Vaattoegangsproblemen bij hemodialyse

Behandeling

In overleg met u kijken we welke behandeling het beste bij uw situatie past. Dit is onder meer afhankelijk van de kwaliteit van uw bloedvaten. Ook houden wij rekening met uw leeftijd, lichamelijke conditie en uiteraard uw eigen wensen. Zo stellen we een behandelplan op maat op.

Operatie

Voor het plaatsen van een shunt is een operatie nodig. Voordat die ingreep plaatsvindt, gaat u in gesprek met de chirurg. Samen bepaalt u in welke arm u de shunt krijgt. Dat is vaak de arm waar u niet mee schrijft. Ook komt aan bod welke behandeling het beste past bij uw situatie.

Voor de operatie is verdoving noodzakelijk, hierbij kan er worden gekozen voor een plaatselijke verdoving van uw arm of algehele narcose. De chirurg en anesthesist zullen met u bespreken welke vorm van verdoving het beste bij uw situatie past.

Welke behandelingen zijn er mogelijk?

Shunt van eigen bloedvaten: Arterioveneuze Fistel (AVF of AV-shunt)

De nefroloog onderzoekt de arm van een patiëntIn de meeste gevallen wordt een shunt gemaakt van uw eigen bloedvaten. Dan vindt een operatie onder plaatselijke verdoving plaats, waarbij de vaatchirurg een slagader in uw arm verbindt met een ader. Door deze nieuwe verbinding stroomt meer bloed, waardoor de ader opzwelt. Dit duurt 6 tot 8 weken. Vervolgens kan de shunt aangeprikt worden, zodat uw bloed via de ene naald naar het dialyseapparaat – en dus de kunstnier – wordt geleid. Via een andere naald komt het schone bloed terug in uw lichaam.

Kunststof bloedvat (ePTFE-graft)

Is het niet mogelijk om van uw eigen bloedvaten een shunt te maken? Dan kunt u met de vaatchirurg kiezen voor een kunststof bloedvat. Dit type shunt heet een graft. Daarbij plaatst de vaatchirurg tijdens de operatie een kunststof buisje in uw onderarm, dat uw slagader met uw ader verbindt. De eerste dagen na uw operatie kan uw arm opgezwollen en gevoelig zijn. Na 2 weken is de shunt klaar voor gebruik en kan deze worden aangeprikt. Door middel van het aanprikken van de graft is het mogelijk bloed vanuit de bloedbaan naar de kunstnier te brengen. Op deze wijze wordt het bloed gezuiverd. Werken uw nieren dermate slecht dat u niet 2 weken kunt wachten op een shunt? Dan is het mogelijk om een speciale graft te gebruiken, die wij eerder kunnen aanprikken.

Centraal veneuze katheter

Werken uw nieren steeds slechter en moet er snel worden gestart met de hemodialyse? Dan is er geen tijd om te wachten tot een shunt klaar is voor gebruik. Uw behandelaar kan in dat geval samen met u besluiten om een groot infuus –een katheter – te plaatsen. De katheter wordt door de nefroloog of radioloog rechtstreeks ingebracht in uw halsader. De ingreep duurt ongeveer 30 minuten en vindt plaats onder lokale verdoving.

Behandelingen bij problemen met een shunt

In het LUMC bieden we meerdere oplossingen bij problemen met een shunt.

Dotteren

Illustratie dotterenAls er bij u een shunt is geplaatst, controleren we regelmatig uw bloedvaten. De vaattoegangscoördinator zal u hierover informeren. De controle bestaat uit een duplexonderzoek, waarbij de vaatlaborant zoekt naar eventuele afwijkingen en/of verstoppingen in uw aders. Mocht hij een verstopping in een bloedvat tegenkomen, dan is dotteren een oplossing. Dotteren is het oprekken van uw bloedvat op de plek van vernauwing. Een radioloog of vaatchirurg brengt met een slangetje een ballonnetje uw bloedvat binnen. Dat ballonnetje wordt ter hoogte van de vernauwing opgeblazen om de vernauwing te verhelpen. Het opblazen van het ballonnetje kan pijnlijk zijn. De duur en het aantal keer van het opblazen van het ballonnetje is afhankelijk van de mate van de vernauwing.

