Bijschildklier operatie
Dr. L. Welling
Wat is Bijschildklier operatie?
Bijschildklieren zijn kleine kliertjes die in de hals gelegen zijn in de buurt van de schildklier (vandaar de naam bij-schildklier, zie figuur hiernaast).
Ze zijn een paar millimeter klein en lijken erg op vetweefsel. De meeste mensen hebben er vier, maar er is nogal wat variatie in ligging en aantal van de bijschildklieren.
De bijschildklieren produceren bijschildklierhormoon, dat van groot belang is voor de calcium- en fosfaathuishouding. Het zorgt voor het juiste evenwicht tussen de grote hoeveelheid calcium die in de botten is opgeslagen en de veel kleinere maar heel belangrijke hoeveelheid calcium die in het bloed opgelost is. Calcium maakt de botten bestand tegen breuken en inzakking. Calcium in het bloed is onder meer van belang voor de goede overdracht van prikkels tussen zenuwen onderling, en van zenuwen naar spieren.
Bijschildklieren liggen niet altijd netjes in de buurt van de schildklier, maar kunnen voorkomen in een uitgebreid gebied van hoog in de hals bij het tongbeen, tot laag in de borstholte in de buurt van het hart, voor of achter de slokdarm, en opzij van de halsslagaders. Daarnaast zijn er bij zo’n 1 op de 20 patiënten (5%) meer dan 4 bijschildklieren.
In de directe omgeving van de bijschildklier ligt aan iedere kant een zenuw, de zogenaamde nervus recurrens (ook wel aangeduid met 'de stembandzenuw'). Die twee stembandzenuwen zorgen ervoor dat onze stembanden kunnen bewegen en dat daarmee onze stem volume krijgt.
Waarom doen we dit onderzoek/deze behandeling?
Als één of meer bijschildkliertjes te hard werken dan wordt dat “hyperparathyreoïdie” genoemd (van “hyper”, overmatig, en “parathyreoïdie”, bijschildklierfunctie).
Er zijn grofweg drie soorten te onderscheiden;
- Primaire hyperparathyreoïdie komt het meest voor. Deze vorm is meestal het gevolg van een gezwel in één van de bijschildklieren. Dit gezwel is vrijwel altijd goedaardig. De andere drie bijschildklieren zijn dan meestal onderdrukt, maar verder normaal, en kunnen volledig herstellen als de afwijkende bijschildklier verwijderd wordt.
In minder dan 1% van de gevallen is er sprake van een kwaadaardig gezwel. Dit heet een bijschildkliercarcinoom. Het LUMC is gespecialiseerd in de behandeling van deze zeldzame tumoren.
- Secundaire hyperparathyreoïdie is een reactie van het lichaam op een ander probleem zoals bijvoorbeeld een tekort aan vitamine D bij chronische dialysepatiënten. De bijschildklieren compenseren dit door meer hormoon aan te maken. Bij secundaire hyperparathyreoïdie zijn vaak alle bijschildklieren overactief. Anders dan bij primaire hyperparathyreoïdie is hier sprake van een lage calciumspiegel.
- Tertiaire hyperparathyreoïdie ontstaat als een secundaire hyperparathyreoïdie lang aanhoudt. De bijschildklieren groeien en groeien, totdat ze uit zichzelf te veel hormoon gaan aanmaken. Ongeacht of de vitamine D-spiegel weer normaal is.
Tot slot zijn er patiënten waarbij meerdere of zelfs alle bijschildklieren vergroot zijn. We spreken dan van hyperplasie (overmatige groei). Dat komt voor bij mensen met een nieraandoening, bij mensen met een erfelijk (MEN-)syndroom, maar ook zonder onderliggende oorzaak. In geval van hyperplasie beperkt de behandeling zich niet tot de meest afwijkende bijschildklier, maar moeten alle bijschildklieren bij de operatie worden opgezocht en zo nodig behandeld.
Hoe kunt u zich voorbereiden?
Voor de operatie
Voordat u wordt geopereerd, ondergaat u een preoperatieve screening. Dit is een standaardprocedure voorafgaand aan elke operatie, waarbij u langsgaat bij de anesthesioloog (de “narcose dokter”). Deze specialist zal uw algemene gezondheid nogmaals in kaart brengen en algemene zaken rondom pijnstilling en narcose met u bespreken. U ontvangt voordat u geopereerd wordt een informatiefolder, waarin staat waar u rekening mee moet houden voor de operatie.
