Patiëntenfolder

Proeflaparotomie met/zonder vriescoupe: een operatie ter beoordeling (stellen diagnose) van een zwelling in de onderbuik.

Binnenkort wordt u in het LUMC opgenomen op de afdeling Gynaecologie voor een proeflaparotomie. In deze folder vindt u informatie over de operatie. De folder is bedoeld als aanvulling op de mondelinge informatie van uw behandelaar. Heeft u nog vragen, neemt u dan gerust contact met ons. Wij wensen u veel sterkte en een spoedig herstel.

Deze informatie is opgesteld door de afdeling Gynaecologie van het LUMC.

Onze zorg

een proeflaparotomie

Een proeflaparotomie is een buikoperatie, die wordt uitgevoerd bij patiënten met een zwelling (tumor of ruimte-innemend proces of cyste) in de buik, meestal uitgaande van een eierstok, waarvan niet zeker is of het om een kwaadaardige tumor gaat. Het doel van de operatie is het vaststellen van de diagnose en de eventuele uitgebreidheid van de ziekte.

De operatie vindt plaats door een verticale snee in de buik, vanaf het schaambeen tot net boven de navel. Eerst wordt de tumor verwijderd, deze wordt in het laboratorium onderzocht om vast te stellen wat de aard van de tumor is (vriescoupe). Dit kan namelijk goedaardig, borderline of kwaadaardig zijn. Afhankelijk van de uitslag van de vriescoupe bepaalt de gynaecoloog hoe uitgebreid de operatie moet zijn. De verschillende opties worden vooraf met u besproken.

Bij een goedaardige tumor worden over het algemeen beide eierstokken en eileiders verwijderd wanneer u post-menopauzaal bent (door de overgang bent geweest). Als u nog niet in de overgang bent (geweest) dan wordt alleen de aangedane eierstok en eileider verwijderd. In overleg met u kan ook de andere eileider verwijderd worden.

Als het een borderline tumor betreft, een vorm tussen goed- en kwaadaardig in, wordt de andere eierstok verwijderd als de gynaecoloog dit van te voren heeft afgesproken met u.

Normaliter wordt dit gedaan als u 45 jaar of ouder bent. Als u jonger bent dan 45 jaar wordt alleen de aangedane eierstok verwijderd.

Bij een kwaadaardige tumor wordt in het algemeen de andere eierstok, de baarmoeder en het vetschort verwijderd. Verder worden er biopten afgenomen van het buikvlies. Zo nodig worden de lymfeklieren verwijderd, mogelijk is de tumor hierin uitgezaaid.

De kans dat de vriescoupe niet juist is, is ongeveer 10-15%. De definitieve uitslag volgt na ongeveer 10-14 dagen. Wanneer de definitieve uitslag van het vriescoupe onderzoek afwijkt volgt er mogelijk een tweede operatie.

De operatie duurt 1 tot 4 uur.

Voorbereiding

Wat gaat er vooraf aan het onderzoek of de behandeling?

Voordat u wordt geopereerd, heeft u meerdere voorbereidende afspraken in het ziekenhuis, namelijk:

  • Een gesprek met de arts en doktersassistente op de poli;
  • Bloedonderzoek;
  • Een ct-scan van de longen en de buik (dit gebeurt vaak al in het verwijzende ziekenhuis)
  • Een belafspraak op de Poli Anesthesiologie (POS);
  • Een belafspraak met een verpleegkundige van de verpleegafdeling (VESP);
  • Evt. Een (bel) afspraak met de casemanager

Hoe kunt u zich voorbereiden?

Poli Anesthesiologie

U krijgt een afspraak bij de anesthesioloog om de narcose tijdens de operatie te bespreken.

Een anesthesioloog, specialist op het gebied van narcose en pijnbestrijding, zal u vragen stellen over uw algemene gezondheidstoestand, eerdere operaties, uw medicijngebruik, doorgemaakte ziektes, eventuele overgevoeligheid voor bepaalde medicijnen en ervaringen met eerdere narcose. In de regel is dit gesprek telefonisch; er kunnen aanvullende onderzoeken worden afgesproken, mogelijk moet u hier nog een keer voor komen (bijvoorbeeld voor een hartfilmpje) maar vaak kan het ook op de ochtend van de ingreep (bijv. Bloeddruk meten).

