Borstvoeding

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Verloskunde

In deze folder vind je informatie over het beleid met betrekking tot borstvoeding, zoals in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) in het GeboorteHuis wordt gehanteerd. Dit beleid is afgestemd op de 10 vuistregels voor het welslagen van borstvoeding en de 5 nieuwe standaarden. Beide zijn opgesteld door de Wereldgezondheidsorganisatie en Unicef  om borstvoeding wereldwijd te bevorderen, te beschermen en te ondersteunen. Sinds oktober 2004 is het LUMC in het bezit van het Baby Friendly Hospital Initiative certificaat.

Achtergrond

In navolging van de Wereldgezondheidsorganisatie en Unicef volgen wij deze uitgangspunten: 

  • Elk kind heeft recht op een optimale start in het leven, in overeenstemming met alles wat de baby nodig heeft.
  • Ouders worden met respect behandeld met in achtneming van hun culturele achtergrond en ondersteund in hun eigen keuzes op grond van objectieve informatie, zodat zij hun kinderen optimaal kunnen voeden in de eerste levensjaren.
  • Goede voedingsgewoontes en in het bijzonder het geven en krijgen van borstvoeding, zorgen voor optimale gezondheid van moeder en kind.
Het doel van de vijf standaarden en de tien vuistregels is om er voor te zorgen dat beleid wordt opgesteld en medewerkers worden geschoold om eenduidige informatie te verstrekken met betrekking tot de begeleiding van voeding ongeacht de voedingskeuze. Na de geboorte ontvangen ouders begeleiding bij een goede start en krijgen uitleg over voeden op verzoek, de normale groei en ontwikkeling van hun baby. Ook de voeding van de oudere baby krijgt aandacht.

Ouders worden gesteund in het ontwikkelen van een hechte band met hun kind en het nemen van geïnformeerde beslissingen over de verzorging en behandeling van hun kind. Moeder en kind krijgen daarom de gelegenheid om in te roomen wanneer dat kan. Ouders worden aangemoedigd om de baby aan te raken/vast te houden en te participeren in de zorg voor hun kind, ook als die prematuur of ziek is.

In het LUMC wordt er naar gestreefd om de vuistregels en de nieuwe standaarden zo mogelijk na te komen. Er doen zich echter regelmatig situaties voor waardoor het medisch noodzakelijk is hiervan gemotiveerd af te wijken. We zullen dan alles in het werk stellen om er voor te zorgen dat het natuurlijke borstvoedingsproces zo min mogelijk verstoord wordt.

Tijdens uw opname kun je goede begeleiding verwachten van onze geschoolde medewerkers, onze borstvoedingscoaches en lactatiekundigen. Daarnaast werkt het GeboorteHuis nauw samen met de kraamzorgorganisaties en de verloskundigen. Wij zorgen voor een adequate overdracht en de gegeven adviezen met betrekking tot de voeding worden hierin meegenomen.


Borstvoeding algemeen

Door het geven van borstvoeding krijgt je baby de ideale voeding  voor een gezonde groei en ontwikkeling. Het geven van borstvoeding heeft een unieke biologische en emotionele invloed op de gezondheid van moeder en kind. Moeder en kind zijn een uniek duo: hormonen en reflexen zorgen ervoor dat alles op elkaar is afgestemd.  Verder is borstvoeding belangrijk omdat:
  • Borstvoeding  veel antistoffen bevat die bescherming geven tegen infecties, zoals midden oorontstekingen en luchtweginfecties. 
  • Borst gevoede baby’s minder kans op allergische klachten hebben, zoals eczeem en astma. 
  • Met moedermelk  de groei op de natuurlijkste manier verloopt,  en er een optimale ontwikkeling van hersenen en zenuwstelsel is. 
  • Borstgevoede kinderen hebben minder vaak overgewicht. 
  • Door borstvoeding  de baby niet alleen voeding maar ook lichaamscontact en aandacht krijgt van de moeder. 
  • Moedermelk  lichaamseigen, snel beschikbaar en van goede samenstelling is.
  • Moedermelk alles bevat wat de baby nodig heeft in de eerste zes maanden.


