Atrium(boezem)fibrillatie en behandelopties

This information is provided by Hartziekten

Bij u is de ritmestoornis 'boezemfibrilleren (atriumfibrilleren)' geconstateerd. In deze folder worden de oorzaak, de klachten en de verschillende behandelmogelijkheden beschreven.

Definitie en oorzaak atriumfibrilleren

Atriumfibrilleren is een hartritmestoornis waarbij de boezems (atria) van het hart niet meer zoals normaal rustig en regelmatig samentrekken maar veel te snel en onregelmatig samentrekken. Dit wordt veroorzaakt door meerdere electrische 'wervelstormen' die door beide atria gaan.

De oorsprong van deze ritmestoornis ligt in het linker atrium en met name in de longaders, waar vanuit overslagen en korte ritmestoornissen het atriumfibrilleren “opstarten”.

Als het atriumfibrilleren (de wervelstormen) er eenmaal is, houdt het vaak zichzelf in stand. U kunt atriumfibrilleren in aanvallen hebben of continu (24 uur per dag).

Het hart blijft tijdens het atriumfibrilleren wel een groot deel van de vitale pompfunctie behouden omdat de kamers van het hart wel effectief werken, maar in een onregelmatig ritme. Dit betekent dat goed behandeld atriumfibrilleren een relatief ongevaarlijke ritmestoornis is die zelden tot nooit tot een hartstilstand leidt.

Atriumfibrilleren treedt regelmatig op zonder dat er een duidelijke oorzaak te vinden is. Eventuele oorzaken moeten echter wel opgespoord danwel uitgesloten worden.

De meest voorkomende oorzaken zijn hoge bloeddruk, overgewicht, het slaap-apnoe syndroom (stoppen met ademhalen tijdens het snurken), frequent duursporten, overmatig alcoholgebruik, hartklepproblemen, hartspierziekten, schildklierproblemen en vernauwingen in de kransslagaderen.

Vaak worden dan ook een echo van uw hart, een fietsproef en bloedonderzoek verricht om deze oorzaken uit te sluiten.

Klachten

Er is een grote variatie in het ervaren van atriumfibrilleren. Vaak bestaan klachten uit een merkbaar onregelmatige, meestal te snelle hartslag. Hiernaast kan vermoeidheid of kortademigheid voorkomen omdat het hart wat minder efficiënt pompt dan bij regelmatig en rustig ritme. Verder kunt u bij een aanval klachten krijgen van duizeligheid en/of pijn op de borst. Ook zijn er mensen bij wie atriumfibrilleren onopgemerkt optreedt.

Behandeling: bloedverdunners

Tijdens het atriumfibrilleren trekken de atria niet goed samen. Hierdoor kunnen zich in de “uithoeken” (meestal het hartoor) van de atria stolsels vormen, die naar de hersenen of andere organen zouden kunnen schieten. Dit is de reden dat patiënten met atriumfibrilleren vaak bloedverdunners moeten gebruiken.

De noodzaak tot bloedverdunners hangt ook af van andere risicofactoren, dit zijn leeftijd, hoge bloeddruk, hartfalen, suikerziekte, vrouwelijk geslacht, vernauwingen in een of meerdere slagaders en een eerdere TIA of herseninfarct. Bij een verhoogd risico moet u bloedverdunners gebruiken om dit risico te verlagen.

Er zijn verschillende bloedverdunners op de markt, zoals bijvoorbeeld fenprocoumon (Marcoumar®), acenocoumarol (Sintrom®), dabigatran (Pradaxa®), rivaroxaban (Xarelto®) of apixaban (Eliquis®)). Welke bloedverdunner voor u het meest geschikt is wordt in samenspraak met uw arts besloten.

Behandeling: hartritme

De behandeling van het hartritme richt zich primair op de klachten die u ervaart. Hierbij kan men kiezen voor het accepteren van atriumfibrilleren en de snelheid van het hart te verlagen (zie hieronder) of om de ritmestoornis tegen te gaan en het normale ritme te herstellen (zie hieronder: medicatie, elektrische cardioversie, ablatie, mini-MAZE operatie).

Afhankelijk van uw klachten en de slagingskans van verschillende behandelopties wordt in samenspraak met u een keuze gemaakt. Beide strategieën zijn geaccepteerd en met betrekking tot prognose gelijkwaardig.