Maatschappelijk werk of geestelijke verzorging

Als u behoefte heeft aan contact met één van de maatschappelijk werkers of iemand van de geestelijke verzorging, kunt u vóór uw opname al kennis maken. De maatschappelijk werker/geestelijk verzorger kan u en uw familie begeleiding en ondersteuning bieden bij het verwerken van uw ziekte. Ook kan de maatschappelijk werker informatie en advies geven bij de praktische gevolgen van uw ziekte.

Het onderzoek / de behandeling

Hoe gaat het onderzoek / de behandeling in zijn werk?

Bij een vergrote of afwijkende eierstok en verdenking op eierstokkanker, maar geen zichtbare uitzaaiingen, wordt een ‘proeflaparotomie’ gedaan. Daarbij wordt in de meeste gevallen een snede gemaakt in het midden van de buik van schaambeen tot boven de navel. Vooraf wordt besproken of een gedeelte, of de hele eierstok met eileiders zal worden verwijderd, de baarmoeder en eventuele andere organen als daar ook tumorweefsel of afwijkingen te zien zijn tijdens de operatie. Meestal wordt tijdens de operatie een ‘sneltest’ (vriescoupe) gedaan door de patholoog om te beoordelen of het eierstokkanker is of niet.

Als eierstokkanker is aangetoond en er verder geen zicht bare tumor in de buik is, volgt een stadiëringsoperatie. Dit wordt hierna uitgelegd. Is er wel tumorweefsel zichtbaar dan wordt dit direct verwijderd. Dit heet een debulking. We leggen deze beide operaties hierna uit.

Stadiëringsoperatie (chirurgische ingreep)

Doel van dit onderzoek is om niet zichtbare, dus microscopische tumor, in de buikholte of de lymfeklieren op te sporen, als die er is. Hierna wordt bepaald of ook chemotherapie nodig is. In de meeste gevallen worden beide eierstokken verwijderd en ook de baarmoeder en het vetschort. Meestal worden ook de klieren langs de grote bloedvaten in de buikholte verwijderd, zowel in het bekken als langs de grote lichaamsslagader. Er worden stukjes weefsel (biopten) van het buik vlies voor onderzoek weggenomen voor onderzoek door de patholoog. Als er uitzaaiingen worden gevonden, wordt meestal aanvullend chemotherapie geadviseerd.

Debulking operatie

Bij een debulking wordt zoveel mogelijk zichtbare ziekte verwijderd uit de buik. Meestal betreft dit beide eierstokken, de baarmoeder, het vetschort en soms zelfs een stuk darm of orgaan worden dan verwijderd. Hierdoor kan het voorkomen dat u een (meestal blijvend) een stoma krijgt. Tijdens de debulking is het belangrijk om een zogenaamde complete debulking te bereiken; dit betekent dat er geen zichtbare tumor meer achterblijft in de buikholte. Als een complete debulking niet mogelijk geacht wordt na het openen van de buik kan het in uitzonderlijke gevallen gebeuren dat de arts besluit om de operatie niet te continueren (open-dicht procedure), maar dat het beter is om te starten met chemotherapie, waarna bij goede respons een tweede operatie zal plaatsvinden.

Na een debulking operatie zal bij vrijwel alle patiënten aanvullende chemotherapie geadviseerd worden.

Waar moet u op letten direct na het onderzoek / de behandeling?

