Longfunctieonderzoek

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Longziekten

Binnenkort ondergaat u een longfunctieonderzoek in het LUMC. In deze folder vindt u informatie over de voorbereiding, de uitvoering en de afronding van het onderzoek. Heeft u na het lezen van deze folder nog vragen of opmerkingen, neemt u dan gerust contact op met de Longfunctieafdeling. 

Algemeen 

Alle longfunctieonderzoeken vinden plaats in een daarvoor speciaal ingerichte ruimte op de poli Longziekten/Longfunctie op de tweede etage in het hoofdgebouw, zone B2-Q/route 26.  

Het onderzoek wordt over het algemeen uitgevoerd door een longfunctieanalist of longfunctieanalist in opleiding. Soms zal het onderzoek worden uitgevoerd door een verpleegkundige of doktersassistent, die hiervoor een speciale training heeft gevolgd. 

Voorbereiding 

Bij het maken van de afspraak voor het longfunctieonderzoek ontvangt u een brief met betrekking tot onthoudings-voorschriften. Wij verzoeken u deze brief goed door te nemen.  

Indien het voor het onderzoek van belang is dat u uw medicatie staakt, dan ontvangt u bij het maken van de afspraak tevens een medicatiestakingslijst. Indien u deze lijst niet heeft ontvangen, is het de bedoeling dat u uw medicatie blijft doorgebruiken. Het is niet de bedoeling dat u op eigen initiatief stopt met uw medicatie. Neemt u bij twijfel contact op met de Longfunctieafdeling. 

Het onderzoek 

Er zijn verschillende metingen waarmee het functioneren van de longen kan worden onderzocht. De meeste longfunctieonderzoeken bestaan uit blaastesten. Hierbij ademt u via een mondstuk dat verbonden is met een longfunctieapparaat. U krijgt een klemmetje op uw neus, zodat u goed door uw mond (en dus door het apparaat) ademt. Het onderzoek doet geen pijn, maar kan wel vermoeiend zijn.  

De longfunctieanalist neemt per blaastest de instructies met u door. De resultaten van het onderzoek zijn grotendeels afhankelijk van uw inzet, de longfunctieanalist zal u hierbij aanmoedigen.  Veelal zult u dezelfde blaastest meerdere keren moeten uitvoeren om zodoende een maximale meting en een betrouwbaar resultaat te verkrijgen.  

Naast blaastesten zijn er een aantal andere onderzoeken die op de longfunctieafdeling worden uitgevoerd. Hieronder vallen bijvoorbeeld allergietesten, inspanningstesten, slaaptesten, Mantouxtesten en het afnemen van (arterieel) bloed. Welke onderzoeken u zult ondergaan, wordt door uw arts bepaald en is afhankelijk van uw klachten en gezondheidstoestand.  

Verderop op deze pagina leest u meer informatie over de meest voorkomende onderzoeken die op de longfunctieafdeling in het LUMC worden uitgevoerd. 

De uitslag 

Na afloop van het onderzoek maakt de longfunctieanalist een rapport van de meetresultaten. Dit rapport wordt toegevoegd aan uw digitaal medisch dossier, zodat uw behandelend specialist het kan bekijken. Doorgaans wordt de uitslag en het (eventuele) vervolgbeleid met u besproken tijdens de eerstvolgende afspraak met uw behandelaar. 

Hieronder volgt een overzicht van de meest voorkomende onderzoeken op de longfunctieafdeling.     

Spirometrie/flow-volume meting 

Wat wordt er gemeten? 

Bij spirometrie en flow-volume meting wordt de vitale capaciteit van uw longen gemeten; hoeveel lucht kunt u maximaal in- en uitademen? Daarnaast meten we de doorgankelijkheid van uw luchtwegen (éénsecondewaarde) en hoe hard u kunt uitblazen (peakflow).  

Hoe wordt er gemeten? 

