Locale radicale excisie bij vulvakanker

This information is provided by Gynaecologie

Binnenkort wordt bij u een radicale vulvectomie uitgevoerd in verband met kanker aan de vulva. De reden voor deze operatie en wat u daarvan kunt verwachten heeft u al met uw arts op de polikliniek besproken. Vaak is het zo dat er na een dergelijk gesprek nog vragen opkomen. In deze folder kunt u alles nog eens rustig nalezen. Mochten er nog vragen of onduidelijkheden zijn, voor u of uw partner, dan kunt u deze het beste bespreken bij de opname met uw verpleegkundige of behandelend arts.  

Uitwendige geslachtsorganen       

Hoe ziet de vulva eruit?

De venusheuvel (mons veneris) ligt direct op het schaambeen. Onder de venusheuvel liggen de behaarde grote schaamlippen (labia majora). Tussen de buitenste schaamlippen liggen de kleine schaamplippen (labia minora); deze zijn obehaard. De kleine, binnenste schaamlippen steken meestal meer naar buiten dan de grote, buitenste schaamlippen. Aan de bovenzijde  van de binnenste schaamlippen bevindt zich de clitoris. De clitoris is deels bedekt door de clitorisvoorhuid (capuchon), een onderdeel van de binnenste schaamlippen.
Tussen de binneste schaamlippen bevindt zich de toegang tot de schede (vagina); deze toegang wordt het vestibulum genoemd. De opeing van de plasbuis (urethra) ligt net boven de ingang van de schede. aan de binnezijde van het vestibulum liggen de klieren van Bartholin. Deze klieren produceren het vacht dat vooral vrijkomt tijdens seksuele opowinding. Het gebied tussen de anus en de vagina heet het perineum.

src="file:///C:\DOCUME~1\pbnewton\LOCALS~1\Temp\msohtml1\09\clip_image001.png"


Wat is vulvakanker?

Er bestaan verschillende vormen van kanker van de vulva:

  • vulvacarcinoom ontstaat uit de huid van de schaamlippen en is de meest voorkomende kanker van de vulva,
  • vulvamelanoom ontstaat uit de pigmentcellen van de huid van de schaamlippen en komt minder vaak voor.

De belangrijkste klacht van vrouwen met kanker van de vulva is jeuk, branderigheid of irritatie en pijn van de schaamlippen, vooral tijdens en na het plassen. Soms is een zwelling voelbaar en treedt er bloedverlies op 

Voorafgaande aan de vulvectomie operatie

De dag voordat de operatie plaatsvindt wordt u opgenomen op de verpleegafdeling Gynaecologie. De voorbereiding op de operatie staat beschreven in de folder 'De kliniek Gynaecologie'. Op deze opnamedag kunt u al uw vragen en onzekerheden ten aanzien van de operatie en haar gevolgen bespreken met de verpleegkundige, de zaalarts of de behandelend arts. Als u dit wenst kunt u in contact worden gebracht met het maatschappelijk werk en maakt u kennis met de lymfetherapeut of iemand van het wondteam.  

Wat gebeurt er bij de operatie?

De operatie die wordt uitgevoerd voor de behandeling van vulvakanker, heet een vulvectomie. Tijdens de operatie wordt het afwijkende gedeelte weggehaald. De afwijking wordt verwijderd met een stukje 'normale' huid eromheen. Soms is het nodig om hierbij ook de clitoris, een stukje van de urinebuis, de vagina of van de kringspier van de anus te verwijderen. De gynaecoloog haalt meestal wel lymfklieren in één of beide liezen weg.

Voor de lymfklieren in de liezen bestaat er de laatste jaren een alternatieve behandeling, de zogenaamde schildwachtklier methode Dit gebeurt vooralsnog in het kader van wetenschappelijk onderzoek. Deze methode kan voorkomen dat lymfklieren voor niets worden verwijderd.

Bij deze methode wordt vóór de operatie een radioactieve speurstof ingespoten rond de afwijking op de vulva. Deze speurstof wordt door de lymfbanen opgenomen en naar een of meerdere lymfklieren in de lies vervoerd. Lymfklieren die de speurstof opnemen worden zichtbaar op een röntgenfoto en kunnen door middel van een veel kleinere liesoperatie worden weggenomen. Mocht u voor dit onderzoek in aanmerking kunnen komen dan krijgt u van uw behandelend arts hier meer informatie over. 

Wie voert de operatie uit?

De operatie wordt uitgevoerd door een in de oncologie gespecialiseerde gynaecoloog, (soms met een plastisch chirurg). Deze wordt geassisteerd door een arts, die in opleiding is tot gynaecoloog. Eén van beiden komt de dag vóór de operatie met u kennismaken. Indien de operatie op maandag plaatsvindt, bezoekt de gynaecoloog u op vrijdag. De vrijdag voorafgaande aan de operatie wordt u opgenomen op de afdeling Gynaecologie voor alle voorbereidingen (het weekend kunt u thuis doorbrengen).  

