Herseninfarct

Diagnose en behandeling

Een herseninfarct is een acute aandoening, waarbij we direct actie ondernemen. We stellen snel de diagnose en starten meteen de behandeling. We hebben de verschillende stappen in dit traject optimaal op elkaar afgestemd, zodat er geen kostbare tijd verloren gaat. Snel handelen is noodzakelijk om de gevolgen van het herseninfarct zoveel mogelijk te beperken.

Hoe komt iemand met een beroerte bij ons terecht?

Binnenkomst bij de spoedeisende hulpZodra ambulancediensten en artsen in onze regio denken dat er sprake is van een herseninfarct, zullen ze zo snel mogelijk contact met ons opnemen. Als de omstandigheden het toelaten, zorgen zij voor direct vervoer naar ons. 

Het kan ook zijn dat er eerst voor een ander ziekenhuis wordt gekozen, bijvoorbeeld omdat dat dichterbij is en de eerste behandeling zo sneller kan starten. Daar vindt dan een eerste onderzoek plaats en worden indien mogelijk medicijnen toegediend om het stolsel op te lossen. Dit heet ook wel intraveneuze trombolyse (IVT). Als daarnaast een aanvullende behandeling nodig blijkt te zijn, kan er alsnog naar het LUMC worden uitgeweken. 

Wie komt u tegen en wat kunt u verwachten? 

Bij binnenkomst

Mensen met een herseninfarct komen bij ons altijd binnen op de Spoedeisende hulp. Een team dat bestaat uit een neuroloog, een spoedeisende hulp arts en gespecialiseerde verpleegkundigen, verricht daar direct de eerste onderzoeken. Vervolgens maken we een CT-scan van het hoofd (als dit niet al in een ander ziekenhuis is gebeurd). Blijkt er inderdaad sprake te zijn van een herseninfarct en zijn er in een eerder stadium nog geen stolseloplossende medicijnen toegediend, dan gebeurt dit meteen. Belangrijk bij deze behandeling is wel dat de klachten niet langer dan 4,5 uur bestaan. Duren de klachten al langer, dan is deze behandeling niet meer effectief en slaan we deze stap over. Ook als er (medische) redenen zijn om geen stolseloplossende medicatie te gebruiken, gaan we meteen door met het vervolgonderzoek. 

Vervolgonderzoek     

CT-scan van de hersenenNa de eerste CT-scan en de eventuele start met stolseloplossende medicatie, volgt een tweede CT-scan om de bloedvaten in de hersenen goed in beeld te brengen. We dienen hiervoor via een infuus een contrastmiddel toe. Voor deze tweede scan hebben we in het LUMC een speciale scanner die ook meteen kan laten zien welke delen van de hersenen te weinig bloed krijgen. 

Bij een klein deel van de patiënten blijkt uit de tweede scan dat er sprake is van een groot stolsel dat een groot bloedvat blokkeert. In dat geval  is een behandeling met stolseloplossende medicijnen vaak onvoldoende en brengen we de patiënt naar een speciale behandelkamer met röntgenapparatuur (een angiokamer).  Daar zoeken we met een dun slangetje (katheter) vanuit de lies het bloedvat in het hoofd op en proberen het stolsel eruit te trekken. Deze katheterbehandeling heet intra-arteriële trombectomie (IAT).

Intra-arteriële trombectomie (IAT)

Bij de katheterbehandeling wordt via de slagader in de lies een katheter ingebracht. De katheter brengen we omhoog tot het uiteinde ervan in de halsslagader ligt. Via de katheter brengen we vervolgens een nog dunnere katheter in tot in het afgesloten bloedvat in het hoofd. Wat daarna het beste werkt, is niet bij ieder stolsel hetzelfde, maar meestal leggen we via de dunne katheter een metalen buisje (een stent) in het stolsel. Deze stent verankert zich in het stolsel. Wanneer we de stent weer verwijderen, trekt hij het stolsel mee naar buiten.

Schematische weergave IATDe katheterbehandeling is maar in een beperkt aantal ziekenhuizen mogelijk en wordt gedaan door een arts die hierin is gespecialiseerd. Deze arts beoordeelt of de behandeling technisch mogelijk is en of die met of zonder narcose uitgevoerd kan worden. Dit is uiteraard een belangrijk verschil, maar aan beide opties zitten voor- en nadelen. Zonder narcose maakt de patiënt de behandeling bewust mee. Ons team laat in dat geval zo veel mogelijk tijdens de behandeling weten wat er gebeurt.

