Chirurgische kaakcorrectie

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie

Deze brochure geeft informatie over chirurgische kaakcorrecties, ook wel operatieve kaakorthopedie genoemd. Een chirurgische kaakcorrectie is een methode om een afwijkende stand van de kaak door een operatie te corrigeren. Met deze methode wordt een functioneel evenwicht bereikt tussen de kauwspieren, de tanden en kiezen, de luchtwegen en de gelaatsuitdrukking. Hierdoor wordt meestal ook een verbetering van het uiterlijk bereikt. Om een goed resultaat te krijgen vindt in vrijwel alle gevallen voorafgaand aan de operatie een orthodontische behandeling plaats. De beugel die daarbij wordt gebruikt, moet meestal na de operatie nog enige tijd worden gedragen. Bij de behandeling zijn meestal een tandarts, een orthodontist en een kaakchirurg betrokken. De gehele orthodontisch-chirurgische behandeling duurt ongeveer anderhalf tot twee jaar.

Wanneer is een chirurgische kaakcorrectie nodig?

Als het niet helemaal lukt om met een beugelbehandeling een onregelmatige stand van tanden en/ of kiezen te corrigeren, omdat er sprake is van een afwijkende stand van boven-en/ of onderkaak, kan een chirurgische kaakcorrectie uitkomst bieden. Ook kunnen afbijten, kauwen, lipsluiting, spraak en slikken door een operatie verbeteren. In gevallen waarin iemand hinder ondervindt van zijn uiterlijk kan een chirurgische kaakcorrectie uitkomst bieden. In de regel worden kaakcorrecties alleen uitgevoerd bij mensen die volgroeid zijn; meestal vanaf 17 à 18 jaar.

Om te onderzoeken of een operatie de juiste oplossing kan bieden, worden gebit, kaken, aangezicht en profiel uitgebreid onderzocht en worden dia’s, röntgenfoto’s en afdrukken van het gebit gemaakt. Ook wordt aandacht besteed aan vragen over de mogelijkheid tot cosmetische correcties van bijvoorbeeld neus, kin of hals. Hierna worden al deze gegevens door het team, dat bestaat uit een kaakchirurg en een orthodontist en indien nodig aangevuld met een psycholoog, KNO-arts of plastisch chirurg,  geëvalueerd. Vervolgens wordt het behandelplan met u besproken. Hierbij komen ook de voor-en nadelen en de mogelijke risico’s aan de orde. Het is belangrijk om in deze fase over alles wat nog onduidelijk is vragen te stellen, zodat u een weloverwogen beslissing kunt nemen.

Orthodontie

In bijna alle gevallen zal een chirurgische kaakcorrectie plaatsvinden in combinatie met een orthodontische behandeling. De orthodontist zal in de boven-en onderkaak de tanden en kiezen met vaste beugels in de rij zetten. Soms is het zelfs nodig dat de orthodontist de afwijking erger maakt, waardoor de tanden en kiezen tijdelijk slechter op elkaar passen. Zo’n orthodontische voorbehandeling duurt meestal 12-18 maanden. Na de chirurgische kaakcorrectie volgt de orthodontische nabehandeling waarbij de orthodontist het operatieresultaat nog verder verbetert. Meestal kan de vaste orthodontische apparatuur ongeveer zes maanden na de operatie worden verwijderd waarna een behandeling volgt met een nachtbeugel.

De kosten van de orthodontische behandeling zijn onder andere afhankelijk van uw leeftijd en de wijze waarop u verzekerd bent. De orthodontist kan u daar meer over vertellen.

Operatiemethoden

De operatie vindt plaats onder narcose en duurt, afhankelijk van de afwijking, één tot enkele uren. Bij de voorbereiding op de operatie hoort ook een bezoek aan de polikliniek anesthesiologie waar een lichamelijk onderzoek wordt gedaan en eventueel een bloed- en urineonderzoek. De anesthesist (narcotiseur) bespreekt de gang van zaken rond de narcose.

De soort operatie die uitgevoerd moet worden is afhankelijk van de stand van de kaak. In alle gevallen moet daarbij een snede in het bot worden gemaakt voordat de kaak of een deel ervan kan worden verschoven. De operatie gebeurt meestal volledig vanuit de mond, zodat geen littekens aan de buitenkant van de mond ontstaan. Bij operaties aan de onderkaak wordt vaak beiderzijds een sneetje van 3 mm in de wang gemaakt om de fixatieschroefjes aan te brengen. Dit leidt echter niet tot zichtbare littekens.

