Cochleaire implantatie bij volwassenen

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Keel- neus- oorheelkunde

Deze brochure bevat informatie over cochleaire implantatie en de werkwijze van CIRCLE, het CI-team in Leiden. U kunt lezen wanneer iemand in aanmerking komt voor een cochleair implantaat (CI) en hoe u uzelf of iemand uit uw omgeving kunt aanmelden bij CIRCLE.

Cochlear Implant Rehabilitation Centre Leiden (CIRCLE)

CIRCLE is een samenwerkingsverband van de afdeling Keel-, Neus- en Oorheelkunde (KNO) en het Audiologisch Centrum van het LUMC en Kentalis (voorheen Koninklijke Effatha Guyot Groep). Deze instanties werken al een groot aantal jaren samen in de zorg voor slechthorenden en doven.

Het CI-team in Leiden bestaat uit KNO-artsen, audiologen, logopedisten, hoortherapeuten, een linguïst (taalkundige), een orthopedagoog, coördinatoren, maatschappelijk werkers, technici, wetenschappelijk onderzoekers en administratief medewerkers. Het team staat onder leiding van Prof.dr. ir. J.H.M. Frijns, KNO-arts.

De afdeling KNO  heeft als belangrijk aandachtsgebied de chirurgische hoorrevalidatie. Sinds 1988 wordt in het LUMC fundamenteel onderzoek verricht naar cochleaire implantatie, waarbij samen met diverse fabrikanten nog altijd wordt gewerkt aan het verbeteren van de cochleaire implantaten en de afstelling ervan. Ook wordt uitgebreid klinisch onderzoek verricht, zoals het evalueren van taal- en spraakontwikkeling en sociaal-emotionele ontwikkeling.

Onze belangrijkste focus ligt op het geven van persoonlijke aandacht gedurende het gehele CI-traject.

 

Wat is een cochleair implantaat?

Een cochleair implantaat (CI) is een apparaat dat aan zeer slechthorende en dove volwassenen en kinderen de mogelijkheid biedt weer te kunnen horen en verstaan. Dit gebeurt doordat het CI de functie van de trilhaartjes in het slakkenhuis, ‘de cochlea’, overneemt en de gehoorzenuw direct elektrisch stimuleert.

Een CI heeft een uit en -inwendig gedeelte (figuur 1). Het uitwendige deel bestaat uit een microfoon, een spraakprocessor en een zendspoel. De microfoon vangt geluiden op en zendt de informatie naar een spraakprocessor. De spraakprocessor zet het signaal om in elektrische pulsen. De zendspoel, die via een magneet aan het inwendige deel is verbonden, geeft de elektrische pulsen vervolgens door aan het inwendige deel van het CI. Het inwendige deel van het implantaat, dat tijdens een operatie onder de huid wordt geplaatst, is verbonden met een bundel elektroden die in het slakkenhuis is geschoven. De elektroden liggen in het slakkenhuis dicht bij de gehoorzenuw en kunnen zo de informatie overdragen.

Voorwaarde voor het succesvol toepassen van een CI is dus dat de gehoorzenuw en de daarachter liggende zenuwbanen in staat zijn de aangeboden elektrische prikkels te verwerken.

Met een CI kunnen zowel zachte als harde geluiden en spraak worden waargenomen. Echter, de kwaliteit van de geluids- en spraakwaarneming is anders dan met die van een normaal gehoororgaan. Dat komt doordat normaal horende mensen over ongeveer 3.000 zintuigcellen beschikken om geluidssignalen door te geven en te verwerken, terwijl er in het geval van een CI sprake is van een elektrisch signaal dat door een beperkt aantal elektroden (12-22) wordt doorgegeven. Met behulp van bepaalde programmeertechnieken kan de informatie die voor het spraakverstaan van belang is via de elektrodes worden overgedragen aan de gehoorzenuw.

Figuur 1: Hoe werkt een cochleair implantaat

Figuur 1: Hoe werkt een cochleair implantaat?

Geluidsprocessor: de uitwendige geluidsprocessor vangt het geluid op en zet het om in digitale signalen.

  1. Inwendige implantaat: de processor zendt de digitale signalen via de zendspoel door de huid naar het inwendige implantaat.
  2. Elektrodenbundel: het inwendige implantaat zet de gecodeerde signalen om in elektrische energie en stuurt deze naar de elektrodenbundel in het slakkenhuis.
  3. Gehoorzenuw: elektroden omzeilen de beschadigde haarcellen en stimuleren direct de  gehoorzenuw. De hersenen nemen de signalen waar als geluid.     