Ontwikkeling van de borst/hormonen/toeschietreflex

Tijdens de zwangerschap bereiden de borsten zich al voor op het geven van borstvoeding. De melkklier ontwikkeld zich onder invloed van hormonen en het eerste colostrum verzameld zich in de borst. De tepel en tepelhof veranderen ook en verkleuren vaak een beetje donkerder. Op de tepelhof zijn soms kleine kliertjes te zien. Deze hebben de taak om geur af te scheiden, zodat de baby weet waar hij moet zijn om te drinken. Daarnaast houden de kliertjes de tepelhof schoon en de huid soepel.

Hormonen zijn nodig om de melk in de borst te maken en om te zorgen dat melk uit de borst komt op het moment dat de baby aan de borst gaat zuigen. Nadat de baby een minuutje aan de borst heeft gezogen zal de melk gaan stromen. Dat noemen we het toeschietreflex. Sommige moeders voelen dit als een prikkeling in de borst/tepel.

Tijdens een voeding (of het afkolven) schiet  de melk over het algemeen meerdere keren toe. Daarom is het belangrijk om de baby zelf te laten bepalen wanneer hij de borst loslaat. Hoe leger de borst is, hoe meer melk de borst zal gaan maken.
Stress of pijn zal ervoor zorgen dat de melk minder goed stroomt. Belangrijk dus om ontspannen te voeden of te kolven. Warmte toedienen op de borst of massage van de borst zal helpen om de melk makkelijker te laten stromen.
Het eerste contact

Het eerste huid op huid contact na de bevalling voor minstens een uur (en daarna ook nog), heeft  positieve effecten op de baby: o.a. een stabiele temperatuur, hartslag, bloeddruk en goede bloedsuikers. Daarnaast vindt er kolonisatie plaats met bacteriën van moeder, wat een gunstig effect heeft op de afweer van de baby. De baby zal weinig huilen en rustig kennis maken met moeder en de omgeving.  Een belangrijk moment voor de hechting.

De eerste voedingssignalen zul je herkennen en de baby zal vanzelf op zoek gaan naar de borst.  Reflexmatig zal de baby goed happen en het zuigen inprenten. Geef de baby de tijd en laat de baby zelf zoeken. Hormonen  zorgen ervoor dat bij goed zuigen de eerste voorraad melk makkelijk toegankelijk is voor de baby.  

Als om welke reden dan ook dit eerste huid op huid contact verstoord is, dan wordt dit zo snel mogelijk weer ingehaald. Indien de baby opgenomen wordt op de neonatologie, is het van belang dat u ook zo snel mogelijk na de bevalling (het liefst binnen een uur) colostrum kolft, zodat dit aan de baby gegeven kan worden. Door colostrum direct na de bevalling met de hand af te kolven zal dit gemakkelijk gaan. Colostrum bevat veel antistoffen en het wordt goed verdragen door zieke en premature baby’s.

Pijnstilling tijdens de bevalling kan het drinkgedrag van uw baby na de geboorte beïnvloeden. Het kan zijn dat de baby minder duidelijk of geen voedingssignalen aangeeft. Het is van tijdelijke aard, maar kan een reden zijn om te moeten kolven en de baby op een andere manier te voeden.

Rooming in en voedingssignalen

Baby’s die dicht bij hun moeder blijven huilen minder en moeder en baby leren elkaar goed kennen. Gezonde baby’s geven voedingssignalen af en door hierop in te gaan krijgt de baby voeding op verzoek. Dat is belangrijk voor het opgang komen en in stand houden van de melkproductie. De baby laat voedingssignalen zien wanneer hij wil drinken:
  • beweegt met zijn mondje 
  • steekt zijn tongetje naar buiten 
  • maakt smakkende geluidjes 
  • zuigt op zijn handjes 
  • (huilt)

Zonder medische redenen worden baby’s daarom niet gescheiden van hun moeder. Daarnaast is het voor de hechting belangrijk wanneer je je baby aanraakt, vasthoudt, voedt en verzorgd. Rooming in bevorderd de hechting en het geven van voeding op verzoek. Alle baby’s hebben nachtvoedingen nodig. Het wordt aanbevolen om de baby de eerste zes maanden bij de ouders op de kamer te laten slapen, zie voor meer informatie over veilig slapen www.veiligheid.nl/kinderveiligheid.