Kaakcorrectie bij een te kleine onderkaak

Correctie bij een te kleine onderkaak

Om een te kleine onderkaak te verlengen wordt de onderkaak zo gespleten dat deze als het ware kan uitschuiven. Nadat de onderkaak naar voren is geschoven bestaat er contact tussen de botdelen zodat ze weer aan elkaar kunnen groeien. Er hoeft geen stukje bot tussen te worden gezet. Tijdens de operatie worden meestal de onder- en bovenkaak met behulp van een kunststofplaatje dat vóór de operatie is gemaakt, in de juiste stand tegen elkaar gezet en tijdelijk aan elkaar vastgemaakt met staaldraden. Hierna worden de delen van de onderkaak in hun nieuwe stand aan elkaar bevestigd met kleine plaatjes en/ of schroefjes. In de meeste gevallen is het daarna mogelijk de staaldraadjes weer los te knippen zodat de mond na de operatie weer open kan. Een enkele keer is het nodig om de onder- en bovenkaak gedurende vier tot zes weken met staaldraadjes aan elkaar te bevestigen. In deze periode kan alleen zacht voedsel worden gebruikt. In sommige gevallen bemoeilijkt een nog niet doorgebroken verstandskies het maken van de botsnede. In dat geval wordt de verstandskies ruim van tevoren verwijderd.

De zenuw, die het gevoel in de onderlip en kin verzorgt, loopt langs de botsnede. Na de operatie kan dat een tijdje een vreemd, wat verminderd  gevoel in de onderlip tot gevolg kan hebben. Dit vreemde gevoel is niet ‘zichtbaar’ en herstelt meestal na enkele weken. Bij sommige mensen kan dit herstel van het gevoel enkele maanden tot een jaar duren. Een enkele maal blijft er een ‘ander’ gevoel bestaan zonder dat dit de functie van de lip benadeelt.  

Kaakcorrectie bij een te grote onderkaak

Correctie bij een te grote onderkaak

Een te grote onderkaak wordt in sommige gevallen naar achteren geschoven volgens dezelfde operatietechniek als voor de te kleine onderkaak. Om de verschuiving naar achteren mogelijk te maken zal aan beide zijden een klein stukje bot van de onderkaak worden verwijderd. In andere gevallen is het nodig een andere operatietechniek te kiezen. Hierbij wordt de te grote onderkaak wordt naar achteren geplaatst

door een verticale botsnede te maken achter in de onderkaak. Hierna wordt het deel waar het kaakkopje aan vastzit een beetje naar buiten gehouden. Dan kan de onderkaak naar achteren worden geplaatst waardoor de botstukken elkaar gedeeltelijk overlappen, zodat ze weer aan elkaar vast kunnen groeien. Er wordt dus geen stukje bot uitgehaald. Bij deze laatste operatie is het niet mogelijk plaatjes en/ of schroefjes te gebruiken. Daarom worden de boven- en onderkaak aan elkaar bevestigd met staaldraadjes. Deze worden na zes tot acht weken weer verwijderd. Gedurende deze tijd kan alleen zacht voedsel worden gebruikt.

Verplaatsing van de hele bovenkaak

Verplaatsing van de hele bovenkaak

Tijdens deze operatie wordt de bovenkaak in de gewenste richting verplaatst. Soms ontstaat er na de operatie een tekort aan bot. In dit geval wordt er een stukje bot uit de onderkaak genomen of uit de bekkenkam. Meestal kan de bovenkaak met plaatjes of schroefjes voldoende stevig worden bevestigd, waardoor de mond na de operatie gewoon weer kan worden geopend. De aangebrachte plaatjes en schroefjes behoeven in de regel later niet te worden verwijderd.

Verplaatsing van gedeelten van de kaak

Behalve verplaatsing van de gehele boven- of onderkaak kan ook een groepje tanden of kiezen met het botgedeelte waar ze zich bevinden door een operatie worden verplaatst. Vroeger gebeurde dit vaker dan tegenwoordig. Nu doet de orthodontist dit meestal met behulp van een beugel.

Kincorrectie

Kincorrectie

Soms kan het nodig zijn om al dan niet in combinatie met de hierboven genoemde kaakcorrecties de kinpunt iets te verschuiven of in te korten zodat een fraaier profiel ontstaat. Hierbij wordt ruim onder de ondertanden in de mond een botsnede gemaakt zodat het mogelijk is het onderste deel van de kin te verschuiven. Ook kan een plakje bot uit de kin worden genomen om deze in te korten. De kin wordt vervolgens op de gewenste plaats vastgezet met een plaatje of staaldraadjes.

Geleidelijke verlenging van de kaak (distractie)

Soms is het beter de kaak niet in één keer te verlengen met een operatie, maar dit geleidelijk te doen. Onder narcose, wordt op de plaats waar de kaak moet worden verlengd, deze met een botsnede doorgenomen. Als reactie hierop ontstaat er op die plaats binnen één week elastisch botweefsel, dat daarna kan worden uitgerekt. Dit gebeurt door dagelijks een schroefsysteem, dat aan weerszijden van deze plaats is bevestigd, uit elkaar te draaien tot de

gewenst verlenging is verkregen. Het apparaat blijft daarna nog ongeveer vier tot zes weken in de mond aanwezig tot het nieuwe bot weer voldoende hard is geworden. Daarna wordt het, meestal ook weer onder narcose, verwijderd.

