Vaattoegangsproblemen bij hemodialyse

Nazorg

Na uw behandeling in het LUMC blijven wij uw gezondheid volgen. Afhankelijk van uw situatie komt u regelmatig op controle, waarbij we kijken of de shunt in uw arm nog goed werkt.

Welke nazorg kunnen wij bieden?

Welke nazorg u krijgt, hangt af van uw situatie. Als uw arm na de operatie nog verdoofd is, krijgt u een mitella om. Is de verdoving uitgewerkt? Dan moet u de mitella afdoen, omdat de shunt enkele weken de tijd nodig heeft om zich te ontwikkelen. Het dragen van een mitella knelt de bloedvaten in uw arm af en dit werkt de ontwikkeling van de shunt tegen.

U krijgt na de operatie een knijpballetje mee naar huis. Die kunt u thuis gebruiken om de ontwikkeling van de shunt te bevorderen. Wij adviseren om dit balletje 3 maal daags zo’n 10 minuten te gebruiken. Uw vaattoegangscoördinator legt u de oefening precies uit.

De vaattoegangscoördinator legt leefregels uit aan patiënt

Na ongeveer 2 weken krijgt u weer een afspraak. Dan bekijken we de operatiewond en verwijdert de verpleegkundige of de chirurg eventuele hechtingen. Als u al dialyseert, controleren we de shunt op de dialyseafdeling. Als u geen dialysepatiënt bent, krijgt u een afspraak op de polikliniek.

Ongeveer 4 weken later zien we u weer in het ziekenhuis. Dan vindt een duplexonderzoek plaats, waarbij de vaatlaborant kijkt hoe de shunt in uw arm zich ontwikkelt. Hij kijkt onder meer naar de diepte en doorsnede van de shunt en de hoeveelheid bloed die erdoorheen kan stromen. We proberen op diezelfde dag een afspraak voor u te maken bij de vaattoegangscoördinator. Zij zal beoordelen op welke plaatsen de shunt het beste aangeprikt kan worden. Daarnaast zal zij samen met u nogmaals de leefregels doornemen die een shunt met zich meebrengt.

Waar moet u op letten na de behandeling?

Door u aan enkele leefregels te houden, kunt u zelf ook het risico op problemen met de shunt verkleinen:

  • Controleer dagelijks uw shunt door te letten op het trillen en geruis van de kunstmatige bloedvatverbinding. Voelt en hoort u dit niet, neem dan contact op met de dialyseafdeling. 
  • Probeer wondjes op uw shuntarm te voorkomen en krab op deze arm niet aan korstjes. Een open wondje kan namelijk leiden tot een infectie.
  • Als u een pijnlijke, rode of gezwollen shuntarm hebt, vragen we u om uw temperatuur op te nemen. Als uw lichaamstemperatuur boven de 38 graden is, moet u altijd contact opnemen met de dialyseafdeling. Hetzelfde geldt als u last hebt van koude rillingen. 
  • Vermijd afknelling van uw shuntarm. Draag geen strak zittende kleding, sieraden of horloges. Ga niet op uw shuntarm liggen en draag om deze arm geen (zware) tassen.
  • Laat geen bloeddrukmeting uitvoeren aan uw shuntarm. 
  • Als u bloed moet laten prikken of een infuus laat aanbrengen, vraag dan of dit kan op de handrug van beide handen. 
  • Om u te dialyseren is het nodig om de shunt aan te prikken. Zodra de dialyse klaar is, kan het voorkomen dat het prikgaatje nabloedt. Drukt u deze plek dan zo’n 20 minuten licht af. Blijft het bloeden? Herhaal dan deze handeling. Neem contact op met de dialyseafdeling als het bloeden niet stopt. 
  • Door de shunt stroomt er minder bloed naar uw hand, waardoor u last kunt krijgen van pijn, prikkelingen en/of een doof gevoel in uw hand. Ook kan deze er bleek uitzien en koud aanvoelen. Het is mogelijk om de doorbloeding te verbeteren door uw hand lager te leggen of te verwarmen. Ook kan knijpen in een zachte spons of bal helpen. Als u last hebt van uw hand, meld dat dan vooral tijdens een dialyse aan uw arts of verpleegkundige. U kunt ook contact opnemen met het dialysecentrum.
  • Er kan een bloeduitstorting ontstaan direct na de operatie. Ook is dit mogelijk tijdens of na een dialyse waarbij de shunt wordt gebruikt. Meestal verdwijnt een bloeduitstorting binnen enkele weken. Neem contact op met de dialyseafdeling als de bloeduitstorting groter wordt of wanneer deze erg pijnlijk is. 

Hoe kunt u ons bereiken?

Loopt u na uw behandeling tegen problemen aan of hebt u nog vragen? Geef dit aan tijdens een dialyse of eerder als uw klachten of zorgen urgent zijn. U kunt tijdens kantooruren bellen met het dialysecentrum, tel. 071 - 526 19 60. Buiten kantooruren zijn we bereikbaar op 071 – 526 91 11.

Bent u behandeld bij de polikliniek Vaatchirurgie? Belt u dan tijdens kantooruren naar tel. 071 – 526 23 77 of buiten kantooruren naar tel. 071 – 526 91 11.