De verdoving

De operatie vindt plaats onder algehele narcose. Bij deze methode wordt u door de anesthesist in slaap gemaakt. Deze heeft u gezien op het polikliniekspreekuur. Informatie over de anesthesie kunt u nalezen in de folder 'anesthesie'. 

De periode vlak na de operatie en het verdere verloop

Als u wakker wordt, bent u eerst op de uitslaapkamer van de operatiekamer. In de loop van de dag wordt u weer naar de afdeling teruggebracht. U voelt zich suffig, u kunt zich misselijk voelen en u kunt pijn hebben in het operatiegebied.  

  • Om de pijn goed te kunnen bestrijden heeft u een slangetje in uw rug (de periduraal katheter), waardoor pijnmedicatie kan worden toegediend gedurende 1 tot 2 dagen; als gevolg hiervan heeft u weinig tot geen gevoel in de benen en kunt u ze slecht bewegen. Zodra het slangetje is verwijderd, krijgt u het gevoel in de benen na korte tijd weer terug. Naast de pijnbestrijding met behulp van dit slangetje kan het ook nodig zijn om de pijn te bestrijden met aanvullende pijnmedicatie. De anesthesist bespreekt dit met u. Nadat de periduraal katheter verwijderd is krijgt u andere pijnstilling. Na verloop van tijd wordt de pijnbestrijding voortgezet met de normale pijnmedicatie bijvoorbeeld paracetamol.  
  • Tegen de misselijkheid kunt u, indien nodig, medicijnen krijgen.   
  • U heeft een infuus, dit is nodig om u extra vocht toe te dienen zolang u nog niet voldoende kunt drinken. Zodra u voldoende drinkt, kan het infuus verwijderd worden.   
  • Indien tijdens de operatie de lymfeklieren uit de liezen zijn verwijderd worden slangetjes (drains) in de liezen bij de wond gelegd  om het lymfevocht de eerste dagen na de operatie goed af te voeren. Als de hoeveelheid vocht, die via deze drains afloopt, goed verminderd is, worden ze in overleg met de arts verwijderd. De verpleegkundige zal de drains bij u verwijderen. 
  • Tijdens de operatie wordt een katheter in de blaas gebracht. De urine loopt hierdoor af in een zakje dat aan uw bed hangt. We noemen dit een verblijfskatheter. Deze katheter blijft zitten totdat de vulvawond is genezen. Nadat de katheter is verwijderd kunt u weer zelf gaan plassen.  
  • Om infecties te voorkomen krijgt u op de operatiedag antibiotica toegediend. U merkt hier weinig van, omdat dit via het infuus wordt gegeven.  
  • Gezien de grootte en de plaats van de wond, en het lymfevocht, is het voor de wondgenezing belangrijk, dat uw wond 2 tot 3 keer per dag wordt verzorgd. De verpleegkundige zal u de verzorgingsmethode uitleggen. Het kan zijn, dat uw wond open gaat of dat de hechtingen voortijdig verwijderd moeten worden. Schrikt u hier niet van, dit komt vaker voor, de verzorgingsmethode wordt zo nodig hierop aangepast. De ervaring leert dat alle wonden in de loop van de tijd goed sluiten.  
  • De hechtingen in de wond worden pas verwijderd, zodra de arts hiervoor opdracht geeft. De vulvawond  wordt vaak gehecht met oplosbare hechtingen. 
  • U kunt vrij snel na de operatie weer uit bed gaan. Zodra het gevoel in uw benen weer goed terug is na de verdoving helpt de verpleegkundige u uit bed. Het is belangrijk dat u uw benen niet te ver spreidt om teveel spanning op de vulvawond te voorkomen.  
  • De verpleegkundige probeert u zoveel mogelijk bij de wondverzorging te betrekken, op deze wijze kunt u langzaam wennen aan het resultaat van de ingreep. Door de operatie ziet de vulva er anders uit; de schaamlippen zijn immers afwezig. Voordat u met ontslag gaat is het belangrijk om (samen met uw partner) onder begeleiding van de verpleegkundige of arts het uiteindelijke resultaat te bekijken. Probeer uw gevoelens en angsten te uiten en bespreekbaar te maken. De verpleegkundige kan u hierbij ondersteunen.   

De uitslag

Ongeveer tien dagen na de operatie zal de gynaecoloog de uitslag krijgen van het pathologisch laboratorium, waar al het verwijderde weefsel naar toe is gestuurd. Dit onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of u met de operatie afdoende bent behandeld. In sommige gevallen is het noodzakelijk dat de operatie nog gevolgd wordt door bestraling. De arts zal met u een afspraak maken om de uitslag met u en eventueel uw partner of familielid te bespreken. 

De duur van de opname

De opnameduur voor een vulvectomie is moeilijk te voorspellen en is afhankelijk van uw toestand en de voortgang van de wondgenezing. De opnameduur varieert van 1 tot 3 weken.  

