Zorg en behandeling na een beroerte (CVA)

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Neurologie

In verband met een beroerte (Cerebro Vasculair Accident ofwel CVA) bent u opgenomen op de afdeling Neurologie van het LUMC.
Het CVA is u plotseling overkomen en een opname is een ingrijpende gebeurtenis. Deze folder geeft u informatie over de gang van zaken en de behandeling gedurende de eerste weken. Deze informatiefolder is geschreven voor patiënten, voor hun familie en hun naaste omgeving. 
Algemene informatie over opname en verblijf kunt u lezen in de folder ‘Uw verblijf in het ziekenhuis’. Mocht u deze niet ontvangen hebben, dan kunt u er bij de verpleging om vragen.

Wat is een CVA?

Een CVA is:

  • óf een herseninfarct, waarbij een bloedvat in de hersenen door een bloedpropje verstopt is geraakt; 
  • óf een hersenbloeding, waarbij een bloedvat is gebarsten.

Bij beide vormen van een CVA worden delen van de hersenen beschadigd. Dit heeft meestal grote gevolgen zowel lichamelijk als geestelijk. Om de gevolgen zoveel mogelijk te beperken en het verloop zo gunstig mogelijk te beïnvloeden wordt u in het ziekenhuis opgenomen. Behandeling en revalidatie verlopen niet voor elke patiënt hetzelfde. Het is afhankelijk van de aard en de gevolgen van het CVA.

De behandeling van een CVA

De acute fase: de eerste week

Bij een CVA moet snel en adequaat gereageerd worden juist om de schade aan de hersenen te beperken en om andere complicaties te voorkomen. De acute fase is gericht op observatie, aanvullend onderzoek en medische behandeling.
In de eerste dagen van de opname worden regelmatig belangrijke lichaamsfuncties gecontroleerd zoals bloeddruk, polsslag en eventueel zuurstofgehalte in het bloed.
Meestal wordt een aantal onderzoeken verricht zoals een CT-scan van de hersenen, longfoto, bloedonderzoek, een hartfilmpje (ECG) en/of een hartecho, en eventueel een onderzoek van de halsslagaderen.

Aan de hand van deze gegevens stelt de neuroloog vast of het bij u om een herseninfarct of een hersenbloeding gaat en of er een oorzaak te vinden is. Hierbij wordt er met name gekeken naar risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Afhankelijk van de uitslagen krijgt u het advies bloedverdunners en/of andere medicijnen te gaan gebruiken.

Belangrijk is ook om mogelijke gevolgen en complicaties van het CVA in kaart te brengen. Voorbeelden zijn problemen met slikken, problemen met plassen, hoge bloeddruk en de kans op trombose.

In het LUMC krijgen patiënten die een CVA hebben doorgemaakt zorg en behandeling volgens de principes van de “stroke-unit”. Het behandelteam heeft een multidisciplinaire aanpak. In de eerste week wordt reeds met de therapie gestart. 
Patiënten die door het CVA halfzijdige verlammingsverschijnselen hebben, zullen meestal volgens de NDT-methode behandeld worden. NDT staat voor “Neuro Development Treatment”. Deze behandelmethode wordt door alle hulpverleners toegepast en heeft als doel om de verlamde zijde van het lichaam te activeren, bijvoorbeeld door deze zoveel mogelijk in te schakelen bij de dagelijkse activiteiten. Ook wanneer er sprake is van een taalstoornis (afasie) of problemen met zien (hemianopsie) zal hieraan door de betrokken hulpverleners specifieke aandacht worden besteed.

De ziekenhuisfase: de tweede week

De nadruk in de tweede week verschuift naar het in kaart brengen van de benodigde zorg en de mogelijkheden voor iedere patiënt. Soms moet er ook nog medische diagnostiek worden afgerond.
Wekelijks worden alle patiënten van de afdeling besproken in het multidisciplinaire behandelteam. Dit team bestaat uit een neuroloog, neurologen in opleiding, verpleegkundigen, fysiotherapeut, ergotherapeut, revalidatiearts, verpleeghuisarts en maatschappelijk werker.
Met de gegevens van de patiënt, die de verschillende hulpverleners inbrengen, wordt voor iedere patiënt een behandelplan opgesteld. In de regel is binnen twee weken de patiënt zover dat er medisch gezien geen reden is om langer in het ziekenhuis te blijven. Revalidatie en reactivering staan dan op de voorgrond en deze activiteiten kunnen beter uitgevoerd worden in een omgeving die hiervoor het meest geschikt is.