(bron: Firma Cochlear)

 

Welke implantaten gebruiken we in Leiden?

In ons CI centrum maken we gebruik van CI’s van 3 verschillende merken: het Amerikaanse Advanced Bionics (figuur 2), het Australische Cochlear (figuur 3) en het Oostenrijkse MED-EL (figuur 4).

Figuur 2: Advanced Bionics HiRes90K Implantaat

Figuur 2: Advanced Bionics® HiRes90K implantaat     

Figuur 3: Cochlear Nucleus implantaat

Figuur 3: Cochlear® Nucleus implantaat     

Figuur 4: MED-EL CONCERTO implantaat 

Figuur 4: MED-EL® CONCERTO implantaat

Op basis van beschikbare data over patiëntenprestaties en betrouwbaarheid kan vooralsnog geen onderscheid worden gemaakt tussen deze drie implantaten, ook al zijn er technisch gezien tal van verschillen.

De implantaten worden aangestuurd door een uitwendige spraakprocessor. Het HiRes90K implantaat van Advanced Bionics wordt aangestuurd door de Harmony ‘achter-het-oor’-processor (figuur 6) Daarnaast is er de optie van een volledige kastprocessor (figuur 5) die aan de broekriem of in een opbergtasje gehangen kan worden. Beide systemen werken met oplaadbare batterijen.

Figuur 5: Advanced Bionics Platinum Series spraakprocessor

Figuur 5: Advanced Bionics® Platinum Series spraakprocessor

Figuur 6: Advanced Bionics Harmony 'achter-het-oor' spraakprocessor

Figuur 6: Advanced Bionics® Harmony 'achter-het-oor' spraakprocessor

  Figuur 7
 Figuur 7: Advanced Bionics® Neptune, 100% waterdichte spraakprocessor (najaar 2011)

Voor het Nucleus implantaat is dat de CP810 ‘achter-het-oor’-processor (figuur 8) met voor kinderen de mogelijkheid de batterij op het lichaam te dragen. Er kunnen zowel normale als oplaadbare batterijen worden gebruikt en er wordt een afstandsbediening bijgeleverd waarmee de processor bediend kan worden.

Figuur 8
Figuur 8: Cochlear® Nucleus CP810 ‘achter-het-oor’-processor met afstandsbediening

Producent MED-EL gebruikt voor zijn CONCERTO implantaat de OPUS 2 ‘achter-het-oor’ processor (figuur 9) met bijbehorende afstandsbediening voor overzichtelijk gebruik. Ook hierbij is er de mogelijkheid om de batterij op het lichaam te dragen.

Figuur 9

Figuur 9:MED-EL® OPUS 2 ‘achter- het-oor’ spraakprocessor en afstandsbediening

Voor alle CI patiënten geldt dat na ongeveer 5 jaar de mogelijkheid bestaat om te wisselen van kasttoestel naar een achter-het-oor toestel of naar een nieuwere versie als deze beschikbaar is.

 

Wat kan ik horen met CI?

Op deze vraag is geen eenduidig antwoord te geven. Het blijkt namelijk dat de toegevoegde waarde van een CI sterk verschilt van persoon tot persoon. U zult begrijpen dat het – gezien de complexe samenhang van alle factoren – moeilijk is precies te voorspellen hoe goed ú uiteindelijk zult kunnen horen met een CI. De winst van een CI kan soms beperkt blijven tot een verbetering van het spraakverstaan met hulp van spraakafzien (liplezen). De meeste CI-gebruikers blijken echter in rustige situaties spraak te kunnen verstaan (vrijwel) zonder spraakafzien. In een groot aantal gevallen blijkt het zelfs weer mogelijk een telefoongesprek te voeren.

 

Beperkingen van CI

Het spraakverstaan in een rumoerige omgeving zal ook voor u als CI-gebruiker altijd moeilijk blijven. Ook het verstaan van een spreker via televisie kan moeilijk zijn, afhankelijk van het achtergrondlawaai, de articulatie van de spreker en de zichtbaarheid van het mondbeeld. Met een CI wordt u dus zeker niet normaalhorend, maar slechthorend, met alle problemen die slechthorenden over het algemeen ook hebben. Bovendien kan ook muziek (net als spraak) met een CI “vreemd” en “onsamenhangend” klinken; veel CI-dragers kunnen dan ook niet meer zo van muziek genieten als vroeger. Ook blijft het herkennen van stemmen moeilijk. Met name onbekende stemmen zullen, door de wat onnatuurlijke klank, erg op elkaar lijken. Tenslotte benadrukken wij dat u ’s avonds, wanneer u de spraakprocessor uitzet, ineens weer doof bent. Dit betekent dat u wellicht nog steeds aanvullende wek- en waarschuwingsapparatuur nodig hebt. Voor de meeste CI-gebruikers betekent CI echter een verbetering in hun communicatiemogelijkheden, en daarmee contact en een grotere betrokkenheid met hun omgeving.

