Jeuk en krabben

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Huidziekten.

In deze folder vindt u informatie die u kan helpen minder te krabben. Voor krabben uit gewoonte is een krab-beheersingsprogramma ontwikkeld. U wordt bij het uitvoeren van dit programma begeleid. Deze schriftelijke informatie is ter aanvulling en ondersteuning van het programma en komt er niet voor in de plaats.

Wat is krabben?

Krabben is een reflex, een automatische reactie op jeuk. Krabben als automatische reactie op jeuk houdt altijd snel weer op en leidt bijna nooit tot verwondingen aan de huid. Het automatisch in de reflex krabben kan zich echter gaan uitbreiden. Dan is niet alleen jeuk, maar bijvoorbeeld ook spreken over jeuk genoeg om te gaan krabben. Probeer het maar eens uit op een feestje, als u een tijd praat over jeuk ziet u allerlei mensen gaan krabben. Vaak weten ze niet eens dat ze dat doen.

De gevolgen van krabben

Krabben heeft ook gevolgen. Sommige van die gevolgen zijn in eerste instantie prettig, zoals vermindering van jeuk, of een lekker gevoel. Andere gevolgen zijn minder prettig of zelfs erg vervelend. Zo is het bijvoorbeeld best vervelend als anderen (partner, kinderen, ouders of vrienden) opmerkingen gaan maken. Ook is het heel vervelend als er door het krabben wonden ontstaan. Niet alleen geeft dit bij de genezing vaak extra jeuk, maar ook verslechtert de conditie van de huid (die meestal bij een huidaandoening toch al kwetsbaar is).
Zo ontstaat er gemakkelijk een vicieuze cirkel:

  • U heeft jeuk.
  • U krabt
  • De jeuk wordt even   minder, maar komt kort daarop des te heviger terug
  • U krabt meer
  • Er ontstaan wonden (dikwijls omdat pijn beter te verdragen is dan jeuk)
  • De wonden genezen, daarop komt de jeuk des te heviger terug                  
  • Deze genezing geeft jeuk      

Als u in zo'n vicieuze cirkel zit kan dit een probleem zijn. Voor dit krabben uit gewoonte is het krab-beheersingsprogramma ontwikkeld.

Wat kunt u doen om minder te krabben?

U moet zich in de eerste plaats goed realiseren dat dit programma best wel zwaar is en heel veel inzet vergt. U kunt zich afvragen: waarom wil ik eigenlijk van het krabben af? Wil ik dat zelf? Of wil ik het omdat anderen dat willen? Iets doen omdat anderen het willen is erg moeilijk. Als dat de enige reden is om van het krabben af te willen, dan is het beter nog niet aan het programma te beginnen. Op het moment dat u zelf van het krabben af wilt dan kunt u het zware programma waarschijnlijk ook beter volhouden.

Misschien hoopt u met dit programma te bereiken dat u nooit meer krabt. Helaas moet ik u dan teleurstellen. Iedereen krabt wel eens. Ook u zult later nog wel eens krabben. Bovendien moet u er rekening mee houden dat indien u een jeukende huidaandoening heeft, u waarschijnlijk altijd iets meer krabt dan iemand zonder jeukende huidaandoening.

Het krab-beheersingsprogramma

Het krab-beheersingsprogramma kent een aantal stappen:

Stap 1: Hoe vaak krab ik nu?

Om te weten hoe u in het programma vordert is het belangrijk om te weten hoe vaak u nu krabt. Het vaststellen is een tijdrovende zaak en moet precies worden gedaan. Allereerst moet worden afgesproken wat 'één keer krabben' inhoudt. De meeste mensen gebruiken het loskomen van de hand van de huid als markering van een krab-eenheid. U kunt op verschillende manieren noteren hoe vaak u krabt, bijvoorbeeld:

per dag(deel) of per uur
in bepaalde van te voren vastgestelde situaties
op een bepaald van te voren vastgesteld deel van het lichaam

Als hulpmiddel kunt u hierbij gebruik maken van een golfhorloge of een breiteller (te koop in handwerkzaken voor ongeveer 50 cent). Aan het eind van de dag kunt u het totaal aantal keren dat u heeft gekrabd noteren. Soms blijkt bij het registreren dat u pas achteraf, of helemaal niet, door heeft dat u krabt. Dan kunt u uw partner, huisgenoot of iemand die u vaak ziet vragen om bijvoorbeeld een week lang u telkens attent te maken op het krabben. Belangrijk daarbij is dat het erom gaat dat u zich bewust wordt van het krabben en niet dat u er al mee stopt.

