Eet- en drinkproblematiek bij kinderen tot 1,5 jaar

This information is provided by Willem Alexander Kinderziekenhuis

Inleiding

Eten en drinken doen we allemaal en lijkt ook zo gemakkelijk. Pas als het niet lukt, blijkt dat het veel ingewikkelder is. Eten en drinken horen plezierige gebeurtenissen te zijn waar geen dwang achter zit en wat zeker geen frustratie en boosheid moeten opleveren.

Veel kinderen hebben door een medisch probleem een motorische ontwikkelingsachterstand. De mondmotoriek is een onderdeel hiervan en heeft vaak ook een motorische achterstand. Uw kind is qua eten en drinken dan ook niet te vergelijken met leeftijdsgenoten.

In deze folder wordt een aantal algemene basisregels voor het geven van eten en drinken gegeven. Voor uw kind zullen sommige regels niet volledig van toepassing zijn of moeten de regels iets worden aangepast. Dit wordt met u besproken nadat er een inventarisatie van het eten en drinken heeft plaatsgevonden.

Het toepassen van deze regels geeft geen 100% garantie dat uw kind snel zal kunnen eten en drinken ook al doet u nog zo goed uw best. Het toepassen van deze regels geeft wel de meeste kans van slagen.

Alle adviezen die in deze folder worden gegeven t.a.v. drinken uit een fles zijn ook van toepassing voor drinken aan de borst.

Heeft u meer advies nodig t.a.v. het geven van borstvoeding dan kan contact worden opgenomen met de lactatiekundige van het ziekenhuis.

Soms kan (na een medische ingreep of bij te vroeg geboorte) een kind moeite hebben met eten en drinken. Vooral voor het drinken uit een fles heb je voldoende energie nodig. Sommige kinderen hebben niet genoeg conditie om een fles te drinken terwijl ze wel vaak willen drinken. Bijvoorbeeld bij kinderen met een snelle ademhaling (meer dan 60 x per minuut), een snelle hartslag (meer dan 150x per minuut in rust) en /of een laag zuurstofgehalte in het bloed.

Ook kunnen kinderen zo lang geen fles meer gehad hebben dat ze het een beetje verleerd zijn.

Rondom de leeftijd van drie maanden verandert de zuigreflex in een willekeurige zuigreflex. Dit betekent dat het vaste patroon van zuigen-slikken-ademen tijdens het drinken uit een fles verandert naar een drinkactie waar ze zelf meer controle over krijgen.

Uw kind moet aan een aantal basisvoorwaarden voldoen om veilig orale (via de mond) voeding te krijgen:

  1. goed wakker zijn
  2. in staat zijn om de spierspanning die het heeft in rust te behouden tijdens het eten en drinken.

Voor het drinken uit de fles geldt daarnaast nog:

  1. het hebben van een goede zoekreflex. Zodra de speen wang of onderlip raakt moet het kind de speen gaan zoeken door de mond te openen en de speen in de mond te nemen.
  2. het zuurstofgehalte (saturatie) in het bloed moet hoog genoeg zijn en de ademhaling niet te hoog.

Kinderen leren heel snel. Leuke dingen onthouden ze goed. Minder leuke dingen onthouden ze ook goed en zijn ook moeilijker weer af te leren/ te veranderen.

Het is dan ook erg belangrijk dat een kind niet gedwongen wordt om te eten en te drinken. Een kind van een paar weken oud kan een afweer opbouwen tegen drinken als het steeds maar weer gedwongen wordt om te drinken.

Hoe meer er wordt aangedrongen om te eten en te drinken, des te meer een kind het op een andere manier gaat proberen te vertellen dat het niet wil. Zeker als het niet kan praten. Dit geeft een kind aan door bijvoorbeeld zijn mond niet te openen, zijn hoofd af te wenden, hard te gaan huilen of zich te overstrekken.

Leren eten en drinken kost voor sommige kinderen veel tijd en eist van u als ouders veel geduld.

Als een kind niet in staat is om al zijn eten en drinken via de mond binnen te krijgen (orale intake) wordt de rest van de voeding via een sonde gegeven.