In uw dagelijks leven hoeft u nauwelijks rekening te houden met het feit dat u een CI draagt. Eigenlijk kunt u alles blijven doen zoals u dat gewend was. Wel dienen er enkele normale voorzorgsmaatregelen genomen te worden die ook gelden voor het gebruik van conventionele hoorapparatuur. Zo dient het uitwendig deel van de CI beschermd te worden voor schokken (vallen), vocht (regen) en statische elektriciteit. Het inwendig deel is geheel afgeschermd van de buitenwereld, waardoor er eigenlijk nauwelijks beperkingen zijn in uw activiteiten. Wanneer het uitwendig deel van de CI is afgekoppeld kunt u bijvoorbeeld rustig gaan zwemmen. Wel dient u contactsporten (bijvoorbeeld boksen) en andere activiteiten waarbij hoofdletsel kan ontstaan, te vermijden. In sommige situaties kan het verstandig zijn hoofdbescherming te dragen. Bovendien dienen zeer sterke magneetvelden vermeden te worden. Dergelijke velden treden eigenlijk alleen op bij het maken een MRI-scan. Het is dan ook belangrijk dat u - wanneer uw arts van plan is een scan te maken - aangeeft dat u een CI draagt.

Wanneer u per vliegtuig gaat reizen, is het belangrijk om bij de douanepoortjes het externe deel af te doen. Met behulp van de identificatiekaart behorend bij de CI-set kunt u aantonen dat u een CI in uw hoofd heeft waardoor het detectiepoortje zal gaan piepen.

 

Bijverschijnselen van cochleaire implantatie

Wellicht vraagt u zich af wat de “bijverschijnselen” zijn van een CI. Tot nu toe zijn er geen belangrijke risico’s bekend van elektrische stimulatie van de gehoorzenuw. Er wordt bij de stimulatie gebruik gemaakt van zeer zwakke elektrische stroompjes. Het komt wel eens voor dat deze stroompjes lichte tintelingen, pijn in mond of gezicht of duizeligheid veroorzaken doordat behalve de gehoorzenuw ook de aangezichtszenuw of evenwichtszenuw wordt geprikkeld. Deze pijn, tintelingen of duizeligheid kunnen echter meestal worden verholpen door de instellingen van de spraakprocessor te veranderen. De audioloog kan dit voor u doen.

Daarnaast moet u zich realiseren dat door het inbrengen van het implantaat de nog bestaande ‘hoorresten’ verloren kunnen gaan door beschadiging van de nog werkende trilhaartjes. Dit betekent dat het hoorapparaat dat u misschien voor de operatie gebruikte geen nuttig effect meer zal hebben en u er dus van uit moet gaan dat het te opereren oor helemaal doof wordt.

 

Wanneer komt u voor een cochleair implantaat in aanmerking?

Doofheid en/of slechthorendheid is een beperking in het waarnemen van geluid. De gevolgen van doofheid gaan echter veel verder dan dit. Als spraakklanken niet of onvoldoende kunnen worden waargenomen, zal de communicatie in gesproken taal niet meer vanzelf tot stand komen. Met behulp van hoortoestellen of soloapparatuur kan geluidswaarneming verbeterd worden. Helaas zijn soms de aard en de ernst van het gehoorverlies zodanig dat ondanks de aanpassing van hoorapparatuur en hoortraining, mensen slechts beperkt in staat zijn tot het waarnemen van gesproken taal. Voor deze mensen kan een CI een uitkomst bieden.

Een CI neemt, anders dan een hoortoestel dat geluid alleen maar versterkt, de functie van de kapotte trilhaartjes in het slakkenhuis over. Door de implantatie gaat in principe de functie van de nog werkende trilhaartjes verloren, zoals hierboven al is beschreven. Daarom willen we er zo zeker mogelijk van zijn dat u met een implantaat minstens zo goed gaat horen als in uw huidige situatie.