De revalidatie fase: na twee weken

Als vervolg op de ziekenhuisopname zijn er verschillende mogelijkheden.

  • Veel patiënten gaan na ontslag naar huis, eventueel met ondersteuning van de thuiszorg. Zij krijgen bepaalde medicijnen en adviezen mee. Daarnaast kan de neuroloog fysiotherapie, logopedie en/of ergotherapie voorschrijven. Ook is het mogelijk dat er poliklinische nabehandeling geschiedt in het revalidatiecentrum. In de thuissituatie is de huisarts het aanspreekpunt. De patiënt komt meestal nog eenmaal ter controle op de polikliniek Neurologie. 
  • Een aantal patiënten kan niet rechtstreeks naar huis, maar heeft eerst extra ondersteuning en verzorging nodig. Voor deze patiënten is er een samenwerkingsverband tussen verschillende instellingen, genaamd ‘Zorgpad’(in het hoofdstuk hieronder wordt besproken welke instellingen meedoen aan het Zorgpad). Kenmerk is dat de revalidatiefase plaatsvindt in een gespecialiseerde afdeling van een verpleeghuis of in een revalidatiecentrum. De keuze voor een verpleeghuis of een revalidatiecentrum wordt in het behandelteam gemaakt mede afhankelijk van het revalidatietempo van de patiënt. De CVA-afdeling van een verpleeghuis is speciaal ingericht om patiënten met een beroerte op te vangen. Het personeel is extra geschoold en er is gerichte ondersteuning door fysiotherapie, ergotherapie en logopedie. De revalidatiefase kan soms weken en soms enkele maanden duren. In deze periode wordt bezien waar de patiënt uiteindelijk het beste naar toe kan: naar huis, naar een verzorgingshuis of naar een verpleeghuisafdeling ingericht voor een langere verblijfsduur.
  • Voor een kleine groep patiënten met een CVA draagt opvang in een revalidatiecentrum of op een CVA-afdeling binnen een verpleeghuis niet bij aan verder herstel. Meestal betreft dit patiënten bij wie er vóór het CVA al ernstige beperkingen waren. Deze mensen worden vaak blijvend in een verpleeghuis opgenomen. De bedoeling is dat u zich, in overleg met de maatschappelijk werker van onze afdeling, inschrijft bij minimaal twee verpleeghuizen, waarbij u wel een voorkeur kunt aangeven.
De chronische fase: na enkele maanden

Het gaat in de chronische fase om acceptatie, verwerking en het leren omgaan met blijvende beperkingen. De behandeling op de lange termijn is vooral gericht op het voorkomen van een nieuw CVA. Vaak zal uw arts u leefstijladviezen geven zoals "stoppen met roken". Om risicofactoren voor hart- en vaatziekten te bestrijden worden vaak medicijnen voorgeschreven, bijvoorbeeld bloedverdunners, bloeddrukverlagers en/of cholesterolverlagers. Wanneer er sprake is van verhoogde bloeddruk is het belangrijk dat, ook na ontslag, de bloeddruk regelmatig gecontroleerd wordt bijvoorbeeld door de huisarts.

Het Zorgpad voor patiënten met een beroerte

Het Zorgpad houdt in dat er een goede samenwerking is tussen de huisartsen, ziekenhuizen, verpleeghuizen, revalidatiecentrum en de thuiszorginstellingen voor patiënten uit Leiden, en uit de Rijn-, Duin-, en Bollenstreek. Het uitgangspunt is dat de patiënt die een CVA heeft doorgemaakt in iedere fase de meest passende zorg en revalidatie krijgt. Het is dan ook van essentieel belang dat doorstroom naar de revalidatiefase op tijd plaatsvindt. In verband met de opnamecapaciteit in de verschillende verpleeghuizen is het helaas niet altijd mogelijk dat u in uw eigen woonplaats kunt revalideren. De arts zal dit met u bespreken. Tevens zal de maatschappelijk werker van het ziekenhuis contact met u opnemen om het verdere verloop rondom het ontslag via het Zorgpad met u door te spreken.