De periode na de operatie  

Het versneld herstelprogramma  

Voor elke operatie geldt “het versneld herstelprogramma”. Hieronder worden elementen benoemd die een positieve invloed hebben op het herstel na een operatie. De elementen die leiden tot een vlot herstel zijn:  

  • Goede pijnbestrijding  

  • Een zo kort mogelijke periode van 'niet eten'  

  • Een zo kort mogelijke periode van bedrust

Voordelen versneld herstelprogramma

Het verlies van spierkracht wordt tegengegaan door zo snel als mogelijk na de operatie te starten met drinken en eten en door snel weer uit bed te komen. Een zo kort mogelijk verblijf in het ziekenhuis zorgt voor een lager risico op complicaties als wondinfectie, trombose, longontsteking en doorliggen.  

Goede pijnbestrijding 

Na de operatie zijn er verschillende manieren om de pijn te bestrijden. In eerste instantie met paracetemol en naproxen. Bij een buiksnede krijgt u daarnaast continue pijnstilling via het infuus of via de epidurale katheter. Of via plaatselijke wondkathers, dan krijgt u continue pijnstilling d.m.v. 2 slangetjes die direct naast de wond liggen.

De eerste dagen na de operatie krijgt u kauwgom aangeboden. Door het kauwen wordt speeksel aangemaakt wat de darmwerking bevordert. U krijgt zo nodig tweemaal per dag een laxeermiddel (in tablet-of poedervorm) om verstopping te voorkomen.  

Voeding 

Afhankelijk van de soort operatie (wel of geen maaghevel/peristaltiek) mag u weer wat drinken en eten zodra u terug bent op de verpleegafdeling. Het snel hervatten van eten en drinken geeft geen extra risico’s. Bouw de hoeveelheden die u eet langzaam op.  

Beweging 

Na de operatie zal zo snel mogelijk gestart worden met bewegen, eerst onder begeleiding van een verpleegkundige en later zelfstandig of met hulp van familie. Zodra u terug bent op de verpleegafdeling, mag u proberen op de rand van het bed te zitten. De dagen na de operatie wordt het bewegen verder uitgebreid.

De verpleegkundige ondersteunt u hierbij. Het mobiliseren zal in verschillende fases verlopen. Op dag 1 zult u onder begeleiding op bedrand gaan zitten, dag 2 zitten op een stoel, dag 3 douchen etc. Het mobiliseren wordt op iedere patiënt afgestemd.

Dagelijkse verzorging

De eerste dagen ontvangt u hulp en ondersteuning bij de dagelijkse verzorging. Rond de vierde dag na de operatie bent u weer grotendeels zelfstandig.

Wondzorg

De verpleegkundige inspecteert en verzorgt dagelijks uw wond. De pleister wordt op dag 1 verwijderd. Zodra u in staat bent om te douchen, wordt de wond gespoeld onder de douche met water.

Hechtingen

Indien de huid is gesloten met onderhuidse hechtingen,dan zijn deze oplosbaar en hoeven ze niet verwijderd te worden.

Indien er gebruik is gemaakt van krammetjes/nietjes (agraves), dan dienen deze ongeveer 14 dagen na de operatie te worden verwijderd. Bij ontslag krijgt u een tangetje mee zodat de huisarts deze kan verwijderen. U kan zelf een afspraak maken bij de huisarts.

Fraxiparine

Ter voorkoming van bloedstolsels in de bloedvaten (trombose) wordt er tijdens uw opname in het ziekenhuis dagelijks een injectie gegeven in uw bovenbeen. Dit middel heet Fraxiparine®. U gebruikt dit door tot de definitieve uitslag van het weefselonderzoek bekend is. Als er bij de operatie een kwaadaardigheid (eierstokkanker) wordt geconstateerd, dan moet er in totaal 6 weken lang (met de opname meegerekend) Fraxiparine® 1 maal per dag geïnjecteerd worden. Op de afdeling wordt het injecteren aan u (of een van uw naasten) uitgelegd en geoefend zodat u dit na opname thuis zelf kunt doen.

Indien het niet lukt of mogelijk is dat u of uw naasten injecteert, dan wordt hier thuiszorg voor aangevraagd.

Als er geen sprake is van kwaadaardigheid, wordt de injectie alleen gegeven tijdens de opname.