Verschillende factoren bepalen of u wel of niet voor CI in aanmerking komt: de belangrijkste factor is de mate van slechthorendheid. Alleen mensen met een zeer ernstig gehoorverlies aan beide oren komen in aanmerking voor een CI.

Het succes van CI is echter afhankelijk van een complex samenspel van factoren, zoals de kwaliteit van de te stimuleren gehoorzenuwvezels, het auditief geheugen, het doorzettingsvermogen en de leerbaarheid. Daarnaast is ook de duur van de doofheid van belang; mensen die nog maar kort geleden doof zijn geworden en als kind een normale spraak- en taalontwikkeling hebben doorgemaakt hebben over het algemeen meer baat bij een CI dan mensen die al langdurig doof zijn of geen normale spraak- en taalontwikkeling hebben doorgemaakt.

Een uitgebreid onderzoekstraject zal moeten uitwijzen of een CI voldoende meerwaarde zal hebben voor u.

 

Procedure

Aanmelding

Wijze van aanmelding

Door middel van een verwijzing door uw KNO-arts, huisarts of op uw eigen initiatief wordt u aangemeld bij ons CI-team. Naar aanleiding hiervan sturen wij u deze folder en een vragenlijst op. Deze folder geeft u een globaal beeld van de mogelijkheden van cochleaire implantatie en de daarmee samenhangende procedure.

 

Vragenlijst

Besluit u na het lezen van de folder dat u zich definitief wilt aanmelden, dan vragen wij u de meegestuurde vragenlijst zo volledig mogelijk in te vullen en naar ons terug te sturen. Het is ook mogelijk de vragenlijst digitaal in te vullen en naar ons te mailen via de site www.lumc.nl > Organisatie A-Z > Keel-, Neus- en Oorheelkunde > Cochleaire Implantatie > CI patiënt> Contactinformatie.

 

Wachtlijst

Op het moment dat de vragenlijst bij ons is binnengekomen komt u op de wachtlijst te staan. Hoe snel u door ons CI-team opgeroepen wordt hangt af van deze wachtlijst en de oorzaak van uw slechthorendheid.

 

Intake

Het traject start met een eerste selectie. Deze selectie baseren wij op gegevens die uw verwijzer ons heeft gestuurd of die wij met uw toestemming hebben opgevraagd bij uw behandelaars en de antwoorden die u heeft gegeven in de vragenlijst. Vervolgens wordt u op de wachtlijst geplaatst voor onze intakedag. De invulling van de intakedag kan wisselen; dit is afhankelijk van de informatie die we hebben verkregen. Hieronder volgt een globale beschrijving van wat de intake inhoudt.

 

Intake deel 1

Tijdens de intake wordt u gedurende een dagdeel door verschillende leden van ons team gezien. Het is belangrijk dat de beoogde co-therapeut (uitleg onder kopje revalidatie) bij de gesprekken aanwezig is. Dit kan iemand uit uw familie of vriendenkring zijn die, na de implantatie, samen met u kan oefenen met horen in de thuissituatie.

Allereerst zult u een hoortest krijgen, om uw gehoorverlies op dat moment vast te stellen. Vervolgens krijgt u een voorlichtingsgesprek met onze coördinator of verpleegkundige. Zij zal u vertellen wat u kunt verwachten van de intake en zij zal u vervolgens uitgebreid voorlichten over cochleaire implantatie en de procedure in ons ziekenhuis. Eventuele vragen kunt u op dat moment met haar doornemen zodat u goed voorbereid bent voor de afspraken die erna volgen. Na dit gesprek volgt een afspraak bij de KNO-arts. Tijdens dit gesprek wordt uw medische voorgeschiedenis met u besproken en wordt u voorgelicht over de medische kant van de procedure. Na dit intensieve dagdeel kunt u alles rustig tot u door laten dringen.

 

Intake deel 2

Binnen 4 weken heeft u een afspraak voor het tweede deel van de intake; een afspraak bij de audioloog, logopedist en maatschappelijk werker. Samen met de audioloog wordt uw gehoorgeschiedenis en de resultaten van de gehoortest tijdens de eerste dag besproken om de mogelijkheden van uw ‘restgehoor’ te kunnen bepalen. Tijdens de afspraak met een van onze logopedisten worden er verschillende testen afgenomen om uw huidige spraakverstaan te kunnen bepalen. Met onze maatschappelijk werker zult u alles nog eens rustig doorspreken. Als al deze afspraken hebben plaatsgevonden zullen de resultaten besproken worden binnen ons team. Naar aanleiding hiervan ontvangt u van ons schriftelijk bericht hoe de procedure vervolgd zal worden.