De deelnemende ziekenhuizen zijn:
  • LUMC
  • Diaconessenhuis (Leiden)
De betrokken verpleeghuizen zijn:
  • De Wilbert (Katwijk)
  • De Bernardus (Sassenheim)
  • Overrhijn (Leiden)
Het betrokken revalidatiecentrum is:
  • Rijnlands Revalidatiecentrum (Leiden)
De betrokken thuiszorginstellingen zijn:
  • Marente (Duin- en Bollenstreek)
  • Thuiszorg Groot Rijnland (Leiden)

Bezoektijden

De bezoektijden op de afdeling Neurologie zijn dagelijks van 14.15-15.00 uur en van 18.30-19.30 uur.
In overleg met de verpleegkundigen is bezoek buiten deze tijden soms ook mogelijk.

Informatie

De behandelend arts zal u in de eerste week informatie geven over medische zaken, zoals diagnose, medische behandeling en uitslagen van onderzoeken. Ook krijgt u uitleg over de revalidatiemogelijkheden en het advies van het behandelteam. Een afspraak met de behandelend arts kan gemaakt worden via de afdelingssecretaresse.
De verpleegkundige kan informatie geven over dagelijkse praktische zaken en over de verzorging. De maatschappelijk werker zal u informeren en begeleiden wanneer er sprake is van overplaatsing naar een andere zorginstelling.

Het telefoonnummer van de afdelingsecretaresse is 071-5262126 en van de afdeling Neurologie (J11) is 071-5263327.

Verdere informatie

Voor verdere informatie zijn op de afdeling de volgende folders aanwezig:

  • Een beroerte, en dan? (uitgave van de Nederlandse Hartstichting)
  • Een dreigende beroerte (uitgave van de Nederlandse Hartstichting)
  • Samen verder (uitgave Afasie vereniging Nederland)
  • N.D.T. Neuro Development Treatment

Ook kunt u informatie via het internet verkrijgen:

Internetpagina

Organisatie

www.cva-samenverder.nl

De Nederlandse CVA Vereniging voor CVA patiënten

www.hartstichting.nl

Nederlandse Hartstichting

www.afasie.nl

Stichting Afasie Nederland / Afasievereniging Nederland

Wie is wie?

Neuroloog

Arts, gespecialiseerd in ziekten van het zenuwstelsel (hersenen, ruggenmerg, zenuwen in armen en benen) en in spierziekten.

Verpleegkundige

Controleert belangrijke lichaamsfuncties (bijv. bewustzijn, bloeddruk en polsslag) en signaleert veranderingen in de fysieke toestand; ondersteunt u bij de verzorging en is tijdens opname het eerste aanspreekpunt voor patiënt en familie.

Fysiotherapeut 

Oefent balans en bewegingen zodat u weer zo goed mogelijk leert zitten, staan en lopen. Leert u de arm-handfunctie weer zo goed mogelijk te gebruiken.

Ergotherapeut

Traint en adviseert u om handelingen uit het dagelijks leven weer zelfstandig uit te voeren.

Logopedist

Traint en adviseert u bij slik-, spraak- of taalstoornissen.

Maatschappelijk werker

Is het aanspreekpunt wanneer er sprake is van overplaatsing naar een andere zorginstelling. Tevens is hij/zij beschikbaar voor begeleiding bij verwerken van problemen bij ziekte, opname of behandeling.

Revalidatiearts 

Arts, gespecialiseerd in herstel en aanpassing bij ziekten die gepaard gaan met beperkingen van het houdings- en bewegingsapparaat.

Verpleeghuisarts

Arts, gespecialiseerd in begeleiding en reactivering van chronische zieke patiënten die verpleegbehoeftig zijn.

Internist

Arts, gespecialiseerd in inwendige ziekten.

Cardioloog

Arts, gespecialiseerd in hartziekten.

Neuropsycholoog

Onderzoekt of er problemen zijn met het geheugen of met het gedrag.

Diëtist

geeft advies bij problemen met de voeding.

Transferpunt

Organisatie in het LUMC die de benodigde zorg in de thuissituatie in kaart brengt en zonodig de thuiszorginstelling inschakelt

Tot slot

Als u naar aanleiding van deze folder nog vragen heeft, kunt u terecht bij de verpleegkundigen en/of uw behandelend arts.


november 2003