Hoe gaat het onderzoek / de behandeling in zijn werk?
De operatie
Er zijn verschillende redenen en daardoor ook verschillende operaties aan de bijschildklieren. De medische term voor deze operatie is een parathyreoïdectomie. De operatie vindt altijd plaats onder algehele narcose (u gaat dus slapen) en tijdens de operatie krijgt u een beademingsbuis in de keel waarmee we onder andere ook de functie van uw (stemband)zenuwen kunnen meten (zie ook verderop in de folder onder het kopje mogelijke complicaties). De operatie duurt ongeveer één tot drie uur (afhankelijk van wat er gebeuren moet en of u al eens eerder geopereerd bent). U ligt met het hoofd achterover. Er wordt een horizontaal sneetje in de huidlijnen laag in de hals gemaakt, onderliggende spieren worden opzij geschoven, en vervolgens worden de schildklier en de bijschildklieren zorgvuldig beoordeeld. Van belang daarbij is natuurlijk om de stembandzenuwen te sparen.
De parathyreoïdectomie is er in drie soorten:
- minimaal invasieve parathyreoïdectomie; Indien voorafgaand aan de operatie duidelijk is geworden dat er maar één vergrote bijschildklier is, en de plaats daarvan bekend is, wordt meestal volstaan met een selectieve verwijdering van dat bijschildklieradenoom, een vorm van “minimaal invasieve chirurgie”. Dat heeft als voordeel dat de ingreep korter duurt en de rest van de hals niet opengemaakt hoeft te worden.
- klassieke’ halsexploratie; Als het voor de operatie niet mogelijk is gebleken om aan te tonen welke bijschildklier is aangedaan, of als alle of meerdere bijschildklieren zijn aangedaan wordt een ‘klassieke’ halsexploratie uitgevoerd. Dat is een operatie waarbij de chirurg via een snede iets boven de sleutelbeenderen (de incisie die is aangegeven in de figuur) toegang krijgt tot de hals, en vervolgens de bijschildklieren opzoekt en beoordeelt. De abnormale bijschildklier(en) worden dan verwijderd, de normale kliertjes worden in principe ongemoeid gelaten.
- Sternotomie; Een kan nodig zijn wanneer de vergrote bijschildklier(en) zich in de borstholte achter het borstbeen bevindt. In dat geval kan het nodig zijn om het borstbeen te splijten om de afwijkende bijschildklier te verwijderen. Men spreekt dan van een “sternotomie” (borstbeendoorsnijding) en exploratie van het “mediastinum”. Het gebied in de borstholte achter het borstbeen, gelegen tussen de hals en het hart aan de boven- en onderkant, en tussen de longen aan de beide zijkanten.
Tijdens de operatie wordt na de verwijdering van het aangedane bijschildklierweefsel een sneltest gedaan om te zien of het bijschildklierhormoon voldoende gedaald is en de operatie is geslaagd. Voor deze bloedafnames krijgt u tijdens de operatie (als u al slaapt) een extra infuus in uw voet.
Bij heroperaties en ingrepen die langer dan 3 uur (kunnen) duren, wordt een urinekatheter ingebracht als u slaapt. Vaak wordt deze aan het eind van de narcose, dan wel op de verkoeverkamer, er weer uitgehaald.
Waar moet u op letten direct na het onderzoek / de behandeling?
Na de operatie
Als de operatie klaar is zal u eerst naar de uitslaapkamer (verkoeverkamer) gaan. Als u goed wakker bent en er verder geen problemen zijn zal u weer teruggaan naar de verpleegafdeling. Afhankelijk van de operatie is dit de dagbehandeling en gaat u diezelfde dag nog naar huis. Of u gaat naar de verpleegafdeling waar u meestal nog één tot twee nachten verblijft voor calcium controles. De pijn na de operatie valt over het algemeen erg mee en is te vergelijken met een lichte keelontsteking.
De (zaal)arts beslist samen met u wanneer het tijd is om naar huis te gaan. Bij ontslag wordt u geïnformeerd over waar u op moet letten na de operatie en hoe u het ziekenhuis kunt bereiken in geval van problemen. Ook moet u rekening houden met een herstelperiode (zie ook verderop in de folder onder het kopje gevolgen voor u na de operatie).