Wanneer u al vanaf zeer jonge leeftijd doof bent (zogenaamde “prelinguale doofheid”), zullen wij u voorafgaand aan de hierboven beschreven reguliere intake uitnodigen voor een extra onderzoek. Meer informatie hierover vindt u op onze website en krijgt u toegestuurd als u hiervoor wordt uigenodigd. 

Leeftijd is geen indicatie om wel of niet in aanmerking te komen voor cochleaire implantatie. Wel zullen we u verwijzen naar de afdeling Ouderengeneeskunde als u de leeftijd van 75 jaar of ouder heeft bereikt. Wij vragen hun advies inzake  het revalidatietraject voor cochleaire implantatie.

 

Onderzoek

Als u na de intakefase doorgaat in ons traject dan volgt de onderzoeksfase. Tijdens deze fase worden allerlei onderzoeken gedaan om te beoordelen of uw slakkenhuis en uw gehoorzenuw nog intact zijn. Deze onderzoeken worden over een wat langere periode verdeeld.

 

Brainstem audiometrisch onderzoek (BERA)

Bij dit onderzoek worden door middel van een koptelefoon geluidssignalen aan het oor aangeboden. Deze geluidssignalen worden via het oor en de gehoorzenuw naar de hersenen geleid. Door middel van elektrodes die op het voorhoofd en achter beide oren zijn geplakt worden de reacties van de gehoorzenuw en de hersenstam geregistreerd. Op deze manier proberen we een objectief beeld te krijgen van de omvang en zo mogelijk oorsprong (slakkenhuis of gehoorzenuw) van het gehoorverlies. Het is belangrijk dat u tijdens dit onderzoek zo stil en liefst zo ontspannen mogelijk bent, omdat iedere spierbeweging de meting kan verstoren (dus bijvoorbeeld ook hoofd- of kauwbewegingen). U ligt gedurende het onderzoek op bed en mag tijdens dit onderzoek gerust in slaap vallen. Dit onderzoek duurt ongeveer anderhalf uur.

 

Elektro-cochleografisch onderzoek (ECoG) - op indicatie

Deze test heeft tot doel de restfunctie van de zintuigcellen in het slakkenhuis te meten. Een KNO-arts brengt een verdovende pasta aan op het trommelvlies. Deze moet vervolgens circa 60 minuten inwerken. In deze tijd kunt u even pauzeren. Hierna plaatst de KNO-arts een dunne naaldelektrode door het trommelvlies op het zogenaamde promontorium, in de buurt van de gehoorzenuw. Via een luidspreker in de vorm van een grote toeter worden geluiden aan het oor aangeboden. Via de naaldelektrode worden de (zwakke) elektrische stroompjes gemeten die de zintuigcellen van het slakkenhuis produceren in antwoord op de aangeboden geluiden. Ook bij dit onderzoek is het belangrijk dat u zo stil en rustig mogelijk bent. Ook tijdens dit onderzoek ligt u op bed. U hoeft verder niets te doen. Het onderzoek duurt ongeveer twee uur.

 

Proefstimulatie - op indicatie

Met deze test wordt beoordeeld of en in hoeverre de gehoorzenuw in staat is te reageren op elektrische prikkels. Deze test wordt gelijktijdig met de ECoG afgenomen zodat de zelfde dunne naaldelektrode die door het trommelvlies op het promontorium is geplaatst gebruikt kan worden. Via de naald worden zwakke elektrische stroompjes het slakkenhuis ingestuurd. Aan u wordt tijdens een serie tests gevraagd óf u wat hoort en zo ja, wát u hoort. Zo wordt tijdens één van de tests de sterkte van het stroompje steeds iets opgevoerd, met als doel de stroomsterkte te bepalen die nodig is om een “zachte” en een “harde” hoorsensatie op te wekken. Het kan voorkomen dat bij wat sterkere stroomsterktes lichte duizeligheid of pijn optreedt. De “luistertests” zullen de nodige inspanning van u vergen. Naast deze zogenaamde “subjectieve” tests, zullen ook een aantal tests gedaan worden om “objectief” te bepalen of de gehoorzenuw elektrisch geprikkeld kan worden en of de hoorbaan de signalen vervolgens goed doorgeeft. Dit is vergelijkbaar met de BERA en ECoG met uitzondering dat geen geluid wordt aangeboden maar elektrische signalen, net zoals dat het geval is met een CI. Bij deze tests wordt via meetelektroden op de huid de hersenstamactiviteit gemeten die optreedt bij de elektrische prikkeling via de naaldelektrode. Het totale onderzoek neemt ongeveer twee uur in beslag.

