Anesthesie

Deze informatie is opgesteld door de afdeling(en) Anesthesiologie

U krijgt deze folder uitgereikt bij uw bezoek aan de preoperatieve screening polikliniek van de afdeling Anesthesiologie (ook wel POS poli genoemd). Deze polikliniek kent een inloopspreekuur voor patiënten met een goede lichamelijke conditie en een af-spraakspreekuur voor patiënten die medicijnen gebruiken en/of bekend zijn bij andere specialisten. Nadat u zich heeft aangemeld wordt u door een doktersassistente gezien, deze beoordeelt welk spreekuur voor u geschikt is. Soms komen veel patiënten tegelijkertijd en kunnen de wachttijden flink oplopen. We doen ons uiterste best de wachttijd zo kort mogelijk te houden.

Universitair Medisch Centrum

Door de aard van een universitair medisch centrum, zoals het LUMC, zijn bij uw behandeling meer hulpverleners betrokken dan in een niet-universitair medisch centrum. De meeste behandelingen vinden in teamverband plaats. Tot het behandelteam op de POS poli behoren onder andere medisch specialisten (anesthesiologen), arts-assistenten - artsen die opgeleid worden tot specialist, co-assistenten, studenten in opleiding tot arts, verpleegkundigen en doktersassistenten. Ook kunt u gespeciali-seerde verpleegkundigen treffen  die zijn opgeleid om op de POS poli patiënten te beoordelen.

De anesthesioloog

Uw lichaam moet goed blijven functioneren tijdens de operatie. De anesthesioloog zorgt niet alleen voor de verdoving maar ook voor het stabiel blijven van de lichaamsfuncties, zodat u de operatie zo goed mogelijk kan doorstaan. Met behulp van speciale apparatuur bewaakt en regelt de anesthesioloog onder andere uw bloed-druk, hartslag en ademhaling. Zonodig kan hij/zij op ieder moment de anesthesie bijsturen.

In het LUMC wordt de anesthesie verzorgd door een anesthesioloog of een arts in opleiding tot anesthesioloog. Hij/zij wordt daarbij bijgestaan door een anesthesie medewerker. Tijdens de operatie blijft te allen tijde iemand van het anesthesieteam bij u aanwezig voor bewaking van uw toestand.

Anesthesie

Anesthesie is de verzamelnaam van alle soorten verdoving voor operaties. Het betekent 'gevoelloosheid'. In de praktijk is anesthesie echter meer dan alleen de verdoving. Het doel van de anesthesie is om u in de best mogelijke conditie te houden tijdens de operatie. Voor algemene informatie kunt u ook terecht op de website www.ondernarcose.nl.

Een anesthesioloog is een medisch specialist die zich heeft toegelegd op de verschillende vormen van anesthesie, pijnbestrijding en andere medische zorg rondom de operatie.

Vormen van anesthesie

Er zijn twee vormen van anesthesie die bij een operatie gebruikt kunnen worden:
  • Algehele anesthesie (narcose)
  • Regionale anesthesie (plaatselijke verdoving)
Welke vorm van anesthesie voor u het meest geschikt is, wordt in overleg met u door de anesthesioloog bepaald. Dit is afhankelijk van verschillende factoren, zoals uw leeftijd, uw lichamelijke conditie en welke ingreep u moet ondergaan.

Een combinatie van algehele en regionale anesthesie wordt ook vaak toegepast, met name bij grotere operaties.

Algehele anesthesie

Bij algehele anesthesie wordt uw hele lichaam verdoofd. Doordat u tijdelijk buiten bewustzijn bent, merkt u niets van de operatie en zult u zich ook na die tijd niets van de operatie kunnen herinneren. De medicamenten die nodig zijn voor de anesthesie worden in de meeste gevallen via een infuus toegediend.

Over het algemeen wordt er, zodra u onder anesthesie bent, een buisje in uw keel gebracht ten behoeve van de beademing.

Regionale anesthesie

Bij een regionale anesthesie maakt de anesthesioloog alleen het gedeelte van het lichaam waaraan u geopereerd wordt gevoelloos voor pijnprikkels. Hierbij kunt u dit lichaamsgedeelte niet bewegen zolang het medicijn werkt. Voor een operatie aan bijvoorbeeld de hand, kan de arm op diverse plaatsen verdoofd worden.

