Samenwerking kennisinstituten en industrie essentieel voor vernieuwend geneesmiddelenonderzoek

14 september 2015• NIEUWSBERICHT

Het inzicht dat ons afweersysteem een lerend systeem is dat kan worden voorbereid of bijgestuurd, bevat een gigantisch geneeskundig potentieel. Dat geldt zeker voor patiënten die niet langer reageren op de huidige geneesmiddelen. Paul Parren, hoogleraar Moleculaire Immunologie aan het LUMC, sprak hierover in zijn oratie op maandag 14 september 2015. Parren is tevens wetenschappelijk directeur van het internationale biotechnologiebedrijf Genmab. “Synergie tussen universiteit en bedrijfsleven kan helpen om ideeën en bevindingen te vertalen naar praktische toepassingen.”

Prof. Paul ParrenProf. Paul Parren is gespecialiseerd in antilichamen: eiwitten die kunnen fungeren als sensor voor lichaamsvreemde stoffen én als wapensysteem tegen ziektekiemen. Zo verrichtte hij onderzoek naar vaccinontwikkeling tegen hiv bij het Amerikaanse Scripps Research Institute. Sommige aidspatiënten produceren actieve antilichamen tegen hiv en Parren demonstreerde in proefdieren dat een laboratoriumversie van zo’n antilichaam daadwerkelijk beschermt tegen hiv. Door een 3D-beeld van de hiv-herkenningsplaats van dit antilichaam op te helderen, kon men de achilleshiel van het virusdeeltje traceren. Onlangs is experimenteel aangetoond dat zo’n stukje hiv bruikbaar is als vaccin. 

Menselijke antilichamen als medicijn

Het onderzoek aan het Scripps Research Institue droeg bij aan de mogelijkheid om menselijke antilichamen te genereren. Zulke monoklonale antilichamen kunnen worden ingezet tegen infectieziekten, maar ook tegen kanker, auto-immuunziekten of hart- en vaatziekten. Momenteel zijn er veertig monoklonale antilichamen als geneesmiddel geregistreerd en er zitten er honderden in de pijplijn. Bij Genmab werkte Parren onder andere aan monoklonale antilichamen tegen bloedkankers. Het middel ofatumumab wordt al in zo’n 60 landen toegepast en het middel daratumumab verkeert in de registratiefase. 

Kracht van fundamenteel onderzoek

Sommige antilichamen doden hun doelwitcellen door de eiwitten te activeren van het zogeheten complementsysteem. Complementeiwitten maken gaatjes in bacteriën of kankercellen en lokken witte bloedcellen naar het ‘slagveld’. Vorig jaar werd ontdekt dat dat antilichaammoleculen moeten samenwerken om dit complementsysteem te activeren. Door met hun staarten in elkaar te schuiven vormen zes antilichamen een platform (‘hexabody’) voor het complementsysteem. Deze ontdekking was het resultaat van een langlopende samenwerking tussen onderzoeksgroepen van het Scripps Research Institute, LUMC, Genmab, en de universiteiten van Virginia en Utrecht. 

Samenwerkingsverband

Een ander samenwerkingsverband, tussen prof. Rob Aalberse van Sanquin Research en dr. Janine Schuurman van Genmab, leidde tot de ontdekking van bispecifieke antilichamen – antilichamen die twee verschillende herkenningsstructuren kunnen binden. Parren: “De ontrafeling van structuur en moleculaire werkingsmechanismen van deze ‘duo- en hexalichamen’ fungeert nu als startpunt voor innovatieve geneesmiddelen in de strijd tegen kanker en talloze andere aandoeningen.

Wilt u op de hoogte blijven van de laatste ontwikkelingen bij het LUMC?
Abonneer u dan op onze tweewekelijkse nieuwsbrief of neem een abonnement op het LUMC Magazine.