Shunt herstellen met een operatie

Werkt uw shunt niet meer goed door een vernauwing of infectie? Dan is een operatie mogelijk. Het doel van deze operatie is de shunt te behouden en zo goed mogelijk bruikbaar te maken voor de dialyse. U wordt hiervoor opgenomen in het ziekenhuis. Als uw situatie zich niet leent voor deze operatie, is het mogelijk om een nieuwe shunt te maken en te plaatsen. Dit neemt meestal enkele weken in beslag. In de tussentijd krijgt u een dialysekatheter, een groot infuus dat rechtstreeks is ingebracht in uw halsader. Zo kan uw bloed alsnog worden gezuiverd door een kunstnier.

Vervangen van dialysekatheter

Het is mogelijk dat uw dialysekatheter verstopt of geïnfecteerd raakt. Dan is het nodig om het katheter te vervangen. Het verwijderen van de dialysekatheter wordt gedaan door de nefroloog of radioloog. Dit gebeurt onder lokale verdoving en duurt ongeveer 30 minuten. Afhankelijk van uw situatie kan er gekozen worden direct of na enkele dagen een nieuwe katheter te plaatsen. Het plaatsen van een nieuwe katheter gebeurt onder lokale verdoving en duurt ongeveer 30 minuten. Als er sprake is van een infectie, is een opname in het ziekenhuis nodig om u te behandelen met antibiotica.

Hoe kunt u zich voorbereiden?

  • Het plaatsen van een shunt gebeurt met behulp van een operatie. Neem tijdens de dag dat u wordt opgenomen uw medicijnen en/of medicijnkaart mee. Met uw verpleegkundige overlegt u welke medicijnen u op de dag van de operatie kunt innemen.
  • Als u bloedverdunners gebruikt, is het mogelijk dat u tijdelijk met deze medicatie moet stoppen. Daarover licht uw vaatchirurg u in. In plaats van bloedverdunners kunt u tijdelijk injecties met een bloedverdunnende werking krijgen. Deze injecties geven, ten opzichte van het gebruik van orale bloedverdunners, minder  risico op een bloeding tijdens de operatie.  
  • Voor het plaatsen van een shunt is een operatie nodig. Voor die operatie moet u altijd nuchter zijn. Dat houdt in dat u vanaf de nacht voor de ingreep niet meer mag eten of drinken.
  • Meld van tevoren allergieën bij de verpleegkundige en uw arts.
  • Schrijf vragen over uw behandeling voor een ziekenhuisbezoek op. Zo voorkomt u dat u belangrijke vragen vergeet te stellen.

Wat is de prognose?

Over het algemeen kan de shunt meerdere jaren gebruikt worden. Er zijn echter een aantal factoren die de levensduur nadelig kunnen beïnvloeden. Bijvoorbeeld een infectie of het langdurig gebruiken van dezelfde aanprikplaatsen. Dit is afhankelijk van het type shunt dat is aangelegd. Een belangrijke oorzaak voor het vroegtijdig falen van shunt zijn stolsels, ook wel trombose genoemd. Het kan voorkomen dat de shunt door een vernauwing onvoldoende opzwelt, waardoor de shunt niet bruikbaar is voor dialyse. Anderzijds kan de shunt soms teveel opzwellen, waardoor er teveel bloed door de shunt gaat. Hierdoor krijgt de hand te weinig bloed. Dit wordt handischemie genoemd. Al deze factoren worden door de behandelend specialisten nauwlettend in de gaten gehouden.

Meedoen aan wetenschappelijk onderzoek

Het LUMC doet veel onderzoek naar het verhelpen van bloedvatproblemen bij hemodialyse. Zo vergroten we onze kennis over het gebruik van shunts en zoeken we naar mogelijke alternatieven. Momenteel vindt er bijvoorbeeld onderzoek plaats naar een nieuw geneesmiddel om shunts sneller klaar te maken voor gebruik. Ook loopt er een studie naar het uitvoeren van knijpoefeningen met de hand, zodat bloedvaten dikker worden en gebruikt kunnen worden voor shunts. Het is mogelijk dat uw behandelaar u vraagt om mee te doen aan een onderzoek. Die keuze ligt altijd bij u.