Welke techniek voor de plaatselijke verdoving precies wordt toegepast bepaalt de anesthesioloog die op de dag van de operatie uw anesthesie verzorgt.

Bij deze vorm van anesthesie blijft u dus in principe wakker. Het operatiegebied wordt overigens zodanig met een operatiescherm afgeschermd dat u niets van de operatie ziet.

Mocht u er tegenop zien om de operatie bewust mee te maken, dan is er de moge-lijkheid om een kortwerkend slaapmiddel te krijgen waardoor u weinig tot niets merkt van wat er gebeurt. U kunt dit ook tijdens de ingreep nog aan de anesthesioloog vragen.

Sommige vormen van regionale anesthesie hebben als voordeel dat er na afloop van de operatie en goede pijn-stilling gegeven kan worden met plaatselijk verdovende medicijnen die via een katheter (slangetje) worden toe-gediend.

Voorbereiding op de operatie of het onderzoek

Een goede nachtrust
Het is van belang dat u op de dag van de operatie goed uitgerust bent. Misschien bent u zenuwachtig of houdt de vreemde ziekenhuisomgeving (als u al opgenomen bent) u wakker. U kunt in dat geval om een slaaptablet vragen aan de afdelingsverpleegkundige.

Nuchter blijven
  • De operatie kan alleen plaatsvinden als u de uren ervoor ‘nuchter’ bent gebleven. Dit is om complicaties te voorkomen. 
  • Over het algemeen betekent dit dat u de avond voor de operatie vanaf 12 uur 's nachts niet meer mag eten.
  • Tenzij anders met u is afgesproken mag u tot twee uur voor de ingreep heldere vloeistof drinken, dit is appelsap, water, thee (zonder melk) of  aanmaaklimonade. Hiermee kunt u ook uw eventuele medicijnen in-nemen. 
  • Als uw operatie 's middags plaatsvindt, dan krijgt u (soms) 's ochtends in het ziekenhuis nog een licht verteerbaar ontbijt. 

Medicijn gebruik
Op de polikliniek  Anesthesiologie  neemt een apothekersassistente uw medicijnge-bruik met u door. Het is belangrijk dat zij de lijst van uw eigen apotheek hiervoor kan gebruiken. Als u deze niet zelf heeft meegenomen wordt deze lijst bij uw apotheek opgevraagd. Dit kan enige tijd in beslag nemen.

In de meeste gevallen dient u uw eigen medicijnen te blijven gebruiken tot de operatie. De anesthesioloog bepaalt wat u nog wel en wat u niet meer mag gebruiken. In de brief van de anesthesioloog staat wat u met elk medicijn dat u gebruikt moet doen. Hieronder volgen enkele voorschriften voor de meest gebruikte medicijnen:

  • Als u plaspillen gebruikt, mag u deze de ochtend van de operatie niet innemen.
  • Gebruik van Plavix moet minimaal 5, meestal 10 dagen voor de operatie gestopt worden, tenzij de antistollingsverpleegkundige, de anesthesioloog of uw behandelend specialist anders met u heeft afgesproken. Dit is in verband met het effect van dit medicijn op de stolling van het bloed. 
  • Het wel of niet doorgebruiken van aspirines is afhankelijk van de operatie die u moet ondergaan. Het is belangrijk dat u zich houdt aan de afspraak die hierover met u is gemaakt.
  • Het gebruik van pijnstillers als Brufen, Voltaren en andere moet 1 - 2 dagen van tevoren gestaakt worden. 
  • Bij pijn kunt u paracetamol gebruiken tot op de dag van de ingreep. 
  • Ook de zogenoemde cox-2 remmers als  Arcoxia en Celebrex kunt u doorgebruiken. 
  • Als u diabetes patiënt bent, zal u op de dag van de operatie een infuus krijgen met daarin de benodigde hoeveelheid insuline. U moet dan stoppen met uw eigen medicijnen, soms al de avond voor de operatie.
  • Vrouwen die de anticonceptiepil slikken, kunnen deze blijven gebruiken. Na de operatie kan echter gedurende de rest van de cyclus niet meer gerekend worden op volledige bescherming.

