Botbreuk

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Spoedeisende Hulp

Deze folder geeft u globale informatie over een de klachten en oorzaak van de gebroken bot en de meest gebruikelijke behandelingsmogelijkheden zoals die in het LUMC gebeuren. Het is goed u te realiseren dat bij het vaststellen van een aandoening de situatie voor iedereen weer anders kan zijn.

Algemene informatie rondom een behandeling

Als u een behandeling moet ondergaan, is het van belang dat u het daarmee eens bent. Bespreek daarom vóór de behande­ling al uw vragen en zorgen met uw arts.
Vaak zal u gevraagd worden of u de gang van zaken rond de behandeling voldoende hebt begrepen. U moet zich dan afvra­gen of de voorlichting die u over de behandeling hebt gekre­gen, voor u voldoende is geweest. Pas dan kunt u achter de beslissing staan en uw toestemming voor de behandeling geven.

Niet iedereen zal alle specifieke details over de procedure rond de behandeling willen weten. Toch is het verstandig wanneer u goed geïnformeerd bent. Na een gesprek met uw arts zou u eigenlijk een antwoord moeten weten op vragen als:

  • Wat zijn de beweegredenen van mijn arts om bij mij een operatie voor te stellen?
  • Zijn er eventueel andere behandelingsmogelijkheden?
  • Wat wordt er bij de operatie gedaan?
  • Wat zijn de complicaties van de operatie?
  • Welk resultaat mag ik van de operatie verwachten?
  • Is ziekenhuisopname noodzakelijk en zo ja: hoe lang kan de opname duren?
  • Wat staat mij te wachten in de herstelfase na de opera­tie?

Veel van deze vragen zullen al spontaan door uw arts tijdens de voorlichting over de behandeling beantwoord zijn. Het is daarbij goed u te realiseren dat geen enkele arts het resultaat van een behandeling volledig kan garanderen. Er zijn ver­schillende factoren die een rol kunnen spe­len. Zo is elke be­handeling weer anders, afhankelijk van omstandigheden en reacties van elke individuele patiënt. Uw arts zal u een rede­lijk beeld kunnen geven van wat u van de behandeling mag verwachten.

Wat is een gebroken bot en wat merkt u ervan?

Wanneer een bot gebroken is, wordt dat ook wel fractuur genoemd Een fractuur kan uiteenlopen van een scheurtje in het bot tot een volledige verbrijzeling ervan. In alle gevallen zult u pijn hebben, er ontstaat een zwelling door de bloeduit­storting bij de breuk en normale bewegingen zijn vaak niet meer mogelijk.

Welke behandelingen zijn mogelijk?

Voor de behandeling van fracturen staat een groot aantal methoden ter beschikking:

  • Er is eigenlijk geen 'behandeling' nodig
  • Gipsbehandeling
  • Een operatie
  • Verschillende tussenvormen
  • Met name de operatie wordt in deze folder toegelicht.

De keuze van de behandeling is mede afhankelijk van een aantal factoren te weten:

  • Welk bot is gebroken?
  • Wat voor soort breuk is het?
  • Is het gewricht erbij betrokken?
  • Hoe is de toestand van de weefsels in de directe omgeving?
  • Hoe is uw algehele toestand?

De arts zal u vertellen wat voor u de beste behandeling is. Hieronder volgt een uitleg van de mogelijkheden.

Geen specifieke behandeling nodig

Niet alle botbreuken hebben een behandeling nodig in de zin van gips of operatie, (bijvoor­beeld gebroken ribben of vinger­toppen) omdat ze na verloop van tijd spontaan genezen. Soms is ook bij breuken van het sleutel­been, een vinger of de middenhandsbeen­deren slechts tijdelijk wat rust geboden waarna in een vroeg stadium weer geoefend kan worden. Het­zelfde geldt voor sommige typen van wervel- en bekkenfrac­turen.

De gipsbehandeling

Hiermee wordt beoogd de gebroken botstukken (eventueel nadat de breuk is recht gezet) zo goed mogelijk op hun plaats te houden. Het gips wordt in principe eerst aangelegd als een spalk. Dit is nodig om de zwelling ten gevolge van de bloed­uitstorting goed de ruimte te geven zodat de bloedsomloop in de arm of het been niet wordt belem­merd.

Zodra de zwelling is afgenomen kan, indien nodig, het gips helemaal rondom gemaakt worden en in een latere fase (bij een breuk aan het been) worden uitgebreid tot een loopgips.
Vaak zal in de eerste fase regelmatig een röntgen­foto gemaakt worden om te controleren of de botstukken nog wel goed op hun plaats zijn gebleven.