Stomaverzorging

Indien u een stoma hebt gekregen, komt een gespecialiseerd stomaverpleegkundig langs om het juiste materiaal aan te reiken en instructies te geven. Het stoma wordt dagelijks verzorgd en geïnspecteerd door de verpleegkundige van de afdeling. Tevens oefent de verpleegkundige het verzorgen van de stoma met u, ter bevordering van uw zelfzorg. Indien nodig wordt bij ontslag via een Transfer verpleegkundige de thuiszorg ingeschakeld om u te helpen bij de zorg van het stoma.

Ontslag uit het ziekenhuis

De dag van ontslag

Als het herstel zonder complicaties verloopt, kunt u op de 3e of 4e dag na de operatie met ontslag. Wanneer tijdens de opname blijkt dat u nog verpleegkundige zorg nodig heeft na ontslag, dan zullen we dit in het ziekenhuis organiseren. Een verpleegkundige van de afdeling Transfer komt dan bij u langs op de afdeling om te bespreken welke zorg geboden kan worden.

Bij het ontslag krijgt u een ontslaggesprek met de zaalarts. De arts en verpleegkundige zullen leefregels aan u meegeven en doornemen wanneer u contact op moet nemen met het ziekenhuis.

PINO:

Alarmsignalen na ontslag: 

  • Koorts (meer dan 38.5°C)en/of koude rillingen 
  • Toename pijn onder de huidige pijnmedicatie 
  • (Toename) bloeding of bloedverlies en/ of sterk ruikt 
  • Misselijkheid/ braken en uitblijven van ontlasting

Wond

Bij een operatie via de buik wordt de ontstane wond gehecht. 

  • De hechtingen bij u zijn oplosbare hechtingen
  • Niet oplosbare hechtingen. De hechtingen dienen na 7-8 dagen verwijderd te worden op het assistente spreekuur bij de huisarts. Hier dient u zelf een afspraak voor te maken. 
  • Agraves (krammen) deze dienen na ongeveer 14 dagen verwijderd te worden op het assistente spreekuur bij de- huisarts. Hier dient u zelf een afspraak voor te maken. U krijgt van de afdeling een agravetang mee voor het verwijderen van de agraves.

Soms kunnen er problemen ontstaan in de genezing van de wond of wondjes op de buik.
Wij adviseren u: 

  • Wel te douchen, waarbij de wond nat mag worden. 
  • Een wijkende, openstaande, of iets pussende wond zonodig vaker dan 1x daags uit te spoelen onder de douche. Indien de roodheid of afscheiding van  pus toeneemt, contact opnemen met de polikliniek of de afdeling KOHG 
  • Zolang de wond open is, niet zwemmen of in bad gaan. 
  • Niet onnodig aan de wond komen, de korsten vallen er vanzelf af. 
  • Als de wond dicht is, mag u eventueel crème op de wond smeren.

Vloeien: 

  • Een week of iets langer kan u bloed of bloederige afscheiding verliezen. Dit wordt vanzelf minder. 
  • Als de afscheiding of het bloedverlies meer is dan een normale menstruatie of als het vloeien toeneemt, moet u contact opnemen. 
  • Regelmatig uw verband verschonen 
  • Wanneer de afscheiding sterk ruikt, moet u contact opnemen 
  • Geen tampons te gebruiken. 
  • Niet te gaan zwemmen of in bad te gaan zolang u bloedverlies of bloederige afscheiding heeft.

Belastbaarheid  

  • Vermoeidheid en/ of pijn zijn de meest voorkomende ongemakken. 
  • Luister goed naar uw lichaam, wissel rust af met activiteiten. Wanneer u meer pijn krijgt, bent u misschien te actief geweest en moet u rust nemen. 

Mobiliseren  

Na een operatie kunt u beperkingen ervaren. Meestal hangen deze samen met de reden van uw opname en/ of de aard van de ingreep die bij u werd verricht. 

Wij adviseren u een periode van 6 weken rust te nemen indien u een laparotomie (buikoperatie) heeft ondergaan. 


