David Ridderbos
Met grote regelmaat zijn er - zoals het woord 'ongeplande' al doet vermoeden - momenten dat er vanuit het niets van alles tegelijkertijd moet gebeuren. Maar ondanks die grillige werkdruk is er genoeg tijd en ruimte om als team bezig te zijn met verduurzaming. En de aanpak is simpeler dan gedacht.
Davids motivatie komt niet voort uit een beleidsstuk of programma van het LUMC. De vonk voor duurzaam werken slaat op hem over bij een extern congres. Op een groot wit scherm ziet hij een filmpje over grondstoffengebruik. “Ik zag dat Nederland elk jaar anderhalf tot twee keer het aantal grondstoffen verbruikt dat de aarde ons biedt, dus halverwege het jaar leven we eigenlijk al op krediet,” vertelt David. Die kennis ontwikkelt zich tot motivatie, en hij gaat op zijn afdeling actief aan de slag met verduurzaming. “Duurzaam werken is niet moeilijk, maar het vraagt om anders kijken naar wat je doet. Zeker in een academisch ziekenhuis waar de gewoonte is om, in het kader van snelheid, materiaal weg te gooien.”
Druk, druk, duurzaam
Op een spoedafdeling kan tijd schaars zijn. Maken mensen daardoor ook minder duurzame keuzes? “Ja, maar de valkuil is eerder dat mensen denken dat duurzame interventies meer tijd kosten. Dus zoek ik naar werkwijzen die dat niet doen of die zelfs sneller zijn.” Een goed voorbeeld is de stuwband: de elastische band die bij bloedprikken om een arm wordt gebonden. Tot voor kort gebruikte de afdeling honderden wegwerpstuwbanden per jaar. Nu werken ze met een herbruikbare variant, vertelt David trots: “Zo gaan we jaarlijks van duizenden naar vijftig stuks en hoeven we niet bij iedere opname op zoek naar een nieuwe. Dat scheelt tijd én afval.” Een ander voorbeeld is de antibiotica. Vroeger: een zakje, een zijlijntje, wachten, en daarna nog een keer terug naar de patiënt. Nu gaat het via een spuit direct op de hoofdlijn. “Minder materiaal, minder handelingen, en je hoeft niet meer te wachten. Ook dat is tijdsbesparing.”
‘Snel weggooien kan juist extra tijd kosten’
Overtuigen werkt anders dan je denkt
David merkt dat intrinsieke motivatie niet bij iedereen vanzelf komt en hij heeft geleerd dat proberen die te wekken een lastige strategie kan zijn. “We hebben eerst geprobeerd het verhaal te vertellen: wat is er aan de hand met klimaatverandering en waarom doet het ertoe?” Niet iedereen is daarvoor te porren. Zijn aanpak verschoof. In plaats van uitleggen, gewoon beginnen. “Als je laat zien dat duurzaam werken niet meer tijd kost, volgen de meeste mensen wel.” De sceptici van het eerste uur komen achteraf soms als eersten terug. “We voerden die nieuwe stuwband in van stugger materiaal en een aantal collega’s waren bang dat die minder prettig zat. Nu wil niemand meer terug naar het oude model.” Hij lacht. “Het heeft soms ook gewoon het gevoel van een nieuwe gadget en daar zijn mensen dan toch best blij mee.”
Het doet ertoe
David is blij dat het LUMC duurzaamheid serieus neemt. “Elke stuwband die we besparen, elke onnodige handeling die we schrappen, het lijkt klein, maar de zorg is samen verantwoordelijk voor zo'n zeven procent van alle CO₂-uitstoot in Nederland. Dus ook in het LUMC is veel winst te behalen. We hebben allemaal ingesleten patronen, en het is mooi om die eens onder de loep te nemen.” David ziet dat het draagvlak groeit. Waar duurzaamheid in 2020 nog nauwelijks een thema was op afdelingsniveau, zijn er nu een duurzaamheidscoördinator en Green Teams actief door het hele ziekenhuis. “Mensen die vroeger misschien iets meer in de weerstand zaten, zien nu dat er heel veel mensen mee bezig zijn. Dan ontstaat er toch iets meer geloof.”
Over vijf jaar hoopt hij dat afdelingen standaard zijn ingericht op efficiënt materiaalgebruik. Dat je op een patiëntenkamer afval kunt scheiden. Dat achter elke keuze een gedachte zit. Niet omdat het moet, maar omdat het logisch is. Eén stuwband per opname is iets. Vermenigvuldig dat met alle teams in het LUMC, en het wordt zoveel meer. “We zijn verantwoordelijk voor een groot stuk van de vervuiling,” zegt David, “maar we kunnen ook een groot stuk van de oplossing zijn.”