Het aanleggen van de baby

Aanleggen gebeurt liggend als het nodig is, liefst zittend. De baby ligt met lichaam en hoofdje in één lijn: buik tegen buik. Het neusje ligt tegenover de tepel, na het aanhappen ligt het hoofdje iets achterover gebogen. Met de tepel raak je de lipjes van de baby aan, de baby zal zijn mondje hierdoor wijd open doen. Als dit gebeurt, trek je de baby met zijn lijfje dichter naar je toe, zodat de baby de tepel en een gedeelte van de tepelhof goed in zijn mondje neemt.

In principe doet borstvoeding geen pijn. Wanneer het zuigen van de baby wel pijnlijk is, wordt dit in de meeste gevallen veroorzaakt doordat de baby de tepel niet goed in zijn mondje heeft. Het is belangrijk de baby dan te laten stoppen met zuigen door het vacuüm te verbreken, zodat de tepel niet kapot gaat. Onderneem daarna een nieuwe poging om de baby op de juiste manier aan de borst te leggen.

Wanneer de baby goed aan de borst zuigt, rust de kin van de baby tegen de borst van de moeder. De wangetjes blijven bol, de onderlip is naar buiten gekruld en er is geen smakkend geluid te horen. Als je hierop let, kunnen deze aanwijzingen tijdens de eerste dagen onzekerheid over de juiste houding van de baby wegnemen. Na verloop van tijd weet je vanzelf wanneer de baby goed drinkt aan de borst.

Het is niet nodig om de borst in te duwen om het neusje van de baby vrij te houden. De baby ligt als het goed is met zijn hoofdje wat achterover waardoor het neusje vrij is. Wanneer je baby toch onvoldoende ruimte heeft om adem te halen, trek je de baby met zijn billen meer naar je lichaam toe . De baby zal dan zelf zijn hoofdje in de goede positie brengen als dat nodig is, zonder de tepel los te laten. Blijf daarom met je aandacht bij de voeding van je baby!

Voedingshoudingen

In alle voedingshoudingen ligt een kleine baby met zijn lijfje in een rechte lijn, is zijn hoofdje niet gedraaid ten opzichte van de romp. De baby ligt dicht tegen je aan, buik aan buik. Het mondje ligt altijd iets lager dan de tepel, omdat je baby het hoofdje achteroverbuigt om aan te happen. Het neusje ligt daarom in neutrale positie tegenover de tepel.  Nadat je baby heeft aangehapt ligt het hoofdje iets achterover.

Breng je baby naar je borst en buig niet naar de baby. Zorg dat je ontspannen zit. Leg de baby aan zonder kussen en breng het mondje ter hoogte van de tepel. Als je baby is aangelegd, kun je kijken of je nog een kussen nodig hebt ter ondersteuning. Haal alle overbodige kleding en doeken weg. Dicht tegen je aan blijft de baby lekker warm. Je kunt evt. als de baby is aangelegd nog een doek over hem heen leggen.

Verder zijn alle houdingen goed om je baby te voeden. Er zijn verschillende houdingen waarbij je zit of ligt. Je zult in de kraamtijd geholpen worden om de diverse houdingen uit te proberen en uit te vinden welke houding op welk moment voor jullie het beste is.


Doorgeschoven Madonna` Madonna




Madonna



Rugby houding



Liggend


Hoe vaak aan de borst?

Het is belangrijk dat de baby onbeperkt de borst krijgt. Dit kan de eerste dagen wel 8 tot 12 keer zijn. De baby heeft nog maar een klein maagje en drinkt kleine hoeveelheden, hierdoor heeft hij snel weer honger. De baby heeft veel zuigbehoefte om de melkproductie goed op gang te brengen. Wanneer de melkproductie op gang komt, zullen er vanzelf langere pauzes tussen de voedingen ontstaan.

Het is belangrijk op de voedingssignalen in te gaan en de borst aan te bieden. Te lang wachten maakt de baby moe of overstuur, waardoor het aanleggen wordt bemoeilijkt. De luier verschonen kan na de eerste borst of na de voeding. Er zijn ook baby’s die even willen wachten tussen de eerste en de tweede borst, of juist heel vaak achter elkaar willen drinken, maar dit is niet iets om je ongerust over te maken.  