Behandeling: medicijnen om de snelheid van het hart te verlagen

Zeker als u langdurige aanvallen heeft of als u 24 uur per dag atriumfibrilleren heeft is het belangrijk om naast het aanpakken van de ritmestoornis ook de snelheid van het hart tijdens de ritmestoornis te verlagen. Dit gebeurt met metoprolol (Selokeen®), digoxine (Lanoxin®), verapamil (Isoptin®) of diltiazem (Tildiem®).

Vaak is een combinatie van twee middelen nodig voor het gewenste effect. Ook sotalol, propafenon en amiodaron (zie boven) vertragen het hart.

Behandeling: medicijnen om de ritmestoornis tegen te gaan

Om het optreden van de ritmestoornis tegen te gaan kunnen verschillende medicijnen voorgeschreven worden, zoals sotalol (Sotacor®), flecaïnide (Tambocor®), propafenon (Rytmonorm®), disopyramide (Ritmoforine®) of amiodaron (Cordarone®).

De keuze van het medicijn hangt onder meer af van uw klachten en of u ook nog andere afwijkingen aan uw hart heeft. Daarnaast is het ook een kwestie van uitproberen welk medicijn voor u het beste werkt.

Behandeling: electrische cardioversie

Als u een aanval heeft die uren of dagen duurt en niet meer vanzelf stopt, kan het zijn dat u een cardioversie moet ondergaan. Dit betekent dat u een roesje of kleine narcose (sedatie) krijgt, waarna het hart met een stroomstoot in het goede ritme wordt teruggezet. U moet hiervoor 6 uur nuchter zijn.

ls de aanval korter dan 24-48 uur heeft geduurd is het niet altijd noodzakelijk dat u bloedverdunners gebruikt. Is de aanval echter al meer dan 48 uur aan de gang en gebruikt u geen bloedverdunners dan mag een cardioversie pas plaatsvinden na voorbehandeling met bloedverdunners. Daarbij geldt tevens dat als u bij de trombosedienst loopt de INR (de “dunheid van het bloed”) in de 3 weken voor de cardioversie steeds boven  de 2 geweest moet zijn. Dit is vanwege het risico op stolsels in het linker atrium, die bij een cardioversie los zouden kunnen raken.

Gebruikt u dus geen bloedverdunners dan is het belangrijk dat een aanval binnen 24-48 uur met een cardioversie beëindigd wordt. Een cardioversie beëindigt alleen een aanval van atriumfibrilleren, een eventuele nieuwe aanval wordt er niet mee voorkomen.

Behandeling: Atriumfibrilleren (AF)-ablatie

Indien medicijnen niet (meer) werken tegen de aanvallen of als u de medicijnen niet goed verdraagt, kan een zgn. AF-ablatie een optie zijn. Deze ingreep gebeurt onder plaatselijke verdoving en pijnstilling via het infuus op de hartkatheterisatieafdeling.

Via beide liezen worden lange slangetjes (catheters) naar het hart gebracht. Met deze catheters worden in het hart littekens gebrand of gevroren (de ablatie) rondom de longaders. Vanuit het rechter atrium wordt hiervoor door het atriumtussenschot heen geprikt, tot in het linker atrium.

In het linker atrium worden om alle 4 de longaders littekens aangebracht. Soms worden er ook littekens gebrand rondom de hele achterwand van het linker atrium (dit noemen we een “boxlesie”). Deze procedure duurt ongeveer 3-4 uur. De succeskans van de ingreep is ongeveer 50-70%, afhankelijk van de ernst van het atriumfibrilleren (in aanvallen of continu) en van de grootte van het linker atrium. Na de ingreep blijft u nog een nacht opgenomen.

Na de ingreep hebben de littekens in het linker atrium ongeveer 2 maanden nodig om zich te vormen. In deze 2 maanden kunt u dus nog aanvallen hebben zonder dat dit betekent dat de ingreep mislukt is. U gaat in deze periode dan ook door met de medicijnen die u voor de ablatie al had.

Om het risico op stolsels tijdens en na de ingreep zo klein mogelijk te houden moet u (als u die nog niet had) bloedverdunners via de trombosedienst gebruiken vanaf 1-2 maanden voor de ingreep tot 3 maanden erna.

Behandeling: mini-MAZE operatie (boxlesie)

Bij sommige patiënten is het atriumfibrilleren al langer dan een jaar continu (24 uur per dag) aanwezig en/of is het linker atrium fors vergroot. In dat geval is de succeskans van een AF-ablatie nog maar 50%.