Het valt ook niet te voorspellen hoelang het duurt voordat er een volledige orale intake is en de voedingssonde verwijderd kan worden. Dat een kind voldoende voeding en calorieën binnenkrijgt (via orale intake en voedingssonde) is wel van belang voor de groei van het kind, voornamelijk in het eerste jaar, wanneer nog inhaalgroei bestaat.

Hieronder staat een aantal adviezen om het eten en drinken zo goed en plezierig mogelijk te laten verlopen.

Algemeen

Geef het eten en drinken zoveel mogelijk op dezelfde tijd en plaats, met hetzelfde drink- en eetgerei en door dezelfde personen. Duidelijkheid en herkenning zijn hierbij belangrijk.

Als uw kind sondevoeding krijgt, geef eten en drinken dan ongeveer een kwartier tot half uur voor de sondevoeding.

Liever een paar goede slokjes of een paar goede hapjes zonder verslikken dan veel eten of drinken op een onplezierige manier.

Zorg ervoor dat u zelf rustig bent en niet gehaast. Zowel u als uw kind moet comfortabel zitten.

Het hoofd van uw kind moet recht boven de rug zijn. Het hoofd mag niet naar voren gebogen of achterover gestrekt zijn om optimaal te kunnen slikken. Goede ondersteuning van uw kind tijdens het drinken is een voorwaarde om rustig te kunnen drinken.

Op de foto’s zijn voorbeelden te zien van een kind dat goed ondersteund de fles krijgt.

Drinken1

Drinken2

Drinken3

Drinken4

Wees positief bij elk hapje en slokje dat u aanbiedt en zorg dat er voldoende rust is tijdens het eten en drinken. Dus niet met speelgoed en muziekjes etc. uw kind eten en drinken geven.

Veel kinderen hebben tijdens opname in een ziekenhuis vervelende ervaringen in het mondgebied gehad (sonde die ingebracht moet worden, slijm wegzuigen etc.). Probeer als ouder prettige ervaringen aan uw kind te geven in het mondgebied door te strelen enz.

Tijdsduur van geven van voeding

Het geven van eten en drinken mag niet langer dan 30 minuten duren. Langer dan 30 minuten is zowel voor u als uw kind een veel te grote belasting. Langer en/of vaker de voeding aanbieden draagt niet bij aan de oplossing van het probleem.

Stop na vijf minuten als uw kind aangeeft dat het niet wil eten of drinken.

Stop na tien minuten als het eten en drinken te vermoeiend wordt (zweten of als eten langs de mondhoek wegloopt).

Als uw kind binnen de bovengenoemde 30 minuten hersteld en niet te vermoeid is dan kunt u nogmaals de voeding aanbieden. U mag uw kind hier niet voor wakker maken.

Stop altijd met het geven van eten en drinken als uw kind duidelijk aangeeft dat het niet meer wil (kokhalsreflex met spuugneiging of huilen en overstrekken).

Eindig het eten en drinken in een positieve sfeer ook al heeft uw kind geen hap of geen slok genomen.

Het is soms moeilijk maar wordt absoluut niet boos! Lukt dit niet, ga dan even uit het gezichtsveld van uw kind zodat u daarna in betere stemming het eten en drinken kunt afsluiten.

Geef eventueel de resterende voeding hierna via de maagsonde.

Materiaal

Fles

Probeer steeds dezelfde speen met fles te gebruiken. Een andere speen is meestal niet de oplossing.

Als uw kind wel zuigt maar niet krachtig genoeg dan kunt u samen met de logopediste bekijken of een andere speen de oplossing is. Een speen met een groter gat is niet altijd de oplossing en de kans op verslikken kan groter worden.

Drinkt uw kind in het begin wel goed maar na een aantal milliliter niet meer, dan kunt u het vacuüm in de fles weghalen door even de speen iets uit de mond te halen of door de dop minder strak op de fles te draaien. Een fles met een anti-vacuümsysteem kan hiervoor ook een oplossing zijn.