Sieraden, make-up

Vóór de operatie dient u alles wat u aan sieraden draagt af te doen, dit geldt ook voor piercings in alle lichaamsdelen.
Ook uw eventuele bril, contactlenzen, gebitsprothese of gehoorapparaat moet u achterlaten op de afdeling.

In sommige gevallen kan het gehoorapparaat meegegeven worden naar het operatiekamercentrum. Bijvoorbeeld als u zonder gehoorapparaat de anesthesioloog niet kunt horen.

Make-up dient verwijderd te worden. Dit geldt ook voor nagellak: de anesthesioloog wil namelijk de natuurlijke kleur van uw huid en nagels kunnen zien.

Wij verzoeken u de dag van de operatie geen crèmes op uw gezicht en handen te gebruiken.

Scheren en kleding
Soms is het nodig de plek waar u geopereerd wordt, te scheren. Afhankelijk van de operatie die u ondergaat, gebeurt dit op de verpleegafdeling of op het operatiekamercentrum. In plaats van uw pyjama en uw ondergoed krijgt u een operatiehemd aan.

Premedicatie
Voordat u naar de operatiekamer gebracht wordt, krijgt u – als dit met u is afgesproken – van de verpleegkundige op voorschrift van de anesthesioloog de 'premedicatie'. Dit is medicatie waarvan u rustiger wordt en waarvan u een slaperig gevoel kunt krijgen.

De polikliniek Anesthesiologie (POS poli)

Op de POS poli wordt uw lichamelijke toestand beoordeeld. Wij maken een risico-inschatting met betrekking tot de operatie en de anesthesie. Van de baliemedewerkster krijgt u een code voor een digitale vragenlijst. Binnenkort is het is ook mogelijk deze vragenlijst thuis in te vullen via het patiëntenportaal. U heeft dan wel een digID nodig met sms code. 

U wordt  op afspraak door de anesthesioloog gezien. Er wordt met u een tijd voor deze afspraak afgesproken.  Het kan voorkomen dat u op een later tijdstip of een andere dag terug moet komen. Dit is afhankelijk van de drukte op de POS en van uw lichamelijke toestand.

Afhankelijk van uw antwoorden heeft u een gesprek met de doktersassistente, die enige voorbereidend onderzoek  zal doen. (bijvoorbeeld het maken van een hartfilmpje of het afnemen van bloed). Als u medicijnen gebruikt gaat u eerst nog langs de apothekersassistente. De anesthesioloog beoordeelt uw lichamelijke conditie en kan u, indien nodig, doorverwijzen naar een internist, cardioloog of longarts.

Soms is er voor de ingreep een afspraak met de fysiotherapeut, de Ouderengeneeskunde, de antistollingsverpleegkundige, de diëtiste of maatschappelijk werk nodig. We proberen deze afspraken zoveel mogelijk op dezelfde dag te laten plaatsvinden. Dit alles is om er voor te zorgen dat u in een zo’n goed mogelijke conditie bent voor de operatie.

Met de anesthesioloog op de POS poli maakt u afspraken over de soort anesthesie die u zult krijgen. Er werken veel anesthesiologen in het LUMC (60-70), dit betekent dat de kans dat u daadwerkelijk anesthesie krijgt van degene die u op de polikliniek heeft gesproken klein is. Afhankelijk van het soort opname - dagopname, nuchtere opname of klinische opname – maakt u op de dag voor de operatie of op de operatiedag zelf kennis met de anesthesioloog die ver-antwoordelijk is voor uw anesthesie.

De anesthesioloog houdt zich aan de met u op de POS poli gemaakte afspraak over de te volgen anesthesietechniek. Hij/zij zal hier alleen van afwijken als er veranderingen in uw gezondheid zijn opgetreden, de voorgenomen operatie is veranderd, of de anesthesioloog er van overtuigd is dat een andere anesthesietechniek voor u beter is. De behandelend anesthesioloog zal dit met u bespreken.


In het algemeen is het bezoek aan de polikliniek zes maanden geldig. Is de wachtlijst van de chirurg langer dan krijgt u voor de opname een telefonisch consult met een arts van de POS poli. Afhankelijk van uw lichamelijke conditie wordt bekeken of u de POS poli nogmaals moet bezoeken, of dat enkele vragen via de telefoon voldoende zijn.