Wat zijn de risico's, bijwerkingen of complicaties?
Geen enkele operatie is zonder risico’s. Complicaties die kunnen optreden zijn onder te verdelen in algemene complicaties en complicaties die specifiek zijn voor deze operatie.
Algemene complicaties zijn bijvoorbeeld een nabloeding (2%) of een infectie (<1%), waardoor de wondgenezing verstoord kan raken en er soms opnieuw een operatie nodig is. Daarnaast bestaat de kans op trombose, een blaasontsteking of een longontsteking.
Specifieke complicatie die kan optreden bij deze operatie betreft heesheid. Dit is meestal van voorbijgaande aard. Beschadiging van de stembandzenuw, met daardoor blijvende heesheid, komt voor in zo'n half procent van de patiënten (1 op de 200 à 250 patiënten). De kans hangt overigens samen met de reden van de bijschildklieroperatie, en met de ingewikkeldheid van de ingreep. Wanneer een stemband daardoor slecht functioneert, kunt u met hulp van een logopediste weer goed leren praten. Hard spreken of roepen is dan echter niet meer mogelijk.
Waar moet u op letten na uw onderzoek/behandeling?
Als de operatie succesvol is, zal het calciumgehalte in het bloed in de eerste dagen na de operatie sterk dalen. Dat kan gepaard gaan met tintelingen rond de mond en/of in de vingertoppen, en soms ook met spierkrampen. Om dat te voorkomen krijgt u standaard na de operatie calciumtabletten met extra vitamine D. Dat wordt gecontinueerd tot de poliklinische controle. Daar wordt dan gecontroleerd hoe het staat met het calciumgehalte in het bloed.
De wond geneest snel en meestal met een fraai litteken dat vaak na verloop van tijd nauwelijks meer is te zien.
Verder moet u zichzelf wel wat tijd gunnen om te herstellen. De duur hiervan verschilt per persoon en de ingreep. Maar reken zeker op twee weken. Er zijn er in principe géén beperkingen voor u. Eenmaal weer thuis mag u de dagelijkse werkzaamheden weer voorzichtig oppakken. U hoeft geen dieet aan te houden. Verder kunt u gewoon douchen, tillen en huishoudelijk werk doen, maar sporten, (zwem)bad en sauna worden ontraden in de eerste twee weken na de operatie.
Contact bij problemen na uw onderzoek/behandeling
U krijgt bij ontslag een controleafspraak mee voor bij uw chirurg en de internist endocrinoloog, maar bij klachten zoals kortademigheid, koorts, roodheid en/of zwelling van de wond, tintelingen rondom de mond en/of van de vingertoppen wordt u verzocht eerder contact op te nemen met het ziekenhuis (zie verderop in de folder voor de telefoonnummers).
Contactgegevens van de betrokken poliklinieken
Bij vragen of problemen kunt u contact opnemen met:
Polikliniek Heelkunde
Tijdens kantooruren (= maandag t/m donderdag: 8:15 - 11.30 uur / 13:30 - 16:00 uur en op vrijdag: 8:15 - 12:00 uur) neemt u contact op met de polikliniek van het Centrum Endocriene Tumoren Leiden via het telefoonnummer 017-5263505 of de polikliniek Heelkunde via het telefoonnummer:
071-5262377
Spoedeisende hulp
Buiten kantooruren kunt u contact opnemen met de Spoedeisende Hulp via telefoonnummer:
071- 5261950
Informatie over de afdeling Heelkunde/Chirurgie van het LUMC vindt u op www.heelkunde-lumc.nl
De vaste schildklierchirurgen in het LUMC zijn: mevr. Dr. A. Schepers, Dr. L. Welling en Dr. J.J.W.M. Brouwers. Ook zijn er chirurgen (in opleiding), met als aandachtsgebied bijschildklierchirurgie, die onder supervisie mee kunnen opereren aan uw bijschildklier.
In het LUMC is er een nauw samenwerkingsverband tussen de bijschildklierchirurgen, de endocrinologen (aanspreekpunt Prof. Dr. O.M. Dekkers) en nucleair geneeskundigen (aanspreekpunt Prof. Dr. L de Geus-Oei).