Mitomycine blaasspoeling

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Urologie 

Uw behandelend specialist heeft in uw blaas een poliep geconstateerd. Daarom is ervoor gekozen uw blaas een of meerdere keren te spoelen met mitomycine. Deze brochure is geschreven als aanvulling op de uitleg van uw behandelend uroloog en de verpleegkundigen. 

Diagnose

Hoewel de meeste poliepen kwaadaardig zijn (blaaskanker), blijven ze vaak beperkt tot het slijmvlies van de blaas. Door middel van een kleine operatie door de plasbuis kunnen de poliepen verwijderd worden. Er bestaat een grote kans dat ze na verloop van tijd terugkeren. De poliepen kunnen dan langzaam kwaadaardiger worden en verder de blaaswand in groeien. Een blaasspoeling is een aanvullende behandeling om de kans dat de blaastumor terugkomt kleiner te maken.

Blaasspoelingen met mitomycine remmen de celgroei en worden gegeven om:

  • De kans dat poliepen terug komen te verkleinen; 
    óf
  • De snelheid waarmee de poliepen terugkomen sterk te vertragen.

Behandeling

Afhankelijk van het aantal poliepen en de mate van ingroei van de poliep in de blaaswand wordt er een passend schema van blaasspoelingen gemaakt. Het schema kan variëren van een eenmalige spoeling tot 15 spoelingen gedurende een jaar. Wanneer er meerdere spoelingen nodig zijn, wordt er in de eerste maand vaak gestart met 4 spoelingen eenmaal per week. Daarna volgen er maandelijkse blaasspoelingen. Uw specialist kan redenen hebben om een afwijkend behandelschema met u af te spreken.

Voorafgaand aan de blaasspoeling brengt de verpleegkundige een katheter (een dun slangetje) in de blaas. Hierna wordt paars/blauw gekleurde mitomycinevloeistof in de blaas gebracht. De toediening duurt ongeveer 5 minuten. Om de mitomycine zo goed mogelijk te laten inwerken, vragen we u de mitomycine ten minste 1 en maximaal 2 uur in de blaas te houden. 

Om het effect van de spoelingen te controleren zal uw uroloog in het eerste jaar na de verwijdering van de poliep(en) regelmatig in uw blaas kijken (cystoscopie). Naast de cystoscopie controleert uw uroloog de urine regelmatig op eventuele blaasontsteking en poliepcellen. Wanneer er na een jaar controle geen poliep(en) zijn teruggekomen, is de kans dat u poliepvrij blijft toegenomen. Maar het zou kunnen dat na enkele jaren de poliep(en) opnieuw verschijnen. 

Het aantal keren dat uw uroloog in de volgende jaren uw blaas zal controleren wordt met u afgesproken. Als bepaalde spoelingen bij u niet helpen, kan er meestal overgeschakeld worden op een ander type spoeling. Ook dit wordt met u besproken.

Praktische adviezen

Om ervoor te zorgen dat de behandeling zo goed mogelijk verloopt, moet u rekening houden met de volgende punten.

Voor de behandeling

  • Drink 6 uur voorafgaand aan de spoeling zo weinig mogelijk.
  • Als u plastabletten gebruikt, moet u deze ná de behandeling innemen en niet ervoor. Wanneer er een infectie wordt vermoed, controleert de verpleegkundige de urine. Als u een infectie heeft, wordt de spoeling uitgesteld.
  • Voorafgaand aan iedere spoeling wordt aan u gevraagd of u de vorige keer last heeft gehad van bijwerkingen.

De blaasspoeling op de polikliniek

We vragen u uw onderkleding uit te doen, waarna u plaatsneemt op de behandeltafel. Eerst wordt de omgeving van de urinebuis schoongemaakt. Zo worden infecties voorkomen. Vervolgens brengt de arts of verpleegkundige een katheter (dun slangetje) in uw blaas. Het inbrengen van de katheter kan gevoelig zijn, maar is niet pijnlijk.