 

Computer Tomografie (CT-scan)

Voor een succesvolle implantatie is het van belang dat het slakkenhuis normaal gevormd is en de inhoud ervan niet is “verbeend” (dit kan bijvoorbeeld optreden na een meningitis/hersenvliesontsteking). Verbening zou plaatsing van de elektroden in het slakkenhuis namelijk kunnen bemoeilijken. Om eventuele afwijkingen in de anatomie van het slakkenhuis op het spoor te komen, wordt een CT-scan van het oor gemaakt. De duur van dit onderzoek kan variëren van een half uur tot twee uur. Voor dit onderzoek is van uw kant geen bijzondere voorbereiding nodig. Het onderzoek zelf vindt plaats op de afdeling Radiologie.

 

Magnetic Resonance Imaging (MRI)

Voor succesvolle stimulatie van de gehoorzenuw via CI is het essentieel dat de gehoorzenuw in aanleg aanwezig en intact is. Via een tweede vorm van beeldvormend onderzoek, Magnetic Resonance Imaging (MRI), is de aanleg en opbouw van de gehoorzenuw vast te stellen. Ook geeft de MRI informatie over de doorgankelijkheid van de cochlea. De duur van dit onderzoek varieert van een half uur tot anderhalf uur. Voor dit onderzoek is van uw kant geen bijzondere voorbereiding nodig. Houdt u er wel rekening mee dat u tijdens dit onderzoek geen hoortoestel(len) mag dragen. Het onderzoek vindt in combinatie met bovenbeschreven CT-onderzoek plaats op de afdeling Radiologie.

 

Vestibulair onderzoek (evenwichtsonderzoek)

Bij dit onderzoek meten we de prikkelbaarheid van het evenwichtsorgaan. Bij deze test worden elektroden op de huid aangebracht waarmee de beweging van het oog gemeten kan worden. In de hersenen zijn de oogbewegingen namelijk gekoppeld aan het evenwicht. Op deze manier zijn we in staat om het functioneren van dit orgaan te meten, onder andere door duizelingen op te wekken door warm en koud water in het oor. De zo verkregen informatie kan van belang zijn bij de keuze van het te opereren oor. Bovendien geeft het een beeld van de “uitgangssituatie” voor implantatie, voor het geval zich na implantatie onverhoopt klachten over het evenwicht mochten voordoen.

 

Beslissing

Als alle onderzoeken hebben plaats gevonden wordt u opgeroepen voor een gesprek bij de KNO-arts om de resultaten door te nemen.

Als alle uitslagen positief zijn dan staat u nu op de wachtlijst voor de operatie. Tijdens het gesprek kan een indicatie worden gegeven van de periode waarin we verwachten dat u geopereerd zal gaan worden. Dit kan echter door allerlei omstandigheden zowel eerder als later plaats vinden. Na het gesprek zal u gevraagd worden naar het inloopspreekuur te gaan van de afdeling preoperatieve zorg (anesthesie). Dit is nodig om goedkeuring te krijgen voor de benodigde narcose tijdens de operatie. Verder krijgt u uitgebreide schriftelijke informatie mee naar huis in de vorm van een logboek.

 

Vaccinatie

Na overleg met de Inspectie voor de Volksgezondheid, alle centra voor cochleaire implantatie in Nederland en deskundigen op het gebied van vaccinaties tegen hersenvliesontstekingen adviseren wij alle implantaatgebruikers dringend zich tegen hersenvliesontsteking in te laten enten. Patiënten met een CI lopen namelijk een iets verhoogd risico op het krijgen van hersenvliesontsteking. Voor de vaccinatie dient u een afspraak te maken met uw huisarts. Vaccinaties bieden gedeeltelijke bescherming tegen hersenvliesontsteking, dus ook na vaccinatie dient u alert te zijn op tekenen van hersenvliesontsteking. Omdat in het geval van CI een middenoorontsteking kan leiden tot meningitis, willen we elke oorontsteking bij CI-dragers zo snel mogelijk behandelen met antibiotica en adviseren we alle CI-dragers dringend om in het geval van een mogelijke oorontsteking direct contact met ons op te nemen.De vaccinatie wordt helaas niet vergoed door de ziektenkostenverzekering.