Dit houdt in dat u in deze periode:

  • Geen zwaar huishoudelijk werk, zoals stofzuigen en boodschappentassen tillen kunt verrichten.

  • Lichte activiteiten geleidelijk aan weer gaat doen en uitbreiden, zoals koken, afwassen, etc. 
  • Geen buikspieroefeningen doet en ook niet sport. U mag wel traplopen en wandelen. 
  • Niet autorijden of fietsen. Indien u in de rustperiode wel wilt autorijden, adviseren we u hierover eerst contact op te nemen met uw autoverzekering. 
  • Streef naar voldoende lichaamsbeweging maar blijf binnen de grenzen ten aanzien van beweging en wat uw lichaam aangeeft.

Voeding en vocht  

  • U mag alles eten en drinken.
  • Drink voldoende (streef naar ten minste 1.5 tot 2 liter per dag).

Urineren

  • Indien u pijn bij het plassen en/ of een branderig gevoel bij het plassen heeft en/ of het gevoel dat u niet goed uit te kunnen plassen, neem dan contact op met uw huisarts; het kan zijn dat u een urineweginfectie (blaasontsteking) heeft. 

Stoelgang: 

  • Drink voldoende (streef naar ten minste 1.5 tot 2 liter per dag) 
  • Kies voor vezelrijke voeding, zoals volkorenproducten, groente en fruit. 
  • Streef naar voldoende lichaamsbeweging maar blijf binnen de grenzen ten aanzien van beweging en wat uw lichaam aangeeft. 

Seksualiteit: 

  • U mag geen gemeenschap of andere penetratie hebben gedurende 6 weken. 
  • Er bestaan geen medische bezwaren tegen seksueel opgewonden raken of het hebben van een orgasme.
  • Als de eierstokken worden verwijderd dan kunnen er vervroegd overgangsverschijnselen optreden. Indien nodig kan de arts hormoonvervangende middelen voorschrijven.
  • Na het verwijderen van de baarmoeder is een zwangerschap niet meer mogelijk. Dit kan een belangrijke bron van verdriet zijn.

Werkhervatting: 

  • U kunt uw werk na de periode van 6 weken rust hervatten na een buikoperatie

De zaalarts schrijft een brief naar de huisarts, zodat die op de hoogte is van uw behandeling. U krijgt een recept(en) voor medicatie, waaronder het recept voor de Fraxiparine® die u thuis tot 6 weken na de operatie (opname meegerekend) moet injecteren.

Het herstel

Het herstellen van de operatie kan enkele weken tot maanden duren. Indien u vervolgbehandeling nodig heeft, moet u rekenen op een langere herstelperiode. Voor de eerste zes weken gelden de volgende leefregels: niet zwaar tillen, niet zwemmen of in bad, geen tampons gebruiken en geen geslachtsgemeenschap.

Zolang u niet in goede conditie bent en niet zwaar mag tillen, kan huishoudelijke hulp wenselijk zijn. Indien u geen partner of thuiswonende volwassen kinderen hebt, kunt u dit voor uw operatie vast aanvragen bij het WMO-loket van uw gemeente.

Wanneer krijgt u de uitslag?

Uitslag van weefselonderzoek en nabehandeling

Ongeveer 10 tot 12 dagen na de operatie krijgt u de uitslag van weefselonderzoek. Wanneer u met ontslag gaat, krijgt u hier een (telefonische) afspraak voor.

Het weefsel dat bij de operatie is weggenomen wordt op het pathologisch laboratorium onderzocht. Wanneer de uitslag bekend is, stelt de gynaecoloog, vaak in overleg met andere gynaecologen, de internist-oncoloog vast of een nabehandeling met chemotherapie noodzakelijk is. In dat geval verwijst de gynaecoloog u dan naar een internist-oncoloog voor een verdere behandeling. Dit kan eigenlijk altijd in uw eigen (verwijzend) ziekenhuis bij u in de buurt.

Wat is de prognose?

De kans dat de behandeling effectief is hangt af van meerdere factoren. Onder andere of de zwelling in de buik goedaardig of kwaardig is.