Veranderingen in uw gezondheid

Meestal zit er enige tijd tussen het moment dat u op de POS poli bent geweest en het moment van de ingreep. Indien er in deze tijd iets veranderd is in uw gezondheidstoestand, moet u dit doorgeven aan de afdeling van de specialist die u gaat opereren. Het kan namelijk consequenties hebben voor uw behandeling.

Als het nodig is krijgt u een nieuwe afspraak op de polikliniek. Dit kan voorkomen onder de volgende omstandigheden:
  • als u onder behandeling bent gekomen van een andere medisch specialist;
  • als u in een ziekenhuis (LUMC of ander ziekenhuis) opgenomen bent geweest;
  • als er wijzigingen zijn in uw medicijnge-bruik;
  • als er een verhoogde bloeddruk is geconstateerd;
  • voor vrouwen: als u zwanger bent of denkt te zijn.
Als u koorts heeft of last heeft van een ernstige verkoudheid op het moment dat u opgeroepen wordt voor de opname, is het belangrijk dat u dit direct doorgeeft aan de specialist die u gaat opereren. Deze overlegt met de anesthesioloog. Soms kan de operatie daardoor niet doorgaan.

Het operatiekamercentrum

Het operatiekamercentrum bestaat uit vier aparte gedeelten: de holding waar u wordt ontvangen, de operatiekamer waar u wordt geopereerd, de verkoeverkamer en de PACU.

De holding
Het tijdstip van de operatie kan vooraf niet precies aangegeven worden. U kunt hiervoor  meestal een dag van tevoren bellen. Enige tijd voor de operatie wordt u per bed naar het operatiekamercentrum gebracht. Hier wordt u ontvangen door een anesthesieassistent of een verpleegkundige en naar de holding gebracht. 

In deze ruimte bevinden zich meerdere patiënten die een operatie zullen ondergaan. Er wordt een infuus inge-bracht. Eventueel wordt u al op apparatuur aangesloten om uw hartslag en uw bloeddruk te meten. Sommige vormen van regionale anesthesie worden al op de holding door de anesthesioloog uitgevoerd. Als de tijd het toelaat worden ook de antibiotica die u voor de operatie nodig heeft op de holding al toegediend.

De operatiekamer
Vanuit de holding wordt u naar de operatiekamer gebracht. Hier stapt u over van uw bed op de operatietafel. Om te voorkomen dat u het koud krijgt, krijgt u een warme molton over u heen. 

In de operatiekamer ziet u diverse apparatuur staan. Boven u hangt een grote operatielamp. Op de operatiekamer wordt de bewakingsapparatuur aangesloten en worden de laatste voorbereidingen getroffen voor de anesthesie. Er is dan ook nog een laatste controle van de ingreep en alles wat daarbij nodig is. Dit betekent dat het hele operatieteam bij elkaar komt en met u de gegevens doorneemt. 

U noemt zelf uw naam en geboortedatum en in uw eigen woorden welke ingreep aan welke kant wordt verricht. Ook wordt nogmaals gecheckt of u ergens allergisch voor bent. De belangrijkste stappen worden benoemd en er wordt gecontroleerd of alle apparatuur aanwezig is. Na afloop van de operatie wordt u, in de meeste gevallen, al wakker gemaakt op de operatiekamer. U wordt in uw bed geholpen en naar de verkoeverkamer of de PACU gebracht.

De verkoeverkamer
Nadat de operatie is uitgevoerd – hetzij onder algehele hetzij onder regionale anesthesie – wordt u naar de verkoeverkamer gebracht. Hier wordt u opnieuw aangesloten op de apparatuur. Tijdens uw verblijf op de verkoeverkamer houden gespecialiseerde verpleegkundigen u goed in gaten.

Uw bloeddruk en ademhaling worden regelmatig gecontroleerd en er wordt gelet op hoe slaperig u nog bent en of u pijn heeft of misselijk bent. U blijft op de verkoeverkamer totdat de anesthesioloog er van overtuigd is dat u voldoende bent bijgekomen van de anesthesie en veilig naar de verpleegafdeling terug kunt.

