Verpleegkundige adviezen na een gynaecologisch ingreep

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Gynaecologie

In deze folder staan de meest voorkomende zaken genoemd die voor u van belang zijn om te weten over de periode na ontslag. De adviezen gelden voor ingrepen waarvoor in principe een klinische opname voor minimaal één nacht is afgesproken. Voor dagbehandelingen is een andere folder beschikbaar. Voordat u met ontslag gaat, zal de verpleegkundige van de afdeling de adviezen met u doornemen. Ook vinkt hij of zij aan wat voor ú van toepassing is. Verder is het belangrijk te weten dat het herstel bij iedereen net wat anders kan verlopen. Naast deze adviezen is het belangrijk om goed naar uw eigen lichaam te luisteren. Bij vragen of problemen kunt u altijd contact opnemen met de afdeling Gynaecologie via telefoonnummer 071-526 25 39.

U heeft recent een gynaecologische operatie ondergaan, namelijk __________________________________

Checklist

Checklist met zaken die vóór u met ontslag gaat geregeld moeten zijn:

O Ontslagmedicatie

O Nacontroleafspraak op de polikliniek

O Verpleegkundig ontslaggesprek

O Ontslaggesprek met de arts of physician assistant (PA)

O De opvang thuis/ondersteunende thuiszorg/mantelzorg

O (Afspraak voor) uitslag weefselonderzoek 

Algemene adviezen na ontslag

Bewegen

Na een operatie kunt u beperkingen ervaren. Meestal hangen deze samen met de rede van uw opname en/of de aard van de ingreep die bij u werd verricht. Vermoeidheid en/of pijn zijn de meest voorkomende ongemakken.

Wij adviseren u:

O Een periode van ongeveer 2 weken rust te nemen.          

O Een periode van ongeveer 4 weken rust te nemen.

O Een periode van ongeveer 6 weken rust te nemen.

Dit houdt in dat u in deze periode:

  • Geen zwaar (huishoudelijk) werk verricht, zoals stofzuigen en boodschappentassen tillen. 
  • Lichte activiteiten geleidelijk aan weer gaat doen en uitbreiden, zoals koken, afwassen, etc. 
  • Geen buikspieroefeningen doet en ook niet sport. U mag wel traplopen en wandelen.
  • Geen autorijdt of fietst. Indien u in de rustperiode wel wilt autorijden, adviseren we u hierover eerst contact op te nemen met uw autoverzekering.

U kunt uw werk na deze periode weer hervatten.

Stoelgang

Indien zich problemen voordoen op dit gebied, is dat meestal obstipatie (verstopping). Om dit te voorkomen adviseren wij u het volgende:

  • Zorg ervoor dat u voldoende drinkt (streef naar ten minste 1,5 tot 2 liter vocht per dag).
  • Kies waar mogelijk voor vezelrijke voeding, zoals volkorenproducten, groente en fruit.
  • Streef  naar voldoende lichaamsbeweging maar blijf binnen de grenzen van de eerder gegeven adviezen ten aanzien van beweging en wat uw lichaam aangeeft.
  • Indien u 2 dagen na ontslag nog geen ontlasting hebt gehad, kunt u contact opnemen met de afdeling.

(Wond)pijn

Bij aanhoudende pijn mag u:

O Zo nodig tot maximaal 8 keer per dag 500 mg paracetamol (1 tablet) innemen, of tot maximaal 4 keer per dag 1000 mg paracetamol (2 tabletten van 500 milligram).

O Naproxen tot 3x daags 250 mg. Dit is zonder recept verkrijgbaar. Niet iedereen mag dit gebruiken; vraag hiernaar bij uw arts). Zonodig kunt u hierbij een maagbeschermer gebruiken.

O Oxynorm tot maximaal 6 keer per dag 5 mg op recept van de arts.

Luister goed naar uw lichaam, wissel rust af met activiteiten. Wanneer u meer pijn krijgt, bent u misschien te actief geweest en moet u rust nemen.

Wanneer u niet uitkomt met de voorgeschreven pijnstilling, neemt u contact op met de afdeling Gynaecologie.

Urineren

Indien zich problemen voordoen op dit gebied, kan dit bestaan uit een branderig gevoel, pijn bij het plassen of niet goed kunnen uitplassen. Indien u deze klachten ervaart of ter voorkóming ervan kunt u de volgende adviezen volgen:

  • Drink voldoende (streef naar ten minste 1,5 tot 2 liter per dag).
  • Druk met vlakke handen op de blaasstreek tijdens het uitplassen indien u problemen heeft met uitplassen.
  • Indien u pijn bij het plassen en/of een branderig gevoel bij het plassen heeft, eventueel in combinatie met vaak moeten plassen en/of het gevoel niet goed uit te kunnen plassen, neem dan contact op met uw huisarts; het kan zijn dat u een urineweginfectie (blaasontsteking) heeft.