Indien kwaadaardig dan hangt het af van het stadium van de ziekte waarin het ontdekt wordt (de uitbreiding van de tumor) en het resultaat van de operatie.

U krijgt hier meer informatie over van uw arts en kunt hier ook naar vragen. Ook kunt u hierover meer lezen in de regionale folder over eierstokkanker. Tevens staan er in deze folder verwijzingen naar andere websites, zoals kanker.nl. en bijv. stichting Olijf (patiëntenvereniging) Ook hier kunt u informatie vinden over de diagnose, behandeling en de prognose van eierstokkanker.

Wat zijn de risico's, bijwerkingen of complicaties?

Bij iedere grote buikoperatie bestaat het risico op complicaties. Dat risico ligt rond de 10-15%. Deze complicaties kunnen onder andere bestaan uit veel bloedverlies rondom de operatie. Indien nodig en na uw toestemming zal de arts u een zakje bloed geven tijdens of vlak na de operatie. Daarnaast loopt u het risico op een infectie (wondinfectie, blaasontsteking, longontsteking). U krijgt antibiotica voorafgaand aan de operatie, maar dit voorkomt niet alle infectie. Tevens kan er een letsel ontstaan aan andere organen in de buik, zoals de darmen, blaas of urinewegen (ureteren). Indien dit tijdens de operatie ontdekt wordt zal dit zo goed mogelijk direct hersteld worden. Indien dit niet ontdekt wordt tijdens de operatie dan zal in sommige gevallen een tweede operatie noodzakelijk zijn. Ook heeft u in de periode na de operatie een verhoogd riscio op het ontwikkelen van een bloedpropje in de benen of in de longen (trombosebeen of longembolie). Dit risico is vooral verhoogd als er sprake blijkt van een kwaadaardigheid. Ter voorkoming hiervan moet u gedurende zes weken na de operatie bloedverdunners (fraxiparine) prikken. Is er toch sprake van een goedaardige of borderline tumor dan mag u stoppen met de prikjes zodra de definitieve weefseluitslag bekend is.

Meedoen aan wetenschappelijk onderzoek

Het LUMC is een academisch ziekenhuis en doet mee aan diverse onderzoeken. De arts en doktersassistenten zullen u vertellen voor welk onderzoek u in aanmerking komt. U krijgt van hen de juiste informatiefolders hierover mee.

Nazorg

Welke specifieke nazorg kunnen wij bieden?

Afhankelijk van uw situatie bieden wij ook specifieke nazorg. Bijvoorbeeld met hulp van maatschappelijk werk, diëtisten of seksuologen. Of we helpen bij het vinden van een programma buiten het LUMC. Op die manier willen we bijdragen aan een zo hoog mogelijke kwaliteit van leven na een behandeling.

Zie ook de regionale folder over eierstokkanker.

Waar moet u op letten na uw onderzoek/behandeling?

De gevolgen van de operatie kunnen van tijdelijk of blijvende aard zijn. Dit verschilt per persoon.

Zwangerschap en overgang

Wanneer de baarmoeder en eierstokken zijn verwijderd, is het niet meer mogelijk zwanger te worden. Voor vrouwen die nog niet in de overgang waren, betekent verwijdering van de eierstokken en de baarmoeder, dat er een eind komt aan de menstruatie. Na verwijdering van de eierstokken kunnen er vervroegd overgangsklachten optreden; dit kunt u bespreken met uw gynaecoloog.

Seksualiteit

Bij de eerste nacontrole op de polikliniek, 6 tot 8 weken na uw operatie, kijkt de gynaecoloog of de wond in de schede is genezen. Wanneer dit het geval is, dan is er lichamelijk gezien geen belemmering om geslachtsgemeenschap te hebben.

Door de operatie kunnen er veranderingen optreden in de beleving van de seksualiteit.

Aanpassing aan de nieuwe situatie kan moeilijk zijn voor zowel u als uw eventuele partner. Aarzel niet om dit te bespreken met uw arts of verpleegkundige. De gynaecoloog kan u indien gewenst doorverwijzen naar de seksuoloog.