De Post Anesthesia Care Unit (PACU)
Als een opname op de PACU noodzakelijk is, wordt dit over het algemeen vóór de operatie met u besproken. Maar ook tijdens de operatie kunnen zich omstandigheden voordoen die opname op de PACU noodzakelijk maken.

U wordt opgenomen op de PACU als u op de dag van de operatie meer bewaking en/of behandeling nodig heeft dan op de verpleegafdeling gegeven kan worden. Dit kan zijn na een grote operatie of als uw lichamelijke conditie hiertoe aanleiding geeft. Op de PACU wordt u aangesloten aan de monitor. Hiermee worden de hartslag, bloeddruk, ademhaling en temperatuur bewaakt.

Soms zijn er speciale infusen ingebracht om bijvoorbeeld de bloedsomloop extra goed te bewaken of te ondersteunen met medicijnen. Een opname op de PACU duurt niet langer dan tot de volgende ochtend. Als uw lichamelijke conditie het nog niet toestaat dat u naar de verpleegafdeling terug kunt, zult u worden overgeplaatst naar de Intensive Care.

Bezoek van familie op de PACU is toegestaan. Hiervoor gelden speciale regels die in de patiëntenfolder van de PACU uitgelegd worden.

Na de anesthesie/Terug op de afdeling

Op het moment dat u voldoende hersteld bent van de anesthesie wordt u terugge-bracht naar de verpleegafdeling. Bent u opgenomen op de PACU, dan is dit meestal de volgende dag. Als u langer dan 24 uur na de operatie extra bewaking en/of behandeling nodig heeft, wordt u opgenomen op de Intensive Care afdeling. De anesthesioloog of chirurg informeert u hier van tevoren over.

Het is heel gewoon dat u zich nog een tijd lang niet fit voelt na de operatie. Dat ligt meestal niet aan de anesthesie zelf: de verdoving is na een dag helemaal uitgewerkt, maar een operatie is voor uw lichaam erg inspannend. U heeft dus tijd nodig om ervan te herstellen.

Bijwerkingen

Na een algehele anesthesie kunt u last hebben van de volgende bijwerkingen:
  • Nadat u bent bijgekomen kunt u zich nog wat slaperig voelen en af en toe wegdommelen. 
  • U kunt een scherp of kriebelig gevoel achter in de keel hebben. Dit kan het geval zijn als er tijdens de operatie een buisje in de keel heeft gezeten voor de beademing. Deze irritatie verdwijnt vanzelf binnen enkele dagen.
  • Door de anesthesie of als gevolg van de operatie kunt u misselijk zijn. Misschien moet u braken. De verpleegkundigen weten precies wat ze u hiertegen mogen geven. 
  • Veel mensen hebben dorst na een operatie. Als u wat mag drinken, doe dan voorzichtig aan om misselijkheid te voorkomen. Mag u niet drinken, dan kan de verpleegkundige uw lippen nat maken om de ergste dorst weg te nemen.
  • Na een regionale anesthesie kunt u last hebben van de volgende bijwerkingen:
  • Wanneer u regionale anesthesie heeft gekregen door middel van een ruggenprik, kan het plassen de eerste keer na de operatie soms moeilijk zijn. 
  • Soms kunnen er na de ruggenprik hoofdpijnklachten optreden. Deze hoofdpijnklachten treden over het algemeen op als u gaat staan en verdwijnen weer bij het gaan liggen. De klachten herstellen meestal vanzelf binnen enkele dagen. Echter, als de hoofdpijnklachten zeer heftig zijn of langer aanhouden, zal de behandelend anesthesioloog op de hoogte gesteld worden en  maatregelen treffen om uw pijn te bestrijden. 
  • Als u deze klachten krijgt wanneer u weer thuis bent, kunt u contact opnemen met de POS poli. Contactinformatie vindt u achter in deze folder.
Pijn
Na de operatie kunt u pijn krijgen op of rond de plaats waar u geopereerd bent. Dat is normaal. Wel is het belangrijk dat u dit vertelt aan de verpleegkundige of arts. Er zal regelmatig iemand bij u langskomen, maar daar hoeft u niet op te wachten.

