Kans op een delier

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en)  Ouderengeneeskunde

Kans op een delier

​Volgens uw arts is de kans aanwezig dat u een delier kunt gaan ontwikkelen, bijvoorbeeld rondom een ingreep of operatie. In deze folder leggen we u uit wat een delier is en wat u en uw naaste familie kunt doen om een delier te voorkomen of snel te herkennen.

Delier

Bij een delier is sprake van een plotseling optredende verwardheid die soms gepaard gaat met  wisselingen van het bewustzijn. Er is sprake van tijdelijke verwardheid door lichamelijke ziekte. Dit kan enkele uren tot enige dagen of soms langer duren, en gaat bijna altijd over. 

Een plotseling optredende tijdelijke verwardheid

Door een delier gedraagt u zich ineens anders dan normaal:

  • U bent plotseling verward en praat onsamenhangend. 
  • Soms laat het geheugen u tijdens een delier in de steek. Als u iets verteld wordt, kunt u dit na korte tijd alweer vergeten zijn. Dit is niet iets wat u bewust doet. 
  • Gevoelens en gedachten kunnen tijdelijk anders zijn, zo kunt u zich opeens meer somber of verdrietig voelen dan u gewend bent van uzelf, of kunt u wat meer achterdochtig zijn.
  • Soms bent u het besef van tijd kwijt of weet u niet goed meer waar u bent.
  • U kunt de grip op uzelf en uw omgeving kwijt zijn. 
  • Een delier kan u soms angstig maken. Daardoor kunt u achterdochtig of zelfs agressief reageren. Ook kunt u stil en teruggetrokken zijn terwijl uw familie u zo niet kent. 
  • Door het delier kunt u de werkelijkheid anders ervaren. Zo zou het kunnen dat u dingen hoort of ziet die er niet zijn, bijvoorbeeld mensen uit het verleden, stemmen of beestjes, en geluiden die anders geïnterpreteerd worden. U ervaart dit als echt waardoor anderen het niet ‘uit uw hoofd’ kunnen praten.

Oorzaken

Een acute verwardheid of delier ontstaat door lichamelijke ontregelingen. Een delier heeft altijd een onderliggende lichamelijke oorzaak. Hierbij kunt u denken aan grote operaties, ziekten aan het hart of de longen, pijn, stoornissen in de stofwisseling of hormonen, en infecties. Ook kan een ongeluk (hersenschudding/ heupfractuur), sommige medicijnen zoals bv. pijnmedicatie, stress, angst of te weinig slaap bijdragen aan verwardheid. Iedereen kan een delier krijgen maar ouderen hebben hier een hoger risico op.

Welke patiënten hebben een verhoogd risico op een delier?

U loopt een groter risico op een delier als u:

  • Eerder een delier heeft gehad
  • Al langer bestaande geheugenproblemen of dementie heeft
  • 24 uur voor opname hulp nodig had bij het wassen en aankleden
  • Problemen heeft met uw zicht of gehoor
  • Te veel alcohol, drugs of nicotine gebruikt.

Wat kunt u zelf doen om een delier te voorkomen?

  • Meld aan uw behandelend specialist als u eerder een delier of een periode van verwardheid heeft doorgemaakt.
  • Meld aan uw behandelend specialist langer bestaande geheugenproblemen.
  • Draag tijdens de opname uw bril en/of gehoorapparaten (inclusief nieuwe batterijen). Neem ook andere hulpmiddelen mee (denk aan rollator of stok)
  • Neem een aantal vertrouwde spullen van thuis mee. Bijvoorbeeld uw horloge, kalender, klokje, foto’s, tijdschrift/boek, muziek, eigen kussen.
  • Neem voldoende kleding mee die u normaal gesproken overdag ook aan heeft. Draag overdag uw kleding en ’s nachts uw nachtkleding
  • Wijs een vertrouwd persoon aan die in staat is om u te komen bezoeken in het ziekenhuis indien u verward bent.
  • Voor uw naasten geldt: meld veranderd gedrag bij de afdelingsverpleegkundige.

Wat doet het LUMC om een delier te voorkomen

Om zo goed mogelijk voor u te zorgen zullen de verpleegkundige en artsen van de afdeling een aantal keer per dag scoren met behulp van een observatielijst. Het kan zijn dat de verpleegkundige aan u vraagt of u weet welke dag het is, of dat u weet waar u bent. Ook is het belangrijk dat u genoeg drinkt, voldoende pijnmedicatie krijgt, de ontlasting goed op gang is, dat u goed op de hoogte bent van de dag en tijd en dat rust en activiteiten voldoende worden afgewisseld.

Als u, ondanks alle voorzorgmaatregelen, toch een delier krijgt, dan zal de arts zo snel mogelijk de onderliggende oorzaak vaststellen en deze behandelen. Meestal wordt hierbij de Consultatieve Dienst Ouderengeneeskunde om advies gevraagd.

Rooming-in

Soms kan het zinvol zijn om tijdens de opname rooming-in toe te passen. Dit houdt in dat een familielid of naaste buiten bezoektijden en soms ook ‘s nachts aanwezig is bij u. De Consultatieve Dienst Ouderengeneeskunde kan dit adviseren maar kan daar niet over beslissen. Dit moet worden overlegd met de afdeling waar u opgenomen bent. Bij beschikbare ruimte is dit bespreekbaar.

Nazorg

Mocht u tijdens een opname in het ziekenhuis toch een delier hebben gekregen, en bent u inmiddels ontslagen en ervaart u nog klachten, dan is het advies om contact op te nemen met uw huisarts.

Tot slot

Heeft u na het lezen van deze informatie nog vragen of wilt u meer weten, dan staat de verpleegkundige van de afdeling u graag te woord.