Door goed naar je baby te kijken zie je wat bij je baby past. De eerste periode zul je niet veel anders doen dan de baby voeden en voor hem zorgen. Geef jezelf de tijd om aan je baby te wennen.
  
Het is niet nodig en zelfs onwenselijk om de baby bijvoeding te geven wanneer er geen medische reden is. Dit belemmert het natuurlijke proces en het op gang komen van de melkproductie. Na een paar dagen ontstaat er een herkenbaar ritme en zal er meer tijd tussen de voedingen zijn. Baby’s hebben ook ‘s nachts voedingen nodig.

Hoe lang aan de borst?

De baby die begint met zuigen aan de borst maakt korte, snelle zuigbewegingen totdat de melk toeschiet. Daarna maakt de baby grotere zuigbewegingen met langere pauzes om te slikken tussendoor. Een baby die goed is aangelegd, zuigt aan de borst tot hij voldaan is en zal dan meestal vanzelf de borst los laten. De meeste  baby’s  laten de tepel vanzelf los. Als dat niet gebeurd kan je de baby van de borst halen als hij na stimuleren en pauzes niet meer regelmatig zuigt.  

Als je de baby nog hoort slikken aan de borst,  laat je baby dan doordrinken.  Het is onverstandig om een baby een vaste tijd te laten drinken, omdat er snelle en langzame drinkers zijn. Biedt altijd de tweede borst aan. De volgende voeding begin je met de borst die niet of als laatste aan de beurt is geweest.

Is de baby slaperig aan de tweede borst? Verschoon de baby dan na de eerste borst. De baby wordt dan weer goed wakker om toch de tweede borst te drinken.

Als je baby misschien nog wat misselijk is of nog niet zo goed aan de borst wil drinken is het verstandig om door middel van het kolven met de hand je baby wat colostrum te geven op een lepeltje. De melkproductie wordt dan gestimuleerd en de baby krijgt de goede voeding wat de darmpjes stimuleert. Het is dan niet direct nodig om kunstvoeding te geven.

Wanneer het te lang duurt voor de baby goed aan de borst gaat drinken (na ong. 24 uur)  zul je het advies krijgen om naast het handkolven met een elektrisch kolfapparaat de melkproductie te stimuleren en je baby jou afgekolfde melk te geven (en indien medisch noodzakelijk kunstvoeding).

Voldoende voeding en groei

De baby krijgt voldoende melk wanneer, nadat de melkproductie goed op gang gekomen is,  hij vijf of zes natte luiers heeft per dag. De eerste dagen moet de baby zoveel natte luiers hebben als het aantal dagen dat hij oud is.

Na de geboorte verliest de baby gewicht. Tijdens de kraamweek wordt het blote gewicht dagelijks gecontroleerd om het gewichtsverlies in de gaten te houden. De meeste  baby’s zijn na ongeveer twee weken weer terug op het geboortegewicht.
Het produceren van moedermelk is een kwestie van vraag en aanbod. Hoe vaker en effectiever de baby aan de borst mag zuigen, hoe beter de melkproductie zal worden.

Wanneer je de baby niet regelmatig kunt aanleggen, is het belangrijk om de melkproductie op gang te brengen met een kolfapparaat. Hoe afkolven in zijn werk gaat staat beschreven in de folder Het afkolven van moedermelk.

Bijvoeden

Soms is er een indicatie om een baby bijvoeding te geven. De redenen kunnen nogal uiteenlopen, maar bijvoeding wordt alleen gegeven op medische gronden. Enkele voorbeelden:
  • De baby is een paar weken te vroeg geboren. 
  • De baby heeft een laag gewicht. 
  • De melkproductie komt langzamer op gang. Dit kan o.a. gebeuren na een keizersnede  of wanneer de moeder veel bloed heeft verloren. Ook bij moeders die een borstverkleining hebben gehad kan het geven van bijvoeding noodzakelijk zijn.
Zie ook de folders borstvoeding na een keizersnede en borstvoeding na een borstoperatie.

Wat is een goede manier

Het is algemeen bekend dat bijvoeden de natuurlijke balans tussen moeder en baby verstoord en dat dit invloed heeft op de melkproductie. Het is daarom van groot belang dat bijvoeden alleen gebeurd als het voor de gezondheid van je baby nodig is. Wanneer er bijvoeding nodig is, geven we dat op een manier die het beste bij de situatie van je baby past, maar de borstvoeding zo min mogelijk verstoort.

