Ziekenhuizen starten landelijke studie naar het goed houden van donorlevers
Door: Lennart 't Hart
Bij beide technieken wordt de lever aangesloten op een machine die ervoor zorgt dat het orgaan warm blijft en zuurstof en voedingsstoffen krijgt. Deze behandeling heet perfusie. Dat kan op twee manieren: de lever krijgt direct na het overlijden van de donor in het lichaam weer doorstroming, of de lever wordt eerst uit het lichaam gehaald en daarna aangesloten op de machine.
Het is de eerste studie ter wereld waarbij de twee manieren om de donorlever goed te houden rechtstreeks met elkaar worden vergeleken. Het gezamenlijke onderzoek staat onder leiding van transplantatiechirurgen dr. Volkert Huurman (LUMC), dr. Jeroen de Jonge (Erasmus MC) en prof. dr. Vincent de Meijer (UMCG).
In of buiten het lichaam
Het belangrijkste verschil tussen de twee technieken is het moment waarop een donorlever weer zuurstof krijgt. Bij de ene methode gebeurt dat al kort na het overlijden, terwijl de organen nog in het lichaam van de donor zitten (normotherme regionale perfusie, NRP). Hierdoor wordt verdere schade door zuurstofgebrek zoveel mogelijk voorkomen. Dat is vergelijkbaar met een hartinfarct of beroerte: hoe sneller de bloedtoevoer wordt hersteld, hoe meer weefsel behouden blijft.
Bij de andere methode wordt de lever eerst uitgenomen en naar het transplantatiecentrum gebracht. Pas daar wordt het orgaan aangesloten op een machine die de bloedcirculatie nabootst (ex-situ-perfusie). Deze behandeling kan schade die tijdens het zuurstoftekort is ontstaan mogelijk beperken of deels herstellen.
Huurman: "Van beide technieken is al aangetoond dat ze goed zijn voor de kwaliteit van donorlevers, in elk geval beter dan wanneer je geen machineperfusie gebruikt. Een mogelijk voordeel van de methode waarbij de organen direct na het overlijden weer doorbloeding krijgen, is dat ze minder schade oplopen. Dat zou extra gezondheidswinst kunnen opleveren. Daarnaast kunnen we mogelijk kosten besparen. Het behandelen van meerdere organen tegelijk bij de donor lijkt goedkoper dan ieder orgaan vlak voor de transplantatie afzonderlijk behandelen. Betere uitkomsten na transplantatie kunnen bovendien leiden tot lagere zorgkosten op de langere termijn."
Studie leidt hopelijk tot meer beschikbare levers
Om te bepalen welke aanpak uiteindelijk het beste werkt, kijken de onderzoekers naar verschillende uitkomsten. Allereerst onderzoeken zij hoe goed de lever functioneert na transplantatie. Daarbij letten ze vooral op galwegschade: schade aan de kleine buisjes in de lever die gal afvoeren. Dit is een veelvoorkomend probleem dat veel invloed heeft op het herstel van de patiënt. Minder schade betekent dat artsen meer donorlevers kunnen gebruiken en dat patiënten minder complicaties krijgen.
Daarnaast wordt gekeken naar de belasting voor het milieu en de effecten op andere organen, zoals de nieren en de alvleesklier. Die worden namelijk ook van zuurstof voorzien tijdens donorperfusie.
Gelijkwaardige samenwerking tussen drie centra
De samenwerking tussen de drie transplantatiecentra is een belangrijk onderdeel van het onderzoek. Daarbij werken niet alleen de onderzoekers nauw samen, maar ook de vijf Zelfstandige Uitname Teams die donororganen in heel Nederland uitnemen. De Jonge: “Donorchirurgen in heel Nederland zijn getraind om binnen dit onderzoek voor de drie levertransplantatiecentra organen zorgvuldig uit te nemen met het gebruik van perfusie. Ook dat is een unieke situatie in de wereld.”
De Meijer: "In landen als Frankrijk, Italië en Spanje krijgen donororganen na het overlijden vaak al in het lichaam van de donor opnieuw zuurstofrijk bloed toegediend. Daar is dat inmiddels de standaardaanpak. In Nederland worden zowel deze methode als de behandeling van organen buiten het lichaam vergoed en toegepast. Opvallend genoeg is de aanpak in het lichaam van de donor nog nooit in een grote, gerandomiseerde studie onderzocht. Juist omdat beide behandelingen in Nederland beschikbaar zijn en als standaardzorg gelden, kunnen we ze nu voor het eerst goed met elkaar vergelijken."
Studie gaat vijf jaar duren
De onderzoeksleiders spreken daarom van een gezamenlijke inspanning: “We doen dit als één landelijk team. Elk centrum is gelijkwaardig. Door onze kennis en ervaring te bundelen, kunnen we dit onderzoek gezamenlijk uitvoeren.”
De studie is op 1 oktober gestart en zal vijf jaar duren. In die vijf jaar willen de onderzoekers ruim vijfhonderd levertransplantaties binnen de studie uitvoeren. De patiënten worden verdeeld over twee groepen. Door loting wordt bepaald welk type perfusie wordt toegepast. Deelname aan de studie brengt geen extra risico’s met zich mee en de best mogelijke zorg is en blijft gegarandeerd.
* Voor dit onderzoek kreeg het consortium (INSPIRE) een subsidie van €947.000 vanuit het ZonMw kaderprogramma Passende Zorg. Daarbij is er de steun van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en het Zorginstituut Nederland, die ervoor gezorgd hebben dat beide behandelingen in Nederland tot de standaardzorg behoren.
Cijfers over levertransplantaties in 2025
- In 2025 werden in Nederland 243 levertransplantaties uitgevoerd. Bij 210 transplantaties kwam de lever van een overleden donor en bij 33 transplantaties van een levende donor.
- 171 levers werden behandeld met machineperfusie en daarna getransplanteerd. Bij 67 van deze levers maakte machineperfusie transplantatie mogelijk; zonder deze behandeling zouden deze levers niet zijn gebruikt voor transplantatie.
- In 2025 werden 74 levers van overleden donoren al vóór het uitnemen afgewezen. Na het uitnemen bleken nog eens 88 levers niet geschikt voor transplantatie.
- Eind 2025 stonden 209 mensen op de wachtlijst voor een donorlever. Van hen wachtten 79 mensen op dat moment actief op een transplantatie.
(Bron: Nederlandse Transplantatie Stichting)
Week van het donorgesprek
Van maandag 12 tot en met maandag 19 oktober organiseert de Nederlandse Transplantatie Stichting (NTS) de jaarlijkse Week van het Donorgesprek. Deze campagne roept mensen op om na te denken over orgaan- en weefseldonatie en hierover met elkaar in gesprek te gaan.
Ook in het LUMC is er tijdens deze week aandacht voor orgaan- en weefseldonatie. Bij het restaurant staan professionals met een informatiestand klaar om vragen over donatie te beantwoorden. Daarnaast staan we met de onthulling van een speciaal kunstwerk stil bij de betekenis van orgaandonatie voor donoren, nabestaanden en ontvangers.