Pijn is niet nodig. Pijn kan er ook toe leiden dat u langzamer van de operatie herstelt. Er is bovendien bijna altijd iets aan de pijn te doen. Uw pijn wordt gemeten met een zogenaamde pijnscore. De verpleegkundige of arts zal u vragen om met een cijfer tussen 0 en 10 aan te geven hoe erg de pijn voor u is. Een 0 betekent geen pijn. Een 10 betekent dat de pijn voor u ondraaglijk is, echt niet langer ‘te verduren’.

Als uw pijnscore kleiner is dan 4 beschouwen wij de pijnbestrijding als adequaat. Als uw pijnscore groter is dan 4 vinden wij dat er sprake is van onvoldoende pijnbestrijding. Wij zullen de pijnmedicatie dan aanpassen om uw pijnscore onder de 4 te krijgen. Nogmaals: u hoeft zich niet sterker voor te doen dan u zich voelt. Pijnbestrijding is tegenwoordig de normaalste zaak van de wereld.

Afhankelijk van de soort en de ernst van de pijn nemen we maatregelen om de pijn te bestrijden. Dat kan gewoon met zetpillen of tabletten die u inneemt, of via een injectie, het infuus, of met een pompje dat u zelf bedient.

Soms zal op de operatiekamer terwijl u slaapt een zetpil worden ingebracht, zodat de pijnstiller alvast kan inwerken.
Welke vorm en welk middel in uw situatie het beste is, hangt natuurlijk samen met het soort operatie en uw lichamelijke conditie. Als het kan, maken we de keuze in overleg met u al voor de operatie op de POS poli.

Kwaliteit en Veiligheid

De afdeling Anesthesiologie voert een actief kwaliteit- en veiligheidsbeleid. Tijdens de anesthesie worden maatregelen genomen om uw veiligheid te handhaven. Denkt u daarbij aan controle van apparatuur, geneesmiddelen en uw ligging op de operatietafel. Tevens wordt de zogenoemde briefing uitgevoerd direct voorafgaand aan de operatie.

Een briefing is een korte bespreking om de laatste controles uit te voeren en om alle teamleden de laatste informatie te geven. Dit betreft bijvoorbeeld welke operatie wordt uitgevoerd, aan welke kant u wordt geopereerd en bijzonderheden over uw gezondheidstoestand, allergieën en andere bijzonderheden die van belang zijn voor de komende operatie.

In de loop van 2014 voert het LUMC een nieuwe stap in. De briefing zal dan vlak voor de ingreep plaats vinden, nog voordat u in slaap gebracht wordt. U hebt dan de gelegenheid om nog iets te zeggen of aan te vullen. Schroomt u niet om dat te doen, want op die manier kunt u zelf ook bijdragen aan uw eigen veiligheid en goede zorg

Mocht u na de anesthesie klachten of problemen hebben, dan kunt u dit via de afdelingsverpleegkundige aan ons laten weten. Er zal dan snel een arts van de afdeling Anesthesiologie bij u langskomen om met u te spreken. Als u al weer thuis bent en klachten of problemen heeft, kunt u ons bereiken via de POS poli. Contactinformatie vindt u achter in deze folder.

Om de kwaliteit van zorg nog meer te verbeteren kent de afdeling een complicatieregistratie. Naar aanleiding van registratie over voorgekomen problemen of klachten worden regelmatig patiëntbesprekingen met alle artsen gehouden.

Ondanks alle voorzorgen en zorgvuldigheid zijn complicaties niet altijd te voorkomen. De belangrijkste zijn:
  • overgevoeligheidsreacties op de toegediende medicijnen;
  • beschadiging van het gebit bij het inbrengen van het beademingsbuisje;
  • zenuwbeschadigingen door een ongunstige houding tijdens de operatie, waardoor tintelingen en krachtverlies in een arm of been kunnen optreden.
Ernstige complicaties komen gelukkig slechts zeer zelden voor. Deze zijn vrijwel altijd te wijten aan een zeer zeldzame calamiteit, of hangen samen met uw gezondheidstoestand van voor de operatie. De anesthesioloog zal als u extra risico loopt dit met u bespreken.

Dagopname en nuchtere opname

Een dagopname houdt in dat u op één en dezelfde dag wordt opgenomen, geopereerd en weer naar huis gaat.
Bij een ‘nuchtere’ opname komt u op de dag van de ingreep naar het LUMC. Na de ingreep moet u één of meer nachten blijven.