Vloeien (ofwel vaginaal bloedverlies)

De eerste weken na de operatie kunt u nog wat bloedverlies of bruinige afscheiding hebben. Wanneer de afscheiding of het bloedverlies meer is dan een normale menstruatie of het vloeien toeneemt, kunt u contact opnemen met de afdeling Gynaecologie. 

Wij adviseren u:

  • Regelmatig uw verband te verschonen.
  • Bij een temperatuur van 38,5˚C of hoger, en/of wanneer de afscheiding sterk ruikt, contact op te nemen met de afdeling Gynaecologie.
  • Geen tampons te gebruiken.
  • Niet te gaan zwemmen of in bad te gaan zolang u vloeit.

Seksualiteit

U mag geen gemeenschap of andere vormen van penetratie hebben gedurende een bepaalde periode:

O 6 weken na de ingreep (na verwijdering baarmoeder of een verzakkingsoperatie).

O De aangegeven rustperiode van 2 of 4 weken (na een laparoscopische of hysteroscopische ingreep, waarbij niet de baarmoeder is weggehaald).

Er bestaan geen medische bezwaren tegen seksueel opgewonden raken of het hebben van een orgasme.

Adviezen na een specifieke ingreep

Kijkoperatie of grote buikoperatie

Bij een operatie via de buik wordt de ontstane wond gehecht.
U heeft:

O Oplosbare hechtingen. Deze hoeft u niet te laten verwijderen.

O Niet-oplosbare hechtingen. De hechtingen dienen na 7-8 dagen verwijderd te worden op het (assistente)spreekuur van uw huisarts.

Soms kunnen er problemen ontstaan in de genezing van de wond of wondjes op de buik. Wij adviseren u:

  • Wel te douchen, waarbij de wond nat mag worden.
  • Een wijkende, openstaande, of iets pussige wond zo nodig vaker dan 1x daags uit te spoelen onder de douche. Indien de roodheid of afscheiding van pus toeneemt contact op te nemen met de afdeling Gynaecologie.
  • Zolang de wond open is niet te zwemmen of in bad te gaan.
  • Niet onnodig aan de wond te komen/korsten vanzelf laten afvallen.
  • Als de wond dicht is mag u eventueel crème op de wond te smeren.

Kijkoperatie

Schouderpijn is een veelvoorkomend verschijnsel na een laparoscopische ingreep. Het kan helpen om plat te liggen, en daarnaast de paracetamol op gezette tijden in te nemen. In de meeste gevallen zal de pijn binnen één week afnemen.

Operatie om een verzakking te verhelpen

Voorkóm een te volle blaas door op vaste tijden, elke 3 tot 4 uur ook als u geen aandrang heeft, naar het toilet te gaan, mede afhankelijk van hoeveel u drinkt.

Het gevoel van de blaas kan de eerste weken na de operatie wat gestoord zijn, waardoor u te laat aandrang krijgt om de blaas te legen en naar toilet te gaan.

Wij adviseren u contact op te nemen met de afdeling Gynaecologie bij de volgende alarmsignalen:

  • U heeft koorts van 38,5˚C of hoger (u hoeft uw temperatuur alleen op te nemen indien u niet lekker bent).
  • U heeft vaginaal bloedverlies dat toeneemt en/of sterk ruikt.
  • U heeft pijn, ondanks gebruik van de voorgeschreven pijnstilling.
  • De genezing van de wond is verstoord, bijvoorbeeld bij ontstekingsverschijnselen zoals roodheid, verdikking, toename pijn, warmte huid en/of pus of als de wond wijkt.
  • U maakt zicht zorgen over iets anders  dat niet in deze folder genoemd wordt.

U kunt in ieder geval tot aan de nacontroleafspraak, die u na ongeveer 6 weken op de polikliniek heeft, met de afdeling contact opnemen voor problemen gerelateerd aan uw behandeling.

Wij adviseren u als u op de volgende gebieden problemen ervaart dit kenbaar te maken bij de nacontrole op de polikliniek:

  • Als veranderingen in uw seksuele beleving zodanig zijn dat u hierover met de gynaecoloog (in opleiding) wilt praten.
  • Overgangsklachten.
  • Alle problemen die u ervaren heeft gedurende de hersteltijd/na ontslag, anders dan de problemen waar u ons direct over belt als u zich zorgen maakt.
  • Alle overige vragen die u heeft.

Contact

Afdeling Gynaecologie, C-11-P, route 265
Tel. 071-526 25 39
Via dit nummer kunt u 24 uur per dag contact opnemen.

Meer informatie

De folder die u gekregen heeft vóór de operatie kan voor u wellicht aanvullende informatie bevatten.

Aanvullende informatie en/of lotgenotencontact kunt u vinden op:

Mei 2019