Daarom mag diegene die u erop attent maakt dat ook niet boos of streng zeggen. Het is belangrijk dat het op een vriendelijke manier gezegd wordt. Bijvoorbeeld: "Weet je dat je zit te krabben?". Door het noteren van de gegevens bij 'Mijn behandelplan' (zie bijlage) ziet u hoe uw situatie nu is en hoe deze in de loop van de behandeling verbetert.

Stap 2: Wat is mijn doel?

U weet nu hoe vaak u krabt per dag. U kunt een doel gaan stellen. U kunt zich bijvoorbeeld als doel stellen om op een bepaalde tijd niet meer te krabben, of om in een bepaalde situatie niet meer te krabben of om op een deel van uw lichaam niet meer te krabben. Bij de keuze van uw doel moet u er op letten dat uw doel haalbaar is. Een doel is haalbaar als u de kans dat het gaat lukken schat op meer dan 50%. Zo kunt u bijvoorbeeld wel de wens hebben niet aan de huis van uw gezicht te krabben, maar als dit nu juist het gebied is waar u het meest krabt, dan is het niet waarschijnlijk dat dit als eerste doel haalbaar is. In zulke gevallen is het beter om te beginnen met het toepassen van het programma op een deel van het lichaam waar u minder vaak krabt.

Behalve dat een doel haalbaar moet zijn, moet het ook realistisch zijn. Het is bijvoorbeeld niet reëel om als doel te stellen dat u nooit meer zult krabben. Alle mensen krabben namelijk wel eens en mensen met een jeukende aandoening krabben altijd nog iets meer. Als u uw eerste doel gekozen heeft vult u dit in bij 'Mijn behandelplan'.

Stap 3: Hoe ga ik dit doel bereiken?

U gaat nu zoeken naar gedrag dat u niet tegelijk met het krabben kan uitvoeren. Het moet iets zijn dat u direct, altijd, overal kunt doen en dat geen schade aan u zelf of anderen toebrengt. Bovendien moet het bij u passen. Dat betekent dat het vastpakken van een oorbel alleen in aanmerking komt als u altijd oorbellen in heeft. Verder mag dit gedrag het normaal functioneren van u niet in de weg staan. Gillen of met de vuist op tafel slaan (hoe aantrekkelijk misschien ook) zijn dus niet geschikt. Immers in de tram kunt u niet gaan gillen zonder in problemen te raken en tijdens een vergadering kan men niet altijd en direct met de vuist op tafel slaan.

Enkele voorbeelden van gedragingen die niet tegelijk met krabben kunnen worden uitgevoerd zijn: draaien van uw ring, oorbel etc., spelen met geld/knikkers in uw (broek)zak, uw vuisten ballen, uw wijsvinger tegen uw duim drukken of uw hand op uw schouder leggen.

Stap 4: Ik oefen

Als u eenmaal voor een bepaalde gedraging gekozen heeft, dan moet deze geoefend worden. Om te beginnen oefent u dit in de spreekkamer. Diegene die u begeleidt, gaat samen met u na of het gedrag er natuurlijk uit ziet en of het gemakkelijk kan worden uitgevoerd. Eventuele problemen die u heeft kunt u dan ook bespreken. Soms zal uit het gesprek naar voren komen, dat er naar een andere gedraging moet worden gezocht.

Vervolgens gaat u het gekozen gedrag thuis oefenen.
In het begin is het de bedoeling om het nieuwe gedrag zo vaak als mogelijk uit te voeren. Dit in plaats van, zoals de gewoonte was, te krabben. Als dit lukt geef u zelf dan een schouderklopje, door bijvoorbeeld in u zelf te zeggen: goed gedaan! Het zal zeker niet altijd lukken, het krabben is immers een gewoonte. Dus geef de moed niet op! Ook als u pas naderhand merkt dat u gekrabd heeft, is het belangrijk dat u alsnog ook het nieuwe gedrag uitvoert. Op die manier voert u de nieuwe behandeling even vaak of vaker uit dan dat u krabt. Zo krijgt het nieuwe gedrag de kans een gewoonte te worden. De wonden als gevolg van het krabben kunnen dan beginnen te genezen.

Tot slot

Zoals eerder vermeld is het krab-beheersingsprogramma zwaar. Daarom is aanmoediging van groot belang voor u. Neem uw inspanningen niet als vanzelfsprekend aan. U doet uw best en dat verdient waardering.

Met dank aan de Nederlandse Werkgroep voor Psychodermatologie, mw. drs. M. Groen, psycholoog; mw. drs. J. Vink, dermatoloog; mw. I. van Rooijen, maatschappelijk werk, voor hun kritische lezing van het concept.


maart 2011