Repareren, boerenverstand en een circulaire hub

John van Duuren

Heb je weleens iets weggegooid dat eigenlijk nog te repareren was, puur omdat het makkelijker leek dan zoeken naar een oplossing? John van Duuren denkt daar anders over. In een kantoor in het LUMC staat al ruim een week een kapotte bureaustoel. John, facilitair adviseur bij het LUMC, loopt er niet aan voorbij.

Hij maakt contact met de collega’s daar, neemt de stoel mee en kijkt hem na. De wielen zijn vervangen in minder dan een minuut. De stoel draait weer. Geen monteur, geen factuur en geen wachttijd van zeven weken. Johns werk raakt aan meubilair, inkoop en logistiek. Maar wie hem spreekt, merkt dat het ook over iets anders gaat: over hoe je omgaat met wat je hebt. Over boerenverstand. Over het verschil tussen weggooien en kijken wat er mogelijk is. 
 
Zijn passie voor circulariteit begint bij een aanbesteding in 2021, toen hij contractregisseur was voor het meubilair van het LUMC: het aanspreekpunt tussen het huis en de leverancier. Bij die aanbesteding werd niet alleen op prijs gestuurd. “Onze afdeling had toen ook al het duurzaamheidsgen, zal maar zeggen,” grinnikt John. Circulariteit woog dan ook zwaar mee in het aanbestedingstraject. Leveranciers die niet konden aantonen dat hun meubilair opgeknapt of teruggegeven kon worden, vielen snel af. Wat uiteindelijk in het voordeel sprak van ‘de winnaar’ van die aanbesteding? “Een zogeheten circulaire hub, waar mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt meubilair opknappen voor herverkoop.” Voor John was dat niet alleen een aanbestedingsvoordeel. Het was een bewijs dat circulariteit in de praktijk werkt, voor producten en mensen. 

‘Van twee oude maak ik één bruikbare’

John van Duuren

Triage met een schroevendraaier

Drie jaar geleden nam John de reparatiecoördinatie over van de afdeling Medische Technologie. De manier waarop reparaties destijds verliepen, klopte voor hem niet. “Eens per maand kwam er een monteur in huis om het meubilair te repareren en als er een onderdeel moest worden vervangen was je weer een maand verder.” En als bleek dat repareren onmogelijk was, moest er een nieuwe besteld worden. John doet het anders. Medewerkers brengen hun stoel bij hem en hij beoordeelt gelijk wat er aan de hand is. “Ik noem het maar triage, het is tenslotte een ziekenhuis,” zegt hij. Vaak lost hij het op. Een nieuw wiel. Of een onderdeel uit een andere stoel die kapot is. “Van twee oude maak je weer één bruikbare,” zegt hij. Duurzaam en financieel aantrekkelijk. “Vijf nieuwe wielen kosten bij de leverancier honderdvijftig euro, inclusief voorrijkosten en arbeid.” John lost het in een minuut op. 

Geld van het ziekenhuis als eigen geld

John komt oorspronkelijk uit de commerciële sector. Die achtergrond kleurt hoe hij naar het LUMC-budget kijkt. “Ik ga met het geld van het ziekenhuis om zoals ik met mijn eigen geld omga.” Niet krampachtig, maar bewust. Hij snapt dat een bureau van de leverancier duurder is dan bij een meubelgigant, en weet dan ook wat je daarvoor terugkrijgt: levering, montage, afvoer van verpakking en garantie. Wat hij minder makkelijk accepteert, is geld uitgeven terwijl er een duurzaam alternatief is. “Als ik thuis een lampje kan vervangen, laat ik toch ook niet gelijk een monteur langskomen?” Hij trekt de parallel bewust. Want in een ziekenhuis voelt verspilling voor veel mensen abstract. Niemand ziet de factuur, totdat iemand als John het concreet maakt en concreet verandert. 
 
Het reparatieproces is nog niet af. Al drie jaar zoekt John naar het juiste structurele proces voor reparatie: via logistiek, infra en afvalbeheer. De opdracht aan de meubelleverancier is helder: kijk eerst wat er staat, wat hergebruikt kan worden en wat opgeknapt moet worden, voordat er iets nieuws besteld wordt. “Duurzaamheid kost geld, maar het levert ook op. Niet altijd in euro's, maar in grondstoffen, in levensduur, in de hele keten.” Dat is het beeld waar hij naartoe werkt: een ziekenhuis waar niemand meer raar opkijkt van een opgeknapte stoel of een gerepareerde kast, gewoon omdat het de normaalste zaak van de ​wereld is.