Net als bij een behandeling met stolseloplossende medicatie, geldt ook voor een katheterbehandeling een tijdslimiet. Onderzoek heeft aangetoond dat deze behandeling de uitkomst verbetert, mits gestart in de eerste 6 uur na het ontstaan van de klachten. Als de klachten al langer bestaan, zullen we op de zogeheten stroke unit op de afdeling Neurologie de gevolgen van het herseninfarct zoveel mogelijk beperken, bijvoorbeeld door snel te starten met revalidatie en medicatie toe te dienen die helpt bij het voorkomen van een nieuw herseninfarct.

Na de behandeling

Na afloop van de katheterbehandeling vindt het herstel plaats op de stroke unit van de afdeling Neurologie. Dit is een bewaakte afdeling waar doorlopende observatie plaatsvindt. Bij een behandeling onder narcose wordt opname op de stroke unit nog voorgegaan door een korte periode op een uitslaapkamer. 

Resultaat van de behandeling 

Zodra de omstandigheden het toelaten en de eventuele narcose is uitgewerkt, vertellen we wat het resultaat van de behandeling is. Daarnaast doen we altijd onze uiterste best om zo snel mogelijk de naasten op de hoogte te brengen. Dit kan tijdens een gesprek in het ziekenhuis zijn of via een telefonisch bericht als er nog niemand gearriveerd is. 

Houdt u er wel rekening mee dat we direct na de behandeling slechts een eerste indicatie kunnen geven van het resultaat. Zo kunnen we aangeven of het bloedvat goed open is gegaan en of zich complicaties hebben voorgedaan. Welk effect de behandeling daadwerkelijk heeft gehad op de gevolgen van het herseninfarct is lastig te voorspellen en is vaak pas na langere tijd meetbaar.

Wat is de prognose?

De prognose bij een herseninfarct hangt van veel factoren af. In eerste instantie van welk bloedvat afgesloten werd. Was het een groot of klein bloedvat en naar welk deel van de hersenen ging het? Met onze behandelingen proberen we zoveel mogelijk hersenweefsel te ‘redden’. Helaas treedt schade zo snel op dat een herseninfarct zelfs bij snel ingrijpen meestal tot blijvend letsel leidt. In welke mate iemand weer zal herstellen, kunnen we pas na maanden vaststellen. Dit kan variëren van geen of minimale klachten tot ernstige handicaps. Als iemand in de eerste dagen herstel laat zien, is dat een gunstig teken. Algemeen blijft gelden: hoe sneller we een vat weer open krijgen, hoe beter de prognose is. 

Wat kunt u als naaste doen?

Is iemand getroffen door een herseninfarct, dan kunt u als naaste vooral helpen door er voor die persoon te zijn en steun te bieden. De getroffene moet bij u vooral een moment van ontspanning kunnen ondervinden. U kunt in overleg met de verpleging de rust- en bezoekmomenten op elkaar afstemmen. 

Tijdens uw bezoeken zult u verschillende van onze specialisten tegenkomen. Bijvoorbeeld een zaalarts, therapeuten en de revalidatiearts. We starten altijd zo snel mogelijk met revalidatie, omdat dit de kans op herstel vergroot. We kijken ook meteen waar de verdere revalidatie plaats kan vinden; thuis of in een gespecialiseerd centrum. Als naaste kunt u ook helpen bij de revalidatie, door mee te helpen met oefeningen. De revalidatiearts zal u hier meer over vertellen.       

Meedoen aan wetenschappelijk onderzoek

In het LUMC doen we voortdurend onderzoek naar nog betere behandelmethoden bij herseninfarcten. Dat kan eigen onderzoek zijn of een groter onderzoeksproject waar ook ander centra aan meewerken. Uit dit soort onderzoeken is bijvoorbeeld de katheterbehandeling voortgekomen. En we blijven op zoek naar mogelijkheden om de zorg bij een herseninfarct te verbeteren. 

Als patiënt kunt u daar soms bij helpen door mee te doen met een onderzoek. Als u hiervoor in aanmerking komt, zal de arts dit uitgebreid met u bespreken. Een (arts)-onderzoeker of een onderzoeksverpleegkundige zal u daarna verder informeren en u uiteindelijk om toestemming voor het onderzoek vragen. Uiteraard is de keuze volledig aan u of u meedoet. Deelname aan wetenschappelijk onderzoek is altijd vrijwillig. Als u niet mee wilt doen, heeft dit geen invloed op uw verdere behandeling.