De gipsbehandeling komt vooral in aanmerking voor breuken waarbij de botstuk­ken niet of slechts weinig van hun plaats zijn gegaan en bij kinderen.

Aan de gipsbehandeling kleven enkele bezwaren die samen­hangen met het feit dat behalve het gebroken botstuk ook de aangrenzende gewrichten veelal moeten worden ingegipst. Dit kan in verslapping van de spieren, verstijving van de gewrich­ten en ontkalking van de botten tot gevolg hebben.

De operatie

Deze behandeling is onder andere ontwikkeld om de nadelen van de gipsbehande­ling te voorkomen. Tijdens een operatie worden de gebroken botstukken zo stevig aan elkaar te beves­tigen, dat het been of de arm direct na de operatie geoefend kan worden. Het gevolg is dat de spieren stevig blijven, de gewrichten soepel en dat het bot niet ontkalkt. Voor de operatie­ve behandeling zijn vele technieken ontwikkeld. De arts zal u informeren welke methode voor u het beste is.

Het aanbrengen van een plaat met schroeven op het gebroken botstuk.
Het aanbrengen van schroeven in het gebroken botstuk.
Pennen die door de huid heen in het bot worden geboord en dan buiten het been of arm stevig met elkaar worden verbon­den.
Pennen door de mergholte van het bot.
Het vervangen van een afgebroken botdeel door een prothese.

Met anesthesie wordt bedoeld: de wijze waarop u of de te opereren plaats verdoofd wordt tijdens de operatie

Ook aan de operatie kleven nadelen. Er moet geopereerd wor­den: dus is er een vorm van anesthesie nodig.
De operatie betekent toch een extra beschadiging van met name de weefsels rondom het bot. Alle gevaren die voor alle andere operaties gelden, gelden ook hier (bijvoorbeeld wondinfectie, bloeding, trombose, embolie, longontsteking en blaasont­steking). Vaak moet het materiaal ook weer verwij­derd worden nadat de breuk genezen is. Als dit bij u het geval is, betekent dit dat u dan nog een keer geopereerd moet worden.
Uw chirurg kan u precies vertellen waarom hij voor een be­paalde techniek kiest.

Tussenvormen

Dit zijn behandelingen waarbij aan het been getrokken kan worden, bijvoorbeeld door middel van gewichten, om zo de botstukken ten opzichte van elkaar op hun plaats te houden. Het been kan dan op een speciale “slede” liggen, al of niet in een gipsspalk. Deze methode kan ook gebruikt worden als voorlopige behande­ling totdat de omstandigheden (bijvoor­beeld de toestand van de weefsels in de omgeving van de breuk) een andere definitieve behandeling mogelijk maken, bijvoorbeeld gips of een operatie.

Mogelijke complicaties

Behalve de in het voorgaande genoemde gevaren die min of meer samenhangen met de gekozen behandeling zijn er nog twee ernstige complicaties mogelijk:

De breuk wil niet genezen
Posttraumatische dystrofie.

De breuk wil niet genezen

Een genezing wordt vertraagd genoemd wanneer een breuk niet vast is gegroeid in de tijd die daar gemiddeld voor staat. De oorzaak van een dergelijke complica­tie is meestal gelegen in de ernst van de fractuur en van de beschadiging van de omringende weefsels. Wanneer de gebroken botstuk­ken on­voldoende van bloed worden voorzien zal de breuk niet of met ernstige vertraging genezen. Een andere mogelijke oorzaak is een in­fectie of onvoldoende stabilisatie van de botbreuk. Veel­al zal er opnieuw door middel van een operatie moeten worden ingegre­pen waarbij vaak ook bottransplan­tatie nodig is.

Posttraumatische dystrofie

Dit is een onbegrepen aandoening waarbij een slecht functio­nerende arm of been ontstaat na een letsel. Dit letsel kan on­der andere een botbreuk zijn. De posttrau­matische dystrofie wordt gekenmerkt door een aantal verschijnselen; de gekwetste plek wordt dik, rood, warm (of juist koud!) en zeer pijn­lijk. In de loop van de tijd neemt de pijn vaak toe en kan on­draaglijke vormen aannemen. Als dit langer bestaat wordt de arm of het been langzaam stijf en kan er een doof gevoel ont­staan. Ten ­slotte kan dit in het ergste geval leiden tot een tota­le bewe­gingsbe­perking.

Op dit moment bestaat de behandeling uit oefentherapie en medica­menten. ­Ook worden soms injecties ('zenuw­blokka­des') gegeven. Een langdurige behandeling te beginnen in een zo vroeg mogelijk stadium is veelal noodzake­lijk.


2001