Na de operatie

De meeste mensen hebben na de operatie niet veel pijn. Keelpijn door de narcosebuis komt voor. Na de operatie is het gezicht (soms erg) gezwollen ondanks dat via een infuus gedurende één of twee dagen medicijnen worden toegediend die het zwellen van het gezicht tegengaan. De zwelling wordt vaak na drie dagen snel minder. Het is belangrijk dat bezoekers van tevoren op de hoogte worden gebracht van deze zwelling, zodat zij hiervan niet vreemd opkijken. Soms komt er na de operatie een beetje bloed uit de mond. Ook uit de neus kan de eerste dagen wat bloed komen. De neus kan dan beter niet gesnoten worden, maar kan het beste worden ‘opgehaald’.

Meestal kunt u direct na de operatie uw mond al een klein beetje open doen. Soms zitten er een aantal elastiekjes tussen de boven- en onderkaakl. Wanneer de kaken wel aan elkaar vastzitten – wat overigens zelden voorkomt -, zal zacht voedsel moeten worden gebruikt. De eerste dagen kan dit heel lastig zijn doordat het gezicht gezwollen is. Daarna geeft dit veel minder problemen.

De duur van de opname in het ziekenhuis varieert van drie tot vijf dagen. Tijdens deze dagen worden er controlefoto’s gemaakt. Met de mondhygiënist zal over de verzorging van de mond worden gesproken.

Weer thuis

De meeste mensen kunnen na één of twee weken thuis hun normale activiteiten op school of op het werk weer hervatten. Rustige sporten, zoals joggen en zwemmen, zijn dan ook weer verantwoord. Zeer zware lichamelijke inspanning en contactsporten, zoals de meeste balsporten en judo, moeten de eerste twee maanden vermeden worden.

Na ontslag uit het ziekenhuis vinden er nog een paar poliklinische controles plaats om te kijken hoe de genezing verloopt. Zo nodig wordt het gebit door de mondhygiënist gereinigd.

Soms zitten er gedurende een aantal weken elastiekjes tussen de boven-en de onderkaak. U kunt leren om ze zelf in en uit te doen.

De plaatjes en schroefjes waarmee de kaken tijdens de operatie zijn vastgezet, zijn van titanium en kunnen daarom zonder schadelijke gevolgen in het lichaam achterblijven. In bepaalde gevallen, bijvoorbeeld in geval van een ontsteking, worden ze echter toch na enkele maanden onder plaatselijke verdoving verwijderd.

Tenminste tot één jaar na de operatie vinden er nog regelmatig controles bij de kaakchirurg en orthodontist plaats.

Mondverzorging

Goede mondverzorging is na de operatie erg belangrijk. Hiermee wordt de genezing versneld. Omdat de haakjes en draadjes die aan de tanden en kiezen zitten het voedsel gemakkelijk vasthouden, is het schoonmaken extra lastig. Goed poetsen met een tandenborstel met een kleine kop (bijvoorbeeld een kindertandenborstel) is erg belangrijk. De tong kan in deze periode de lippen niet goed bevochtigen zoals gebruikelijk. Droge lippen kunnen worden voorkomen door lippenvet of lippencrème te gebruiken.

Voeding

De kaken moeten onbelast in hun nieuwe stand kunnen vastgroeien. Daarom mag de eerste zes weken na de operatie niet echt gekauwd worden. Het eten moet daarom zacht zijn. De bereiding van zacht voedsel kost extra tijd en moeite. Dit geldt ook voor het nuttigen ervan. Het is daarom het beste wat vaker per dag te eten, zodat er per keer wat minder hoeft te worden gegeten.

In principe kan alles worden gegeten, alleen niet op de gewone manier. Het voedsel kan worden fijn gemalen met behulp van een keukenmachine, blender of staafmixer. Als het gemalen voedsel nog te dik is, kan dit dunner worden gemaakt door kookvocht, melk, bouillon of jus toe te voegen. Blikproducten, zoals bijvoorbeeld knakworst en bonen, zijn zacht en makkelijk te verwerken. Ook potjes babyvoeding kunnen worden gebruikt. Het bij elkaar mengen van verschillende smaken geeft vaak een smakeloos geheel. De smaken kunnen het best gescheiden worden gehouden.

Meestal valt men na de operatie een paar kilo af. Na thuiskomst moet er naar worden gestreefd het lichaamsgewicht zoveel mogelijk op peil te houden. Meestal is normale voeding voldoende. Zo nodig kunnen aan het voedsel extra calorieën, mineralen en vitaminen worden toegevoegd. Een diëtist kan daarbij behulpzaam zijn.

Contact

Polikliniek Mondziekten, Kaak- en Aangezichtschirurgie, receptie J2-Q-27, telefoon (071) 526 2372 tussen 9.00 en 12.00 en tussen 14.00 en 15.00 uur. In spoedeisende gevallen 526 2371 (buiten werkuren: 526 9111).

Juni 2015