwen in het kraambed en blijven steeds meer baby’s in leven. Heup- en knieprotheses zorgen voor een mobiel en pijnvrij bestaan voor heel veel mensen die anders aan een stoel gekluisterd zouden zijn. 

Door allerlei soorten transplantaties kunnen mensen weer een aantal extra levensjaren krijgen. Maar niet alleen grote heroïsche ingrepen zorgen voor meer welzijn. Ook een relatief eenvoudige blindedarm-, keelamandelen- of staaroperatie kan iemand veel narigheid besparen.

Wisselbaden

Als psychiater krijg je dan vaak de vervolgvraag: “En hoe zit dat in de psychiatrie? Welke vooruitgang is daar geboekt?” Ook daar is veel vooruitgang geboekt. In de 18e en 19e eeuw verbleven psychiatrisch zieke patiënten in een gesticht. Daar werden ze goed verzorgd door broeders en zusters maar als behandeling was er niet veel meer beschikbaar dan warme omslagen, wisselbaden, muziek- en bezigheidstherapie en soms noodzakelijke afzondering. 

In de eeuwen daarvoor waren er ‘dolhuysen’, waar de omstandigheden niet altijd even prettig waren. Bij heftige opwinding werden mensen vastgeketend aan de muur in een donkere en vochtige ruimte om weer tot rust te komen. In ‘Het Dolhuys’, het museum voor de psychiatrie in Haarlem, kun je een indruk krijgen van deze praktijken in vroeger tijden. 

Medicatie

Rond 1950-1960 zorgde specifieke medicatie voor een enorme vooruitgang. Voor angst en onrust kwamen er benzodiazepinen, voor psychoses en schizofrenie antipsychotica en voor depressies en angststoornissen werden antidepressiva ontwikkeld. “Er kwam een eind aan het gejammer en gehuil uit de inrichtingen”, vertelde een arts. Bij Endegeest in Oegstgeest verdween het hek rond het inrichtingsterrein, zodat opgenomen patiënten rustig door het dorp konden wandelen. 

Die medicijnen kunnen helaas ook bijwerkingen hebben, maar antibiotica kunnen ook diarree geven en dat weerhoudt ons niet om die in te zetten als het nodig is. In de jaren 70 kwam de beweging van de anti-psychiatrie op (denk aan het boek ‘Wie is van hout’ van de recent overleden psychiater Jan Foudraine) die zich onder andere inzette voor een menswaardiger behandeling en bejegening van de psychiatrische patiënt. Dit leidde weliswaar tot uitwassen, maar heeft ook veel verbetering ingezet.

Kwetsbaarheid

Is er niets meer te wensen wat betreft vooruitgang? Jazeker. Wel veel, maar niet alle patiënten met een psychiatrische ziekte knappen voldoende op, dus nieuwe en betere behandelingen zijn nog altijd welkom. Verder worden de verschijnselen van de aandoening vaak wel behandeld, maar verdwijnt de kwetsbaarheid voor het opnieuw krijgen van klachten niet. Net zoals bij diabetes, hart- en vaatziekten, COPD of psoriasis, om maar wat te noemen.

En nog een wens: hoe mooi zou het zijn als de kwetsbaarheid om een bepaalde ziekte te gaan krijgen in een vroeg stadium gedetecteerd zou kunnen worden en dan ook behandeld zou kunnen worden, zodat de aandoening zich niet verder ontwikkelt en mensen gevrijwaard blijven van narigheid. Dat zijn allemaal onderzoeksgebieden waar wereldwijd studies naar verricht worden, en het LUMC doet daar volop aan mee. Hopelijk kan ik over vijf jaar op een verjaardagsfeestje weer nieuwe, mooie ontwikkelingen aan het lijstje toevoegen.

Irene van Vliet is chef de clinique op de afdeling Psychiatrie van het LUMC. 

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.