 

Operatie & proefaansluiting

Operatie

De operatie vindt in het LUMC meestal op donderdag plaats. Op woensdag is dan de opnamedag en als alles voorspoedig verloopt, mag u maandag weer naar huis. De operatie zelf duurt ongeveer 4 uur, mede doordat er veel onderzoeken tijdens de operatie plaatsvinden. Na de operatie moet u vierentwintig uur bedrust houden, daarna mag u weer langzaam gaan bewegen.

 

Onderzoeken tijdens de operatie?

In de loop van de operatie zal een aantal metingen worden gedaan met als doel te kijken of het implantaat goed functioneert. Daarnaast worden enkele onderzoeken uitgevoerd, bedoeld om een eerste grove indruk te krijgen van de mate waarin het auditief systeem via het implantaat elektrisch kan worden gestimuleerd. Deze informatie kan gebruikt worden bij de latere afregeling van het CI. Tijdens deze metingen zal de operateur de familie op de hoogte stellen van het verloop van de operatie en van het resultaat van de eerste metingen.

 

Risico’s

Er wordt bij cochleaire implantatie over het algemeen gebruik gemaakt van in de klinische KNO praktijk vertrouwde operatietechnieken. In alle gevallen zullen de implantaties door een ervaren operateur worden uitgevoerd. Toch kunnen zich in een enkel geval problemen voordoen.

De kans op complicaties is klein en de risico’s zijn vergelijkbaar met die van andere ooroperaties. Soms komen, naast “algemene” risico’s zoals bijvoorbeeld infecties en wondgenezingsproblemen, tijdelijke evenwichtsproblemen voor. In de regel verdwijnen deze problemen in de loop van de tijd vanzelf. Een enkele keer zal bij complicaties het implantaat verwijderd moeten worden. Ook kan uitval of beschadiging van de aangezichtszenuw voorkomen, de kans hierop is zeer klein.

Na implantatie gaat eventueel “restgehoor” van het te opereren oor meestal verloren, zodat gebruik van een hoortoestel op dit oor na de operatie waarschijnlijk geen enkele hoorsensatie meer zal opleveren.

 

Proefaansluiting

Ongeveer een week na de operatie zullen de hechtingen worden verwijderd. Daarna wordt het CI ongeveer 20 minuten aangesloten. Dit noemen wij de proefaansluiting. Bij de proefaansluiting zullen de audioloog, de logopedist en soms ook de KNO-arts u laten ervaren dat het implantaat werkt. U krijgt tevens een eerste indruk hoe geluid via het CI gaat klinken. Helaas moet u daarna vier tot zes weken wachten totdat u echt mag gaan horen. Dit is belangrijk omdat de wond goed genezen moet zijn voordat de processor aangesloten kan worden.

 

Revalidatie

Ongeveer 6 weken na de operatie wordt de spraakprocessor voor het eerst bij u aangepast. U zult dan voor het eerst weer geluiden waarnemen, maar deze geluiden zullen heel anders klinken dan u zich wellicht van vroeger kunt herinneren van “normaal horen” of van horen met een hoortoestel. Met CI zullen geluiden vreemd en onnatuurlijk klinken, hier zult u aan moeten wennen.

Het is belangrijk dat u een co-therapeut heeft. Dit is iemand in uw directe omgeving (bijvoorbeeld partner of familielid) die u tijdens het zware revalidatietraject kan bijstaan. Het is de bedoeling dat de co-therapeut mee gaat tijdens de bezoeken aan het CI-team, met name in de eerste vier weken van de revalidatieperiode. Het is dus belangrijk dat de co-therapeut net als u over voldoende tijd beschikt gedurende de revalidatieperiode.

U zult opnieuw moeten “leren horen”. Zo zult u geluiden in uw omgeving opnieuw moeten “ontdekken” en spraakklanken opnieuw leren onderscheiden en herkennen. Dit leerproces begint direct na de eerste aanpassing van de spraakprocessor en strekt zich uit over de hele revalidatieperiode (ook daarna zult u overigens nog steeds bij blijven leren, al zal dat beduidend minder snel gaan dan in de beginperiode).

Gedurende de hele revalidatieperiode zult u tijdens de hoortraining (maar ook thuis met uw co-therapeut) zeer veel oefeningen moeten doen waarin u moet luisteren naar klanken, woorden en zinnen.