Omdat u pas op de dag van de ingreep in het ziekenhuis hoeft te zijn, maakt u pas op de holding kennis met de anesthesioloog die verantwoordelijk is voor uw anesthesie. Deze anesthesioloog is op de hoogte van uw lichamelijke conditie en van alles wat met u besproken is op de POS poli.

Medicijnen en ‘nuchter’ blijven
Op de polikliniek is met u afgesproken hoelang u nuchter moet blijven en welke medicijnen u, voordat u naar het ziekenhuis komt, moet innemen.

Als u diabetes patiënt bent moet u met begeleiding naar het ziekenhuis komen. Dit is verband met eventuele te lage bloedsuikerspiegels als u niet mag eten.

Als u voor een dagopname komt, krijgt u voor de operatie in principe geen medicijnen om rustig of slaperig te worden. Dit versnelt namelijk uw herstel na de operatie. U kunt sneller weer nomaal functioneren.

Als u erg angstig of gespannen bent voor de ingreep zal de arts op de polikliniek wel de mogelijkheid van een kalmerend middel met u bespreken.

Weer thuis na een dagopname

Na de operatie mag u de eerste 24 uur geen voertuigen besturen en ook niet fietsen. Het gebruik van openbaar vervoer wordt sterk ontraden. Dit betekent dat u vervoer moet regelen om van het LUMC weer naar huis te komen. Ook het werken met machines (boor-, zaagmachines etc.) moet gedurende de eerste 24 uur vermeden worden.

Wij raden u ook sterk af alcohol te gebruiken gedurende de eerste 24 uur na de operatie. Het is verstandig belangrijke beslissingen uit te stellen tot 24 uur na de anesthesie.

Indien u de operatie met behulp van een ruggenprik ondergaan heeft en u na thuiskomst merkt dat u weer spierzwakte in de benen krijgt of dat gedeelten van de benen opnieuw gevoelloos worden, moet u direct contact opnemen met de coördinator van de afdeling Anesthesiologie via het algemene num-mer van het ziekenhuis

Als u met behulp van regionale anesthesie aan uw arm bent geopereerd, moet u de eerste dag extra voorzichtig zijn met die arm, omdat het gevoel soms nog niet helemaal is teruggekeerd. Draag uw arm bij voorkeur in een draagdoek.

Voor eventuele pijn is het aan te bevelen om paracetamol tabletten of zetpillen in huis te hebben. De behandelend arts zal u vertellen hoeveel en hoe vaak u deze mag gebruiken.

Kinderen en anesthesie

Tijdens het bezoek aan de polikliniek Anesthesiologie heeft u al uitgebreide informatie over de narcose van uw kind ontvangen. Indien uw kind erg angstig is voor wat er gaat gebeuren rond de operatie of als u begeleiding wilt hebben bij het voorbereiden van uw kind voor de anesthesie, kunt u contact opnemen met de pedagogisch medewerkers via de afdeling Kindergeneeskunde. Hieronder vatten we die informatie nogmaals samen.

Nuchter blijven
Het is belangrijk dat de maag goed leeg is voor de anesthesie. In het algemeen betekent dit dat er tot zes uur voor de ingreep nog iets gegeten mag worden. Tenzij anders met u (of uw kind) is afgesproken. Er mag geen vet voedsel of vleeswaren gegeten worden.

Als uw kind flesvoeding of sondevoeding krijgt mag dit ook tot zes uur voor de operatie of het onderzoek gegeven worden. Borstvoeding mag tot vier uur tevoren gegeven worden.

Tot twee uur voor de ingreep mag uw kind heldere vloeistof drinken (water, aanmaaklimonade of appelsap) . Geen melkproducten!

Van de afdeling van de specialist die uw kind behandelt krijgt u informatie hoe laat en waar u zich met uw kind moet melden. In deze brief staat meestal ook de tijd vermeld vanaf wanneer uw kind ‘nuchter’ moet blijven. Zie hoofdstuk 4 voor meer informatie.

De operatie(kamer)
In het algemeen mag één van de ouders mee naar de operatiekamer of onderzoekkamer. U en uw kind gaan samen met een medewerker van de afdeling naar de operatiekamer. U krijgt speciale kleding aan. Zodra uw kind slaapt gaat u samen met de begeleider terug naar de afdeling.