In principe gaat de baby eerst aan de borst en krijgt daarna de bijvoeding. Daarnaast krijg je instructies om de melkproductie te stimuleren door het afkolven van de melk. Dit is nodig om te compenseren dat je baby minder vaak en/of krachtig aan de borst gaat zuigen door de bijvoeding.

Wanneer er afgekolfde melk voorradig is, wordt dit eerst gebruikt en zo nodig aangevuld met kunstvoeding. Afhankelijk van de baby zal er voor voeden met een cupje of een spuitje gekozen worden. Beide methoden kunnen eenvoudig door de ouders geleerd worden. Zowel cup- als fingerfeeding zijn geschikt om kortdurend kleine hoeveelheden voeding toe te dienen.

Indien het noodzakelijk is om langere tijd bijvoeding te geven, kan het wenselijk zijn om voor andere manieren van bijvoeden te kiezen.

Cup-feeding

Deze methode wordt gebruikt wanneer de baby goed zuigt aan de borst, maar de melkproductie nog onvoldoende is.

Werkwijze:
  • Start altijd met schone handen. 
  • De baby wordt vrij rechtop in de arm genomen. 
  • Het cupje wordt op de onderlip van de baby geplaatst tot hij contact krijgt met de melk. Het cupje wordt steeds op dezelfde plaats gehouden. 
  • De meeste baby’s zullen de voeding met hun tongetje opslobberen. Sommige baby’s zuigen het meer naar binnen, je ziet belletjes verschijnen in de melk. 
  • Het is niet de bedoeling dat de melk naar binnen wordt gegoten. 
  • Zorg dat het onderlipje van de baby contact houdt met de melk in het cupje. 
  • Laat de baby zijn eigen tempo bepalen. 

Finger-feeding

Finger-feeding is ook een zuigtraining. Deze methode wordt gebruikt wanneer de baby niet goed zuigt aan de borst.

Werkwijze:
  • Start altijd met schone handen. 
  • Zorg dat het spuitje met de juiste hoeveelheid voeding klaar ligt. 
  • Leg de baby iets rechtop op de opgetrokken knieën. 
  • Breng een vinger die qua dikte overeenkomt met de diameter van de tepel van de moeder in het mondje van de baby; met het nagelbed op de tong.  
  • Voel met de overgang van de vinger het harde naar het zachte gehemelte. De vinger ligt dan vrij ver in de mond van de baby. 
  • Het spuitje wordt langs de vinger een paar millimeter in het mondje van de baby gebracht. 
  • Laat de baby eerst zuigen en spuit dan voorzichtig wat voeding in het mondje, stop hiermee als de baby niet meer zuigt. Ga pas verder als de baby weer zuigt, net zo lang tot de voeding op is.

Hoe lang wordt er bijvoeding gegeven?

Het streven is om zo kort mogelijk bij te voeden. Veel zal afhangen van de reden van bijvoeden. In de meeste situaties zul je het advies krijgen om te kolven, zodat de melkproductie op gang gebracht of extra gestimuleerd wordt. Hoe dit in zijn werk gaat, staat in de folder afkolven van moedermelk beschreven.

Dit alles lijkt veel werk, maar je moet je bedenken dat het tijdelijk is. Wanneer de melkproductie goed op gang is, wordt het voor de baby gemakkelijker om op eigen kracht voldoende binnen te krijgen. Op deze manier is de borstvoeding veelal goed geregeld tegen de tijd dat de kraamverzorgende weggaat. Bijvoeding en kolven wordt altijd gecontinueerd tot de baby alle voedingen aan de borst kan drinken en de melkproductie toereikend is. 

De verzorging van de borsten

Tijdens de borstvoedingsperiode kun je de borsten gewoon wassen of douchen. Gebruik niet te veel zeep. Hierdoor kan de huid van de tepels uitdrogen. Na de voeding kun je  de tepels het beste laten drogen aan de lucht, het restje borstvoeding geeft een natuurlijk bescherming en reiniging van de tepel.

