Immunogenetische diversiteit ontbreekt in bepaalde vormen van immunotherapie

6 mei 2024
leestijd
"15 miljoen mensen, op dat kleine stukje aarde. 'T land dat zorgt voor iedereen." Wie kent het liedje niet? Om voor iedereen te kunnen zorgen, is het belangrijk dat er rekening gehouden wordt met onze diversiteit. Dat zowel de zorg als de innovatie van zorg inclusief is. Enkel dan kan er gesproken worden van passende geïndividualiseerde zorg. Uit onderzoek van o.a. dr. Roderick Slieker en dr. Ferenc Scheeren* blijkt echter dat bij bepaalde vormen van immunotherapie de diversiteit ontbreekt.

Dr. Roderick Slieker, computationeel bioloog en dr. Ferenc Scheeren, assistent professor.

Immunotherapie bij kanker

Een deel van onze diversiteit is vastgelegd in onze genetische code, zo ook de diversiteit van het immuunsysteem (=immunogenetische diversiteit). Op het gebied van immunotherapie bij kanker zijn de afgelopen jaren belangrijke stappen genomen. Veel gebruikte methodes binnen de immunotherapie zijn er op gericht om het eigen immuunsysteem te activeren of om een bepaalde rem op het immuunsysteem te verwijderen. Beide benaderingen hebben als doel om heel specifiek de kankercellen te doden en niet de omliggende weefsels. Een veel gebruikte methode binnen de immunotherapie maakt gebruik van unieke eigenschappen van het Humaan Leukocyt Antigeen (HLA).

Diversiteit HLA

Er is een grote diversiteit aan HLA-eiwitten. Er zijn meer dan 25.000 verschillende HLA-varianten en binnen een gezin is er slechts een kans van 25 procent dat een broer of zus HLA-identiek is. Hoe verder je van elkaar afstaat, hoe groter de kans dat er verschillen in HLA-moleculen zijn. De verschillen worden nog groter als je bevolkingsgroepen met elkaar vergelijkt. Maar er zijn ook varianten die breed vertegenwoordigd zijn binnen een bevolkingsgroep. Zo komt 'HLA-A*02:01' (HLA-A2) vooral voor in Europa en Amerika, en zijn er andere varianten die veel vertegenwoordigd zijn in Afrika, Azië of Australië.

Onderbuikgevoel

"Er is binnen de onderzoekswereld al langer een besef dat er in de ontwikkeling van HLA-immunotherapie een bias richting HLA-A2 ontstaat", aldus dr. Scheeren. "Ons literatuuronderzoek onderbouwt dat."
HLA-A2 komt enkel voor bij mensen met een Europese en Noord-Amerikaanse afkomst. En zelfs binnen deze populaties heeft slechts 1 op de 2 personen deze variant. "Dat betekent dat het overgrote merendeel van de HLA-immunotherapieën enkel zal werken in een kleine subgroep van de wereldbevolking. Zo kan Tebentafusp, een immunotherapie voor oogmelanoom, maar aan de helft van onze patiënten gegeven worden."

Bias, een noodzakelijk kwaad?

Het merendeel van onderzoek naar immunotherapie vindt plaats in Europa en Amerika. Er zijn veel proefpersonen nodig om het effect van een nieuwe therapie aan te tonen. "Het is daarom niet raar dat er voornamelijk onderzoek wordt gedaan naar de meest voorkomende variant, namelijk HLA-A2. Een optie is om het onderzoek zo in te richten dat meerdere HLA-varianten worden meegenomen. Maar dan moeten er wel voldoende proefpersonen per type HLA kunnen deelnemen aan de studie. En dat is niet vanzelf sprekend. Een andere benadering is om het onderzoek naar HLA-A2 te gebruiken als blauwdruk zodat klinisch onderzoek met een andere variant versneld kan worden doorlopen. Een andere optie is om minder frequente HLA-varianten hetzelfde statuut te geven als een zeldzame ziekte. Op die manier kan de effectiviteit van de therapie via een kortere route aangetoond kan worden. Bij zeldzame ziekten hoeft men namelijk geen uitgebreide klinische studies te doen, simpelweg omdat er onvoldoende patiënten zijn", zegt Scheeren.

Eerste stap: bewustwording

"De eerste stap naar meer immunogenetische diversiteit is bewustwording, daarna verankering in onderzoek. Daar is geld voor nodig. "Ik zou het een mooie ontwikkeling vinden als genetische diversiteit een belangrijk wegingsfactor wordt in het toekenningen van onderzoeksubsidies. Daarnaast wil ik uitnodigen om de wet- en regelgeving omtrent klinische onderzoek tegen het licht te houden zodat we de mogelijkheid creëren om diversiteit te borgen, ook voor HLA-varianten die weinig voorkomen. Mijn persoonlijke missie? Ik wil voorkomen dat we ons pas over tien jaar realiseren dat we enkel therapieën hebben ontwikkeld voor mensen met een Europese of Noord-Amerikaanse afkomst."

Wil je meer weten over dit onderzoek? Lees dan de publicaties in Scientific Reports en Cancer Discovery.

*Deze studie is tot stand gekomen door een samenwerking tussen de LUMC afdelingen Dermatologie, Pathologie, Hematologie, Cel en Chemische biologie, en het Centre for Future Affordable Sustainable Therapy development (FAST).