Uveïtis

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Oogheelkunde

De oogarts heeft bij u uveïtis vastgesteld. In deze folder leest u meer over deze ziekte en de behandeling ervan. Uveïtis is een ontsteking van het vaatvlies in het oog. Uveïtis wordt gebruikt als een verzamelnaam voor inwendige oogontstekingen. De uitleg is algemeen gehouden, omdat de variatie hierin groot is. Dit betekent dat niet alle opmerkingen in deze folder voor alle patiënten met uveïtis gelden.

De ziekteverschijnselen, het onderzoek en de behandeling komen aan de orde. Als u naar aanleiding van deze folder vragen heeft over de bij u vastgestelde vorm van uveïtis, bespreek deze dan met uw oogarts.

Oorzaak


De oorzaak van uveïtis is vaak onbekend. Om deze reden kan de oogarts verwijzen naar een andere specialist voor verder onderzoek bijvoorbeeld de internist of de (kinder)reumatoloog. Bij ongeveer de helft van de kinderen met uveïtis is er tevens sprake van jeugdreuma (JIA).


Verschijnselen


Mensen met uveïtis klagen vaak over een vermindering van het gezichtsvermogen van één of beide ogen. Ze zien wazig, hebben last van zwarte vlekjes of slierten in het beeld. Een aantal patiënten kan het licht niet goed verdragen. Uveïtis kan heel plotseling beginnen met een pijnlijk, rood oog of met geleidelijk waziger zien. Het kan in één oog voorkomen, afwisselend in één van beide ogen of in beide ogen tegelijkertijd.

Kinderen met jeugdreuma (JIA) hebben uveïtis zonder verschijnselen. Zij worden volgens een vast schema gecontroleerd omdat niet tijdig ontdekte uveïtis ernstige schade aan het oog kan veroorzaken.


Verschillende vormen van uveïtis


Uveïtis wordt ingedeeld in drie vormen, afhankelijk van de plaats in het oog waar de ontsteking het hevigst is. Deze vormen zijn:
  • uveïtis anterior (aan de voorkant)
  • intermediaire uveïtis (middenin)
  • uveïtis posterior (aan de achterkant)
  • panuveïtis (gehele oog)

Soms is het onderscheid niet goed mogelijk. Er kan ook sprake zijn van een ontste-king in het hele oog (panuveïtis.) Deze indeling is van belang, omdat de verschillende vormen van uveïtis een verschillend verloop hebben. Het verloop bepaalt onder andere de keuze van de behandeling. Bij een uveïtis kunnen de aangrenzende lagen, zoals netvlies (retina) en harde oogrok (sclera), ook betrokken zijn bij de ontsteking.


Diagnose


Met een oogheelkundig onderzoek kan de oogarts vaststellen of er sprake is van uveïtis. Bij dit onderzoek zullen de pupillen met oogdruppels verwijd worden, waar-door u tijdelijk wat waziger zal zien.


Verder onderzoek


Het is vaak niet mogelijk bij het eerste onderzoek vast te stellen wat de oorzaak is, daarvoor is verder onderzoek nodig. Dit onderzoek kan bestaan uit bloedonderzoek en röntgenfoto's. Soms wordt ook oogvocht onderzocht. Dit wordt onder plaatselij-ke verdoving met een kleine naald uit het oog gehaald (bij kinderen onder narcose).


Verloop


Alle vormen van uveïtis kunnen leiden tot een tijdelijke of blijvende vermindering van het gezichtsvermogen. Uveïtis kan zeer wisselend verlopen. Het kan eenmalig optreden zonder blijvende gevolgen, maar ook langdurig aanwezig zijn met afwisse-lend rustige perioden en perioden waarin het ontstekingsproces toeneemt. De ont-steking kan verschillende delen van het oog beschadigen. Bekende problemen zijn hoornvliesafwijkingen, staar (cataract), verhoogde oogboldruk (glaucoom) en net-vliesschade.


Behandeling


Bij een bekende oorzaak kan een doelgerichte therapie worden voorgeschreven.
De behandeling van de meest voorkomende vorm (uveïtis anterior) bestaat uit ontstekingsremmende druppels, corticosteroïden.

Corticosteroïden zijn effectieve ontstekingsremmende medicijnen die bij patiënten met uveïtis in verschillende sterktes en verschillende vormen (oogdruppels, tablet-ten of injecties) worden toegepast. In de druppelvorm, zoals meestal toegepast in de oogheelkunde, zijn de meest voorkomende bijwerkingen:
verhoging van de oogboldruk; de verhoging van de oogboldruk is meestal van tijdelijke aard en met medicijnen te verlagen.
staar (bij langdurig gebruik); mocht staar onverhoopt ontstaan, dan is deze tegenwoordig goed te behandelen.

Bij het gebruik van corticosteroïden wordt altijd een zorgvuldige afweging van voor- en nadelen gemaakt. Het is niet raadzaam deze geneesmiddelen plotseling te stop-pen, omdat de ontsteking hierdoor kan toenemen.

Andere medicijnen die soms worden voorgeschreven zijn pupilverwijdende oog-druppels. Deze voorkomen verkleving van de pupil met de lens en verlichten de pijn. Een hinderlijke bijwerking van pupilverwijdende druppels kan zijn dat het zien wordt bemoeilijkt. Vooral bij lezen kan dit problemen geven. Een tijdelijke leesbril kan dit probleem meestal verhelpen.

In ernstige gevallen is het soms nodig om een oogoperatie te verrichten of andere medicijnen voor te schrijven zoals Prednison, Ciclosporine, Methotrexaat of Azathioprine. Wanneer geen of onvoldoende resultaat bereikt wordt, kan een nieuw medicijn zoals Adalimumab (Humira®), Infliximab (Remicade®) of Etanercept (Enbrel®) gebruikt worden.


Controle


Om bij langdurige uveïtis complicaties tijdig op te sporen en te behandelen is regelmatige controle noodzakelijk. Tijdens deze controles is overleg tussen patiënt en oogarts over de behandeling van belang.


Contact


Bij vragen of problemen kunt u contact opnemen met:

LUMC, polikliniek Oogheelkunde
Routenummer 598, locatie J3

Tel. 071 – 526 8030

Voor afspraken: het medisch secretariaat tussen 9.00 - 12.00 uur, toets 1
Voor medische vragen: de verpleging tussen 08.30 - 17.00 uur, toets 2
Voor overige vragen: het medisch secretariaat tussen 9.00 - 16.00 uur, toets 4

Buiten kantooruren: 071 - 526 9111
(vragen naar dienstdoende arts-assistent afdeling Oogheelkunde)


Meer informatie


www.oogvereniging.nl
www.jeugdreumavereniging.nl


Deze folder is tot stand gekomen onder redactie van de Commissie Patiëntenvoorlichting van het Nederlands Oogheelkundig Gezelschap (NOG) en aangepast voor het LUMC in 2016.

Juni 2017