De blaas wordt geleegd. Hierna wordt het medicijn mitomycine via de katheter in de blaas gebracht. Dit geeft een koud gevoel. Wanneer alle vloeistof in de blaas zit, wordt de katheter verwijderd. We vragen u dan het medicijn ten minste 1 uur in de blaas te houden. Zo heeft de behandeling het beste effect.

De blaasspoeling op de verpleegafdeling

De blaasspoeling wordt in overleg met de uroloog gegeven na de operatie. U moet de blaasspoeling minimaal 1 en maximaal 2 uur in de blaas te houden. Probeer weinig tot niets te drinken voor en tijdens de behandeling. Na afloop zal de verpleegkundige de blaasspoeling laten aflopen in de katheterzak. Als u tijdens de behandeling klachten heeft, waarschuwt u de verpleegkundige. De mogelijke klachten vindt u onder het kopje ‘Bijwerkingen’.

Voor de veiligheid van de verpleegkundige en de andere patiënten nemen wij enkele voorzorgsmaatregelen. Zo draagt de verpleegkundige beschermende kleding. U krijgt ook een bordje met 'Cytostatica' bij de deur en op het bed. Zo geven we aan dat u behandeld wordt met een cytostaticum. Op uw kamer staat een container waarin de materialen worden verzameld die zijn gebruikt tijdens de blaasspoeling.

Na de blaasspoeling

Na de blaasspoeling kunt u weer normaal eten en drinken. Wanneer de arts aangeeft dat de katheter verwijderd mag worden, zal de verpleegkundige dit bij u doen.

Voor zowel vrouwen als mannen geldt:

  • Urineer tijdens de eerste toiletbezoeken na de spoeling zittend. Spoel het toilet 2 keer door.
  • Drink ten minste 1,5 tot 2 liter per dag. Goed drinken zorgt er ook voor dat de roodheid van de urine afneemt.
  • Vermijd huidcontact met uw urine.
  • Gebruik voldoende toiletpapier.
  • Was handen en geslachtsdelen met ruim voldoende water na toiletbezoek de eerste dag.
  • Voorkom een branderig gevoel tijdens het plassen door veel te drinken
  • Het is raadzaam de dag van de spoeling en de dag erna geen geslachtsgemeenschap te hebben
  • Morst u urine buiten het toilet, dan is het belangrijk dat u dit grondig schoonmaakt met allesreiniger. Zorg dat andere mensen niet in contact komen met de vloeistof.
  • Besmette kleding en ondergoed kunnen gewoon in de was.

Bijwerkingen

Omdat mitomycine ook van invloed is op gezonde cellen van het blaasslijmvlies, kunnen er bijwerkingen optreden.

Mogelijke bijwerkingen zijn:

  • Toenemende aandrang om te plassen;
  • Een pijnlijk en branderig gevoel in de blaas en urinebuis;
  • Moeite met ophouden van urine;
  • Bloed of weefseldeeltjes bij de urine;
  • Koorts en/of koude rillingen;
  • Spierpijn;
  • Griepgevoel.

Wanneer waarschuwt u een arts

Als u thuis last krijgt van de onderstaande klachten, adviseren wij u om contact op te nemen.

  • Bij koorts hoger dan 38.5 graden Celsius;
  • Als u een griepgevoel heeft;
  • Als u niet meer kunt plassen;
  • Bij hevige buikpijn die niet verdwijnt na het innemen van pijnstillers;
  • Als de urine helderrood is en niet lichter wordt, ondanks dat u veel drinkt;
  • Als u hevig bloedverlies heeft bij het plassen;
  • Als u grote bloedstolsels plast.

Contact

Bij vragen of problemen kunt u contact opnemen met:

Polikliniek Urologie
Tijdens kantooruren bereikbaar tussen:
8.00 uur en 12.30 uur en van 13.30 uur tot 16.00 uur.
Op vrijdag telefonisch bereikbaar van 8.00 uur tot 11.30 uur.
Telefoonnummer 071-526 23 04
Buiten bovenstaande tijden belt u met de spoedeisende hulp van het LUMC 071-526 91 11

Augustus 2019