Eierstokken, Informatie over de behandeling van kwaadaardige aandoeningen van de

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Gynaecologie

Binnenkort wordt bij u een operatie uitgevoerd in verband met een mogelijk kwaadaardige aandoening van de eierstokken. De reden voor deze operatie en wat u daarvan kunt verwachten heeft u reeds met uw arts op de polikliniek besproken. Vaak is het zo, dat er na zo'n gesprek nog vragen opkomen. Daarom willen we u door middel van deze brochure de gelegenheid geven alles nog eens rustig na te lezen. Indien er na het lezen van de folder voor u of uw partner onduidelijkheden zijn, dan kunt u deze het beste bespreken bij de opname met uw verpleegkundige of behandelend arts.

In het kort

Ovariumcarcinoom (eierstokkanker) is een kwaadaardige aandoening die uitgaat van het weefsel van de eierstok. Dit kunnen cellen zijn van het kapsel aan de buitenkant van eicellen of cellen van het tussenliggende bindweefsel. Omdat ovariumcarcinoom van de cellen van het kapsel verreweg het meest voorkomt, zal in deze folder met name op dit type ovariumcarcinoom worden ingegaan. Het ovariumcarcinoom is een ernstige ziekte die behandeld moet worden met chirurgie en chemotherapie en waarvan de prognose erg samenhangt met het tijdstip waarop de ziekte wordt ontdekt.

vrouwelijke geslachtsorganen

tekening vrouwelijke geslachtsorganen

Wat is een ovariumcarcinoom?

Ovariumcarcinoom (eierstokkanker) is een kwaadaardige aandoening die meestal uitgaat van het weefsel van het kapsel dat de eierstok aan de buitenkant omgeeft. Omdat de eierstok vrij in de buikholte ligt, kunnen loslatende cellen van een ovariumcarcinoom makkelijk in de buikholte verspreid worden via de normale stroom van vloeistof die altijd in de buikholte aanwezig is en circuleert. Dit is een verspreidingswijze die typisch is voor eierstokkanker en die maakt dat, ook bij beginnende vormen van deze ziekte, rekening gehouden moet worden met besmetting van de buikholte.
Over het ontstaan van ovariumcarcinoom is nog maar weinig bekend. In 10-15% van de gevallen is er een erfelijke oorzaak die samen kan gaan met een verhoogde kans op borstkanker. Verder wordt gedacht dat de kans op eierstokkanker zou kunnen samenhangen met het aantal eisprongen dat iemand in haar leven gehad heeft: hoe kleiner het aantal eisprongen, des te kleiner de kans op ovariumcarcinoom. In die zin lijkt het gebruik van de pil te beschermen tegen eierstokkanker.

Bij wie komt ovariumcarcinoom voor

In de westerse wereld komt ovariumcarcinoom voor bij ongeveer 15 op de 100.000 vrouwen. De leeftijdspiek ligt rond het 60e jaar.

Klachten

Een van de problemen van ovariumcarcinoom is dat het vaak pas laat klachten geeft. En de gunstigste situatie is dan ook wanneer het ovariumcarcinoom bij toeval wordt gevonden. De klachten worden meestal veroorzaakt doordat er al verspreiding is van de kankercellen in de buikholte en dan nog zijn de klachten vaak vaag: dikker wordende buik en vage maag-darmklachten. Wanneer het ovariumcarcinoom op jonge leeftijd optreedt, kan zich onregelmatig vaginaal bloedverlies voordoen.

Onderzoek

Bij het vermoeden op ovariumcarcinoom vindt het normale gynaecologisch onderzoek plaats. Daarnaast wordt een algemeen buikonderzoek verricht. Echografisch onderzoek van de eierstokken neemt ook een vaste plaats in bij het onderzoek naar ovariumcarcinoom. Dit echo-onderzoek zal vrijwel altijd via de vagina (schede) worden uitgevoerd. In sommige situaties is het zinvol om uitgebreid röntgenonderzoek te doen in de vorm van een CT-scan of MRI-scan. Daarnaast wordt er laboratoriumonderzoek verricht met name naar een stof die CA 125 heet en die in ongeveer 80% van de patiënten met ovariumcarcinoom een verhoogde waarde in het bloed aangeeft. Het CA 125 gehalte kan ook later worden gebruikt om het verdere verloop van de ziekte te kunnen registreren.