Lepel

Een lepel moet van plastic zijn en geen scherpe randen hebben. Verder moet de lepel niet te diep en niet te breed zijn. De lepel moet tussen de (toekomstige) onderste tandenrij passen.

Techniek van het geven van eten en drinken

Uw kind moet de fles of lepel met de voeding goed aan zien komen. Zorg ervoor dat u elkaar goed kunt zien en dat de lepel of speen recht  van voren  naar de mond gaat.

Leg de speen of de lepel op de onderlip van uw kind zodat hij de mond opent. Breng voorzichtig de speen of lepel in de mond, waarmee u druk geeft op de tong. Dit is nodig om de kokhalsreflex die op het puntje van de tong ligt te onderdrukken.

Kom met de speen of lepel niet tegen de huig aan want ook dat kan een kokhalsreflex opwekken en spugen tot gevolg hebben.

Het eerste wat u van de kokhalsreflex ziet is dat uw kind zijn ogen ver openspert. Als dit toch gebeurt, dan haalt u de lepel of speen snel uit de mond en probeert u uw kind af te leiden. Dit kan soms het kokhalzen en spugen doen voorkomen.

Zodra de speen of lepel in de mond is probeer dan lichte druk op de tong te houden. Dit stimuleert de beweging van de tong en onderdrukt de kokhalsreflex.

Alle handelingen in het mondgebied, zoals knijpen in beide wangen of druk op de onderkaak moet u zoveel mogelijk vermijden. Een kind kan zich dan gedwongen voelen.

Als u uw kind hoort slikken (een klokkend geluid) betekent dit dat het zich nog net niet verslikt. Soms kan ander drinkmateriaal dit probleem oplossen.

Bij het geven van lepelvoeding neemt u een kleine hoeveelheid voor op het lepeltje dat u vervolgens aanbiedt.

Probeer hierbij de voeding niet aan de bovenlip of huig af te schrapen. Dit kan een kokhalsreflex veroorzaken en het is voor uw kind een nare ervaring. Het kan de voeding met zijn tong hier nog niet goed vandaan halen.

Tijdens het geven van de voeding moet u proberen de voeding niet van het gezicht te vegen of te schrapen met de lepel. Dit kan verstorend werken op het eten geven en het is voor sommige kinderen een nare prikkel.

Aan het einde van het drinken of eten dept u met slab of doek het gezicht af (dus niet vegen) en geeft u duidelijk aan dat het klaar is. Ook al is uw kind nog zo klein hij zal dit snel herkennen. Daarna ook niet nog een slokje of lepeltje proberen. Klaar moet ook echt klaar zijn!

Als ouders kent u uw kind goed. Probeer met bovenstaande regels en gezond verstand uw kind eten en drinken te geven. Adviezen van uw omgeving zijn goed bedoeld, maar het niet of slecht eten en drinken is een complex probleem en ook niet gemakkelijk en snel op te lossen. Helaas is dit voor de omgeving niet altijd goed duidelijk en invoelbaar.

Bij het leren eten en drinken gaat het niet zozeer om de hoeveelheid voeding die uw kind via de mond binnen krijgt maar vooral om de juiste manier waarmee uw kind de voeding binnenkrijgt om uiteindelijk een maximaal resultaat te krijgen.

Bij ontslag

Kinderen die vanuit het LUMC naar huis gaan met sondevoeding worden thuis verder begeleid door een logopediste die gespecialiseerd is in de preverbale logopedie (behandeling van eet- en drinkproblemen).

Met haar kunt u thuis rustig het eten en drinken inventariseren en oplossingen bedenken om zo goed mogelijk een orale intake te krijgen.

Mocht u thuis met de logopediste de voeding willen veranderen dan moet dit met de behandelend arts worden besproken.

Bij kinderen met een hartafwijking staat in de ontslagbrief voor de logopediste het e- mailadres van de behandelend kindercardioloog die het kind op de poli terugziet.

Komt uw kind op de polikliniek bij een andere arts dan kunt u het beste contact op nemen met de behandelend arts via de polikliniek kindergeneeskunde (071-5262822)

 


September 2013