Zenuwletsel bij pasgeborenen (Obstetrische Plexus Brachialis Laesie)

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Willem-alexander kinderziekenhuis

Na de geboorte van uw kind is geconstateerd dat een arm minder goed beweegt. Dit is tijdens de geboorte ontstaan door zenuwletsel en wordt een obstetrisch plexus brachialis letsel (OPBL) genoemd. Dit letsel komt voor bij één tot drie op de duizend pasgeborenen. Een enkele keer is er ook sprake van een sleutelbeen- of bovenarmbreuk. Deze folder geeft u informatie over dit letsel en geeft u enkele adviezen. 

Wat is een obstetrisch plexus brachialis letsel? 

De plexus brachialis is een netwerk van zenuwen in de hals die naar de arm gaan (zie afbeelding). Dit netwerk bestaat uit 5 zenuwen (C5/C6/C7/C8/Th1) die uit het ruggenmerg komen ter hoogte van de halswervels. Zowel aan de linker als aan de rechterkant bevindt zich een plexus brachialis.

Zenuwnetwerk

 Deze plexus is de verbinding tussen de hersenen en de spieren en huid van een arm. Als uw kind een beweging wil maken met de arm dan gaat vanuit de hersenen via de plexus de opdracht naar de spieren in de arm. Voelt uw kind iets in de arm dan wordt deze informatie via de plexus naar de hersenen gestuurd. Door een beschadiging aan deze plexus kan uw kind de arm minder goed en minder krachtig bewegen en is het gevoel in de arm ook verminderd. 

Een plexus letsel wordt ook wel Erbse parese genoemd naar de neuroloog dr. Erb die deze aandoening als eerste beschreef. Bij dit letsel zijn de zenuwen die uit de vijfde en zesde (C5 en C6) halswervels komen beschadigd. Hierdoor bestaat er krachtsverlies van de schouder en de bicepsspier. Afhankelijk van de uitgebreidheid van het letsel kunnen er meer zenuwen betrokken zijn bij het letsel, waardoor nog meer spieren minder kracht hebben.

Naast uitval van de armspieren kan soms een verlamming van het middenrif en een hangend ooglid optreden (syndroom van Horner). De zenuwen voor het middenrif en het optrekken van het ooglid komen  ook uit de plexus brachialis. 

Hoe kan een plexus brachialis laesie ontstaan? 

Tijdens de bevalling kan de schouder van uw kind achter het schaambeen van de moeder blijven haken (schouderdystocie). De plexus brachialis kan hierbij teveel worden opgerekt of zelfs scheuren (zie afbeelding). 

bevalling

Dit letsel komt vaker voor bij kinderen met een hoog geboortegewicht. Een plexusletsel kan ook voorkomen bij kinderen met een laag geboortegewicht die in stuitligging worden geboren.  

Hoe ernstig is het letsel? 

De mate van beschadiging en het aantal zenuwen dat bij het letsel is betrokken bepalen de gevolgen van het letsel. Als er meer zenuwen betrokken zijn bij het letsel, dan zijn meer spieren verlamd.

In de loop van de tijd kan een rekletsel - afhankelijk van de ernst - herstellen, hetgeen enkele weken tot meerdere maanden kan duren. Een zenuw die opgerekt is kan volledig herstellen. Dit eerste herstel zal dan binnen drie maanden zichtbaar zijn. Als een zenuw grotendeels is doorgescheurd of los getrokken is uit het ruggenmerg, is spontaan herstel niet mogelijk. Soms is dan een operatie nodig.

Bij de meeste kinderen ligt het armpje na de geboorte naast het lichaam en kan uw kind het zelf niet optillen. Bij onderzoek waarbij uw kind zelf de arm beweegt kan worden vastgesteld welke zenuwen zijn aangedaan. De ernst van de beschadiging blijkt meestal pas in de loop van enkele weken tot maanden.   

Wat te doen bij een plexus letsel? 

In het ziekenhuis krijgt u uitleg over dit letsel en krijgt u adviezen van de kinderfysiotherapeut over bewegen van de arm en waar u rekening mee moet houden. In de eerste 3 weken na de geboorte zullen de meeste plexus letsels herstellen. Het verloop en de mate van herstel is direct na de geboorte niet te voorspellen.  