Plassen en ontlasting

Dit kan veranderd zijn, maar dat is vaak van tijdelijke aard. Vooral voor de darmen kunnen voldoende beweging, veel drinken en een vezelrijk dieet tot steun zijn. Als u een stoma heeft, kunt u contact met den stomaverpleegkundige houden voor allerlei vragen en informatie.

Vermoeidheid

Na een grote operatie als deze kan het zijn dat u lange tijd last heeft van vermoeidheid. Soms houdt dit zelfs meer dan een jaar aan. De vermoeidheid is een gevolg van zowel de ziekte als de behandelingen tegen de ziekte. Het is belangrijk dat u zorgt voor een goede lichamelijke conditie door regelmatig aan lichaamsbeweging te doen en zo gezond mogelijk te eten.

Contact bij problemen na uw onderzoek/behandeling

Loopt u na uw behandeling tegen problemen aan of hebt u nog vragen? Geef dit aan bij de nacontroles of eerder als u zich zorgen maakt. Bel met uw casemanager, gynaecoloog-oncoloog of oncoloog via de polikliniek Gynaecologie op tel. 071-5262870 (nummer polikliniek gynaecologie LUMC)

Buiten kantooruren kunt u zich bij zeer urgente problemen melden bij de spoedeisende hulp van het LUMC of een ziekenhuis bij u in de buurt.

Behandelteam

Bij de diagnostiek en de behandeling van (verdenking op) eierstokkanker in het LUMC is een groot aantal gespecialiseerde medewerkers betrokken: artsen, verpleegkundigen en pathologen. Zij vervullen allemaal hun eigen belangrijke rol in het multidisciplinaire team. Een aantal van deze mensen zult u daadwerkelijk ontmoeten, anderen vervullen hun cruciale rol achter de schermen. Tijdens de diagnostiek en de behandeling wordt met u besproken wie uw contactpersoon of centrale aanspreekpunt is.

Dr. J.J. Beltman

Gynaecoloog-oncoloog

Dr. K.N. Gaarenstroom

Gynaecoloog-oncoloog

Dr. C.D. de Kroon

Gynaecoloog-oncoloog

Dr. L.S. Nooij

Gynaecoloog-oncoloog

Drs. F. E. Van Slooten

Fellow Gynaecologische oncologie

Prof dr. T. Bosse

Patholoog

Dr. J.R. Kroep

Medisch-oncoloog

Prof.dr. J.E.A. Portielje

Medisch oncoloog

Mw. C.J. (Caroline) Grimbergen

Casemanager/Physician assistant Gynaecologische Oncologie

Meer informatie

Contactgegevens van de betrokken poliklinieken

Wilt u meer weten of hebt u nog vragen? Neem dan contact met ons op of volg de links voor aanvullende informatie naar de regionale folder en websites waar naar verwezen wordt.

Patiëntportaal mijnLUMC

In het patiëntportaaal mijnLUMCvindt u een duidelijk overzicht van uw behandelingen en hebt u inzicht in uw medische gegevens. U kunt inloggen via de website www.lumc.nl/mijnlumc. Snel en veilig. Thuis, onderweg en in het ziekenhuis. 

Contactgegevens voor patiënten

  • Polikliniek Gynaecologie: 071 - 526 28 70

Handige links

Medische informatie, verwijshulp, discussiegroepen en lotgenotencontact
www.kanker.nl

KWF kankerbestrijding
Gratis 0800-022662
www.kwf.nl

Stichting Olijf, netwerk van vrouwen met gynaecologische kanker
Hulplijn: 0800-022662; Secretariaat: 033-4633299
www.olijf.nl

AYA zorgnetwerk voor jonge mensen (18-40 jaar) met kanker

Nationaal AYA Jong en Kanker Zorgnetwerk (ayazorgnetwerk.nl)

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
www.nvog.nl

Inloophuizen en Psycho-oncologische centra, Samenwerking en Ondersteuning www.ipso.nl