Bij deze meting ademt u via een mondstuk door het longfunctieapparaat. U krijgt daarbij een klemmetje op uw neus. De analist zal twee manoeuvres van u vragen: 

  • Zo normaal mogelijk ademen door het apparaat. Vervolgens vanuit een gewone uitademing volledig leegblazen tot u niet meer verder kunt, om daarna rustig zo diep mogelijk in te ademen. 
  • Zo normaal mogelijk ademen door het apparaat. Vervolgens zo diep mogelijk inademen, om daarna met een felle krachtige stoot uit te blazen en door te blazen tot u niet meer verder kunt.  

Beide manoeuvres zullen meermaals van u gevraagd worden om tot een maximaal en betrouwbaar resultaat te komen. De analist zal u hierbij aanmoedigen.  

Reversibiliteitsmeting 

Wat wordt er gemeten? 

Er wordt gemeten wat het effect is van een luchtwegverwijdend medicijn op uw longfunctie.  

Hoe wordt er gemeten? 

Nadat u (spirometrie en) flow-volumemeting heeft uitgevoerd,  dient de analist u enkele puffen van een luchtwegverwijdend medicijn toe via een zogenaamde voorzetkamer. Afhankelijk van het toegediende medicijn, neemt u daarna gedurende 15 of 30 minuten plaats in de wachtkamer om het medicijn te laten inwerken. De analist komt u daarna weer ophalen om nogmaals (spirometrie en) flow-volumemeting uit te voeren.  

NO-meting 

Wat wordt er gemeten? 

Het stikstofmonoxide gehalte in uw uitgeademde lucht wordt gemeten. Dit is een marker voor ontstekingsprocessen in de luchtwegen.  

Hoe wordt er gemeten? 

Bij deze meting wordt met een klein longfunctieapparaat gewerkt. De analist vraagt u de volgende manoeuvre uit te voeren: 

  • Eerst rustig zo ver mogelijk uitblazen in de kamer. Vervolgens neemt u het mondstukje van het apparaat in uw mond en ademt u zo diep mogelijk in, om daarna gedurende 10 seconde in het apparaat uit te blazen. Het tempo waarin u dient uit te blazen, wordt door het apparaatje aangegeven.  

De analist zal u tijdens de manoeuvre aanmoedigen. Als de meting in één keer goed lukt, hoeft deze niet te worden herhaald (tenzij de analist twijfelt aan de betrouwbaarheid van de meting).  

Diffusiemeting 

Wat wordt er gemeten? 

Bij de diffusiemeting wordt uw zuurstofopnamecapaciteit gemeten. U ademt lucht met daarin een kleine hoeveelheid testgas in en ademt dit enkele seconden later weer uit. Het verschil tussen de hoeveelheid van het testgas dat u heeft ingeademd en de hoeveelheid van het testgas dat u uitademt, wordt door het apparaat berekend. Dit is de hoeveelheid van het testgas dat u in uw bloed is opgenomen. Deze meting zegt dus iets over de gaswisseling tussen uw longen en uw bloed.  

Hoe wordt er gemeten? 

Bij deze meting ademt u via een mondstuk door het longfunctieapparaat. U krijgt daarbij een klemmetje op uw neus. De analist vraagt u de volgende manoeuvre uit te voeren: 

  • Zo normaal mogelijk ademen door het apparaat. Vervolgens vanuit een gewone uitademing volledig leegblazen tot u niet meer verder kunt, om daarna in één keer zo diep mogelijk in te ademen. Vervolgens houdt u gedurende ca. 7-10 seconden uw adem in, waarna u met een diepe zucht mag uitblazen in het apparaat.  

De manoeuvre zal meermaals van u gevraagd worden om tot een maximaal en betrouwbaar resultaat te komen. De analist zal u hierbij aanmoedigen. Tussen de metingen door wordt er enkele minuten gewacht, zodat u het ingeademde testgas weer voldoende heeft uitgeademd alvorens er aan een nieuwe poging wordt begonnen.  

De zuurstofopnamecapaciteit is onder andere afhankelijk van het Hemoglobine gehalte in uw bloed. Dit gehalte moet daarom bij de analist bekend zijn. Indien dit niet het geval is, zal de analist bij u een druppel bloed afnemen middels een vingerprik.  

Voluminameting 

Wat wordt er gemeten? 