Wanneer de melkproductie op gang komt is het verstandig een voedings-bh te dragen. Zeker in het begin liefst zonder beugels, in verband met mogelijk afknellen van melkkanaaltjes. Bij lekkende borsten, vervang je de zoogkompressen regelmatig. Natte zoogkompressen kunnen de tepels week maken en zelfs schimmelinfecties veroorzaken.

Pijnlijke tepels zijn te voorkomen en/of te behandelen door de baby goed aan te leggen. Vraag hierbij hulp van de lactatiekundige.

Bij zichtbare wondjes op de tepel laat je de tepel na de voeding lang drogen aan de lucht en daarna kan de tepel dun ingevet worden met Bioforce of Purelan. Deze crèmes hoeven niet te verwijderd te worden. Gebruik het middel totdat de huid weer helemaal gaaf is. Te lang en veelvuldig gebruik kan de tepels week maken.

Als borstvoeding geven anders gaat

Wanneer je baby te vroeg geboren is of ziek is, zal de borstvoeding in veel gevallen anders verlopen dan je vooraf gedacht had. Het betekent niet dat het uiteindelijk niet goed zal komen, maar er kan enige tijd overheen gaan voor de baby volledig aan de borst drinkt.

Het is belangrijk dat je tot die tijd de melkproductie op gang brengt en daarna in stand houdt met een elektrisch kolfapparaat. Over hoe vaak en hoe lang er gekolfd worden, krijgt je instructies die op jouw eigen situatie zijn afgestemd. Zie hiervoor de folder afkolven van moedermelk en de folder borstvoeding en de baby met een gezondheidsprobleem.

Troosten


Huiluurtje

Veel baby’s hebben een huiluurtje, vaak op hetzelfde tijdstip van de dag. Er is niet altijd een reden te vinden waarom een baby huilt. Moeders denken nogal eens dat dit komt door darmkrampjes of dat het een gevolg is van te weinig voeding. Dit laatste is eigenlijk nooit het geval. In de meeste situaties worden baby’s snel rustiger door de baby bij je te nemen, natuurlijk kan je partner je hierbij helpen.

Krampjes
Indien je baby krampjes heeft, is het niet nodig hiervoor medicijnen te geven: door de baby te dragen en dicht bij je te houden zal de baby zich prettiger voelen. Darmkrampjes worden veroorzaakt doordat de darmen zich verder ontwikkelen, na drie maanden is dit over het algemeen over. De piek van het huilen i.v.m. darmkrampjes ligt meestal rond de leeftijd van zes weken.

Er is overigens geen bewijs dat krampjes van de baby ontstaan door wat moeder eet of drinkt. Je mag in principe alles eten en drinken, ook wat tijdens de zwangerschap afgeraden werd. Als je toch merkt dat na het eten van een bepaald voedingsmiddel de baby meer krampen lijkt te hebben, stel  je het eten daarvan nog even uit.

Fopspeen
Om de baby te troosten mag altijd de borst aangeboden worden. Je baby voelt zich er vaak beter door en indien er sprake is van te weinig voeding, neemt door het extra aanleggen de melkproductie toe.

Wacht daarom ook om een fopspeen aan te bieden tot je baby ongeveer drie weken oud is. Dan is de melkproductie op gang gekomen en kan de fopspeen na de voeding ervoor zorgen dat de baby makkelijker in slaap valt. Een fopspeen is niet bedoeld om een voeding uit te stellen.
  
Nabijheid
Baby’s vinden het fijn om gedragen te worden. In een draagdoek of draagzak (let op de aanwijzingen voor de leeftijd) zijn baby’s tevreden en het geeft de ouders vrije handen. Je baby was tijdens de zwangerschap nooit alleen, dus is het bijna onnatuurlijk om de baby veel alleen in bed te leggen.

Breng overdag veel tijd met de baby door, hou de baby lekker bij je. Ook hierdoor zal je baby minder huilen en vaker aan de borst gaan met als voordeel dat de baby tevreden is, voldoende melk krijgt en goed groeit.

Nachtvoedingen zijn overigens normaal en het is geen sport om daar zo snel mogelijk van af te komen. Baby’s zijn hierin eigen baas. Huilt je baby een dag wat vaker, leg hem dan vooral ook vaker aan. Zogenaamde regeldagen zorgen ervoor dat de melkproductie door vaker aanleggen zich weer aanpast aan de behoefte van de baby op dat moment.