Om het verloop van het herstel goed te kunnen vervolgen krijgt u bij ontslag uit het ziekenhuis een afspraak bij de kinderneuroloog en /of het Zenuwcentrum. Dit Zenuwcentrum is een multidisciplinair team waarbij neurochirurg, orthopedisch chirurg, revalidatiearts, kinderfysiotherapeut en ergotherapeut in wisselende samenstelling participeren en gespecialiseerd zijn in het behandelen van zenuwletsels.  

Adviezen t.a.v. kind met een plexus brachialis letsel 

Het belangrijkste advies bij een plexus letsel is om met deze arm zo normaal mogelijk om te gaan. U kunt door het bewegen van deze arm of door bepaalde houdingen de schade niet vergroten. De eerste dagen na de geboorte kan uw kind pijnlijk reageren als u het hoofd of arm beweegt. Deze pijn is meestal na een dag of twee verdwenen.  

Bij een sleutelbeen- of bovenarmbreuk veroorzaakt de breuk de pijn en moet de arm de eerste weken met rust gelaten worden (zie verder in deze folder). Bij het verzorgen en vasthouden van uw kind moet voorkomen worden dat de slappere arm in een abnormale stand komt of een abnormale beweging maakt. De gewrichten van een slappere arm moeten beschermd worden tegen teveel rek op de banden en het kapsel. Een verkeerde houding of beweging heeft geen effect op het zenuwletsel.  

Bij het optillen van uw kind of als u uw kind in bad doet, is het handig om de slappere arm zoveel mogelijk tegen het lichaam aan te houden (zie foto). Hierdoor voorkomt u dat de arm plotseling valt.

vasthouden tegen schouder

 

vasthouden op arm 

Rechterarm van kind wordt vastgehouden zodat deze niet kan vallen. 

Als u uw kind in een doek optilt voorkomt u dat de arm valt. Dit kunt u bijvoorbeeld doen als u uw kind door anderen laat vasthouden.  

Het is heel belangrijk dat uw kind in bed of in de box de armen goed kan bewegen. De arm mag dan ook niet onder een rompertje gestopt worden en de arm mag niet met mouwtje worden vastgemaakt aan kleding met een pleister of veiligheidsspeld. Hiermee voorkomt u  dat gewrichten stijf worden en uw kind heeft de ruimte om zijn armspieren te oefenen. Bij een plexus letsel kan ook het gevoel van de arm zijn beschadigd. Door de arm aan te raken en te strelen zal uw kind zich meer bewust worden van deze arm. Dit kunt u bijvoorbeeld doen door het handje bij uw kind zijn mond te brengen zodat deze hierop kan zuigen.  

Voor het aan- en uitkleden zijn geen speciale aanwijzingen. Zorg er wel voor dat de slappere arm geen abnormale bewegingen maakt. De arm mag net als de andere arm boven de schouders worden bewogen.  

Adviezen t.a.v. kind met een botbreuk en een plexus brachialis letsel 

Mocht uw kind een plexusletsel met botbreuk hebben dan gelden de eerste 3 weken na de geboorte extra adviezen. Doel van deze adviezen is om de pijnlijke breuk te ontzien.  

  • de arm met breuk niet meer dan 90 graden heffen (arm niet hoger dan de neus brengen).
  • niet op de zijde leggen waar de botbreuk zich bevindt
  • niet op de buik leggen
  • bewegingen die pijn veroorzaken proberen aan te passen of proberen te vermijden. Zijwaartse beweging en opwaartse bewegingen zijn vaak pijnlijk.
  • niet aan de armen trekken bij optillen of bij kleding aantrekken.
  • kies kleding die gemakkelijk aan en uitgetrokken kan worden.
  • bij veel pijn mag de arm onder het rompertje worden gestopt of mag het mouwtje met een speld of pleister aan de kleding worden bevestigd.  

Na deze 3 weken kunt u de adviezen aanhouden zoals beschreven voor kinderen met een plexus brachialis letsel zonder botbreuk. De arm mag niet meer vastgemaakt worden of onder een rompertje worden gestopt. 