Na ontslag uit het ziekenhuis

Indien geen nabehandeling door middel van bestraling hoeft plaats te vinden, komt u ongeveer 4-6 weken na ontslag uit het ziekenhuis terug op de polikliniek bij de gynaecoloog. U krijgt hiervoor een afspraak mee zodra u het ziekenhuis verlaat. Deze controle wordt gehouden om te horen hoe het thuis gaat en hoe u zich voelt. De gynaecoloog onderzoekt u ook. Schroom niet om al uw vragen te stellen en onzekerheden te uiten. 

Indien een vervolgbehandeling nodig is, ontvangt u korte tijd na uw ontslag (1 tot 2 weken) een oproep van de afdeling Radiotherapie.  

Het kan zijn dat u na ontslag nog hulp nodig heeft van een wijkverpleegkundige voor de wondzorg. U krijgt dan ook een vervolgafspraak bij de wondverpleegkundige. Deze afspraak krijgt u mee bij ontslag uit het ziekenhuis. 

De gevolgen van de behandeling

Een uitgebreide operatie als deze (eventueel in combinatie met bestraling) vergt veel tijd, zowel in geestelijk als in lichamelijk opzicht. De meeste vrouwen voelen zich na de ingreep nog weken of zelfs maandenlang slap en moe. Het beste is om geleidelijk te proberen hoeveel het lichaam aankan. De eerste maand moet u zwaar tillen vermijden en moet het werk in huis beperkt worden tot kleine karweitjes. Buitenshuis werken is meestal pas na enige maanden weer mogelijk.  

Vulvakanker en de behandeling daarvan kunnen invloed hebben op de seksualiteit. Niet alleen kunnen hierbij psychische factoren een rol spelen, maar soms is de vaginaopening te nauw en is het vrijen pijnlijk of zelfs onmogelijk. Is ook de clitoris weggenomen, dan kan het moeilijker zijn om klaar te komen. Deze problemen kunt u bespreken met uw gynaecoloog of verpleegkundige. 

Doordat lymfklieren verwijderd zijn en lymfvaten mogelijk beschadigd zijn tijdens de operatie kan stuwing van lymfvocht in onderbuik en benen ontstaan. De zwelling die ontstaat wordt lymfoedeem genoemd. Vroegtijdige herkenning van lymfoedeem is belangrijk omdat behandeling de meeste kans van slagen heeft als daarmee in het beginstadium van lymfoedeem mee begonnen wordt.

De eerste symptomen zijn:

  • Toenemende omvang van de benen. 
  • Een strak, zwaar of “slapend“ gevoel in de benen
  • Pijn of pijnscheuten
  • Gewrichtsklachten in enkels en voeten

Gespecialiseerde fysiotherapeuten en huid en oedeemtherapeuten kunnen met behulp van bepaalde technieken en hulpmiddelen proberen om de lichamelijke gevolgen van lymfoedeem zoveel mogelijk te beperken. Dit gebeurt altijd op advies van de behandelend arts. 

De ziekte kanker en alles wat ermee samenhangt, is erg ingrijpend. Het is vaak moeilijk de draad weer op te pakken. Ook wanneer de vooruitzichten goed zijn. Het leven wordt eigenlijk nooit meer zoals het was.

Nazorg

Na de behandeling blijft u gedurende enkele jaren onder controle van de gynaecoloog en/of de radiotherapeut. In die periode kunt u ook een beroep doen  op de maatschappelijk werker of de gespecialiseerde verpleegkundige voor adviezen op gebied van wondzorg of lymfoedeem. 

Tot slot

Zoals aan het begin van deze folder is aangegeven, kan het zijn dat u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft. U kunt daarmee terecht bij de verpleegkundige of bij uw behandelend arts. 

Meer informatie

LUMC kliniek Gynaecologie

Postzone: J8-R
Postbus 9600, 2300RC Leiden
Telefoon: 071- 5262539

Verpleegkundig specialist wondzorg

Telefoon: 071- 5264058 

Handige adressen

 

NVOG (Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie)

Website: www.nvog.nl/voorlichting/voorlichtingsbrochure

 

Informatie Centrum Gynaecologie

Hoendiep 95
9718 TE Groningen
Telefoon: 050- 3135646
Email: info@icgynaecologie.nl
Website: www.icgynaecologie.nl 

KWF kankerbestrijding

Delflandlaan 17
1062EA Amsterdam
Postbus 75508
1070AM Amsterdam
Telefoon: 020- 5700500
www.kwfkankerbestrijding.nl 

Patiëntenvereniging Stichting Olijf

Postbus 1478
1000BL Amsterdam.
Telefoon: 033- 4633299
olijf@olijf.nl 

NVFL Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie binnen de Lymfologie

Impalastraat 32
3523 PN Utrecht
Telefoon 030- 2521580
www.nvfl.nlinfo@nvfl.nl

 


Januari 2012