Vaattoegangsproblemen bij hemodialyse

Ons onderzoek

In het LUMC doen we veel onderzoek naar het oplossen van problemen met shunts. Daarbij staat de patiënt centraal. Zo bekijken we welke factoren bijdragen aan het vernauwen of infecteren van een shunt. Ook onderzoeken we nieuwe behandelingen en verbeteren de bestaande behandelmethoden. We werken onder meer aan een manier om nieuwe bloedvaten te kweken, die we uiteindelijk kunnen gebruiken als shunt.

Patiëntgebonden onderzoek naar vaattoegangsproblemen bij hemodialyse

BloeddrukmetingDe onderzoeken die we verrichten zijn divers. Een deel van ons onderzoek vindt in het laboratorium plaats, maar vaak vragen we ook onze patiënten of ze zelf mee willen doen. Want een groot deel van ons onderzoek naar bloedvatproblemen bij hemodialyse kunnen we niet verrichten zonder de hulp van diegenen om wie het draait.

Als uw situatie zich ervoor leent en u voldoet aan de criteria, kunt u meedoen aan een onderzoek. U kunt uw arts ernaar vragen, maar uw behandelteam bespreekt ook zelf met u de mogelijkheden. We informeren u uitvoerig en u krijgt altijd de tijd om thuis eerst goed na te denken over deelname. Als u meedoet met een onderzoek, is dat altijd op vrijwillige basis. Dat betekent dat u er ook op elk moment mee kunt stoppen.

Onderzoek naar vaattoegangsproblemen bij hemodialyse binnen de profileringsgebieden

Het LUMC heeft 7 profileringsgebieden: medische onderzoeksgebieden waarin we voorop willen lopen. Het onderzoek naar bloedvatproblemen bij hemodialyse maakt onderdeel uit van het profileringsgebied Vascular and Regenerative Medicine.

In een profileringsgebied werken meerdere specialismen met elkaar samen. Juist deze intensieve samenwerking tussen verschillende disciplines leidt vaak tot nieuwe inzichten, doordat we onderzoeken vanuit verschillende invalshoeken benaderen. We gebruiken onze kennis over problemen met shunts om te zoeken naar de oorzaak achter vaattoegangsproblemen.

Waar doen we momenteel onderzoek naar?

(micro)Circulatie bij patiënten met een shunt

Het LUMC en Haaglanden MC doen gezamenlijk onderzoek naar de invloed van het hebben en aanleggen van een shunt op de microcirculatie. Dit is de doorbloeding in de kleinere bloedvaten van het lichaam. We weten uit eerder onderzoek dat patiënten die een shunt hebben op langere termijn risico hebben op problemen met het hart, en uiteindelijk hartfalen. Verder weten we dat bijvoorbeeld patiënten met suikerziekte die wonden hebben en een shunt krijgen, hierna soms grotere problemen met de wondgenezing krijgen. Dit komt doordat er gedurende de hele dag een grote hoeveelheid bloed door de shunt stroomt, wat een belasting is voor het lichaam. Na het aanleggen van een shunt voor dialyse door de vaatchirurg moet de shunt eerst rijpen om gebruikt te kunnen worden. Dit duurt gemiddeld 6 weken tot 3 maanden. Helaas zien we bij ongeveer 30% van de patiënten problemen in dit rijpingsproces, waardoor soms een nieuwe operatie of een andere vorm van dialyse nodig is.

Wat de bloedstroom door de shunt precies voor invloed heeft op de doorbloeding van de rest van het lichaam is onvoldoende bekend.  Met een speciaal apparaat, de Laser Speckle Contrast Imager     (LSCI) kunnen we de microcirculatie in de onderarmen meten bij patiënten met een shunt, om zo iets te zeggen over de doorbloeding in de rest van het lichaam. 

We zijn recent begonnen met microcirculatiemetingen bij patiënten die al dialyseren over een shunt. In de toekomst willen we deze metingen ook voor en na de shuntoperatie gaan verrichten. We hopen met dit onderzoek meer inzicht te krijgen in de invloed van een shunt  op de doorbloeding van de rest van het lichaam, om  zo in de toekomst potentiële  problemen door de shunt in een vroeger stadium te kunnen vaststellen en hierop te anticiperen. Daarnaast hopen we deze meettechniek te kunnen gaan gebruiken om te voorspellen bij welke patiënten een shunt goed zal rijpen en bruikbaar wordt voor dialyse. 

PINCH-studie

Een ander onderzoek is de PINCH-studie. Daarbij kijken we of het doen van armoefeningen kan zorgen voor het dikker worden van bepaalde aderen die nodig zijn voor een shuntoperatie. Soms zijn bloedvaten namelijk net te klein om er een goede shunt van te maken in de pols.

Kweken van bloedvaten

Ook kweken we in het LUMC bloedvaten. Deze worden momenteel verder ontwikkeld, zodat we in de toekomst onderzoek kunnen doen naar het plaatsen van deze bloedvaten.

LIPMAT-studie

Met de LIPMAT-studie kijken we hoe we het zogeheten rijpen kunnen verbeteren. Soms wordt een ader namelijk niet dikker. Dan zijn er extra operaties nodig of moet er een nieuwe shunt worden gemaakt. In de LIPMAT studie, die in 11 Nederlandse ziekenhuizen wordt uitgevoerd, onderzoeken we of de shuntrijping kan worden verbeterd met liposomaal prednisolon. Dit is een langwerkende ontstekingsremmer die we via een infuus toedienen. Recent is deze studie afgesloten. De resultaten worden in de eerste helft van 2019 verwacht.