Stadiëring

Voor de behandeling van het ovariumcarcinoom is het belangrijk een onderscheid te kunnen maken tussen een vroeg stadium ovariumcarcinoom en een verder gevorderd ovariumcarcinoom. Onder een vroeg stadium ovariumcarcinoom wordt een afwijking verstaan die beperkt is gebleven tot een of beide eierstokken en die nog niet verspreid is naar de buikholte. Om dit onderscheid te kunnen maken, is een operatie nodig die stadiëringsoperatie wordt genoemd. Bij een dergelijke operatie worden niet alleen de eierstokken weggenomen en meestal ook de baarmoeder, maar worden alle gebieden in de buikholte waar het ovariumcarcinoom naar toe zou kunnen gaan, uitvoerig bekeken.Van deze gebieden worden weefselstukjes (biopten) genomen voor microscopisch onderzoek. Pas na dit onderzoek kan met zekerheid vastgesteld worden of er sprake is van een vroeg stadium ovariumcarcinoom of verder gevorderd ovariumcarcinoom.
Aangezien de behandeling voor beide situaties verschillend kan zijn, worden ze hieronder apart besproken.

Het vroeg stadium ovariumcarcinoom
De behandeling is in de eerste plaats chirurgisch. Het ovariumcarcinoom wordt operatief verwijderd waarbij in het algemeen beide eierstokken en de baarmoeder worden weggenomen. In sommige situaties (bij een zeer beginnend proces en wanneer er nog kinderwens bestaat) is het verantwoord om alleen de betreffende eierstok te verwijderen. Zoals boven uiteengezet, wordt een stadiërings operatie verricht. Wanneer deze ingreep voldoende informatie heeft opgeleverd, zal in veel gevallen volstaan kunnen worden met alleen chirurgische behandeling. Afhankelijk van de individuele bevindingen kan in sommige situaties besloten worden om nog na te behandelen met chemotherapie.

Het verder gevorderde ovariumcarcinoom
De behandeling van het verder gevorderde ovariumcarcinoom dat zich naar de buikholte toe heeft uitgebreid, bestaat uit een combinatie van chemotherapie en chirurgie. De chemotherapie bestaat over het algemeen uit zes kuren Meestal worden de kuren iedere drie weken herhaald. De chemotherapie werkt het meest effectief wanneer de afzonderlijke gebieden met tumorweefsel niet te groot zijn. Om deze gebieden ofwel te verwijderen ofwel te verkleinen, dient de chirurgische behandeling van het verder gevorderde ovariumcarcinoom. Dit soort operaties wordt debulkingschirurgie genoemd. Wanneer de eerste debulkingsoperatie niet het voldoende effect heeft opgeleverd, kan het nuttig zijn om de behandeling met chemotherapie na drie kuren te onderbreken om een tweede debulkingsoperatie te doen. In sommige situaties kan het voordeel bieden om eerst chemotherapie te geven en de debulkingsoperatie later te verrichten. De juiste volgorde van opereren en chemotherapie hangt af van de individuele situatie, maar een combinatie van beide geeft het beste resultaat.

Complicaties

Zowel de chirurgie als het geven van chemotherapie bij het ovariumcarcinoom is een uitgebreide behandeling. Dit weerspiegelt zich in het voorkomen van complicaties die vaak te maken hebben met de functie van het maag-darmkanaal. Dit heeft te maken met het feit dat verspreiding van het ovariumcarcinoomweefsel in de buikholte een obstructie van de darmen met zich mee kan brengen. De behandeling met chemotherapie brengt vaak tijdelijke kaalheid met zich mee en ook onderdrukking van het beenmerg. Dit laatste geeft vaak bloedarmoede en (tijdelijk) verminderde weerstand tegen infectie.

Follow-up

Na de behandeling blijven patiënten met een ovariumcarcinoom vaak lange tijd onder controle. Na de behandeling van een vroeg stadium ovariumcarcinoom is er goede kans op genezing. Wanneer er sprake was van een verder gevorderd stadium van de ziekte zijn de vooruitzichten iets minder gunstig. Gemiddeld genomen is na vijf jaar nog ongeveer 35% van deze patiënten in leven en ruim 60% van de vrouwen bij wie de behandeling resulteerde in de verdwijning van al het zichtbare tumorweefsel. Wanneer genezing niet bereikt kan worden, krijgt het verloop van het ovariumcarcinoom vaak het karakter van een chronische ziekte. Dit betekent dat bij veel patiënten jarenlang een ziektevrije situatie kan worden bereikt met een goede kwaliteit van leven.

De opname

De dag voor de operatie wordt u opgenomen op de verpleegafdeling Gynaecologie. De gang van zaken op de afdeling is beschreven in de folder ‘Kliniek Gynaecologie’.
Op deze eerste opnamedag wordt uitgebreid bloed afgenomen. Tijdens de opname kunt u in contact worden gebracht met maatschappelijk werk
De avond voor de operatie krijgt u een klysma om het laatste gedeelte van uw darmen leeg te maken. Ook wordt er begonnen met een injectie om trombose te voorkomen (Fraxiparine).

Wie voert de operatie uit?