U moet altijd de operatiekamer verlaten als de anesthesioloog u dat verzoekt, dit is in het belang van uw kind.
Soms, bij heel korte ingrepen kunt u wachten in de ouderkamer op het operatiekamercomplex.

Als uw kind via een infuus in slaap gebracht zal worden, heeft het op de afdeling al verdovende zalf of een verdo-vende pleister op de handrug van beide handen gekregen. Hierdoor voelt uw kind het prikken (bijna) niet. Als uw kind met het kapje in slaap gebracht wordt, zal het infuus daarna ingebracht worden.

Soms wordt, nadat uw kind in slaap is gevallen, een beademingsbuisje ingebracht en eventueel plaatselijke ver-doving gegeven. Dit hangt af van de operatie of het onderzoek. Nadat de operatie of het onderzoek beëindigd is, brengt de anesthesioloog uw kind naar de uitslaapkamer. Hier kunt u weer bij uw kind zijn.

Eventuele misselijkheid en pijn worden hier behandeld. Als alles goed gaat kunnen u en uw kind weer terug naar de verpleegafdeling.

Als uw kind in dagopname behandeld wordt, mag hij/zij dezelfde dag weer naar huis. U krijgt instructies mee naar huis over nazorg en medicijn gebruik Als u met de auto naar huis reist, adviseren wij voor de veiligheid van uw kind een extra bege-leider mee te nemen.

Alleen als zich tijdens de operatie of het onderzoek problemen hebben voorgedaan, zullen wij uw kind een nachtje in het ziekenhuis opnemen.

Wetenschappelijk onderzoek

Eén van de kerntaken van het Leids Universitair Medisch Centrum is het doen van wetenschappelijk onderzoek. Ook door medewerkers van de afdeling Anesthesiologie wordt veel wetenschappelijk onderzoek gedaan.

Dit betreft veelal onderzoek naar de menselijke fysiologie (de werking van het menselijk lichaam), acute en chronische pijn en de werking van geneesmiddelen zoals deze worden toegepast voor, tijdens of na de anesthesie.

U kunt voor de operatie benaderd worden door één van de leden van het anesthesieteam met de vraag of u wilt meedoen aan een onderzoek. Dit kan telefonisch gebeuren enkele dagen voor de operatie of via een schriftelijk verzoek.

Naast een mondelinge toelichting ontvangt u een patiënteninformatieformulier waarin het onderzoek nader wordt verklaard. Het kan dan zijn dat door het onderzoek de afgesproken anesthesietechniek gewijzigd moet worden. Dit doet echter niets af aan de kwaliteit van zorg die wij u bieden, noch tijdens de operatie noch daarna. Dit wordt uitgebreid met u besproken.

Indien u toestemt in het onderzoek wordt u gevraagd het toestemmingsformulier te ondertekenen. De onderzoeken zoals deze door de afdeling Anesthesiologie worden uitgevoerd zijn goedgekeurd door de Wetenschapscommissie van de afdeling Anesthesiologie en de Commissie Medische Ethiek van het ziekenhuis. Meer informatie vindt u in de folder ‘Gevraagd voor Wetenschappelijk onderzoek’ van het LUMC.

Vragen en/of op-merkingen

Wij hopen dat u na afloop van uw behandeling tevreden bent over de behandeling door de medewerkers van de afdeling Anesthesiologie. Als u suggesties heeft ter verbetering van de zorg die aan u werd besteed en/of de inhoud van deze brochure, dan vernemen wij dat graag van u.

Contactinformatie

Als u na de operatie of het onderzoek thuis problemen of vragen heeft die de anesthesie betreffen, waaronder ook de pijnbestrijding en het optreden en bestrijden van misselijkheid en braken, dan kunt u contact opnemen met de POS poli.

Telefoonnummer 071 – 5264583.
Maandag tot en met vrijdag:
08.00-08.30 uur
10.00-12.30 uur
15.30-16.30 uur

Buiten deze uren kunt u in dringende gevallen contact opnemen met de dienstdoende anesthesioloog via het centrale telefoonnummer van het LUMC: 071 - 526 91 11.

Oktober 2017