Bij ontslag uit het ziekenhuis 

Afhankelijk van de opnameduur van uw kind zal de kinderfysiotherapeut een aantal malen de bewegingen van de slappere arm beoordelen. U krijgt advies ten aanzien van het bewegen van de arm om de gewrichten soepel te houden. Dit wordt gedaan met behulp van een oefenschema, zie bijlage. Bij ontslag zal bij onvoldoende bewegingsherstel van de arm een kinderfysiotherapeut worden ingeschakeld die bij u aan huis komt om samen met u de oefeningen voort te zetten. Daarnaast kan de kinderfysiotherapeut advies geven over het stimuleren van de motorische ontwikkeling waarbij de slappere arm extra aandacht krijgt. 

Verder zal er bij ontslag een vervolgafspraak gemaakt worden binnen vier weken na de geboorte bij  het zenuwteam. Dit team zal uw kind bij onvoldoende herstel  verder begeleiden. Mocht u na het lezen van deze folder nog vragen hebben dan kunt u naar de afdeling bellen waar uw kind was opgenomen. Voor een kinderfysiotherapeutische vraag kunt u de Dienst Fysiotherapie bellen (071-5263457, van 8.30 tot 12.30 uur) die u vervolgens in contact brengen met één van de kinderfysiotherapeuten.  

Is uw kind onder controle bij het Zenuwcentrum en bent u daar al een keer geweest dan kunt u contact opnemen met dit team op dinsdag op 071-5263957. 

Meer informatie over het zenuwteam in het LUMC kunt u vinden op www.zenuwcentrum.org  

Voor patiënten met een (obstetrisch) plexus brachialis letsel is een patiëntenvereniging (Erbse parese vereniging Nederland). Informatie hierover is te vinden op www.epvn.nl
 

Oefeningen voor kinderen met een plexus brachialis letsel

Deze oefeningen zijn belangrijk om de beweeglijkheid van de gewrichten van uw kind zoveel mogelijk te behouden.  Ze moeten langzaam uitgevoerd worden en aan het eind van de beweging wordt deze stand voor tenminste 10 seconden vastgehouden. Oefen meerdere malen op een dag, bijvoorbeeld na elke luierverschoning (niet ’s avonds en ‘s nachts).

Elke oefening voert u 3 tot 5 maal per keer uit. De gezonde arm dient als vergelijking. 

pak de onderarm

1.Pak de onderarm.                 

breng de arm rustig boven het hoofd

2. Breng de arm rustig boven het hoofd. Houd de arm dicht tegen het oor.  

  breng de bovenarm zijwaarts tot

1. Breng de bovenarm zijwaarts tot halverwege en buig de elleboog 90 graden.

draai de arm naar achteren 

2. Draai de arm naar achteren zodat de arm op de onderlaag komt.     

draai de arm weer terug   

3. Draai de arm weer terug zodat de handpalm op de onderlaag komt.

leg de arm tegen de zijkant van het lichaam

1. Leg de arm tegen de zijkant van het lichaam met de elleboog 90 graden gebogen op de buik. Fixeer met de andere hand de schouder.

draai rustg de onderarm naar buiten 

2. Draai rustig de onderarm naar buiten zodat de handrug de onderlaag raakt. 

  draai de handpalm naar boven

 

1. Draai de handpalm naar boven en strek de elleboog. 

buig de elleboog met de handpalm naar boven

2. Buig de elleboog met de handpalm naar boven en  met de hand naar de schouder

draai met één hand de handpalm naar boven 

1. Draai met één hand de handpalm naar boven. Met de andere hand houdt u de bovenarm vast.     

draai de handpalm naar beneden  pijltje

2. Draai de handpalm naar beneden. Alleen de onderarm draait hierdoor. 

     buig de pols  naar achteren

Buig de pols naar achteren. Open de vingers en de duim. 

open de hand met de handpalm naar boven

 

Open de hand met de handpalm naar boven. Strek een vinger en overstrek deze vinger in het gewricht tussen de handpalm en de vinger (zie pijltje). Deze oefening met elke vinger behalve de duim uitvoeren.

Tekeningen: S. Buitenhuis


Januari 2014