Bij de voluminameting wordt met behulp van een testgas het volume lucht in uw longen op verschillende niveaus gemeten. Hoeveel lucht bevindt zich in de longen als u normaal ademt? Of als u volledig heeft uitgeademd (restvolume)? Maar ook: hoeveel lucht bevindt zich in de longen als u zo diep mogelijk heeft ingeademd (totale longcapaciteit)? 

Hoe wordt er gemeten? 

Bij deze meting ademt u via een mondstuk door het longfunctieapparaat. U krijgt daarbij een klemmetje op uw neus. De analist vraagt u de volgende manoeuvre uit te voeren: 

  • Gedurende enkele minuten zo normaal mogelijk ademen door het apparaat. Vervolgens vanuit een gewone uitademing volledig leegblazen tot u niet meer verder kunt, om daarna rustig zo diep mogelijk in te ademen. 

De analist zal u tijdens de manoeuvre aanmoedigen. Als de meting in één keer goed lukt, hoeft deze niet te worden herhaald (tenzij de analist twijfelt aan de betrouwbaarheid van de meting).  

Bodyboxmeting 

Wat wordt er gemeten? 

Bij dit onderzoek wordt gebruik gemaakt van de zogenaamde bodybox. Dit apparaat lijkt op een glazen telefooncel. In de box bevindt zich een stoel waarop u kunt plaatsnemen. De analist communiceert met u via een intercominstallatie. Tijdens dit onderzoek wordt (onder andere) de druk gemeten die u met uw ademhaling genereert. Aan de hand hiervan kan de weerstand in uw luchtwegen worden gemeten. Ook kan de totale longcapaciteit worden gemeten.   

Hoe wordt er gemeten? 

Bij deze meting ademt u via een mondstuk door het longfunctieapparaat, terwijl u in de bodybox zit. U heeft daarbij een klemmetje op uw neus. De analist zal de volgende manoeuvres van u vragen: 

  • Eerst enkele minuten rustig zitten in de box, zonder dat er nog iets wordt gemeten. Dit is omdat u warmte afstaat aan de lucht om u heen. De temperatuur in de box moet stabiel zijn voordat de meting wordt gestart.  
  • Ademen met een verhoogd ademtempo; de analist geeft het tempo aan. Na enige tijd wordt er een klepje gesloten in het apparaat (de analist waarschuwt u van te voren), waarbij u de adembewegingen in hetzelfde tempo door blijft maken tegen de gesloten klep. De klep gaat al zeer snel weer open, waarna de analist u vraagt om rustig volledig leeg te blazen. Als u niet meer verder kunt blazen, ademt u rustig weer zo diep mogelijk in. Tijdens deze manoeuvre dient u de wangen en de mondbodem met de handen te ondersteunen. De analist zal dit aan u voordoen. 

De manoeuvre zal meermaals van u gevraagd worden om tot een maximaal en betrouwbaar resultaat te komen. De analist zal u hierbij aanmoedigen. 

Inhalatieprovocatietest 

Wat wordt er gemeten? 

Met een inhalatieprovocatietest wordt getest of uw luchtwegen hyperreactief ofwel overgevoelig zijn. Om dit te onderzoeken, worden uw luchtwegen geprikkeld door het inhaleren van Histamine of Methacholine. Vervolgens wordt de doorgankelijkheid van uw luchtwegen gemeten. Niet alleen wordt er getest óf uw luchtwegen een verhoogde prikkelbaarheid hebben, maar ook in welke mate. Het onderzoek geeft dus een indruk van de ernst van de reactie bij blootstelling aan prikkels van buitenaf (zoals allergische prikkels, luchtvochtigheid, warm/koude verschillen etc.).  

Bij een daling van tenminste 20% op uw luchtweg doorgankelijkheid, wordt de test als positief gezien. U kunt hierbij enige klachten van de ademhaling bemerken. In dat geval wordt direct na het onderzoek een snelwerkend luchtwegverwijdend medicijn toegediend en uw longfunctie nogmaals gemeten. 

Hoe wordt er gemeten? 