De operatie wordt uitgevoerd door een of meerdere gynaecologen. Bij de operatie is vaak ook een arts in opleiding tot gynaecoloog aanwezig. Een van hen komt de dag voor de operatie met u kennismaken. Mocht de operatie op een maandag plaatsvinden dan bezoekt de gynaecoloog of de gynaecoloog in opleiding u op vrijdag. De vrijdag voorafgaande aan uw operatie wordt u dan opgenomen op de afdeling voor alle voorbereidingen. Alle vragen die u nog heeft, kunt u op dit moment stellen en u kunt samen de operatie nog eens doorspreken. U kunt hierna met tijdelijk ontslag tot zondagavond. Tijdens de opname wordt u regelmatig bezocht door de zaalarts, deze bespreekt de lopende zaken met u en regelt wat nodig is.

Hoe lang duurt de operatie?

De werkelijke duur van de operatie is tevoren niet goed te voorspellen omdat dit afhangt van de situatie in uw buik en wat er allemaal moet gebeuren. De gemiddelde duur bedraagt ongeveer twee à drie uur.

De periode vlak na de operatie en het verdere verloop

Als u wakker wordt, bent u eerst op de uitslaapkamer  van de operatiekamer. In de loop van de dag wordt u weer naar de afdeling teruggebracht. U voelt zich suffig, u heeft wat pijn in de buik en u kunt zich misselijk voelen.

De pijn wordt de eerste dagen behandeld in overleg met de anesthesie.

Tegen de misselijkheid kunt u, indien nodig, medicijnen krijgen.

  • U heeft een infuus. Dit is nodig om vocht toe te dienen. Als u terug bent op de verpleegafdeling mag u voorzichtig starten met af en toe een slokje water. Zodra uw darmen weer wat beter werken mag u meer gaan drinken, dit wordt langzaam uitgebreid op geleide van uw toestand. De verpleegkundige instrueert u hierover. Als alles goed gaat, wordt uw dieet elke dag een beetje uitgebreid (drinken – vloeibaar – licht verteerbaar – gewoon). Met een eventueel bestaand dieet dat u moet volgen (bijvoorbeeld suikervrij of zoutarm) wordt rekening gehouden. Zodra u voldoende drinkt en uw algemene conditie dit toelaat, kan het infuus verwijderd worden.
    Het kan zijn dat u een slangetje heeft dat uit de buikwand komt (de drain), dit is nodig om tijdelijk wat overtollig wondvocht of bloed te laten afvloeien, op het moment dat er nauwelijks nog vocht uit de drain komt, wordt deze, in overleg met de arts, weer verwijderd. De verpleegkundige doet dit dan bij u.
  • U heeft ook een slangetje dat in de blaas ligt (een verblijfskatheter). Hier loopt de urine uit af. Dit is nodig om een goed overzicht te hebben op uw vochthuishouding na de operatie en tevens om te voorkomen dat u zo vlak na de operatie steeds op de po moet gaan om te urineren. Nadat de katheter is verwijderd, kunt u zelf weer normaal plassen.
  • Het is mogelijk dat u een maagsonde heeft (een slangetje dat via de neus in uw maag ligt). Via dit slangetje wordt de maaginhoud afgevoerd. Dit voorkomt dat u moet braken. Zodra uw darmen weer op gang zijn, mag de sonde doorgaans verwijderd worden.
  • Om infecties en problemen te voorkomen, krijgt u op de operatiedag antibiotica toegediend. U merkt hier weinig van omdat dit via het infuus geschiedt.
  • Ongeveer acht dagen na de ingreep verwijdert de verpleegkundige uw hechtingen., tenzij er gehecht is met oplosbare hechtingen.

De uitslag

Ongeveer een week na de operatie krijgt de gynaecoloog de uitslag van het pathologisch laboratorium, waar alle verwijderde weefsels naar toe zijn gestuurd. Dit onderzoek is noodzakelijk om te bepalen of u met de operatie afdoende bent behandeld. In veel gevallen is het noodzakelijk dat de operatie nog gevolgd wordt door een aantal kuren chemotherapie (doorgaans drie tot zes kuren). In principe wil men zo snel als u daar toe in staat bent met de kuren beginnen. De eerste kuur is meestal klinisch. De daarop volgende kuren vinden ofwel klinisch (een keer per drie weken drie dagen opname), ofwel poliklinisch plaats. Dit is afhankelijk van welke therapie voor u gekozen wordt.

De duur van de opname

De uiteindelijke opnameduur is afhankelijk van uw toestand en hoe snel u opknapt. 