Voor veilig slapen adviseren wij je om de website www.veiligheid.nl/kinderveiligheid/slapen te bezoeken. Twijfel je of je baby overmatig huilt, schakel dan de jeugdverpleegkundige in. Daarnaast zijn mama cafés de ideale mogelijkheid om andere moeders (en professionals) te ontmoeten en zo allerlei tips te krijgen van (ervarings-)deskundigen over voeden, huilen, babymassage, het dragen van je baby, etc.

De baby wordt groter

Aanbieden flesje
Het is verstandig om na 4-6 weken een flesje met moedermelk te gaan introduceren. De baby leert dan ook om met een speen te drinken. Belangrijk is wel dat de borstvoeding goed gaat. Eerder starten met een fles kan er voorzorgen dat de borstvoeding moeizamer gaat lopen.

Later starten zorgt er soms voor dat de baby de speen weigert.  Je hoeft de borstvoeding niet te onderbreken om te oefenen met een flesje. Je kunt spelenderwijs 10-20 ml aanbieden als de baby wakker is. Het werkt  averechts om een baby te voeden met een andere methode als de baby honger heeft.

Oefenhapjes
In de periode van 4 tot 6 maanden kun je beginnen met het geven van een paar kleine eerste hapjes: de oefenhapjes. Ze komen nog niet in de plaats van borstvoeding of flesvoeding. Volledige borstvoeding wordt aanbevolen tot de leeftijd van zes maanden en daarna zolang moeder en kind dit wensen. Hoe langer de borstvoedingsperiode hoe meer gezondheidsvoordelen voor moeder en kind.

Met oefenhapjes went je kind aan andere smaken dan die van warme melk. Verder leert je kindje happen van de lepel en oefent zo de mondspieren. En door tussen de 4 en 6 maanden te beginnen met oefenhapjes kun je de kans op een voedselovergevoeligheid kleiner maken.

Met het geven van oefenhapjes ga je door tot je kindje acht maanden is. Daarna vervangt vaste voeding geleidelijk steeds meer de borstvoeding of flesvoeding. Na de leeftijd van één jaar mag de baby met de ‘pot’ mee-eten en heeft naast moedermelk of gewone melk, geen specifieke kunstvoeding meer nodig.

Werken/studeren
Het werken of studeren in combinatie met borstvoeding is goed te doen. Alle keren dat de baby niet aan de borst kan drinken, moet de melk worden afgekolfd. Hierover meer in de folder afkolven van moedermelk.

Als werknemer heb je het recht om gedurende negen maanden na de geboorte je werk te onderbreken om te baby te voeden of voor de baby te kolven. Je mag hiervoor een vierde van je werktijd benutten. De onderbreking valt onder werktijd. De werkgever heeft de plicht om ruimte en mogelijkheden ter beschikking te stellen zodat je rustig kunt kolven of voeden.

Als je net bent gaan werken en moet afkolven kan de melkproductie wat afnemen.  Op je vrije dagen kun je gewoon doorgaan met borstvoeding geven. De baby zal wellicht wat vaker vragen om de borst. Dit is normaal en heeft als voordeel dat de melkproductie weer toeneemt en goed in stand blijft. Kijk hiervoor in de folder borstvoeding en een baan.


Tot slot  

Het is niet mogelijk om in deze folder alle informatie over borstvoeding te geven. Wij adviseren je om samen met je partner een informatiebijeenkomst over voeding van de baby bij te wonen. Je kunt  je hiervoor inschrijven bij je eigen verloskundige praktijk of via www.lumc.nl/ghl.

Wilt u meer weten kijk dan op www.borstvoeding.nl. Op deze site zijn ook adressen te vinden waar je terecht kunt met vragen op het gebied van borstvoeding of afkolven. Daarnaast is er veel informatie te vinden over het voeden van uw baby op www.voedingscentrum.nl/nl/mijn-kind-en-ik. Zie ook onze folder afkolven van moedermelk.

Wanneer je specialistische hulp nodig hebt, kun je tijdens de opname van jezelf of de baby terecht bij de lactatiekundige in het LUMC en na ontslag bij een lactatiekundige in de buurt. Voor contact: lactatiekundige@lumc.nl

Januari 2017