Er wordt gebruik gemaakt van twee opstellingen, namelijk het longfunctieapparaat en een vernevelopstelling. De analist zal de volgende manoeuvres van u vragen: 

  • Blazen van een flow-volume meting om de uitgangswaarde te bepalen. Hierbij begint u met zo normaal mogelijk ademen door het apparaat. Vervolgens zo diep mogelijk inademen, om daarna met een felle krachtige stoot uit te blazen en door te blazen tot u niet meer verder kunt.  
  • Twee minuten fysiologisch zout (controlemiddel) inhaleren via het vernevelapparaat en vervolgens opnieuw een flow-volume meting blazen.  
  • Twee minuten Histamine of Methacholine inhaleren via het vernevelapparaat en vervolgens opnieuw een flow-volume meting blazen.  
  • Afhankelijk van de reactie op de verneveling, wordt gedurende 2 minuten een volgende (hogere) concentratie Histamine of Methacholine geïnhaleerd en wordt daarna een flow-volume meting geblazen. Op deze manier wordt doorgegaan totdat alle concentraties zijn doorlopen of totdat u 20% op uw longfunctie bent gedaald.  
  • Afhankelijk van de mate waarin uw longfunctie eventueel is gedaald, wordt er een snelwerkend luchtwegverwijdend medicijn toegediend en blaast u daarna nogmaals een flow-volume meting. Als uw longfunctie weer voldoende is hersteld, wordt het onderzoek beëindigd.  

Omdat de flow-volume metingen voortdurend worden vergeleken met de uitgangswaarde, is het van groot belang dat u tijdens het gehele onderzoek met maximale inzet blaast. De analist zal u hierbij aanmoedigen.  

Slaapregistratie 

Wat wordt er gemeten? 

Tijdens een slaapregistratie wordt gemeten wat er met uw ademhaling gebeurt gedurende de nacht.  

Hoe wordt er gemeten? 

Op de Longfunctieafdeling ontvangt u de apparatuur waarmee u thuis (of eventueel op verzoek van de arts in het ziekenhuis) gaat slapen. Dit bestaat uit de volgende onderdelen: 

  • Een registratiekastje dat om uw pols wordt geplaatst. Alle signalen gaan naar dit kastje toe. Tevens is een bewegingssensor en lichtsensor in het kastje ingebouwd.  
  • Een vingersensor waarmee de saturatie in uw bloed wordt gemeten.  
  • Een band om uw buik en een band om uw borst, die de ademhalingsbewegingen registreren.  
  • Een geluidssensor op uw keel. Deze sensor registreert uw ademhaling en eventuele snurkgeluiden.  
  • Een zogenaamd “neusbrilletje” (ook wel bekend als “zuurstofslangetje”) dat voor uw neus geplaatst wordt. Hiermee wordt de ademhaling bij uw neus gemeten. Er komt dus géén lucht uit het slangetje.  

De apparatuur wordt zodanig ingesteld dat u zelf geen knopjes hoeft te bedienen. De zaken waarmee u rekening dient te houden, staan vermeld in de informatiebrief die u gezamenlijk met de afspraakbrief heeft ontvangen. Het is erg belangrijk dat u deze brief goed doorleest, zodat u voldoende voorbereid bent op het onderzoek.  

Fietsergometrie 

Wat wordt er gemeten? 

Het functioneren van uw longen tijdens inspanning wordt gemeten. Ook uw hartritme wordt hierbij in de gaten gehouden.  

Hoe wordt er gemeten? 

Bij de ergometrie gaat u gedurende een aantal minuten fietsen op een ‘hometrainer’, waarbij het fietsen steeds zwaarder wordt. Allereerst wordt u op de fiets geïnstalleerd. Daarbij krijgt u een masker op uw gezicht om uw ademhaling te meten. Er wordt een saturatiesensor geplaatst (afhankelijk van het beste signaal wordt deze op de oorlel, de vinger of het voorhoofd geplaatst). U krijgt een bloeddrukband om uw arm en er worden ECG stickers op uw borst en rug geplakt. Om een goed ECG signaal te verkrijgen, fietst u zonder bovenkleding. Ook de BH moet uit. Eventueel kan de analist nadat alle apparatuur is bevestigd een doek om u heen slaan, als u dit prettig vindt.  