Alleen op die manier kunt u optimaal gebruik leren maken van de nieuwe hoormogelijkheden die u met het CI heeft gekregen. In het overzicht ziet u globaal wat er van u verwacht wordt tijdens de revalidatieperiode: dit schema kan individueel variëren en geldt als een leidraad.

Ons CI-team biedt een intensieve revalidatie, waarbij u als patiënt centraal staat. Door “op-maat-gemaakte-zorg” trachten wij de beste kwaliteit te leveren. Onze toegewijde medewerkers zullen samen met u alle energie en inzet steken in dit traject om het optimale resultaat te behalen met uw CI. Ook in de jaren die volgen kunt u van ons een zelfde begeleiding verwachten. Als u eenmaal CI-drager bent betekent dit een levenslange relatie met een CI-centrum. Dit houdt minimaal één controle per jaar in, zodat u verzekerd kunt zijn van een goed onderhouden systeem en de vervanging van de processor in de toekomst

 

Fase

Onderzoek

Uitvoerende

Frequentie bezoek LUMC/Leiderdorp

Week 1

1e fitting

Hoortraining

Fitting

Test

Audioloog

Logopedist

Audioloog

Logopedist

Eerste dag

2 keer per dag (dagelijks)

1 keer deze week

1 keer deze week

Week 2

Hoortraining

Fitting

Test

Logopedist

Audioloog

Audioloog

2 keer per dag (dagelijks)

1 keer deze week

1 keer deze week

Week 3

Fitting

Hoortraining

Audioloog

Logopedist Leiderdorp

1 keer deze week

1 keer per dag (dagelijks)

Week 4

Fitting

Test

Hoortraining

Audioloog

Logopedist

Logopedist Leiderdorp

1 keer deze week

1 keer deze week

1 keer per dag (dagelijks)

Week 5

Hoortraining

Logopedist Leiderdorp

Afbouwende frequentie

Week 6

Fitting

Hoortraining

Audioloog

Logopedist Leiderdorp

1 keer deze week

Afbouwende frequentie

Week 7

Hoortraining

Logopedist Leiderdorp

Afbouwende frequentie

Week 8

Test

Hoortraining

Controle MW

Logopedist

Logopedist Leiderdorp

Maatschappelijk werk

1 keer deze week

Afbouwende frequentie

1 keer deze week

Week 9

Hoortraining

Logopedist Leiderdorp

Afbouwende frequentie

Week 10

Fitting

Hoortraining

Audioloog

Logopedist Leiderdorp

1 keer deze week

Afbouwende frequentie

Week 11

Hoortraining

Logopedist Leiderdorp

Afbouwende frequentie

Week 12

Test

Logopedist

1 keer deze week

6 maanden

Fitting

Test

Audioloog

Logopedist

1 keer

Minimaal 2 wk na fitting

12 maanden

Fitting

Test

Audioloog

Logopedist

1 keer

Minimaal 2 wk na fitting

Overzicht: De revalidatieperiode (een basis)

 

Contactgegevens

 

Indien u na het lezen van deze brochure nog vragen heeft en/of denkt in aanmerking te komen voor een cochleair implantaat, dan kunt u het CI-team in Leiden (CIRCLE) als volgt bereiken:

 

LUMC – afdeling KNO

CIRCLE (H2-Q)

Postbus 9600

2300 RC Leiden

 

Tel:071-5261418 (maandag t/m vrijdag 9:00 uur tot 12:00 uur)

Fax:071-5248201

E-mail: CIRCLE@lumc.nl

Website : Keel-, Neus- en Oorheelkunde / Cochleaire Implantatie 

Relevante websites

 

CI Stichting Leiden - www.cileiden.nl

 

Advanced Bionics - www.bionicear-europe.com

 

Cochlear Benelux - www.cochlear.nl

 

MED-EL - www.medel.com

 

Koninklijke Kentalis (voorheen Effatha Guyot Groep) - www.kentalis.nl

 

Nederlandse Stichting voor het Dove en Slechthorende Kind - www.nsdsk.nl

 

Nederlandse Federatie van Ouders van dove kinderen - www.fodok.nl

 

Stichting plotsdoven - www.stichtingplotsdoven.nl

 

NVVS, Nederlandse vereniging voor slechthorenden - www.nvvs.nl

 

OPCI, Onafhankelijk Platform Cochleaire Implantatie - www.opciweb.nl

 

Nieuws voor doven en slechthorenden - www.doof.nl


November 2012