Voedingsadviezen bij bestraling van de onderbuik

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Diëtetiek

Door bestraling kunnen bijwerkingen optreden in het bestraalde lichaamsdeel. Tumorcellen zijn gevoeliger voor bestraling dan gezonde cellen en kunnen zich niet of minder goed herstellen. Maar ook gezond snel delend weefsel is stralengevoelig, bijvoorbeeld het slijmvlies van het maag-darmkanaal. 

Acute irritatie van het darmslijmvlies ontstaat vanaf de tweede tot derde week van de bestraling en neemt na de bestraling na twee tot vier weken weer geleidelijk af. Door moderne bestralingstechnieken is het steeds beter mogelijk om de darmschade te voorkomen dan wel te beperken. 

Voeding heeft geen invloed op de bestraling zélf, maar is wel van invloed op uw lichamelijke conditie en uw welbevinden.

Om de conditie is peil te houden, is het belangrijk om voldoende energie en voedingsstoffen te eten. Wanneer u te weinig eet, kunt u ongewenst afvallen waardoor de voedingstoestand achteruit gaat. 

Er wordt gesproken over ongewenst afvallen als uw gewicht binnen één maand meer dan 5% is gedaald of binnen 6 maanden meer dan 10% gedaald is. Dit betekent dat iemand die voor de ziekte bijvoorbeeld 70 kg woog meer dan 3,5 kg binnen één maand of meer dan 7 kg het laatste half jaar is afgevallen.

Er is voldoende eiwit nodig om weefselschade te herstellen en de spieren te behouden en voldoende vocht om de afvalproducten via de nieren (urine) af te voeren.

Klachten en bijwerkingen die mogelijk kunnen optreden ten gevolge van de bestraling zijn gestoord ontlastingspatroon (vaker drang voor ontlasting, krampen en diarree) en/of blaasklachten.

Darmweefsel dat in het bestralingsveld ligt, is daardoor gevoelig en vertoont ontstekingsactiviteit. De darmbeweging neemt toe wat zich kan uiten in darmkrampen of loze aandrang. Het rectum (endeldarm) is minder goed in staat de voorraadfunctie uit te voeren waardoor u meerdere malen per dag of een paar keer kort achtereen (zachtere) ontlasting kunt hebben, soms met slijmvorming.

Wanneer aanpassingen in de voeding onvoldoende effect heeft, kan gestart worden met 1 Loperamide (verkrijgbaar bij de drogist). Overleg met uw behandelend arts bij aanhoudende ontlastingsproblemen.

Wanneer de blaas in het bestralingsgebied ligt, kan in de loop van de behandeling de frequentie van het plassen toenemen en kan het plassen licht branderig worden; het is verstandig veel te drinken.

Bij chemoradiatietherapie wordt radiotherapie gecombineerd met chemotherapie, wat de effectiviteit van de radiotherapie vergroot. De bijwerkingen kunnen hierdoor heftiger zijn.

Wat is dagelijks nodig?
Goed eten en drinken betekent dat u alle noodzakelijke voedingsstoffen in voldoende hoeveelheden gebruikt. Dit houdt in dat u per dag het volgende minimaal zou moeten eten:

  • Brood
    3-4 sneden

  • Kaas
    2 plakken of 40 gram

  • Vleeswaren
    2 plakken of 30 gram

  • Melk en melkproducten
    3 bekers/schaaltjes/porties

  • Fruit of vruchtensap
    2 porties/glazen

  • Vlees, vis, kip of vegetarische vervanging
    100 gram

  • Aardappelen, pasta, rijst, peulvruchten
    3 stuks/opscheplepels

  • Groente
    3-4 opscheplepels (150-200 g)

  • Boter, margarine, olie
    30 gram/ml
Omdat voeding niet de oorzaak is van krampen, loze aandrang of diarree zijn strenge beperkingen in de voeding niet zinvol.
Frequente kleine maaltijden bevallen vaak beter dan drie hoofdmaaltijden. 

Een aantal voedingsmiddelen kunnen wel bijdragen aan een versnelde darmbeweging, krampen, gasvorming of slijmvliesirritatie. Het is verstandig deze tijdelijk te vermijden.

  • Voedingsmiddelen die de darmen extra prikkelen
    Sterke koffie;
    Scherpe kruiden en specerijen, bijvoorbeeld sambal, peper, knoflook en kerrie;
    Alcohol.

  • Voedingsmiddelen die veel winderigheid kunnen veroorzaken
    Ui, prei, spruiten, kool;
    Peulvruchten zoals bruine bonen en witte bonen, kapucijners, groene erwten;
    Koolzuurhoudende dranken zoals cola, sinas en bier.

  • Voedingsmiddelen die grove vezels bevatten:
    Citrusfruit (sap uitgeperst kan wel), ananas;
    Gedroogde vruchten zoals pruimen, vijgen en dadels;
    Vezelige groenten zoals asperges, bleekselderij, maïs, rabarber, champignons, taugé, grof gesneden rauwkost en zuurkool;
    Grof volkorenbrood, roggebrood, muesli;
    Noten, zaden en pitten.

Eiwitadvies
Om aan voldoende eiwit te komen, wordt het gebruik van 1 tot 1½ gram eiwit per kilogram lichaamsgewicht geadviseerd voor iedereen die radiotherapie ondergaat en/of een slechte voedingstoestand heeft. Dus een zieke vrouw of man die 70 kg weegt, heeft 70 - 105 gram eiwit per dag nodig.

Eiwit komt vooral voor in:

  • Brood:  3 gram per snee
  • Ei: 7 gram per ei
  • Kaas, melk en melkproducten: 5 gram per plak, glas of schaaltje
  • Noten: 6 gram per handje
  • Peulvruchten: 5 gram per opscheplepel
  • Tahoe, tempé: 9 gram per plak
  • Vegetarische burger:  12 gram per stuk
  • Vlees, vis en kip: gemiddeld 20 gram per stukje van 100 gram  

Drinkadvies

  • Minimaal 1,5 liter vocht per dag (10 glazen) bij radiotherapie.
  • Minimaal 2 liter vocht per dag (13 glazen) bij chemoradiatietherapie.

Al het drinkvocht telt mee, zoals: water, thee, koffie, vruchtensap, limonade, frisdrank,
(karne)melk, drinkyoghurt, bouillon en soep.

Ook als plassen pijnlijk is door de radiotherapie, blijft het belangrijk om voldoende te drinken.
De kleur van de urine is een goede graadmeter: licht geel (of lichter) betekent dat u voldoende heeft gedronken.

Vragen
Misschien hebt u na het lezen van deze informatie nog vragen. De diëtist van uw afdeling of behandeld arts zal ze graag beantwoorden.

Januari 2016