Wanneer u mag beginnen met fietsen, zult u merken dat de eerste drie minuten relatief gemakkelijk gaan. Er staat dan nog geen belasting (weerstand) op de fiets. Na deze opwarmfase waarin u aan de fiets kunt wennen, begint de testfase. In deze fase loopt de belasting op de fiets iedere minuut een beetje op. Dat betekent dat het fietsen steeds zwaarder wordt. Het is de bedoeling dat u zo lang mogelijk door blijft fietsen, tot u echt niet meer verder kunt. De analist zal u hierbij aanmoedigen. Nadat u uw maximum heeft bereikt, zult u nog enkele minuten moeten uitfietsen. De belasting gaat hierbij weer van de fiets af. Het uitfietsen is bedoeld om uw lichaam rustig te laten herstellen van de inspanning. Dit herstel wordt gemeten. Na enkele minuten zal de analist aangeven dat u mag stoppen met fietsen, en wordt de apparatuur afgekoppeld. 

Bij de fietstest zal naast de analist een arts aanwezig zijn. De arts houdt de meetwaarden en uw welbevinden in de gaten. Bovendien zal de arts (wanneer dit door uw behandelaar is aangevraagd) voorafgaand aan de inspanning en op het moment van maximale inspanning wat bloed afnemen uit uw slagader. Meer informatie over deze arteriepunctie leest u verderop op deze pagina.  

Arteriepunctie 

Wat wordt er gemeten? 

Bij een arteriepunctie ofwel bloedafname uit de slagader worden de gassen in uw bloed gemeten. Dit wordt gemeten uit slagaderlijk bloed omdat dit bloed rechtstreeks afkomstig is uit uw longen. Het gaat hierbij om zuurstof en koolstofdioxide. Ook wordt de zuurgraad van uw bloed gemeten en worden de Hemoglobine en Lactaat gehaltes bepaald.  

Hoe wordt er gemeten? 

De arts prikt met een naald uw slagader aan. Aan de naald is een spuit bevestigd, waarin een kleine hoeveelheid bloed uit uw slagader wordt opgevangen. Meestal wordt de slagader in uw pols gebruikt. In enkele gevallen kan de arts besluiten om de punctie uit te voeren in de elleboog of in de lies. De spuit wordt direct na de bloedafname in een apparaat gestopt. Het apparaat analyseert uw bloed binnen enkele minuten.

Een prik in uw slagader is iets anders dan een prik in een ader. Een slagader ligt dieper, waardoor op geleide van uw hartslag gevoeld moet worden waar de naald moet worden ingevoerd. Hierdoor kan het zijn dat de punctie vervelend aanvoelt.   

Mantoux  

Wat wordt er gemeten? 

De Mantouxtest is een Tuberculine huidtest. De test geeft een aanwijzing voor de aan- of afwezigheid van een besmetting met de TBC-bacterie.  

Hoe wordt er gemeten? 

Met een dun naaldje wordt een kleine hoeveelheid vloeistof (Tuberculine) net onder uw huid ingespoten. Dit geeft een bultje, dat na enige tijd verdwijnt doordat uw lichaam de vloeistof opneemt. Wanneer u besmet bent (geweest) met de TBC-bacterie, heeft u antistoffen in uw bloed die reageren met de Tuberculine. Er ontstaat dan een zwelling op de plaats van de injectie. Na 2-3 dagen komt u terug op de Longfunctieafdeling om het resultaat van de test te laten bekijken. Indien er een zwelling is, wordt deze opgemeten. Het kan zijn dat er helemaal geen reactie te zien is of slechts een rode verkleuring van de huid. Ook dit moet op de Longfunctieafdeling worden beoordeeld. De medewerker van de Longfunctieafdeling noteert de bevindingen in uw medisch dossier, zodat uw behandelaar dit kan zien. Een positieve Mantouxtest hoeft niet direct te betekenen dat er sprake is (geweest) van besmetting met de TBC-bacterie, maar kan een indicatie zijn voor verder onderzoek. 

Contact 

De Longfunctieafdeling is van maandag t/m vrijdag telefonisch bereikbaar tussen 08:30 en 12:00 uur, op telefoonnummer 071 - 526 37 42. 


Maart 2017