Bij patiënten die veel last hebben van het atriumfibrilleren, geen ernstig overgewicht en een redelijke tot goede conditie hebben bestaat dan de mogelijkheid tot een zgn. mini-MAZE operatie.

Hierbij wordt de ablatie onder narcose op de operatiekamer door de hartchirurg verricht. Via 2 kleine sneden aan beide zijden van de borstkas worden er via een kijkoperatie littekens gebrand rondom de hele achterwand van het linker atrium (de “boxlesie”). Als het technisch mogelijk is wordt ook het hartoor (zie boven) verwijderd. In dat geval hoeft u op termijn mogelijk ook geen bloedverdunners via de trombosedienst meer te gebruiken.

De succeskans van deze ingreep is ongeveer 75%. Na de operatie blijft u nog 1 nacht op de Intensive Care en nog enkele dagen op de verpleegafdeling. De herstelperiode na de operatie is duidelijk langer dan na de AF-ablatie, u moet rekenen op enkele weken.

Ook nu geldt dat na de ingreep de littekens ongeveer 2 maanden nodig hebben om zich te vormen. In deze 2 maanden kunt u dus nog aanvallen hebben zonder dat dit betekent dat de ingreep mislukt is. U gaat in deze periode dan ook door met de medicijnen die u voor de operatie al had.

Behandeling: pacemaker implantatie gevolgd door his-ablatie

Bij sommige patiënten is het niet meer mogelijk of te risicovol om het atriumfibrilleren met een AF-ablatie of een mini-MAZE operatie te behandelen. Het atriumfibrilleren wordt dan geaccepteerd en de patiënt wordt behandeld met bloedverdunners en medicijnen om de snelheid van het hart te verlagen (zie boven).

Indien u bij deze behandeling toch teveel klachten blijft houden kan een pacemaker implantatie gevolgd door een his-ablatie een optie zijn. Hierbij wordt eerst een pacemaker geïmplanteerd (zie  www.hartstichting) . Na een aantal weken wordt beoordeeld of de pacemakerwond goed genezen is en de pacemaker goed functioneert. Daarna wordt de elektrische verbinding tussen atria en kamers (de hisbundel) doorgebrand (de his-ablatie). Hierdoor verdwijnt de snelle en onregelmatige hartslag en zorgt de pacemaker voor een rustig en regelmatig hartritme.

De medicijnen om de snelheid van het hart te verlagen zijn dan niet meer nodig, de bloedverdunners in principe wel. Vanwege de levenslange afhankelijkheid van een pacemaker wordt deze behandeling meestal niet bij jongere patiënten uitgevoerd.

Behandeling: hartoor sluiting

Sommige patiënten moeten vanwege het atriumfibrilleren bloedverdunners maar hebben ook een harde medische reden om dit niet te doen (een contra-indicatie). Dit is bijvoorbeeld het geval bij maag/darm bloedingen, oogbloedingen en hersenbloedingen.

Om dan toch het risico op een herseninfarct te beperken kan via de lies een “dekseltje” (closure device) in het hartoor geplaatst worden. Het hartoor is namelijk de plek in het linker atrium waar eventuele stolsels ontstaan. Deze ingreep gebeurt onder narcose op de hartkatheterisatiekamer. De procedure duurt ongeveer 2 uur en u gaat de volgende dag weer naar huis.

Met een slokdarmecho wordt na 3 maanden gecontroleerd of het “dekseltje” goed zit. Als dat zo is kunnen de bloedverdunners gestaakt worden (als u die nog had). De succeskans van de procedure is 96%. Deze procedure wordt op dit moment alleen nog maar toegepast bij patiënten die echt geen bloedverdunners kunnen gebruiken.

Complicaties

Aan de meeste medische ingrepen zijn risico’s verbonden.  Ook bij de in deze folder beschreven behandelingen. De risico’s zijn per behandeling en per patiënt verschillend. Dit wordt met u besproken op de polikliniek en nog eens door de afdelingsarts op de dag van opname.

Vragen?

Wanneer u na het lezen van deze folder nog vragen hebt, kunt u terecht bij uw behandelend cardioloog. Ook tijdens de opname is er voldoende gelegenheid om uw vragen te stellen.


Januari 2016