Na ontslag uit het ziekenhuis

Indien geen nabehandeling door middel van chemotherapie hoeft plaats te vinden, komt u na ongeveer zes weken terug op de polikliniek bij uw gynaecoloog. U krijgt hiervoor een afspraak mee zodra u het ziekenhuis verlaat. Deze controle wordt gehouden om te horen hoe het thuis gaat en hoe u zich voelt. De gynaecoloog onderzoekt u ook. Schroom niet om al uw vragen te stellen en onzekerheden te uiten.
Indien wel vervolgbehandeling nodig is, wordt u op korte termijn na uw ontslag ingepland voor de chemotherapie. U ontvangt hier thuis een brief over

De gevolgen van de behandeling

Een uitgebreide operatie in verband met een ovariumcarcinoom in combinatie met chemotherapie vergt heel veel van een vrouw, zowel in geestelijk als in lichamelijk opzicht. De meeste vrouwen voelen zich na de ingreep nog wekenlang of zelfs maandenlang slap en moe. Het is raadzaam om geleidelijk te proberen hoeveel het lichaam aankan. De eerste maand moet zwaar tillen vermeden worden en moet het werk in huis beperkt worden tot kleine karweitjes. Als het huishouden in gedrang komt kan via het WMO loket van de gemeente, huishoudelijke hulp aangevraagd worden Buitenshuis werken is meestal pas na enige maanden weer mogelijk.
Voor vrouwen die nog niet in de overgang zijn, betekent verwijdering van de baarmoeder dat er een einde komt aan de menstruatie. Omdat ook de eierstokken worden verwijderd, verandert er het een en ander doordat de hormoonproductie wordt onderbroken. U komt dus abrupt in de overgang. Net als de natuurlijke overgang, kan dit verschijnselen veroorzaken als opvliegers, overmatige transpiratie, wisselend warm en koud hebben. Het plotseling wegvallen van de hormoonproductie kan worden opgevangen met hormoonvervangende medicijnen.

Psychische gevolgen

Geestelijk wordt u al ernstig belast door het feit dat er kanker is geconstateerd en dat u een langdurige behandeling heeft moeten ondergaan met alle onzekerheden van dien. Daarnaast hebben sommige vrouwen moeite met het verlies van de baarmoeder en de eierstokken, vooral als dit betekent geen kinderen meer te kunnen krijgen. Bij de ene vrouw is het verlies van de baarmoeder belangrijker voor haar gevoel van vrouw zijn dan bij de andere. De wijze waarop zij wordt opgevangen door haar partner en haar omgeving, is hierbij van groot belang.

Seksualiteit

Op seksueel gebied heeft de behandeling van een ovariumcarcinoom gevolgen die van vrouw tot vrouw verschillen. Veel vrouwen hebben na de behandeling vooral behoefte aan intimiteit. Wat knuffelen en ook in lichamelijk opzicht dicht bij elkaar zijn, kan op dat moment belangrijker zijn dan seksuele opwinding.
Tegen het krijgen van seksuele opwinding of een orgasme zijn echter geen medische bezwaren. Dat geldt ook voor masturberen. Belangrijk is dat u zich niet teveel vermoeit en dat u zelf bepaalt waar u aan toe bent.
Geslachtsgemeenschap heeft geen enkele nadelige invloed op het genezingsproces. Wanneer bij de operatie ook de baarmoeder verwijderd is en er een wond moet genezen in de top van de vagina, moet met geslachtsgemeenschap 6 weken gewacht worden. Er is geen gevaar dat uw partner besmet raakt met kankercellen. Wel moet u rekening houden met een paar mogelijke veranderingen in de beleving van de seksualiteit. Sommige vrouwen doen er langer over om seksueel opgewonden te raken en soms is de schede minder vochtig. Ook kan het gevoel bij het klaarkomen (orgasme) veranderd zijn en iets minder heftig.
Na de behandeling zal de vrouw met haar partner opnieuw moeten ontdekken wat kan en wat plezierig is. Voorop staat dat iedere vrouw voor zichzelf moet bepalen, wanneer zij aan vrijen toe is en op welke wijze zij dat wil.
Bij problemen op het gebied van relaties en seksualiteit kunt u een beroep doen op speciale hulpverleners. Uw maatschappelijk werker of uw arts kan u daarmee in contact brengen.

Handige telefoonnummers

Kliniek Gynaecologie      071- 526 2539
Polikliniek Gynaecologie 071- 526 2870

Handige adressen

Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie
Website: www.nvog.nl

Informatie Centrum Gynaecologie
Florisstraat 2-1
9715 HS Groningen
Tel: 050- 313 5646
Email: info@icgynaecologie.nl
Website: www.icgynaecologie.nl

KWF
Sophialaan 8
1075 BR Amsterdam
Tel. 020 – 570 0500
www.kwfkankerbestrijding.nl

Patiëntenvereniging Stichting Olijf
Postbus 1478
1000 BL Amsterdam
Tel. 033 – 463 3299 (secretariaat)
Website: www.olijf.nfk.nl


oktober 2009

100/5