EMG-onderzoek voor ‘eindplaatstoornissen’

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Neurologie

Binnenkort komt u voor een onderzoek naar de afdeling Klinische Neurofysiologie van het Leids Universitair Medisch Centrum. In deze folder wordt uitgelegd wat het onderzoek inhoudt en krijgt u informatie over de gang van zaken tijdens het onderzoek. Als u na het lezen van deze informatie nog vragen heeft, aarzelt u dan niet om deze te stellen aan de arts of laborant. Het telefoonnummer van de afdeling vindt u elders in deze folder.

Algemeen

Er zijn vele ziekten die de functie van de zenuwen verstoren en vele die de functie van de spieren verstoren. Er zijn ook enkele ziekten die zich tussen zenuw en spier afspelen in de zogenoemde ‘eindplaat’. Stoornissen van de eindplaat zorgen ervoor dat de commando’s om de spier aan te spannen niet bereiken. Dit heeft spierzwakte tot gevolg. 
De belangrijkste ziekten van de eindplaat zijn myastenia gravis en het Lambert-Eaton myastheen syndroom. 

Het EMG-onderzoek voor ‘eindplaatstoornissen’

Er zijn twee technieken om een eindplaatstoornis op te sporen. Welke techniek wordt toegepast hangt af van het individuele probleem.

Repetitieve zenuwstimulatie

Hierbij worden er plakkers boven de spieren geplakt, meestal aan de hand, maar ook wel op andere plaatsen. Er wordt ook een stroomstimulator op de bijbehorende zenuw geplakt. Vervolgens wordt het geheel stevig vastgemaakt, zodat er geen storingen tijdens het onderzoek optreden. 
Dan worden er reeksen stroomschokken gegeven. Aan de reactie van de spier kan worden afgemeten of de zenuw de impulsen wel allemaal aan de spier doorgeeft. Zolang dat gebeurt met schokken die vijf keer per seconde of minder vaak worden gegeven, is het onderzoek goed te verdragen. Soms is het echter juist nodig om de schokken snel achter elkaar te geven; tien keer per seconde of vaker. Dan is het onderzoek pijnlijk.
Veel mensen hebben dan de neiging de hand terug te trekken, maar dan mislukt de meting en zijn de schokken voor niets geweest. De dokter die het onderzoek uitvoert legt u uit wat er gebeurt. Op deze manier komen de schokken niet onverwachts.
Tenslotte wordt meestal gevraagd om zelf de spier moe te maken door gedurende 30 seconden de spier zo hard mogelijk aan te spannen. Daarvóór en daarná wordt dan met afzonderlijke schokken gekeken of dit iets heeft veranderd.

Single-Fiber EMG (SFEMG)

Dit onderzoek meet de functie van afzonderlijke spiercellen en is daarmee een zeer subtiel onderzoek.
Het werkt als volgt: met een fijn naaldje wordt een zenuwtakje boven het jukbeen opgezocht. Door via het naaldje minieme schokjes te geven, wordt een klein deel van de spier rond het oog aan het werk gezet. De schokjes zijn niet pijnlijk; uiteraard is wel te voelen dat de naald door de huid moet worden gestoken. Als het gelukt is om een deel van de spier te laten bewegen, wat u voelt als een trilling naast het ooglid of bij de wenkbrauw, wordt een tweede naald in de spier aangebracht.
De arts die het onderzoek uitvoert, probeert dan de naald met zeer fijne bewegingen zo te krijgen, dat er een of enkele spiervezels goed worden geregistreerd. Dat vereist veel concentratie en soms geduld, want er moeten 20 vezels op die manier worden onderzocht.
Met twee naalden lijkt het onderzoek wat eng, maar het is goed te verdragen. Sommige mensen beginnen zelfs te doezelen tijdens het onderzoek. Omdat er naalden aan te pas komen, wordt het onderzoek niet verricht bij mensen die Sintrom of Marcoumar (via de trombosedienst) gebruiken.

De resultaten

Voor beide onderzoeken geldt dat het onderzoek niet af is op het moment dat u de EMG-kamer verlaat. De metingen moeten nog gecontroleerd en bewerkt worden. De uitslag wordt naar de aanvragende arts gestuurd. Deze informeert u vervolgens over de resultaten.

Tot slot

Alle onderzoeken op de afdeling Klinische Neurofysiologie worden op vaste tijden afgesproken en uitgevoerd. Wij verzoeken u daarom dringend om op tijd aanwezig te zijn. Het is namelijk niet zo dat een onderzoek ‘nog even tussendoor’ kan worden gedaan.
Indien u de afspraak moet afzeggen, verzoeken wij u dit minimaal één dag van tevoren te doen.

De afdeling Klinische Neurofysiologie is gehuisvest op de 3e verdieping, zone J3-R.
Het telefoonnummer is 071 – 5262104.


februari 2004